Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 1,2 | Boodschap. ~De mens zelf, de levende mens, vormt daarom de eerste
2 I, 4,21 | van het vermogen om Gods levende en reddende aanwezigheid
3 I, 4,22 | louter als één van de vele levende wezens, als een organisme
4 I, 5,25 | berg Sion en de stad van de levende God (...) tot de middelaar
5 II, 4,34 | het leven van alle andere levende schepselen, omdat de mens,
6 II, 4,34 | beroemde omschrijving: “de levende mens is de heerlijkheid
7 II, 4,35 | heerschappij uitoefent over alle levende schepselen en als het ware
8 II, 5,38 | God”, is, inderdaad, “de levende mens”, maar “het leven van
9 II, 7,42 | wanneer Hij hem roept als zijn levende beeld om te delen in zijn
10 III, 1,52| wil dat de mens, als Gods levende beeld, heer en koning is.
11 III, 1,52| van het heelal; hij is het levende beeld dat door zijn waardigheid
12 III, 2,54| Vanaf het begin heeft de levende Traditie van de Kerk - zoals
13 III, 3,61| betreft ook de procedure die levende menselijke embryo”s en foetussen
14 IV, 2,79 | de verkondiging van een levende en nabije God, die ons roept
15 IV, 3,82 | iedere mens, het teken van de levende God, en icoon van Jezus
16 IV, 6,96 | activiteit laten voeden door de levende kracht van het Evangelie
|