Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 1,2 | die de dimensies van zijn aardse bestaan ver achter zich
2 Inl, 1,2 | betrekkelijkheid van het aardse leven van man en vrouw.
3 I, 4,22 | geheimnisvol anders”dan andere aardse schepsels; hij beschouwt
4 I, 4,24 | ontkend en geloven dat zij de aardse stad kunnen bouwen zonder
5 II, 1,30 | geestelijke leven ook in zijn aardse fase zijn volle waarde en
6 II, 5,38 | menselijk leven in zijn aardse staat, waarin trouwens het
7 II, 7,43 | verheven boven alle andere aardse gaven”als “de verwekker
8 II, 9,47 | van het lichaam in zijn aardse staat geen absoluut goed
9 II, 9,47 | Stefanus verliest zijn aardse leven omdat hij trouw getuigt
10 II, 11,50 | de verrijzenis. Heel zijn aardse leven had Jezus inderdaad
11 III, 4,65 | kan zeggen wanneer onze aardse weg ten einde is. Leven
12 III, 4,65 | Kerk, voltooi ik in mijn aardse leven dat, wat aan het lijden
13 IV, 2,78 | leven”, dan krijgt ook het aardse leven zijn volle betekenis. ~
14 IV, 4,86 | geven. ~Wanneer dan het aardse bestaan ten einde neigt,
15 Slot, 0,100| en de mens en begint de aardse reis van de Zoon van God,
16 Slot, 1,101| helemaal in het begin van het aardse leven van de Verlosser,
|