1-500 | 501-620
Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | dageraad van de verlossing is er de geboorte van een Kind,
2 Inl, 0,1 | grote vreugde die bestemd is voor heel het volk: heden
3 Inl, 0,1 | voor heel het volk: heden is u in de stad van David een
4 Inl, 0,1 | voor die “grote vreugde”is zeker de geboorte van de
5 Inl, 0,1 | Verlosser; maar met Kerstmis is ook de volledige betekenis
6 Inl, 1,2 | Want het leven in de tijd is de basisvoorwaarde, het
7 Inl, 1,2 | leven van man en vrouw. Het is immers helemaal niet de “
8 Inl, 1,2 | voorlaatste”werkelijkheid; het is dus een heilige werkelijkheid
9 Inl, 1,2 | werkelijkheid die aan ons is toevertrouwd opdat wij haar
10 Inl, 1,2 | in zijn hart geschreven is (vgl.Rom 2,14-15), van de
11 Inl, 2,3 | van het Woord van God dat is mens geworden (vgl.Joh 1,
12 Inl, 2,3 | wanneer dat zwak en weerloos is. Bij de oude, smartelijke
13 Inl, 2,3 | bladzijde die dramatisch actueel is, met kracht de veelvuldige
14 Inl, 2,3 | krijgen; al wat een belediging is voor de menselijke waardigheid,
15 Inl, 2,4 | verre van beperkt te worden, is zich veeleer aan het uitbreiden:
16 Inl, 2,4 | rechtmatigheid toe te kennen is tegelijk een zorgwekkend
17 Inl, 2,4 | krachtens haar roeping toegewijd is aan de verdediging van en
18 Inl, 2,4 | resultaat dat men bereikt is dramatisch: niet alleen
19 Inl, 2,4 | dramatisch: niet alleen is het verschijnsel van het
20 Inl, 2,4 | verontrustend, maar niet minder is dat het feit dat zelfs het
21 Inl, 3,5 | mensenfamilie geplaatst is en vooral de christelijke
22 Inl, 3,5 | stem hebben. Haar roepen is altijd dat van het evangelie
23 Inl, 3,5 | helaas nog niet overwonnen is, in zoveel delen van de
24 I, 1,7 | eeuwigheid. Maar de dood is in de wereld gekomen door
25 I, 1,7 | Als gij het goede doet is er opgewektheid; maar doet
26 I, 1,7 | zei Jahwe tot Kaïn: “Waar is uw broer Abel?”Hij antwoordde: “
27 I, 1,7 | Kaïn tot Jahwe: “Die straf is te zwaar om te dragen. Gij
28 I, 1,7 | hem: “Neen! Wie het ook is die Kaïn doodt, hij zal
29 I, 1,8 | 8. Kaïn is “zeer kwaad”en heeft een “
30 I, 1,8 | tegenover het kwaad: de mens is geenszins voorbestemd tot
31 I, 1,8 | beheersen: “Zijn hevige begeerte is op u gericht, maar u moet
32 I, 1,8 | mens aanwezig zijn. De mens is de vijand geworden van zijn
33 I, 1,8 | van begin af aan geweest is”(Joh 8,44), zoals de apostel
34 I, 1,8 | apostel Johannes zegt: “Dat is dus de boodschap die u vanaf
35 I, 1,8 | doodde”(1Joh 3,11-12). Zo is de broedermoord vanaf de
36 I, 1,8 | misdaad te verbergen. Zo is het vaak gebeurd en gebeurt
37 I, 1,8 | onverschilligheid die dikwijls te zien is in de betrekkingen tussen
38 I, 1,9 | vanaf de grond waarop het is vergoten vraagt het bloed
39 I, 1,9 | veel volken in de oudheid, is het bloed de zetel van het
40 I, 1,9 | leven, ja zelfs: “het bloed is het leven”(Dt 12,23) en
41 I, 2,10 | leven in zich dragen? Het is onmogelijk om een volledige
42 I, 2,11 | wanneer het volkomen weerloos is. Ernstiger nog is het feit
43 I, 2,11 | weerloos is. Ernstiger nog is het feit dat die aanvallen
44 I, 2,11 | toch van nature bestemd is om “heiligdom van het leven”
45 I, 2,11 | onderkennen van wat de mens is, van zijn rechten en van
46 I, 2,11 | staat het recht op leven is van een concrete menselijke
47 I, 2,12 | enkeling afzwakken, toch is het niet minder waar dat
48 I, 2,12 | maar op prestaties gericht is. ~Wanneer men vanuit dit
49 I, 2,12 | naar de situatie kijkt, dan is het in zekere zin mogelijk
50 I, 2,13 | doelmatigste middel tegen abortus is. De katholieke Kerk wordt
51 I, 2,13 | contraceptie moreel ongeoorloofd is. Wanneer men het aandachtig
52 I, 2,13 | het aandachtig beschouwt is dit verwijt duidelijk zonder
53 I, 2,13 | De pro-abortus-cultuur is dan ook vooral daar sterk
54 I, 2,13 | vruchten van dezelfde boom. Het is waar dat in veel gevallen
55 I, 2,13 | mentaliteit die niet bereid is om verantwoordelijkheid
56 I, 2,14 | meer embryo”s dan nodig is voor inplanting in de moederschoot,
57 I, 2,14 | begrensd, gehandicapt of ziek is. ~Volgens deze zelfde logica
58 I, 2,14 | Volgens deze zelfde logica is men ertoe gekomen om de
59 I, 2,14 | ziekten. Het huidige draaiboek is bovendien nog alarmerender
60 I, 2,15 | werkelijk gebeurt in dit geval is dat de enkeling verslagen
61 I, 2,16 | leven te rechtvaardigen, is de bevolkingsgroei. Die
62 I, 2,16 | de bevolkingsgroei. Die is in de verschillende delen
63 I, 2,16 | rijke en ontwikkelde landen is er een verontrustende daling
64 I, 2,16 | van het geboortencijfer is. De bekoring om dezelfde
65 I, 2,17 | voorbehoud vóór het leven is, afschildert als vijand
66 I, 3,18 | persoonlijke situaties. Het is een probleem dat ook bestaat
67 I, 3,18 | groeiende morele gevoeligheid is, alerter op de erkenning
68 I, 3,18 | praktijk. Zo”n ontkenning is te meer verontrustend, ja
69 I, 3,18 | doel maakt en daar trots op is. Hoe kan men deze herhaalde
70 I, 3,18 | van de mensenrechten. Het is een bedreiging die tenslotte
71 I, 3,18 | nutteloze oefening in retoriek is, als we de zelfzuchtigheid
72 I, 3,19 | waarneembare, communicatie. Het is duidelijk dat op basis van
73 I, 3,19 | geen plaats in de wereld is voor iemand die, zoals de
74 I, 3,19 | stervenden, een zwak element is in de sociale structuur,
75 I, 3,19 | die op genade en ongenade is overgeleverd aan anderen
76 I, 3,19 | sociale leven. Maar dit is het exacte tegendeel van
77 I, 3,19 | het “recht van de sterken”is vervangen door de “sterkte
78 I, 3,19 | dienst aan hen. Als het waar is dat het uit de weg ruimen
79 I, 3,19 | leven dat nog niet geboren is of dat in zijn laatste stadia
80 I, 3,19 | vraag van de Heer “Waar is Abel, je broer?”geïnterpreteerd
81 I, 3,19 | Gn 4,9). Ja, iedere mens is zijns “broeders hoeder”,
82 I, 3,19 | elkaar toevertrouwt. En het is ook met het oog op dit toevertrouwen,
83 I, 3,19 | relationele dimensie bezit. Zij is een groot geschenk van de
84 I, 3,19 | Schepper, gegeven als zij is ten dienste van de persoon
85 I, 3,19 | betekenis en waardigheid. ~Er is een nog dieper aspect dat
86 I, 3,20 | iedereen absoluut bindend is, zoek, en het sociale leven
87 I, 3,20 | relativisme. Op dat punt is alles bespreekbaar en alles
88 I, 3,20 | zelfs als het de meerderheid is. Dit is het sinistere resultaat
89 I, 3,20 | het de meerderheid is. Dit is het sinistere resultaat
90 I, 3,20 | persoon, maar onderworpen is aan de wil van het sterkste
91 I, 3,20 | totalitarisme. De staat is niet langer het “gemeenschappelijke
92 I, 3,20 | dat feitelijk niets anders is dan het belang van enkelen.
93 I, 3,20 | democratie. Wat we hier zien is in werkelijkheid slechts
94 I, 3,20 | dat alleen werkelijk zo is wanneer het de waardigheid
95 I, 3,20 | eigen grondslagen: “Hoe is het nog mogelijk om te spreken
96 I, 3,20 | Wanneer dit gebeurt, is het proces dat leidt tot
97 I, 3,20 | tegen anderen. Maar dit is de dood van de ware vrijheid: “
98 I, 3,20 | ieder die zonde bedrijft is slaaf van de zonde”(Joh
99 I, 4,21 | wanneer de zin voor God weg is, is er ook de neiging om
100 I, 4,21 | de zin voor God weg is, is er ook de neiging om de
101 I, 4,21 | tot de Heer: “Die straf is te zwaar om te dragen. Gij
102 I, 4,21 | doden”(Gn 4,13-14). Kaïn is ervan overtuigd dat zijn
103 I, 4,21 | van Hem. Als Kaïn in staat is te belijden dat zijn schuld “
104 I, 4,21 | dat zijn schuld “groter is dan hij kan dragen”, dan
105 I, 4,21 | dan hij kan dragen”, dan is dat omdat hij zich ervan
106 I, 4,21 | omdat hij zich ervan bewust is in de tegenwoordigheid van
107 I, 4,21 | rechtvaardige oordeel. Het is inderdaad alleen voor God
108 I, 4,22 | de zin voor God verdwenen is, ook de zin voor de mens
109 I, 4,22 | in duisternis”17. De mens is niet langer in staat zichzelf
110 I, 4,22 | zijn verantwoordelijkheid is toevertrouwd en zo ook aan
111 I, 4,22 | controle en manipulatie. ~Zo is de mens, m.b.t. het leven
112 I, 4,22 | eigen “zijn”aanneemt. Hij is alleen maar bekommerd om
113 I, 4,22 | naar God buitengesloten is, is het niet verwonderlijk
114 I, 4,22 | naar God buitengesloten is, is het niet verwonderlijk dat
115 I, 4,22 | mogelijke manipulatie. Dit is de richting waarin een bepaalde
116 I, 4,22 | de Schepper minacht. Zo is het duidelijk dat het verlies
117 I, 4,22 | wijze plan de diepste wortel is van de verwarring van de
118 I, 4,23 | Het enige doel dat telt is het nastreven van zijn eigen
119 I, 4,23 | pure stoffelijkheid: het is enkel een complex van organen,
120 I, 4,23 | tot hier toe beschreven is, verarmen intermenselijke
121 I, 4,23 | gewaardeerd, niet om wat hij “is”, maar om wat hij “heeft,
122 I, 4,23 | doet en presteert”. Dit is de suprematie van de sterken
123 I, 4,24 | voor het leven, plaats. Het is bovenal een zaak van het
124 I, 4,24 | eigenheid en uniciteit alleen is met God 18. Maar het is
125 I, 4,24 | is met God 18. Maar het is ook in zekere zin een zaak
126 I, 4,24 | van de samenleving: die is op een bepaalde wijze ook
127 I, 4,24 | gedrag dat tegengesteld is aan het leven duldt of koestert,
128 I, 4,24 | individueel als sociaal, is tegenwoordig als gevolg
129 I, 4,24 | brief aan de Romeinen. Die is samengesteld “uit mensen
130 I, 4,24 | kwaad”(Js 5,20) noemt, dan is het al op de weg van alarmerende
131 I, 5,25 | de grond”(Gn 4,10). Het is niet alleen de stem van
132 I, 5,25 | ander menselijk wezen dat is gedood sinds Abel, is ook
133 I, 5,25 | dat is gedood sinds Abel, is ook een stem die wordt verheven
134 I, 5,25 | onschuld een profetische figuur is, tot God: “Gij zijt genaderd
135 I, 5,25 | van Abel”(12,22.24). ~Het is het vergoten bloed. Een
136 I, 5,25 | bewaarheid in Christus. Het is zìjn vergoten bloed dat
137 I, 5,25 | verlost, reinigt en redt; het is het bloed van de Middelaar
138 I, 5,25 | smeekt het genade af 19, het is een voorspraak voor de broeders
139 I, 5,25 | Vader (vgl.Heb 7,25), en het is de bron van volmaakte verlossing
140 I, 5,25 | openbaart, hoe kostbaar de mens is in Gods ogen en hoe onschatbaar
141 I, 5,25 | als de gave van het leven, is het bloed van Jezus niet
142 I, 5,25 | verbondenheid die rijkdom van leven is voor allen. Wie in het sacrament
143 I, 5,25 | leven. Precies dit bloed is de krachtigste bron van
144 I, 5,25 | krachtigste bron van hoop, ja, het is de grondslag van de absolute
145 I, 5,25 | overwinning op de zonde teken is en voorsmaak van de uiteindelijke
146 I, 5,25 | vervulling zal gaan: “De dood is verslonden, de zege is behaald.
147 I, 5,25 | dood is verslonden, de zege is behaald. O dood, waar is
148 I, 5,25 | is behaald. O dood, waar is uw overwinning? O dood,
149 I, 5,25 | overwinning? O dood, waar is uw angel?”(1Kor 15,54-55). ~
150 I, 5,26 | aan het werk zijn. ~Helaas is het vaak moeilijk om deze
151 I, 5,26 | epidemieën of oorlogen. Zelfs al is een rechtvaardige internationale
152 I, 5,27 | tegen de oorlog gericht is als middel om conflicten
153 I, 5,27 | In hetzelfde perspectief is duidelijk een groeiende
154 I, 5,27 | Ook een welkom signaal is de groeiende aandacht voor
155 I, 5,27 | levensomstandigheden. Bijzonder opmerkelijk is het feit dat er opnieuw
156 I, 5,28 | godsdienstig en zedelijk is. Het gaat erom aan ons eigen
157 I, 5,28 | voortvloeit uit, gevormd is in en gevoed wordt door
158 I, 5,28 | overvloed”(Joh 10,10): het is een zaak van geloof in de
159 II, 1,29 | Evangelie van het leven is niet enkel een overweging,
160 II, 1,29 | menselijk leven; evenmin is het louter een gebod, gericht
161 II, 1,29 | samenleving. Nog minder is het een bedrieglijke belofte
162 II, 1,29 | Evangelie van het leven is een concrete en personele
163 II, 1,29 | gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven; wie leeft
164 II, 1,29 | sterven”(Joh 11,25-26). Jezus is de Zoon die van alle eeuwigheid
165 II, 1,29 | en die onder de mensen is gekomen om hen deelgenoot
166 II, 1,29 | en volledig gegeven, dit is het Evangelie dat, reeds
167 II, 1,29 | namelijk, dat God met ons is om ons te bevrijden uit
168 II, 1,30 | over het Woord dat leven is. Want het leven is verschenen,
169 II, 1,30 | leven is. Want het leven is verschenen, het eeuwige
170 II, 1,30 | want Gods eeuwige leven is in feite het doel waarheen
171 II, 2 | De Heer is mijn kracht en mijn lied,
172 II, 2 | kracht en mijn lied, en Hij is mijn redding geworden”(Ex
173 II, 2 | geworden”(Ex 15,2): het leven is altijd een goed~
174 II, 2,31 | Integendeel, Israëls leven is het voorwerp van Gods tedere
175 II, 2,31 | Bevrijding van slavernij is de schenking van een identiteit,
176 II, 2,31 | in hand gaan. De Exodus is een “basiservaring”en een
177 II, 2,31 | antwoord. ~Meer dan iets anders is het het probleem van het
178 II, 2,31 | begrijpelijkerwijs, afvragen: “Waarom is het licht gegeven aan hem
179 II, 2,31 | gegeven aan hem die in ellende is, en leven aan wie bitter
180 II, 2,31 | voor u niets onmogelijk is”(Job 42,2). ~De openbaring
181 II, 2,31 | Schepper in het mensenhart is geplant steeds begrijpelijker
182 II, 3,32 | andere wijze “verminderd”is, horen zo van Hem het goede
183 II, 3,32 | dat ook hun leven een gave is, waarover zorgvuldig gewaakt
184 II, 3,32 | redding goed gefundeerd is. ~Hetzelfde vindt vanaf
185 II, 3,32 | met Hem”(Hnd 10,38), dan is zij er zich van bewust dat
186 II, 3,32 | erkennen dat hun leven getekend is door het kwaad van de zonde,
187 II, 3,33 | ja”(vgl.Lc 1,38). Maar er is ook, vanaf het begin, de
188 II, 3,33 | Bethlehem: dit leven dat is geboren, betekent redding
189 II, 3,33 | armoede waarvan Paulus spreekt is niet alleen een beroving
190 II, 3,33 | verleend die boven elke naam is”(Fil 2,8-9). Juist door
191 II, 3,33 | dat zijn leven in handen is van de Vader. Aan het kruis
192 II, 4,34 | 34. Het leven is altijd een goed. Dit is
193 II, 4,34 | is altijd een goed. Dit is een instinctieve gewaarwording
194 II, 4,34 | daarvan te begrijpen. ~Waarom is het leven een goed? Deze
195 II, 4,34 | dat God aan de mens geeft is geheel verschillend van
196 II, 4,34 | 103],29), een manifestatie is van God in de wereld, een
197 II, 4,34 | Gn 1,26-27; Ps 8,6). Dit is wat de H. Ireneüs van Lyon
198 II, 4,34 | omschrijving: “de levende mens is de heerlijkheid van God”23.
199 II, 4,34 | van God”23. Aan de mens is een sublieme waardigheid
200 II, 4,34 | schepsel. Alles in de schepping is bestemd voor de mens en
201 II, 4,34 | bestemd voor de mens en alles is aan hem onderworpen: “Bevolk
202 II, 4,34 | al wat leeft”(1,28); dit is Gods bevel aan de man en
203 II, 4,34 | dat God de mens aanbiedt is een gave waardoor God iets
204 II, 4,34 | de ware en rechtvaardige is (vgl.Dt 32,4). Onder alle
205 II, 4,34 | alle zichtbare schepselen, is alleen de mens “in staat
206 II, 4,34 | leven dat God de mens geeft is veel meer dan een louter
207 II, 4,34 | bestaan in de tijd. Het is een streven naar de volheid
208 II, 4,34 | de volheid van leven; het is de kiem van een bestaan
209 II, 4,35 | voelt zolang hij op aarde is. Omdat hij door God gemaakt
210 II, 4,35 | Omdat hij door God gemaakt is, en in zich een onuitwisbaar
211 II, 4,35 | Uzelf, o Heer, en ons hart is onrustig totdat het rust
212 II, 4,35 | in U”25. ~Vol betekenis is de onvoldaanheid die het
213 II, 4,35 | wereld van planten en dieren is (vgl.Gn 2,20). Alleen de
214 II, 4,35 | vrouw, een wezen dat vlees is van zijn vlees en been van
215 II, 4,35 | God de Schepper ook levend is, kan de behoefte aan intermenselijke
216 II, 4,35 | bevredigen die zo vitaal is voor het menselijk bestaan.
217 II, 4,35 | de ander, man of vrouw, is een weerspiegeling van God
218 II, 4,35 | van iedere persoon. ~“Wat is de mens dat Gij aan hem
219 II, 4,35 | onmetelijkheid van het heelal is de mens erg klein; en toch
220 II, 4,35 | bewogenheid opmerkt: “De zesde dag is afgelopen en de schepping
221 II, 4,35 | meesterwerk dat de mens is, die de heerschappij uitoefent
222 II, 4,35 | en als het ware de kroon is van het heelal en de hoogste
223 II, 4,35 | tenzij op hem die nederig is, gebroken van hart en die
224 II, 4,36 | menselijk vlees: “Christus is het beeld van de onzichtbare
225 II, 4,36 | heerlijkheid van God en is het evenbeeld van zijn wezen”(
226 II, 4,36 | zijn wezen”(Heb 1,3). Hij is het volmaakte beeld van
227 II, 4,36 | de wereld had gebracht, is de verlossende gehoorzaamheid
228 II, 4,36 | genade die over het mensenras is uitgestort, waarbij ze voor
229 II, 4,36 | volmaaktheid gebracht. Dit is het plan van God met de
230 II, 5,37 | altijd “in Hem”was, en dat is “het licht van de mensen”(
231 II, 5,37 | 3,3). Dit leven te geven is het ware doel van Jezus”
232 II, 5,37 | van Jezus”zending: Hij “is degene die neerdaalt van
233 II, 5,37 | dat Jezus belooft en geeft is “eeuwig”, omdat het een
234 II, 5,37 | omdat het een volle deelname is aan het leven van de “Eeuwige”.
235 II, 5,37 | eeuwige leven in bestaat: “Dit is het eeuwige leven: dat zij
236 II, 5,37 | God en zijn Zoon kennen is het mysterie aanvaarden
237 II, 5,38 | 38. Het eeuwig leven is daarom het leven van God
238 II, 5,38 | en wat we zullen zijn, is nog niet geopenbaard. Maar
239 II, 5,38 | zullen Hem zien zoals Hij is”(1 Joh 3,1-2). ~Hier bereikt
240 II, 5,38 | mens: “de glorie van God”, is, inderdaad, “de levende
241 II, 5,38 | leven, omdat het een goed is, zal deze liefde verdere
242 II, 6,39 | de mens komt van God; het is zijn gave, zijn beeld en
243 II, 6,39 | in zijn levensadem. God is, daarom, de enige Heer van
244 II, 6,39 | zijn macht: “In zijn hand is het leven van ieder levend
245 II, 6,39 | schepselen. Als het waar is dat het menselijk leven
246 II, 6,39 | menselijk leven in de handen is van God, dan is het niet
247 II, 6,39 | de handen is van God, dan is het niet minder waar dat
248 II, 6,39 | een kind bij zijn moeder is mijn ziel”(Ps 131,2; vgl.
249 II, 6,40 | als iets dat niet van hem is, omdat het eigendom en gave
250 II, 6,40 | omdat het eigendom en gave is van God de Schepper en Vader. ~
251 II, 6,40 | 23,7); maar - zoals nader is uitgewerkt in Israëls latere
252 II, 6,40 | volmaaktheid zal brengen, is een krachtig appel tot eerbied
253 II, 6,41 | zeg u, dat alwie vertoornd is op zijn broeder, strafbaar
254 II, 6,41 | vijand. ~Een vreemdeling is niet langer een vreemdeling
255 II, 6,41 | voor degene die verplicht is hem te beminnen (vgl.Mt
256 II, 6,41 | hoogste graad van deze liefde is te bidden voor zijn vijand:
257 II, 6,41 | 45; vgl.Lc 6,28.35). ~Zo is het diepste element van
258 II, 6,41 | en voor zijn leven. Dit is de leer die de Apostel Paulus,
259 II, 7,42 | ervan en de liefde ervoor is een taak die God aan iedere
260 II, 7,42 | die God de mens geeft. Het is in de eerste plaats een
261 II, 7,42 | die aan de mens gegeven is als een teken van heerlijkheid
262 II, 7,42 | gegeven heeft aan de mens, is geen absolute macht; men
263 II, 7,42 | die symbolisch uitgedrukt is door het verbod om “de vrucht
264 II, 7,43 | de heerschappij van God is ook zichtbaar in de specifieke
265 II, 7,43 | verantwoordelijkheid die hem gegeven is voor het menselijk leven
266 II, 7,43 | menselijk leven als zodanig. Het is een verantwoordelijkheid
267 II, 7,43 | zelf die gezegd heeft: “het is niet goed voor de mens,
268 II, 7,43 | een kind een gebeurtenis is die diep menselijk is en
269 II, 7,43 | gebeurtenis is die diep menselijk is en vol godsdienstige betekenis,
270 II, 7,43 | beklemtonen dat God zelf aanwezig is in het menselijk vader-
271 II, 7,43 | andere wijze dan Hij aanwezig is bij alle andere voortplanting “
272 II, 7,43 | voortplanting “op aarde”. God is inderdaad alleen de bron
273 II, 7,43 | geschonken. Voortplanting is de voortzetting van de schepping”31. ~
274 II, 7,43 | van de schepping”31. ~Dit is wat de Bijbel leert in een
275 II, 7,43 | wanneer het op zijn zwakst is. Het is Christus zelf die
276 II, 7,43 | het op zijn zwakst is. Het is Christus zelf die ons hieraan
277 II, 8,44 | 44. Het menselijke leven is het meest kwetsbaar wanneer
278 II, 8,44 | ontkennen volkomen vreemd is aan de godsdienstige en
279 II, 8,44 | leven van ieder individu is, vanaf zijn eerste begin,
280 II, 8,44 | dat er een goddelijk plan is voor zijn leven: “U hebt
281 II, 8,44 | Hij van alles de oorsprong is. Hij zal jullie in zijn
282 II, 9,46 | en haar last: zijn gebed is integendeel: “U, o Heer,
283 II, 9,46 | ligt: “Heer, in uw handen is mijn leven”(vgl.Ps 16,5),
284 II, 9,46 | Hem ook het sterven: “Dit is het bevel van de Heer voor
285 II, 9,46 | Allerhoogste?”(Sir 41,3-4). De mens is niet baas over het leven,
286 II, 9,47 | het rijk der hemelen nabij is. Geneest de zieken, wekt
287 II, 9,47 | Mt 6,13;16,18). ~Zeker is het leven van het lichaam
288 II, 9,47 | bestaan niet een absoluut goed is; belangrijker is het om
289 II, 9,47 | absoluut goed is; belangrijker is het om trouw te blijven
290 II, 9,47 | meester van zo”n beslissing is de Schepper alleen, in wie “
291 II, 10,48 | Door Gods gave aan te nemen is de mens verplicht het leven
292 II, 10,48 | handhaven die daarvoor wezenlijk is. Zich losmaken van deze
293 II, 10,48 | bescherming van het leven is niet alleen verzekerd door
294 II, 10,48 | betekenis krijgt. ~Daarom is het niet verwonderlijk dat
295 II, 10,48 | zijn volk zo nauw verbonden is met het levensperspectief,
296 II, 10,48 | van de hele mensheid. Want is het absoluut onmogelijk
297 II, 10,48 | verwijdert; en het goede is op zijn beurt wezenlijk
298 II, 10,48 | het leven juist dat goede is, en alleen door het te doen
299 II, 10,48 | leven opgebouwd worden. ~Zo is het dus de wet als geheel
300 II, 10,48 | verklaart waarom het zo moeilijk is om het gebod “Gij zult niet
301 II, 10,48 | waarmee dit gebod verbonden is, niet worden onderhouden.
302 II, 10,48 | Losgemaakt uit dit kader is het gebod gedoemd om niet
303 II, 10,49 | laat zien hoe moeilijk het is om trouw te blijven aan
304 II, 10,49 | de authentieke levensbron is. Zo schrijft Jeremia: “Mijn
305 II, 10,49 | namelijk dat het een gave is die helemaal verwerkelijkt
306 II, 10,49 | wordt in de zelfgave. Dit is de schitterende boodschap
307 II, 10,49 | oorspronkelijke bedoeling. Dit is de Nieuwe Wet, “de wet van
308 II, 10,49 | vrienden (vgl.Joh 15,13), is de zelfgave in liefde voor
309 II, 10,49 | liefhebben”(1Joh 3,14). Dit is de wet van vrijheid, vreugde
310 II, 11,50 | u om Hem die doorstoken is te beschouwen, Hem die alle
311 II, 11,50 | middendoor”(Lc 23,44.45). Dit is het symbool van een grote
312 II, 11,50 | geopenbaard als wie Hij is: aan het Kruis wordt zijn
313 II, 11,50 | die Jezus heeft bewerkt is de schenking van het leven
314 II, 11,50 | naar Hem die doorstoken is - de zekere hoop dat hij
315 II, 11,51 | 51. Maar er is nog een andere bijzondere
316 II, 11,51 | genomen had, zei Hij: “Het is volbracht”. Daarop boog
317 II, 11,51 | voor een nieuw leven. ~Het is het leven van God zelf dat
318 II, 11,51 | mens gedeeld wordt. Het is het leven dat door de sacramenten
319 III, 1,52 | Gij zult niet doden”. Dit is het eerste voorschrift van
320 III, 1,52 | gescheiden van zijn liefde: het is altijd een gave tot vreugde
321 III, 1,52 | Evangelie van het leven is zowel een grote gave van
322 III, 1,52 | gave een gebod en het gebod is zelf een gave. ~De Schepper
323 III, 1,52 | levende beeld, heer en koning is. De H. Gregorius van Nyssa
324 III, 1,52 | door koningschap getekend is (...) De mens is een koning.
325 III, 1,52 | getekend is (...) De mens is een koning. Geschapen om
326 III, 1,52 | Koning van het heelal; hij is het levende beeld dat door
327 III, 1,52 | schepselen (vgl.Gn 1,28), is de mens heer en meester
328 III, 1,52 | maar om een dienende: het is een werkelijke afspiegeling
329 III, 1,52 | alleen voor zijn welzijn is toevertrouwd, om zijn persoonlijke
330 III, 1,52 | geluk te bereiken. ~De mens is, m.b.t. de dingen, maar
331 III, 1,52 | onvergelijkelijke grootheid - hij is de “uitvoerder van Gods
332 III, 2 | 5): het menselijk leven is heilig en onaantastbaar~
333 III, 2,53 | 53. “Het menselijk leven is heilig omdat het vanaf zijn
334 III, 2,53 | zijn enige doel. God alleen is Heer van het leven van het
335 III, 2,53 | dat Hij de absolute Heer is van het leven van de mens,
336 III, 2,53 | van de mens, die gevormd is naar zijn beeld en gelijkenis (
337 III, 2,53 | menselijke samenleven. Hij is de “goel”, de verdediger
338 III, 2,53 | moordenaar van den beginne”is, is ook “een leugenaar en
339 III, 2,53 | moordenaar van den beginne”is, is ook “een leugenaar en vader
340 III, 2,54 | Wie zijn broeder haat is een moordenaar, en u weet
341 III, 2,54 | een weg van de dood; er is een groot verschil tussen
342 III, 2,54 | De weg van de dood is deze: (...) ze hebben geen
343 III, 2,54 | Gij zult niet doden”. Het is bekend dat in de eerste
344 III, 2,54 | wie Gods beeld aanwezig is, is een bijzonder ernstige
345 III, 2,54 | Gods beeld aanwezig is, is een bijzonder ernstige zonde.
346 III, 2,54 | ernstige zonde. Alleen God is de Heer van het leven! Maar
347 III, 2,54 | van deze zelfopoffering is de Heer Jezus zelf. ~Bovendien “[
348 III, 2,54 | degene die verantwoordelijk is voor andermans leven, voor
349 III, 2,54 | daaraan blootstelde, zelfs al is hij misschien niet moreel
350 III, 2,55 | een tendens waarneembaar is, die een zeer beperkte toepassing
351 III, 2,55 | die een samenleving oplegt is “de verstoring van de orde
352 III, 2,55 | de overtreding ontstaan is”46. Het openbaar gezag moet
353 III, 2,55 | en te herstellen 47. ~Het is duidelijk dat, wil men deze
354 III, 2,56 | onschuldige mensenleven is inderdaad een in de Heilige
355 III, 2,56 | waarheid. Deze eenstemmigheid is de zichtbare vrucht van
356 III, 2,56 | ernstig zedelijk vergrijp is. Deze leer, gegrondvest
357 III, 2,56 | hart (vgl.Rom 2,14-15), is opnieuw bevestigd door de
358 III, 2,56 | van het leven te beroven is altijd zedelijk kwaad en
359 III, 2,56 | middel tot een goed doel. Het is inderdaad een ernstige daad
360 III, 2,56 | gedood, of het nu een foetus is of een embryo, een kind
361 III, 2,56 | doodstrijd verkeert. Bovendien is het niemand geoorloofd deze
362 III, 2,56 | zijn verantwoordelijkheid is toevertrouwd, te zoeken,
363 III, 2,56 | het recht op leven betreft is ieder onschuldig menselijk
364 III, 2,56 | iemand heer van de wereld is of de “allerongelukkigste”
365 III, 2,56 | of de “allerongelukkigste”is op aarde, dat maakt geen
366 III, 3,57 | misdaad”54. ~Maar tegenwoordig is in het geweten van velen
367 III, 3,57 | en zelfs in de wet zelf is een sprekend teken van een
368 III, 3,57 | dat steeds minder in staat is om te onderscheiden tussen
369 III, 3,57 | in het geval van abortus is er een wijdverbreid gebruik
370 III, 3,57 | publieke opinie. Misschien is dit taalkundig verschijnsel
371 III, 3,57 | veranderen: abortus provocatus is het opzettelijk doden, hoe
372 III, 3,57 | onrechtvaardige agressor! Het is zwak, weerloos, zozeer dat
373 III, 3,57 | vormt. Het ongeboren kind is helemaal toevertrouwd aan
374 III, 3,57 | haar schoot draagt. En toch is het soms juist de moeder
375 III, 3,57 | een abortus te ondergaan is vaak tragisch en pijnlijk
376 III, 3,58 | sterk sociale dimensie. Het is een zeer ernstige verwonding
377 III, 3,58 | leven dat niet van de vader is, noch van de moeder, maar
378 III, 3,58 | worden, als het dat niet is vanaf dat moment. Voor deze
379 III, 3,58 | karaktertrekken. Vanaf de bevruchting is het avontuur van een menselijk
380 III, 3,58 | kunnen zijn?”58. ~Bovendien is wat op het spel staat zo
381 III, 3,58 | rechtvaardigen die gericht is op het doden van een menselijk
382 III, 3,58 | onaantastbare recht op leven is van ieder onschuldig menselijk
383 III, 3,59 | kind. ~Het menselijk leven is heilig en onaantastbaar
384 III, 3,59 | een nietig vormloos embryo is en die in hem reeds de volwassene
385 III, 3,59(61)| evenmin wanneer het geboren is”: V, 2, Patres Apostolici,
386 III, 3,59 | verhindering van de geboorte is vroegtijdige moord; het
387 III, 3,59 | doodt die reeds geboren is of haar ter dood brengt
388 III, 3,59 | brengt bij de geboorte. Hij is reeds de mens die hij later
389 III, 3,59 | van tweeduizend jaar heen is deze zelfde leer constant
390 III, 3,60 | middel tot een doel bedoeld is”66. Johannes XXIII bevestigde
391 III, 3,60 | het menselijk leven heilig is, “omdat het vanaf het eerste
392 III, 3,60 | ernstige en gevaarlijke misdaad is, en moedigt zij hem die
393 III, 3,60 | bekering te zoeken. In de Kerk is het doel van excommunicatie:
394 III, 3,60 | deze traditie onveranderd is en onveranderlijk 72. Met
395 III, 3,60 | in zichzelf ongeoorloofd is, aangezien zij tegen de
396 III, 3,60 | ieder mensenhart, kenbaar is door het verstand zelf en
397 III, 3,61 | s met zich brengen. Dit is het geval bij proeven op
398 III, 3,61 | ingewikkeldheid van deze technieken is een zorgvuldig en systematisch
399 III, 3,61 | voorkomen. Zo”n houding is schandelijk en hoogst verwerpelijk,
400 III, 3,61 | en voor anderen. De Kerk is die echtparen nabij die,
401 III, 3,61 | kinderen aanvaarden. Ze is ook dankbaar jegens al die
402 III, 4,62 | acht omdat het vol pijn is en onverbiddelijk gedoemd
403 III, 4,62 | zichzelf maatstaf en norm is, met het recht om te eisen
404 III, 4,62 | samenleving, die bijna uitsluitend is georganiseerd op basis van
405 III, 4,63 | oordeel over euthanasie is allereerst een heldere omschrijving
406 III, 4,63 | aan een zieke verschuldigd is”77. Zeker is er een morele
407 III, 4,63 | verschuldigd is”77. Zeker is er een morele plicht om
408 III, 4,63 | zelfmoord of euthanasie; het is eerder een uitdrukking van
409 III, 4,63 | in deze context opkomen is die naar de geoorloofdheid
410 III, 4,63 | en, zo hij een gelovige is, bewust te delen in het
411 III, 4,63 | XII zei dat het geoorloofd is pijn door narcotica te onderdrukken,
412 III, 4,63(80)| televisie: “Ieder leven is heilig”(27 januari 1971):
413 III, 4,63 | euthanasie een zware schending is van de wet van God, aangezien
414 III, 4,63 | geschreven woord van God, is doorgegeven door de Traditie
415 III, 4,63 | kwaadwilligheid in die eigen is aan zelfmoord of moord. ~
416 III, 4,64 | 66. Zelfmoord is altijd even moreel onaanvaardbaar
417 III, 4,64 | radicaal in tegenspraak is met de natuurlijke neiging
418 III, 4,64 | verminderen of wegnemen, toch is zelfmoord objectief gezien
419 III, 4,64 | In zijn diepste kern is zelfmoord een afwijzing
420 III, 4,64 | gevraagd zou zijn. “Het is nooit geoorloofd - schrijft
421 III, 4,64 | verlangen om vrij te zijn; ook is het niet geoorloofd wanneer
422 III, 4,64 | zieke niet meer in staat is te leven”85. Ook als zij
423 III, 4,64 | als zij niet gemotiveerd is door een egoïstische weigering
424 III, 4,64 | wiens lijden onverdraaglijk is. Bovendien blijkt de daad
425 III, 4,64 | aanmatigt, omdat hij de slaaf is van een dwaze en zelfzuchtige
426 III, 4,64 | leven van de mens die zwak is handen van een die sterk
427 III, 4,64 | handen van een die sterk is gelegd: in de samenleving
428 III, 4,65 | Volkomen verschillend hiervan is de weg van liefde en echt
429 III, 4,65 | die gestorven en verrezen is, steeds nieuw licht op werpt.
430 III, 4,65 | geven in totale wanhoop, is vooral een verzoek om begeleiding,
431 III, 4,65 | tijd van beproeving. Het is een bede om hulp om te blijven
432 III, 4,65 | hij in zich draagt niet is ontstaan uit de loutere
433 III, 4,65 | de Verrezen Christus: het is de overwinning van Hem die,
434 III, 4,65 | onze aardse weg ten einde is. Leven voor de Heer betekent
435 III, 4,65 | het goede kan worden. Dat is het geval wanneer het uit
436 III, 4,65 | voor de mensheid 87. Dat is de ervaring van de Apostel,
437 III, 5,66 | maar een betrekkelijk goed is: volgens een proportionalistische
438 III, 5,66 | persoonlijk erbij betrokken is, rechtmatig een afweging
439 III, 5,66 | standaard leven die hoger is dan die, die zij zelf erkennen
440 III, 5,67 | 69. In elk geval is in de democratische cultuur
441 III, 5,67 | waarheid de facto onaannemelijk is, dan zou het respect voor
442 III, 5,67 | door deze wetten vastgelegd is. Zo wordt, met voorbijzien
443 III, 5,68 | wortel van al deze tendensen is het ethisch relativisme
444 III, 5,68 | moderne cultuur kenmerkend is. Sommigen beweren dat dit
445 III, 5,68 | relativisme een voorwaarde is voor de democratie, omdat
446 III, 5,68 | onzedelijkheid. Van nature is zij een “orde”en, als zodanig,
447 III, 5,68 | staat, het referentiepunt is dat de norm stelt juist
448 III, 5,68 | zelden een bedrieglijke zaak is. Want in de regeringssystemen
449 III, 5,69 | van de gezonde democratie is het daarom dringend nodig
450 III, 5,69 | taak van de burgerlijke wet is in vergelijking met die
451 III, 5,69 | bevoegdheid liggen”90, dat is de verzekering van het welzijn
452 III, 5,69 | fundamentele van alle rechten is het onaantastbare recht
453 III, 5,69 | algemene welzijn vooral gelegen is in het veiligstellen van
454 III, 5,69 | plichten kan kwijten. Want “dit is de voornaamste plicht van
455 III, 5,69(93)| 273-274; het citaat hierin is van PIUS XII, Pinkster-radioboodschap
456 III, 5,70 | schaamteloos misbruik”95. Dit is de heldere leer van de H.
457 III, 5,70 | dat “de menselijke wet wet is inzoverre zij overeenstemt
458 III, 5,70 | met de rechte rede en zo is ontleend aan de eeuwige
459 III, 5,70 | leven, dat iedere mens eigen is, niet erkent. Zo staan de
460 III, 5,70 | leven dat alle mensen eigen is en ontkennen zij bovendien
461 III, 5,70 | verplichtende burgerlijke wet meer is. ~
462 III, 5,71 | leven”(Ex 1,17). Belangrijk is echter om op de diepere
463 III, 5,71 | absolute soevereiniteit is - groeien de kracht en de
464 III, 5,71 | moed van hem die bereid is ook de gevangenis in te
465 III, 5,71 | blijken”(Apk 13,10). ~Daarom is het nooit geoorloofd zich
466 III, 5,71 | komen nogal eens voor. Het is een feit dat, terwijl in
467 III, 5,71 | wanneer het niet mogelijk is een abortuswet af te wenden
468 III, 5,72 | vanuit moreel gezichtspunt is het nooit geoorloofd formeel
469 III, 5,72 | een onrecht mee te doen is niet alleen een morele plicht
470 III, 6,73 | mens radicaal onverenigbaar is: zo”n keuze kan daarom geenszins
471 III, 6,73 | gevolgen afgekocht worden, ze is in onverzoenlijke tegenstelling
472 III, 6,73 | gemeenschap onder de mensen, ze is in tegenspraak met de fundamentele
473 III, 6,73 | zeggen, een “ja”dat in staat is steeds meer de totale horizon
474 III, 6,73 | naar de vrijheid, maar dat is pas het begin van de vrijheid,
475 III, 6,74 | van gemeenschap in liefde is, brengt onder de mensen
476 III, 6,74 | allerheiligste Drieëenheid eigen is, het geheim van wederzijds
477 III, 6,75 | bereikt en erbij betrekt. ~Het is dus een liefdesdienst die
478 III, 6,75 | wanneer het het zwakste is of bedreigd wordt, beschermd
479 III, 6,75 | en gekoesterd wordt. Het is niet slechts persoonlijke,
480 IV, 1,76 | Evangeliseren - schreef Paulus VI - is, inderdaad, de genade en
481 IV, 1,76 | evangeliseren”101. ~Evangelisatie is een wereldwijde en dynamische
482 IV, 1,76 | van de Heer Jezus. Daarom is zij onscheidbaar verbonden
483 IV, 1,76 | dienst van naastenliefde. Het is een ten diepste kerkelijk
484 IV, 1,76 | Evangelie dat Jezus Christus is. Wij staan in dienst van
485 IV, 1,77 | van de Geest, “die Heer is en het leven geeft”, zijn
486 IV, 1,77 | dienst van het leven te staan is voor ons geen grootspraak
487 IV, 1,77 | de wet van de liefde: het is de liefde welker bron en
488 IV, 1,77 | mensgeworden Zoon van God is, die “door zijn dood aan
489 IV, 1,77 | ook niet minder. Aan hem is het gebod van de Heer gericht
490 IV, 2,78 | hebt”(1Joh 1,1.3). Jezus is het enige Evangelie: wij
491 IV, 2,78 | De verkondiging van Jezus is de verkondiging van het
492 IV, 2,78 | van het leven. Want Hij is “het Woord des levens”(1Joh
493 IV, 2,78 | gemaakt”(1Joh 1,2); ja, Hij is zelf “het eeuwige leven,
494 IV, 2,78 | het leven in zijn volheid is gericht, op het “eeuwige
495 IV, 2,78 | kenmerkt: aangezien het één is met Jezus zelf, die alles
496 IV, 2,78 | verstaat dit aldus: “De mens is als wezen van geen belang;
497 IV, 2,78 | wezen van geen belang; hij is stof, gras, ijdelheid. Maar
498 IV, 2,78 | door de God van het heelal is aangenomen als kind, wordt
499 IV, 2,79 | een waardevolle gave Gods, is heilig en onaantastbaar
500 IV, 2,80 | volledig openbaart wat de mens is en wat de betekenis is van
1-500 | 501-620 |