Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | vreugde om ieder kindje dat geboren wordt (vgl. Joh
2 Inl, 0,1 | In waarheid duidt Hij op dat “nieuwe”en “eeuwige”leven
3 Inl, 0,1 | nieuwe”en “eeuwige”leven dat bestaat in de gemeenschap
4 Inl, 0,1 | heiligmakende Geest. Maar juist in dat “leven”krijgen alle aspecten
5 Inl, 1,2 | bestaan als geheel. Een proces dat, onverwacht en onverdiend,
6 Inl, 1,2 | van het goddelijk leven, dat zijn volle vervulling zal
7 Inl, 1,2 | broeders. ~De Kerk weet dat dit Evangelie van het leven,
8 Inl, 1,2 | Evangelie van het leven, dat haar door de Heer werd toevertrouwd 1,
9 Inl, 1,2 | het recht van iedere mens, dat dit belangrijkste goed van
10 Inl, 1,2 | wordt. Op de erkenning van dat recht berust de menselijke
11 Inl, 1,2 | politieke gemeenschap. ~Dat recht moeten vooral degenen
12 Inl, 1,2 | de wereld heeft liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon
13 Inl, 2,3 | geheim van het Woord van God dat is mens geworden (vgl.Joh
14 Inl, 2,3 | en volken, vooral wanneer dat zwak en weerloos is. Bij
15 Inl, 2,3 | hele Kerk, in de zekerheid dat ik het authentieke gevoelen
16 Inl, 2,4 | 4. Helaas, dat verontrustende panorama,
17 Inl, 2,4 | gezondheidszorg. ~Nu bewerkt dat alles een diepe verandering
18 Inl, 2,4 | bezien worden. Het feit dat de wetgeving in veel landen,
19 Inl, 2,4 | de naties. ~Het resultaat dat men bereikt is dramatisch:
20 Inl, 2,4 | verontrustend, maar niet minder is dat het feit dat zelfs het geweten,
21 Inl, 2,4 | niet minder is dat het feit dat zelfs het geweten, a.h.w.
22 Inl, 3,5 | van de kardinalen gewijd, dat plaatsvond in Rome van 4
23 Inl, 3,5 | mede-broeder met het verzoek dat hij, in de geest van de
24 Inl, 3,5 | hebben. Haar roepen is altijd dat van het evangelie voor de
25 Inl, 3,5 | onrecht van het verleden, dat helaas nog niet overwonnen
26 Inl, 3,6 | verlicht, als helder licht dat de verduisterde blik geneest,
27 Inl, 3,6 | huisgemeenschappen en wens ik dat op ieder niveau de taak
28 Inl, 3,6 | geven, terwijl wij bewerken dat de gerechtigheid en solidariteit
29 I, 1,7 | Evangelie van het leven, dat in het begin opklonk met
30 I, 1,7 | merkteken, om te voorkomen dat ieder die hem ontmoette
31 I, 1,8 | van Abel verkiest boven dat van Kaïn; hij geeft echter
32 I, 1,8 | geeft echter duidelijk aan dat Hij, ook al kiest Hij de
33 I, 1,8 | de “logica”van de boze, dat wil zeggen van hem die “
34 I, 1,8 | apostel Johannes zegt: “Dat is dus de boodschap die
35 I, 1,8 | het begin gehoord hebt: dat wij elkaar moeten beminnen.
36 I, 1,9 | het bloed van de vermoorde dat Hij gerechtigheid laat wedervaren (
37 I, 1,9 | leven, in het bijzonder dat van de mens, behoort alleen
38 I, 1,9 | merkteken, om te voorkomen dat ieder die hem ontmoette,
39 I, 2,10 | niet denken aan het geweld dat zich richt tegen het leven
40 I, 2,10 | te zeggen van het geweld dat, nog voordat er oorlogen
41 I, 2,11 | Ernstiger nog is het feit dat die aanvallen goeddeels
42 I, 2,11 | met behulp van het gezin dat toch van nature bestemd
43 I, 2,11 | verklaart, tenminste ten dele, dat de waarde van het leven
44 I, 2,11 | duidelijk blijkt uit het feit dat men de neiging heeft om
45 I, 2,11 | aandacht afleiden van het feit dat wat op het spel staat het
46 I, 2,12 | is het niet minder waar dat wij tegenover een zelfs
47 I, 2,12 | tegen de zwakken: een leven dat meer aanvaarding, liefde
48 I, 2,13 | verantwoordelijkheid. ~Men beweert dikwijls dat contraceptie, mits veilig
49 I, 2,13 | hardnekkig blijft leren dat contraceptie moreel ongeoorloofd
50 I, 2,13 | huwelijksdaad - zijn zo dat ze feitelijk deze bekoring
51 I, 2,13 | dezelfde boom. Het is waar dat in veel gevallen contraceptie
52 I, 2,13 | zelfontplooiing. Het leven dat zou kunnen vortkomen uit
53 I, 2,13 | wordt steeds duidelijker. Dat bewijzen op alarmerende
54 I, 2,14 | ontwikkeling van het embryo, dat wordt blootgesteld aan het
55 I, 2,14 | gebruikt voor onderzoek dat, onder het voorwendsel van
56 I, 2,14 | waarvan men ten onrechte meent dat ze overeenkomt met de eisen
57 I, 2,14 | barbarij waarvan men hoopte dat die voor altijd overwonnen
58 I, 2,15 | vervroegen naar een moment dat geschikter wordt geacht. ~
59 I, 2,15 | bedreigen, met als gevolg dat enerzijds de zieke, ondanks
60 I, 2,15 | door een cultureel klimaat dat geen enkele betekenis of
61 I, 2,15 | in het lijden vindt, maar dat het lijden liever ziet als
62 I, 2,15 | ziet als het ultieme kwaad, dat koste wat kost uitgeroeid
63 I, 2,15 | mensen ertoe brengt te denken dat zij leven en dood kunnen
64 I, 2,15 | gebeurt in dit geval is dat de enkeling verslagen en
65 I, 2,16 | van onderdrukking en beval dat ieder mannelijk kind dat
66 I, 2,16 | dat ieder mannelijk kind dat uit joodse vrouwen geboren
67 I, 2,16 | bevolkingsgroei, en bang dat de volken die het rijkst
68 I, 2,16 | daarvan geven zij, liever dan dat ze deze ernstige problemen
69 I, 2,17 | getalsverhouding en het feit dat zij overal machtige steun
70 I, 2,17 | kan niet ontkend worden dat de massamedia vaak betrokken
71 I, 3,18 | situaties. Het is een probleem dat ook bestaat op cultureel,
72 I, 3,18 | tragische gevolgen. Het proces dat eens leidde tot de ontdekking
73 I, 3,18 | moment van de geboorte en dat van de dood. ~Enerzijds
74 I, 3,18 | geïnspireerd zijn, zien dat er op wereldniveau een groeiende
75 I, 3,18 | moeten we wel vaststellen dat zelfs de plechtige bevestiging
76 I, 3,19 | van de mens als een wezen dat “niet gebruikt mag worden”?
77 I, 3,19 | stoelt juist op de overweging dat de menselijke persoon, i.
78 I, 3,19 | communicatie. Het is duidelijk dat op basis van deze vooronderstellingen
79 I, 3,19 | aan hen. Als het waar is dat het uit de weg ruimen van
80 I, 3,19 | weg ruimen van het leven dat nog niet geboren is of dat
81 I, 3,19 | dat nog niet geboren is of dat in zijn laatste stadia verkeert
82 I, 3,19 | kan men niet ontkennen dat een dergelijke cultuur van
83 I, 3,19 | opvatting van vrijheid verraadt dat uitloopt op de vrijheid
84 I, 3,19 | oog op dit toevertrouwen, dat God aan iedereen vrijheid
85 I, 3,19 | is een nog dieper aspect dat onderstreept moet worden:
86 I, 3,20 | compleet relativisme. Op dat punt is alles bespreekbaar
87 I, 3,20 | resultaat van een relativisme dat zonder oppositie regeert:
88 I, 3,20 | van een algemeen belang dat feitelijk niets anders is
89 I, 3,20 | het democratisch ideaal, dat alleen werkelijk zo is wanneer
90 I, 3,20 | dit gebeurt, is het proces dat leidt tot de ineenstorting
91 I, 3,20 | en euthanasie opeisen, en dat recht erkennen bij wet,
92 I, 3,20 | erkennen bij wet, betekent dat men aan de menselijke vrijheid
93 I, 4,21 | sociaal en cultureel klimaat dat beheerst wordt door secularisme
94 I, 4,21 | beheerst wordt door secularisme dat met zijn alom aanwezige
95 I, 4,21 | Kaïn is ervan overtuigd dat zijn zonde niet vergeven
96 I, 4,21 | zal worden door de Heer en dat zijn onontkoombaar lot zal
97 I, 4,21 | in staat is te belijden dat zijn schuld “groter is dan
98 I, 4,21 | hij kan dragen”, dan is dat omdat hij zich ervan bewust
99 I, 4,21 | inderdaad alleen voor God dat de mens zijn zonde kan toegeven
100 I, 4,21 | zwaarte van kan inzien. Dat was de ervaring van David
101 I, 4,21 | uitriep: “Ik ben mij bewust dat ik schuld heb: steeds ziet
102 I, 4,21 | Gij doorziet het kwaad dat ik deed”(Ps 51,5-6). ~
103 I, 4,22 | wezens, als een organisme dat, op zijn best, een zeer
104 I, 4,22 | gave van God, iets “heiligs”dat aan zijn verantwoordelijkheid
105 I, 4,22 | zelf wordt louter een “ding”dat de mens opeist als zijn
106 I, 4,22 | is het niet verwonderlijk dat de betekenis van al het
107 I, 4,22 | plan van God met het leven, dat gerespecteerd moet worden.
108 I, 4,22 | minacht. Zo is het duidelijk dat het verlies van het contact
109 I, 4,22 | mysterie van God, maar ook op dat van de wereld en dat van
110 I, 4,22 | op dat van de wereld en dat van zijn eigen wezen. ~
111 I, 4,23 | een praktisch materialisme dat individualisme, nuttigheidsdenken
112 I, 4,23 | het hebben. Het enige doel dat telt is het nastreven van
113 I, 4,23 | bestreden als een kwaad, dat altijd hoe dan ook vermeden
114 I, 4,23 | materialistische perspectief dat tot hier toe beschreven
115 I, 4,24 | het individuele geweten, dat in zijn eigenheid en uniciteit
116 I, 4,24 | Niet alleen omdat ze gedrag dat tegengesteld is aan het
117 I, 4,24 | ernstig en dodelijk gevaar: dat van verwarring tussen goed
118 I, 4,24 | hebben ontkend en geloven dat zij de aardse stad kunnen
119 I, 4,24 | terwijl zij beweerden dat ze wijs waren, werden zij
120 I, 5,25 | die vermoord zou worden, dat roept tot God, de Bron en
121 I, 5,25 | ieder ander menselijk wezen dat is gedood sinds Abel, is
122 I, 5,25 | Het is zìjn vergoten bloed dat verlost, reinigt en redt;
123 I, 5,25 | zonden”(Mt 26,28). ~Dit bloed dat uit de doorboorde zijde
124 I, 5,25 | herinnert ons hieraan: “Gij weet dat gij niet met vergankelijke
125 I, 5,25 | uit het zinloze bestaan dat hij van uw vaderen had geërfd.
126 I, 5,25 | van Christus aan de mens dat zijn grootheid, en daarmee
127 I, 5,25 | van de absolute zekerheid dat in het plan van God het
128 I, 5,25 | Sint Paulus verzekert ons dat de tegenwoordige overwinning
129 I, 5,26 | een eenzijdig beeld geven, dat zou kunnen leiden tot vruchteloze
130 I, 5,27 | verzekert het geloof ons dat de Vader, “die in het verborgene
131 I, 5,27 | opmerkelijk is het feit dat er opnieuw aandacht komt
132 I, 5,28 | volledig bewust van maken dat we tegenover een geweldige
133 I, 5,28 | gehecht te blijven, want dat betekent voor u leven en
134 I, 5,28 | het bloed van Christus “dat krachtiger roept dan het
135 II, 1,29 | gegeven, dit is het Evangelie dat, reeds aanwezig in de Openbaring
136 II, 1,29 | schepping zelf, op zo”n manier dat, ondanks de negatieve gevolgen
137 II, 1,29 | de openbaring namelijk, dat God met ons is om ons te
138 II, 1,30 | Eerste Brief geschreven: “Dat wat van het begin af bestond,
139 II, 1,30 | van het begin af bestond, dat wat wij gehoord en met eigen
140 II, 1,30 | eigen ogen gezien hebben, dat wat wij hebben aanschouwd
141 II, 1,30 | spreken wij, over het Woord dat leven is. Want het leven
142 II, 1,30 | verschenen, het eeuwige leven dat bij de Vader was, heeft
143 II, 1,30 | Evangelie van het leven alles in dat de menselijke ervaring en
144 II, 2,31 | Israël het duidelijke besef dat zijn bestaan niet afhangt
145 II, 2,31 | komt Israël tot het besef dat wanneer zijn bestaan bedreigd
146 II, 2,31 | probleem van het lijden dat het geloof uitdaagt en op
147 II, 2,31 | en aanbidding: “Ik weet dat U alles kunt en dat voor
148 II, 2,31 | weet dat U alles kunt en dat voor u niets onmogelijk
149 II, 3,32 | bedreigd en belaagd voelen, dat hun levens ook een goed
150 II, 3,32 | met hen en zij weten zeker dat ook hun leven een gave is,
151 II, 3,32 | woorden en daden geopenbaard dat hun leven grote waarde heeft
152 II, 3,32 | leven grote waarde heeft en dat hun hoop op redding goed
153 II, 3,32 | is zij er zich van bewust dat zij een boodschap van verlossing
154 II, 3,32 | 3,15) herwint het leven dat verlaten ligt en om hulp
155 II, 3,32 | Alleen zij die erkennen dat hun leven getekend is door
156 II, 3,32 | landeigenaar in de parabel, denkt dat hij zijn leven zeker kan
157 II, 3,33 | het mysterie van dit leven dat in de wereld komt: “er was
158 II, 3,33 | in Bethlehem: dit leven dat is geboren, betekent redding
159 II, 3,33 | geleid door de zekerheid dat zijn leven in handen is
160 II, 4,34 | verbazingwekkend antwoord. Het leven dat God aan de mens geeft is
161 II, 4,34 | het einde van een proces dat leidt van ordeloze chaos
162 II, 4,34 | vooral getoond door het feit dat alleen de schepping van
163 II, 4,34 | gelijkenis”(Gn 1,26). Het leven dat God de mens aanbiedt is
164 II, 4,34 | Ook het boek Sirach erkent dat God bij de schepping van
165 II, 4,34 | te beminnen”24. Het leven dat God de mens geeft is veel
166 II, 4,34 | de kiem van een bestaan dat de grenzen van de tijd zelf
167 II, 4,35 | van de vrouw, een wezen dat vlees is van zijn vlees
168 II, 4,35 | persoon. ~“Wat is de mens dat Gij aan hem denkt, en de
169 II, 4,35 | en de zoon van de mens dat gij hem aanziet?”, vraagt
170 II, 4,35 | eindigt met de vorming van dat meesterwerk dat de mens
171 II, 4,35 | vorming van dat meesterwerk dat de mens is, die de heerschappij
172 II, 4,35 | Heer rustte van ieder werk dat Hij had ondernomen in de
173 II, 4,36 | Het plan van het leven dat aan de eerste Adam werd
174 II, 4,36 | plan van God met de mensen: dat ze “gelijkvormig zouden
175 II, 5,37 | 37. Het leven dat de Zoon van God aan de mensen
176 II, 5,37 | bestaan in de tijd. Het leven dat altijd “in Hem”was, en dat
177 II, 5,37 | dat altijd “in Hem”was, en dat is “het licht van de mensen”(
178 II, 5,37 | verwijst Jezus naar dit leven dat Hij kwam brengen eenvoudig
179 II, 5,37 | een perspectief oproepen dat verder dan de tijd reikt.
180 II, 5,37 | de tijd reikt. Het leven dat Jezus belooft en geeft is “
181 II, 5,37 | hebben geloofd en erkend dat U de Heilige van God bent”(
182 II, 5,37 | Dit is het eeuwige leven: dat zij U kennen, de enige ware
183 II, 5,37 | Geest in zijn eigen leven, dat nu reeds openstaat naar
184 II, 5,38 | geopenbaard. Maar wij weten dat, wanneer Hij verschijnt,
185 II, 5,38 | zijn begin, met het feit dat het van God komt, maar ook
186 II, 5,38 | in een vreugdevol besef dat het leven de “plaats”kan
187 II, 5,38 | met Hem komen. Het leven dat Jezus geeft vermindert in
188 II, 6,39 | schepselen. Als het waar is dat het menselijk leven in de
189 II, 6,39 | is het niet minder waar dat dit liefdevolle handen zijn,
190 II, 6,40 | leven - zijn eigen leven en dat van anderen - als iets dat
191 II, 6,40 | dat van anderen - als iets dat niet van hem is, omdat het
192 II, 6,40 | de eerste plaats verbiedt dat gebod moord: “Gij zult niet
193 II, 6,40 | Natuurlijk moeten we erkennen dat in het Oude Testament deze
194 II, 6,40 | men vindt in de Bergrede. Dat blijkt uit sommige aspecten
195 II, 6,40 | in het positieve gebod, dat ons verplicht om verantwoordelijk
196 II, 6,41 | leven: “Gij hebt gehoord dat er gezegd werd tot de ouden:
197 II, 6,41 | gerecht. Maar ik zeg u, dat alwie vertoornd is op zijn
198 II, 6,41 | vereisten zien van het gebod dat betrekking heeft op de onaantastbaarheid
199 II, 6,41 | leven behandelde wanneer dat zwak en bedreigd was: in
200 II, 6,41 | van iemand in nood, zo, dat deze verantwoordelijkheid
201 II, 7,42 | voldoende duidelijk aan dat wij m.b.t. de zichtbare
202 II, 7,43 | niet goed voor de mens, dat hij alleen blijft (Gn 2,
203 II, 7,43 | Concilie duidelijk maken dat het krijgen van een kind
204 II, 7,43 | voortplanting zelf. Als we beweren dat de echtgenoten als ouders
205 II, 7,43 | Integendeel, we willen beklemtonen dat God zelf aanwezig is in
206 II, 7,43 | inderdaad alleen de bron van dat “beeld en die gelijkenis”
207 II, 7,43 | noemde hen mens op de dag dat zij geschapen waren. Toen
208 II, 8,44 | geboren leven, en het leven dat ten einde gaat: maar dit
209 II, 8,44 | gemakkelijk verklaren uit het feit dat zelfs maar de mogelijkheid
210 II, 8,44 | en tel de sterren, als u dat kunt(...)zo zal uw nageslacht
211 II, 8,44 | werkt hier de zekerheid dat het leven dat de ouders
212 II, 8,44 | zekerheid dat het leven dat de ouders doorgeven zijn
213 II, 8,44 | spreekt zijn geloof uit dat er een goddelijk plan is
214 II, 8,44 | mij vernietigen? Bedenk dat U mij gevormd hebt uit klei;
215 II, 8,44 | Hoe kan iemand menen dat zelfs maar één moment in
216 II, 9,46 | de dood? De gelovige weet dat zijn leven in Gods hand
217 II, 9,47 | gaat op weg en verkondigt dat het rijk der hemelen nabij
218 II, 9,47 | de Verlosser, getuigt ook dat het aards bestaan niet een
219 II, 10,48 | is het niet verwonderlijk dat Gods Verbond met zijn volk
220 II, 10,48 | lichamelijke dimensie. In dat Verbond wordt Gods gebod
221 II, 10,48 | God u zegenen in het land dat u in bezit gaat nemen”(Dt
222 II, 10,48 | het absoluut onmogelijk dat het leven volkomen geloofwaardig
223 II, 10,48 | leven”(Sir 17,11). Het goede dat gedaan moet worden, komt
224 II, 10,48 | doel van het leven juist dat goede is, en alleen door
225 II, 10,48 | alleen maar (...) van alles dat komt uit de mond van de
226 II, 10,49 | krachtig aan herinneren dat alleen de Heer de authentieke
227 II, 10,49 | en te bereiken: namelijk dat het een gave is die helemaal
228 II, 10,49 | heerschappij over de wereld, dat het leven terugbrengt naar
229 II, 10,49 | broeders en zusters: “Wij weten dat we zijn overgegaan van de
230 II, 11,50 | doorstoken is - de zekere hoop dat hij bevrijding en verlossing
231 II, 11,51 | is het leven van God zelf dat nu met de mens gedeeld wordt.
232 II, 11,51 | wordt. Het is het leven dat door de sacramenten van
233 II, 11,51 | zo tot het hart van alles dat heeft plaatsgevonden. Jezus
234 II, 11,51 | groter liefde dan deze, dat hij zijn leven geeft voor
235 II, 11,51 | 8). ~Zo verkondigt Jezus dat het leven zijn centrum,
236 II, 11,51 | wil doen. ~Geef daarom, dat wij met open en edelmoedig
237 II, 11,51 | luisteren naar ieder woord dat komt uit de mond van God.
238 III, 1,52 | voorschrift van de Decaloog dat Jezus aanhaalt voor de jongeman
239 III, 1,52 | wie Hij het leven geeft dat hij dat bemint, eerbiedigt
240 III, 1,52 | het leven geeft dat hij dat bemint, eerbiedigt en koestert.
241 III, 1,52 | een gave. ~De Schepper wil dat de mens, als Gods levende
242 III, 1,52 | Gregorius van Nyssa schrijft dat “God de mens in staat stelde
243 III, 1,52 | bestuurt. Alles laat zien dat de menselijke natuur vanaf
244 III, 1,52 | hij is het levende beeld dat door zijn waardigheid deelt
245 III, 1,52 | zekere zin over het leven dat hij heeft ontvangen en dat
246 III, 1,52 | dat hij heeft ontvangen en dat hij kan doorgeven door voortplanting,
247 III, 1,52 | wijsheid en liefde van God. En dat gebeurt door gehoorzaamheid
248 III, 1,52 | gekoesterd door het besef dat de voorschriften van de
249 III, 1,52 | vergooien, als een talent dat goed gebruikt moet worden.
250 III, 2,53 | het hart van het Verbond dat de Heer sluit met zijn uitverkoren
251 III, 2,53 | 9,5-6). ~God verkondigt dat Hij de absolute Heer is
252 III, 2,53 | onaantastbaar karakter, dat de onaantastbaarheid van
253 III, 2,53 | zult niet doden”, het gebod dat de grondslag vormt van het
254 III, 2,53 | 19,14). God laat zo zien dat Hij geen vreugde schept
255 III, 2,54 | grote verkondiging van Jezus dat het gebod van de naastenliefde
256 III, 2,54 | Sint Paulus benadrukt dat “het gebod (...) gij zult
257 III, 2,54 | een moordenaar, en u weet dat geen moordenaar het eeuwige
258 III, 2,54 | niet doden”. Het is bekend dat in de eerste eeuwen moord
259 III, 2,54 | gemeenschap”44. Helaas gebeurt het dat de noodzaak om de aanvaller
260 III, 2,54 | onschadelijk te maken soms vereist dat men hem doodt. In dit geval
261 III, 2,55 | geheel van een strafrecht dat steeds meer strookt met
262 III, 2,55 | herstellen 47. ~Het is duidelijk dat, wil men deze doelen bereiken,
263 III, 2,56 | eerbiedigen van ieder leven, zelfs dat van misdadigers en onrechtvaardige
264 III, 2,56 | het pauselijk Leergezag, dat bijzonder consequent stelling
265 III, 2,56 | neemt, heeft zich altijd dat van de bisschoppen aangesloten
266 III, 2,56 | Kerk, verklaar ik daarom dat het directe en vrijwillige
267 III, 2,56 | enigerlei wijze toestaan dat een onschuldig menselijk
268 III, 2,56 | sociale relaties, die, om dat echt te zijn, alleen gebaseerd
269 III, 2,56 | allerongelukkigste”is op aarde, dat maakt geen verschil. Voor
270 III, 3,57 | van het morele bewustzijn dat steeds minder in staat is
271 III, 3,57 | waarheid wanneer men erkent dat men het over moord heeft
272 III, 3,57 | menselijk wezen gedood, dat net pas het leven binnengaat,
273 III, 3,57 | absoluut onschuldigste wezen dat men zich kan voorstellen.
274 III, 3,57 | is zwak, weerloos, zozeer dat het zelfs dat minimum aan
275 III, 3,57 | weerloos, zozeer dat het zelfs dat minimum aan verdediging
276 III, 3,57 | aan verdediging niet heeft dat de smekende kracht van het
277 III, 3,57 | beslissing neemt en erom vraagt dat haar kind gedood wordt en
278 III, 3,57 | haar kind gedood wordt en dat zelfs uitvoert. ~Zeker,
279 III, 3,57 | gezinsleden. Soms vreest men dat het ongeboren kind zodanige
280 III, 3,57 | levensomstandigheden te wachten staan dat het beter zou zijn als de
281 III, 3,58 | onder zulke zware druk gezet dat ze zich psychologisch gedwongen
282 III, 3,58 | moeten verzekeren - maar dat niet gedaan hebben - ter
283 III, 3,58 | netwerk van medeschuldigheid dat ook internationale instellingen
284 III, 3,58 | van enkelingen, maar ook dat van de beschaving zelf”56.
285 III, 3,58 | rechtvaardigen door te beweren dat het resultaat van de conceptie,
286 III, 3,58 | Maar “vanaf het moment dat de eicel bevrucht wordt,
287 III, 3,58 | staat van begin, een leven dat niet van de vader is, noch
288 III, 3,58 | een nieuw menselijk wezen, dat zich ontwikkelt op en voor
289 III, 3,58 | menselijk worden, als het dat niet is vanaf dat moment.
290 III, 3,58 | als het dat niet is vanaf dat moment. Voor deze van alle
291 III, 3,58 | aan. Zij heeft aangetoond dat vanaf het eerste ogenblik
292 III, 3,58 | spel staat zo belangrijk dat uit een oogpunt van morele
293 III, 3,58 | alleen de waarschijnlijkheid dat het om een menselijk wezen
294 III, 3,58 | en leert het nog steeds dat aan de vrucht van de menselijke
295 III, 3,58 | moment van zijn ontstaan, dat onvoorwaardelijk respect
296 III, 3,58 | moet worden gegarandeerd dat de mens moreel toekomt in
297 III, 3,59 | wezen in de moederschoot dat zij als logisch gevolg vereisen
298 III, 3,59 | logisch gevolg vereisen dat Gods gebod: “Gij zult niet
299 III, 3,59 | schrijvers vermeldt Athenagoras dat de christenen vrouwen die
300 III, 3,60 | XXIII bevestigde opnieuw dat het menselijk leven heilig
301 III, 3,60 | traditie voort waar zij bepaalt dat “wie een abortus verricht,
302 III, 3,60 | maakt de Kerk duidelijk dat abortus een zeer ernstige
303 III, 3,60 | in staat om te verklaren dat deze traditie onveranderd
304 III, 3,60 | betoond - verklaar ik daarom dat rechtstreekse abortus, dat
305 III, 3,60 | dat rechtstreekse abortus, dat wil zeggen gewild als doel
306 III, 3,61 | beschouwd op voorwaarde dat ze het leven en de ongeschondenheid
307 III, 3,61 | het embryo eerbiedigen en dat zij geen onevenredige risico”
308 III, 3,61 | risico”s in zich dragen, maar dat zij gericht zijn op de genezing
309 III, 3,61 | niettemin aangetekend worden dat het gebruik van menselijke
310 III, 3,61 | gebeurt het nogal eens dat deze technieken gebruikt
311 III, 4,62 | en in een cultuurmilieu dat zich vaak afsluit voor het
312 III, 4,62 | te waarderen in de mate dat het plezier en welbevinden
313 III, 4,62 | plotseling een leven onderbreekt dat nog open staat naar een
314 III, 4,62 | ontkent of verwaarloost, dat hij voor zichzelf maatstaf
315 III, 4,62 | met het recht om te eisen dat de maatschappij hem de wegen
316 III, 4,62 | wijze”zijn eigen leven of dat van anderen te beëindigen.
317 III, 4,62 | In werkelijkheid blijkt dat, wat misschien logisch en
318 III, 4,62 | door een prestatiedenken dat het groeiende aantal oude
319 III, 4,63 | een handelen of nalaten, dat van nature en bedoeld de
320 III, 4,63 | en die moeten verzekeren dat de patiënt op dat moment
321 III, 4,63 | verzekeren dat de patiënt op dat moment menselijk gesteund
322 III, 4,63 | rekenen. Reeds Pius XII zei dat het geoorloofd is pijn door
323 III, 4,63 | onderdrukken, zelfs wanneer dat verminderd bewustzijn en
324 III, 4,63 | van de katholieke Kerk, dat euthanasie een zware schending
325 III, 4,64 | familieleden, van wie men verwacht dat ze een familielid geduldig
326 III, 4,64 | beroep verwacht mag worden dat zij zorgen voor de zieke
327 III, 4,65 | licht op werpt. Het verzoek dat uit het mensenhart opstijgt
328 III, 4,65 | het zaad van eeuwigheid dat hij in zich draagt niet
329 III, 4,65 | het christelijk geloof, dat zowel de belofte als het
330 III, 4,65 | Heer betekent ook erkennen dat het lijden, ook wanneer
331 III, 4,65 | van het goede kan worden. Dat is het geval wanneer het
332 III, 4,65 | en voor de mensheid 87. Dat is de ervaring van de Apostel,
333 III, 4,65 | verheug ik mij in het lijden dat ik voor u verdraag. Voor
334 III, 4,65 | ik in mijn aardse leven dat, wat aan het lijden van
335 III, 5,66 | verlangen. ~Vaak wordt beweerd, dat het leven van een ongeborene
336 III, 5,66 | En er wordt ook beweerd dat alleen iemand die zich in
337 III, 5,66 | wordt de mening gehoord dat de wet van de staat niet
338 III, 5,66 | niet zou kunnen verlangen dat alle burgers overeenkomstig
339 III, 5,66 | tenslotte niet zou betekenen dat ook de geloofwaardigheid
340 III, 5,66 | tenslotte zover te beweren, dat in een moderne en pluralistische
341 III, 5,67 | de mening wijd verbreid dat de rechtsorde van een maatschappij
342 III, 5,67 | mening wordt verkondigd dat een algemene en objectieve
343 III, 5,67 | soeverein gelden - vereisen, dat men op het niveau van de
344 III, 5,67 | duidelijk moeten scheiden van dat van het publieke gedrag. ~
345 III, 5,67 | beslissingsautonomie op en eisen zij dat de staat geen morele opvatting
346 III, 5,67 | maakt en voorschrijft, maar dat hij zich ertoe beperkt de
347 III, 5,67 | enige beperking naar buiten dat men de ruimte van autonomie
348 III, 5,67 | de andere kant meent men dat, bij het uitoefenen van
349 III, 5,67 | beslissingsvrijheid van de ander vereist, dat eenieder zijn eigen overtuigingen
350 III, 5,68 | het ethisch relativisme dat voor grote delen van de
351 III, 5,68 | kenmerkend is. Sommigen beweren dat dit relativisme een voorwaarde
352 III, 5,68 | mentaliteit verbergen. ~Het klopt dat de geschiedenis gevallen
353 III, 5,68 | die mate tot mythe maken dat ze tot een vervanging wordt
354 III, 5,68 | worden vastgesteld, dan wordt dat als een positief “teken
355 III, 5,68 | staat, het referentiepunt is dat de norm stelt juist voor
356 III, 5,68 | zich kunnen voorstellen dat zelfs deze functie, bij
357 III, 5,68 | dan moet men toch zien dat zonder een objectieve zedelijke
358 III, 5,69 | zijn bevoegdheid liggen”90, dat is de verzekering van het
359 III, 5,69 | om iets niet te stoppen dat, als het verhinderd zou
360 III, 5,69 | desondanks nooit toelaten dat enkelingen - zelfs wanneer
361 III, 5,69 | hun grondrechten, zoals dat op leven, niet te erkennen.
362 III, 5,69 | wees Johannes XXIII erop dat “in de denkwijze van onze
363 III, 5,69 | beschermen en ervoor te zorgen dat ieder gemakkelijk zijn taak
364 III, 5,70 | van Aquino, die schrijft dat “de menselijke wet wet is
365 III, 5,70 | van een wet, maar veeleer dat van een daad van geweld”96.
366 III, 5,70 | fundamentele grondrecht op leven, dat iedere mens eigen is, niet
367 III, 5,70 | onaantastbare recht op leven dat alle mensen eigen is en
368 III, 5,70 | Men zou kunnen tegenwerpen dat dit dan niet geldt voor
369 III, 5,70 | te staan. Daaruit volgt dat, wanneer een burgerlijke
370 III, 5,71 | tegelijkertijd krachtig gewaarschuwd dat men “God meer moet gehoorzamen
371 III, 5,71 | te komen, in de zekerheid dat “hier de standvastigheid
372 III, 5,71 | eens voor. Het is een feit dat, terwijl in sommige delen
373 III, 5,72 | andere gevallen kan blijken dat het doorvoeren van in zichzelf
374 III, 5,72 | daarentegen met recht vrezen dat de bereidheid om dergelijke
375 III, 5,72 | door te steunen op het feit dat de burgerlijke wet deze
376 III, 5,72 | menselijk grondrecht. Als dat niet zo zou zijn, zou de
377 III, 5,72 | dus om een wezenlijk recht dat juist als zodanig door de
378 III, 6,73 | overal. Ze wijzen erop, dat de keuze van een bepaalde
379 III, 6,73 | positieve functie: het “neen”dat zij onvoorwaardelijk eisen,
380 III, 6,73 | geeft het het minimum aan dat hij moet eerbiedigen en
381 III, 6,73 | malen “ja”te zeggen, een “ja”dat in staat is steeds meer
382 III, 6,73 | heffen naar de vrijheid, maar dat is pas het begin van de
383 III, 6,74 | afstraling van het geheim dat de allerheiligste Drieëenheid
384 III, 6,75 | moedig eraan te werken, dat in onze tijd, die al te
385 IV | Hoofdstuk IV~Dat hebt ge mij gedaan~Voor
386 IV, 1 | U bent echter een volk dat het bijzondere eigendom
387 IV, 1,76 | diepste kerkelijk handelen, dat allen aantrekt die op de
388 IV, 1,76 | talenten en zijn ambt. ~Dat geldt ook voor de verkondiging
389 IV, 1,76 | bestanddeel van het Evangelie dat Jezus Christus is. Wij staan
390 IV, 1,76 | gedragen door het besef dat wij het als een gave ontvangen
391 IV, 1,76 | en dankbaar beseffen wij dat wij het volk van het leven
392 IV, 1,77 | besef “een volk”te zijn “dat het bijzondere eigendom
393 IV, 2 | gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij ook aan
394 IV, 2,78 | het Woord des levens(...) dat verkondigen wij ook u, opdat
395 IV, 2,78 | zelf “het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan
396 IV, 2,78 | nieuw maakt 103 en het “oude”dat van de zonde komt en tot
397 IV, 2,78 | deel van de familie van dat Wezen, waarvan de uitnemendheid
398 IV, 2,79 | Evangelie te verkondigen. Dat betekent de verkondiging
399 IV, 2,79 | kunnen, ofschoon het geheim dat hen omgeeft, voortbestaat,
400 IV, 2,79 | Eerbied voor het leven vraagt dat de wetenschap en de technologie
401 IV, 2,80 | de ervaring te ontdekken dat de christelijke boodschap
402 IV, 2,80 | mens verwerpen, merken wij dat het verzoek dat Paulus aan
403 IV, 2,80 | merken wij dat het verzoek dat Paulus aan Timoteus richt,
404 IV, 2,80 | moeten wij eraan schenken dat op de theologische faculteiten,
405 IV, 2,80 | verantwoordelijkheid op zich nemen, dat zij de waarheid en hun eigen
406 IV, 2,80 | leven zoals het Leergezag dat getrouw voorhoudt en uitlegt. ~
407 IV, 3 | Ik prijs u, dat u mij zo wonderbaar gevormd
408 IV, 3,82 | Hiervan ontvangt ieder wezen dat op een of andere manier
409 IV, 3,82 | mogelijkheden. Dit goddelijk Leven, dat boven ieder ander leven
410 IV, 3,82 | komen voort uit dit Leven dat alle leven en ieder levensbeginsel
411 IV, 3,82 | zich terug. Niet alleen dat: het belooft ons, om ons,
412 IV, 3,82 | weinig wanneer men zegt dat dit Leven levend is. Het
413 IV, 3,82 | prijzen: het is het Leven dat in het leven overstroomt”109. ~
414 IV, 3,82 | roepen wij uit: “Ik prijs U, dat U mij zo wonderbaar gevormd
415 IV, 3,82 | Ps 8,6-7). In ieder kind dat geboren wordt en in iedere
416 IV, 3,83 | suggestie over en stel ik voor dat men in de verschillende
417 IV, 3,83 | gelegenheid en de omstandigheden dat vragen, het van tijd tot
418 IV, 3,84 | in het dagelijks bestaan, dat gevuld moet zijn met zelfgave
419 IV, 3,84 | en zieken. ~In dit kader, dat rijk is aan menselijkheid
420 IV, 3,84 | waarden onderscheiden en doen dat ook vandaag (...) Wij danken
421 IV, 3,84 | Christus u het geschenk terug dat u Hem hebt gegeven. Want
422 IV, 3,84 | het leven terug te geven dat u Hem als offer hebt aangeboden”112. ~
423 IV, 4 | het, wanneer iemand zegt, dat hij het geloof heeft, maar
424 IV, 4,85 | engagement tot uitdrukking komt. Dat is op dit moment een bijzonder
425 IV, 4,85 | voorkomt uit het “geloof dat in de liefde werkzaam is”(
426 IV, 4,85 | het, wanneer iemand zegt, dat hij het geloof heeft, maar
427 IV, 4,85 | hebben, wat voor nut heeft dat? Zo is ook het geloof op
428 IV, 4,85 | geringste broeders gedaan hebt, dat hebt ge voor Mij gedaan”(
429 IV, 4,86 | en moedig opvoedingswerk dat erop gericht is allen en
430 IV, 4,86 | ontvangen leven of een leven dat juist ter wereld is gekomen,
431 IV, 4,87 | het medisch beroep, iets dat al erkend werd door de oude
432 IV, 4,87 | van iedere dokter verlangt dat hij of zij zichzelf verbindt
433 IV, 4,87 | tegen het medische beroep, dat zich kenmerkt als een hartstochtelijk
434 IV, 4,87 | biomedisch onderzoek, een terrein dat grote beloften voor de mensheid
435 IV, 4,88 | doelmatig, dan eist zij dat het Evangelie van het leven
436 IV, 4,88 | gedragspatronen. Ik herhaal nog eens dat een wet die het natuurlijke
437 IV, 4,88 | bedreigen. ~De Kerk weet, dat het moeilijk is om een werkzame
438 IV, 4,88 | de Kerk, ervan overtuigd dat de zedelijke waarheid haar
439 IV, 4,88 | Hier moet opgemerkt worden dat het niet genoeg is om onrechtvaardige
440 IV, 5,90 | die duidelijk laat zien dat het menselijk leven een
441 IV, 5,90 | ontstaan erkennen ouders dat het kind “als de vrucht
442 IV, 5,90 | hen beiden, een geschenk dat uit hen voortkomt”120. ~
443 IV, 5,91 | en op te voeden, zonder dat deze ontworteld raken van
444 IV, 5,91 | van het leven betekent zo dat het gezin, vooral door zijn
445 IV, 5,91 | gezinsverenigingen, eraan meewerkt dat de wetten en instellingen
446 IV, 5,91 | de dood, aantasten, maar dat juist beschermen en bevorderen. ~
447 IV, 5,92 | liefde. ~Ofschoon het waar is dat “de toekomst van de mensheid
448 IV, 5,92 | loopt”122, moet men toegeven dat de moderne sociale, economische
449 IV, 6,93 | maken”123. Als het zuurdeeg dat heel het deeg doet gisten (
450 IV, 6,93 | zelf. Te vaak gebeurt het dat gelovigen, zelfs zij die
451 IV, 6,94 | het van wezenlijk belang dat de mens de oorspronkelijke
452 IV, 6,94 | eerbiedigen. Hier vooral ziet men dat “in het hart van iedere
453 IV, 6,95 | gewetensvorming is het opvoedingswerk, dat individuen helpt om steeds
454 IV, 6,95 | een illusie om te denken dat men een echte cultuur van
455 IV, 6,95 | vertolkers van zijn plan: dat gebeurt wanneer het gezin
456 IV, 6,95 | ontvangen en gegeven liefde. In dat perspectief heb ik besloten
457 IV, 6,96 | Samenvattend kunnen we zeggen dat de cultuuromslag waartoe
458 IV, 6,96 | levensstijl houdt ook in, dat wij veranderen van onverschilligheid
459 IV, 6,96 | zich ervoor in te zetten, dat de boodschappen die zij
460 IV, 6,96 | niets willen benadrukken dat gevoelens of houdingen van
461 IV, 6,97 | feminisme”moeten bevorderen, dat, zonder te bezwijken voor
462 IV, 6,97 | van die zelfgave en van dat opnemen van anderen die
463 IV, 6,97 | het nieuwe menselijk wezen dat zich in haar ontwikkelt,
464 IV, 6,97 | kind, maar iedere mens, dat daardoor de hele persoonlijkheid
465 IV, 6,97 | en leren dan aan anderen dat menselijke relaties echt
466 IV, 6,97 | die voorkomt uit het feit dat hij een persoon is en niet
467 IV, 6,97 | schoonheid of gezondheid. Dat is de fundamentele bijdrage
468 IV, 6,97 | ze twijfelt er niet aan dat het in veel gevallen een
469 IV, 6,97 | eerlijk onder ogen. Als u dat nog niet gedaan hebt, stel
470 IV, 6,97 | te bieden. U zult merken dat er niets verloren is, en
471 IV, 6,97 | vergeving kunnen vragen, dat nu in de Heer leeft. Met
472 IV, 6,98 | vertrouwen van hen die weten dat het Evangelie van het leven,
473 IV, 6,98 | en liefde”. Maar we weten dat we ons kunnen verlaten op
474 IV, 6,98 | dringend nodig, een gebed dat de wereld zal doordringen.
475 IV, 6,98 | eigen voorbeeld laten zien dat gebed en vasten de eerste
476 IV, 6,98 | zijn leerlingen geleerd dat sommige demonen alleen zo
477 IV, 7,99 | ons gegeven als een goed dat gedeeld moet worden met
478 IV, 7,99 | in elk menselijke geweten dat de waarheid zoekt en dat
479 IV, 7,99 | dat de waarheid zoekt en dat bezorgd is voor de toekomst
480 IV, 7,99 | Wanneer de Kerk verklaart dat onvoorwaardelijke eerbied
481 IV, 7,99 | leven”verheugt zich erover, dat het zijn inzet kan delen
482 Slot, 0,100| het leven”te overwegen “dat geopenbaard werd”(1Joh 1,
483 Slot, 0,100| het geheim van het leven dat Christus de mensheid kwam
484 Slot, 0,100| bestemd waren om te leven door dat Leven”138. ~Wanneer de Kerk
485 Slot, 0,100| wijze waarop zij geroepen is dat uit te drukken. Tegelijkertijd
486 Slot, 1,101| duidelijk uit het “grote teken”dat beschreven staat in het
487 Slot, 1,101| geschiedenis, weet zij, dat zij de geschiedenis overstijgt,
488 Slot, 1,101| De Kerk beseft ten volle dat zij in zich de Redder van
489 Slot, 1,101| Christus de Heer. Zij beseft dat zij ertoe geroepen is Christus
490 Slot, 1,101| de Kerk kan niet vergeten dat haar zending mogelijk werd
491 Slot, 1,101| zal een teken zijn, dat weersproken wordt, opdat
492 Slot, 1,101| voor Maria de tijd komt dat zij, als haar kinderen,
493 Slot, 2,102| vergezeld door “een ander teken dat aan de hemel verscheen”: “
494 Slot, 2,102| Maria de Kerk te beseffen dat het leven altijd in het
495 Slot, 2,102| tijdperk. Maar in zekere zin is dat kind ook een beeld van iedere
496 Slot, 3,103| ingeweven in de zekerheid dat God haar nabij is en dat
497 Slot, 3,103| dat God haar nabij is en dat Hij haar met zijn welwillende
498 Slot, 3,103| zien, verzekert de Kerk ons dat in Hem de krachten van de
499 Slot, 3,103| zogenaamd medelijden. ~Geef dat allen die geloven in uw
500 Slot, 3,103| Verkrijg voor hen de genade dat Evangelie te aanvaarden ~
|