Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | worden als het goede nieuws aan de mensen van ieder tijdperk
2 Inl, 1,2 | het bestaat in de deelname aan het leven van God zelf. ~
3 Inl, 1,2 | heilige werkelijkheid die aan ons is toevertrouwd opdat
4 Inl, 1,2 | en in de gave van onszelf aan God en aan onze broeders. ~
5 Inl, 1,2 | gave van onszelf aan God en aan onze broeders. ~De Kerk
6 Inl, 1,2 | niet-gelovige mens omdat het aan zijn verwachtingen die het
7 Inl, 1,2 | vanaf het eerste begin tot aan zijn einde, en tot de aanvaarding
8 Inl, 1,2 | weet zij zich geroepen om aan de mensen van alle tijden
9 Inl, 2,3 | Joh 1,14), toevertrouwd aan de moederlijke zorg van
10 Inl, 2,3 | verkondigen in de hele wereld en aan ieder schepsel (vgl.Mc 16,
11 Inl, 2,4 | worden, is zich veeleer aan het uitbreiden: met de nieuwe
12 Inl, 2,4 | aftekent en tot stand komt, die aan de misdrijven tegen het
13 Inl, 2,4 | haar roeping toegewijd is aan de verdediging van en de
14 Inl, 2,4 | internationale gemeenschappen, bloot aan valse en misleidende oplossingen,
15 Inl, 3,5 | 5. Aan het probleem van de bedreigingen
16 Inl, 3,5 | persoonlijke brief gestuurd aan iedere mede-broeder met
17 Inl, 3,5 | eensgezinde en overtuigde deelname aan de leerstellige en pastorale
18 Inl, 3,5 | onvermindere moed stem te geven aan wie geen stem hebben. Haar
19 Inl, 3,5(6) | Vgl. Brief aan al mijn Broeders in het
20 Inl, 3,5 | voeten getreden. Als de Kerk aan het einde van de vorige
21 Inl, 3,5 | hartstochtelijk appel gericht aan allen en aan iedereen, in
22 Inl, 3,5 | appel gericht aan allen en aan iedereen, in naam van God:
23 Inl, 3,6 | En terwijl ik terugdenk aan de rijke ervaring die we
24 Inl, 3,6 | brief aanvullend die ik “aan iedere concrete familie
25 Inl, 3,6(8) | Brief aan de gezinnen Gratissimam
26 Inl, 3,6 | heiligdom van het leven”9. ~Aan alle leden van de Kerk,
27 Inl, 3,6 | dringende uitnodiging om samen aan deze onze wereld nieuwe
28 I, 1 | en doodde hem”(Gn 4,8): aan de wortel van het geweld
29 I, 1,7 | waren, viel Kaïn zijn broer aan en vermoordde hem”(Gn 4,
30 I, 1,7 | tijd bracht Kaïn een offer aan Jahwe van de vruchten van
31 I, 1,7 | Een wilde woede greep Kaïn aan, en zijn gezicht werd grimmig.
32 I, 1,7 | loert de zonde als belager aan uw deur, begerig u te grijpen.
33 I, 1,8 | hij geeft echter duidelijk aan dat Hij, ook al kiest Hij
34 I, 1,8 | waarschuwt hem, herinnert hem aan zijn vrijheid tegenover
35 I, 1,8 | aangezien allen deelhebben aan hetzelfde wezenlijke goed:
36 I, 1,8 | aangemoedigd wordt of uitgevoerd. ~Aan de wortel van elk geweld
37 I, 1,8 | naaste ligt een toegeven aan de “logica”van de boze,
38 I, 1,8 | moordenaar van begin af aan geweest is”(Joh 8,44), zoals
39 I, 1,8 | Kaïn wil niet denken aan zijn broer en weigert die
40 I, 1,8 | Onwillekeurig komt men te denken aan de huidige tendensen om
41 I, 1,9 | de mens, behoort alleen aan God toe: daarom staat wie
42 I, 2,10 | moeten we ook niet denken aan het geweld dat zich richt
43 I, 2,11 | het karakter van “rechten”aan, zodat men zelfs de Staat
44 I, 2,11 | waarde van het leven vandaag aan een soort “verduistering”
45 I, 2,14 | dat wordt blootgesteld aan het gevaar, meestal binnen
46 I, 2,14 | zelfs voeding, te ontzeggen aan baby”s die geboren worden
47 I, 2,14 | bovendien nog alarmerender aan het worden vanwege de voorstellen,
48 I, 2,16 | aanvallen tegen het leven ook aan te wenden in situaties van “
49 I, 2,16 | van Israël onderwierp hen aan elke soort van onderdrukking
50 I, 2,16 | de volken die het rijkst aan kinderen en het armste zijn,
51 I, 2,16 | persoon, er de voorkeur aan om een massief programma
52 I, 2,17 | als we niet alleen denken aan de verschillende gebieden
53 I, 2,17 | leven losbreken maar ook aan hun ongehoorde getalsverhouding
54 I, 2,17 | geworden. Ze nemen grote omvang aan. Het zijn niet alleen bedreigingen
55 I, 3,18 | een uitnodiging te zijn aan Kaïn om voorbij het materile
56 I, 3,18 | rechten die eigen zijn aan iedere persoon en die voorafgaan
57 I, 3,18 | persoon en die voorafgaan aan iedere grondwet en wetgeving
58 I, 3,19 | niet onderworpen kan worden aan overheersing door anderen.
59 I, 3,19 | ongenade is overgeleverd aan anderen en radicaal afhankelijk
60 I, 3,19 | en die geen plaats geeft aan solidariteit en openheid
61 I, 3,19 | openheid jegens anderen en aan dienst aan hen. Als het
62 I, 3,19 | jegens anderen en aan dienst aan hen. Als het waar is dat
63 I, 3,19 | broeders hoeder”, omdat God ons aan elkaar toevertrouwt. En
64 I, 3,19 | dit toevertrouwen, dat God aan iedereen vrijheid geeft,
65 I, 3,19 | zichzelf wil ontworstelen aan alle vormen van traditie
66 I, 3,20 | persoon, maar onderworpen is aan de wil van het sterkste
67 I, 3,20 | bij wet, betekent dat men aan de menselijke vrijheid een
68 I, 3,20(16) | Toespraak tot de deelnemers aan de Studieconferentie over “
69 I, 4,21 | ziet wat ik begaan heb mij aan; tegen U, U alleen was mijn
70 I, 4,22 | van God, iets “heiligs”dat aan zijn verantwoordelijkheid
71 I, 4,22 | is toevertrouwd en zo ook aan zijn liefde en zorg en “
72 I, 4,22 | eigendom, helemaal onderworpen aan zijn controle en manipulatie. ~
73 I, 4,22 | materie”, blootgesteld aan alle mogelijke manipulatie.
74 I, 4,23 | heeft God hen prijsgegeven aan hun nietswaardige gezindheid
75 I, 4,23 | betekenissen die inherent zijn aan de aard zelf van de huwelijksdaad,
76 I, 4,23 | vruchtbaarheid onderworpen aan de willekeur van man en
77 I, 4,24 | gedrag dat tegengesteld is aan het leven duldt of koestert,
78 I, 4,24 | van de media, blootgesteld aan een uiterst ernstig en dodelijk
79 I, 4,24 | beschrijft in zijn brief aan de Romeinen. Die is samengesteld “
80 I, 4,24 | liefde, openheid en dienst aan het menselijk leven kan
81 I, 5,25 | de schrijver van de brief aan de Hebreeën ons in herinnering
82 I, 5,25 | doorboorde zijde van Christus aan het kruis vloeit (vgl.Joh
83 I, 5,25 | openbaart het bloed van Christus aan de mens dat zijn grootheid,
84 I, 5,26 | situatie van de mensheid aan het werk zijn. ~Helaas is
85 I, 5,26 | die hulp en steun bieden aan mensen die zwak en weerloos
86 I, 5,26 | naast hun dagelijkse dienst aan het leven, bereid zijn om
87 I, 5,26 | zijn. Veel centra voor hulp aan het leven of vergelijkbare
88 I, 5,26 | en materiële steun bieden aan moeders die in moeilijkheden
89 I, 5,26 | zijn gastvrijheid te bieden aan personen zonder familie,
90 I, 5,26 | om snel hulp te brengen aan volken die getroffen zijn
91 I, 5,27 | en wijden hun leven toe aan God, door het te geven uit
92 I, 5,28 | hebben er allemaal deel aan, met de onontkoombare verantwoordelijkheid
93 I, 5,28 | zedelijk is. Het gaat erom aan ons eigen bestaan een fundamentele
94 I, 5,28 | geven en te leven in trouw aan en overeenstemming met de
95 I, 5,28 | Heer: “Als gij gehoorzaamt aan de geboden van de Heer uw
96 I, 5,28 | zijn stem te gehoorzamen en aan Hem gehecht te blijven,
97 II, 1,29 | Jezus maakt zich bekend aan de apostel Thomas, en in
98 II, 1,29 | apostel Thomas, en in hem aan iedere mens, met de woorden: “
99 II, 1,30 | de Vader was, heeft zich aan ons geopenbaard, wij hebben
100 II, 1,30 | getuigen ervan en maken het ook aan u bekend, opdat gij gemeenschap
101 II, 2,31 | openbaarde de Heer zichzelf aan Israël als zijn verlosser,
102 II, 2,31 | Waarom is het licht gegeven aan hem die in ellende is, en
103 II, 2,31 | in ellende is, en leven aan wie bitter zijn in de ziel,
104 II, 2,31 | vrije gave, door deelname aan zijn eeuwige leven. ~
105 II, 3,32 | verkondigt de Zoon van God nu, aan allen die zich bedreigd
106 II, 3,32 | doven horen, doden staan op, aan de armen wordt de Blijde
107 II, 3,33 | bedreigingen en onzekerheid aan de ene kant en de macht
108 II, 3,33 | de macht van Gods gaven aan de andere kant, straalt
109 II, 3,33 | voorrechten, maar ook deelname aan de laagste en kwetsbaarste
110 II, 3,33 | armoede zijn leven lang, tot aan het hoogtepunt van het Kruis: “
111 II, 3,33 | dood, zelfs tot de dood aan het kruis. Daarom heeft
112 II, 3,33 | leven, omdat zijn zelfgave aan het kruis de bron wordt
113 II, 3,33 | handen is van de Vader. Aan het kruis kan Hij dan ook
114 II, 4,34 | antwoord. Het leven dat God aan de mens geeft is geheel
115 II, 4,34 | heerlijkheid van God”23. Aan de mens is een sublieme
116 II, 4,34 | als de bekroning ervan, aan het einde van een proces
117 II, 4,34 | voor de mens en alles is aan hem onderworpen: “Bevolk
118 II, 4,34 | 1,28); dit is Gods bevel aan de man en de vrouw. Een
119 II, 4,34 | over de dingen; deze zijn aan hem onderworpen en toevertrouwd
120 II, 4,34 | onderworpen en toevertrouwd aan zijn verantwoordelijke zorg,
121 II, 4,34 | reden onderworpen kan zijn aan andere mensen en a.h.w.
122 II, 4,34 | die het meest eigen zijn aan de mens, zoals het verstand,
123 II, 4,35 | levend is, kan de behoefte aan intermenselijke dialoog
124 II, 4,35 | Wat is de mens dat Gij aan hem denkt, en de zoon van
125 II, 4,36 | Het plan van het leven dat aan de eerste Adam werd gegeven,
126 II, 4,36 | gelijkvormig zouden worden aan het beeld van zijn Zoon”(
127 II, 5,37 | leven dat de Zoon van God aan de mensen kwam brengen kan
128 II, 5,37 | volheid van zijn liefde: “Aan allen die Hem opnamen, die
129 II, 5,37 | de hemel en leven geeft aan de wereld”(Joh 6,33), aldus
130 II, 5,37 | het een volle deelname is aan het leven van de “Eeuwige”.
131 II, 5,37 | enige woorden hoort die aan zijn bestaan de volheid
132 II, 6,39 | zelf maakt dit duidelijk aan Noach na de zondvloed: “
133 II, 6,39 | verstillen, zoals een kind aan de borst van zijn moeder,
134 II, 6,40 | gedaan?”(Gn 4,10), die God aan Kaïn stelt, nadat hij zijn
135 II, 6,40 | de mens altijd herinnerd aan de onaantastbaarheid van
136 II, 6,41 | eerste van deze geboden aan: “Gij zult niet doden”.
137 II, 7,42 | ervoor is een taak die God aan iedere mens toevertrouwt,
138 II, 7,42 | verheerlijkt de heerschappij die aan de mens gegeven is als een
139 II, 7,42 | de Schepper gegeven heeft aan de mens, is geen absolute
140 II, 7,42 | toont voldoende duidelijk aan dat wij m.b.t. de zichtbare
141 II, 7,42 | natuur onderworpen zijn aan wetten die niet alleen biologisch
142 II, 7,43 | Zoals ik in mijn Brief aan de Gezinnen schreef: “Als
143 II, 7,43 | gelijkenis”die eigen zijn aan het menselijk wezen en die
144 II, 7,43 | van het leven van ouders aan kind, Gods eigen beeld en
145 II, 7,43(31) | Brief aan de gezinnen Gratissimam
146 II, 7,43 | die zijn beeld doorgeeft aan het nieuwe schepsel zien
147 II, 7,43 | naar de toekomst. ~Maar aan gene zijde van de specifieke
148 II, 7,43 | ieder van hen doet, doet men aan Christus zelf (vgl.Mt 25,
149 II, 8,44 | omstandigheden te kwetsen, aan te vallen of zelfs te ontkennen
150 II, 8,44 | ontkennen volkomen vreemd is aan de godsdienstige en culturele
151 II, 8,44 | overeenkomstig de belofte aan Abraham: “Kijk naar de hemel,
152 II, 8,44 | geboren werd wijdde Ik je aan Mij toe”(Jr 1,5): het leven
153 II, 8,44 | van de Schepper, ten prooi aan menselijke willekeur? De
154 II, 9,46 | opdat ik uw macht verkondig, aan alle komende geslachten
155 II, 9,46 | zich helemaal toevertrouwen aan de “wil van de Allerhoogste”,
156 II, 9,46 | wil van de Allerhoogste”, aan zijn liefdevolle plan. ~
157 II, 9,47 | goede nieuws te brengen aan de armen en om de gebroken
158 II, 9,47 | leven vrijelijk een offer aan de Vader (vgl.Joh 10,17)
159 II, 9,47 | Vader (vgl.Joh 10,17) en aan de zijnen (vgl.Joh 10,15).
160 II, 9,47 | het om trouw te blijven aan het woord van de Heer zelf
161 II, 9,47(37) | VAN ANTIOCHIË, Brief aan de Efesiërs, 7,2; Patres
162 II, 10 | Alwie zich aan haar houden zullen leven”(
163 II, 10,48 | zichzelf. Door Gods gave aan te nemen is de mens verplicht
164 II, 10,48 | voortbrengen: “Alwie zich aan haar houden zullen leven,
165 II, 10,49 | het is om trouw te blijven aan de wet van het leven die
166 II, 10,49 | mensenhart en die Hij op de Sinaï aan het volk van het Verbond
167 II, 10,49 | profeten die hen er krachtig aan herinneren dat alleen de
168 II, 11 | het leven wordt vervuld aan de stam van het Kruis~
169 II, 11,50 | 50. Aan het einde van dit hoofdstuk,
170 II, 11,50 | vgl.Lc 23,48) zullen we aan deze glorievolle stam de
171 II, 11,50 | menselijk leven. ~Jezus wordt aan het Kruis genageld en opgeheven
172 II, 11,50 | schijnt geheel overgeleverd aan de bespotting van zijn tegenstanders
173 II, 11,50 | van zijn tegenstanders en aan de handen van zijn moordenaars:
174 II, 11,50 | geopenbaard als wie Hij is: aan het Kruis wordt zijn heerlijkheid
175 II, 11,50 | het leven zelf van God. ~Aan het Kruis wordt het wonder
176 II, 11,51 | voortdurend gegeven wordt aan Gods kinderen en hen tot
177 II, 11,51 | werd in alles gehoorzaam aan de Vader en omdat Hij “de
178 II, 11,51 | velen”(Mc 10,45), bereikt aan het Kruis de hoogste liefde: “
179 II, 11,51 | en als U, gehoorzaam zijn aan de Vader en zijn wil doen. ~
180 III, 1,52 | verantwoordelijkheidsgevoel. God eist van de mens, aan wie Hij het leven geeft
181 III, 1,52 | gebeurt door gehoorzaamheid aan Gods heilige wet: een vrije
182 III, 1,52 | een genadegave zijn, die aan de mens altijd en alleen
183 III, 1,52 | plan”40. ~Het leven wordt aan de mens toevertrouwd als
184 III, 2,54 | het een positieve houding aan van eerbied voor het leven;
185 III, 2,54 | zelfverdediging afwijzen uit gebrek aan liefde voor het leven of
186 III, 2,55 | zijn immers beter aangepast aan de concrete voorwaarden
187 III, 2,56 | 57. Als aan het eerbiedigen van ieder
188 III, 2,56 | menselijk leven, speciaal aan zijn begin en aan zijn einde,
189 III, 2,56 | speciaal aan zijn begin en aan zijn einde, steeds verder
190 III, 2,56 | autoriteit die Christus aan Petrus en zijn opvolgers
191 III, 2,56 | zichzelf of voor een ander, die aan zijn verantwoordelijkheid
192 III, 2,56 | menselijk wezen absoluut gelijk aan alle andere. Deze gelijkheid
193 III, 3,57 | dat het zelfs dat minimum aan verdediging niet heeft dat
194 III, 3,57 | is helemaal toevertrouwd aan de beschermende zorg van
195 III, 3,58 | aangemoedigd en een gebrek aan waardering voor het moederschap
196 III, 3,58 | mag men niet voorbijzien aan het netwerk van medeschuldigheid
197 III, 3,58 | ernstige verwonding die aan de samenleving en haar cultuur
198 III, 3,58 | ik schreef in mijn Brief aan de Gezinnen: “We staan voor
199 III, 3,58(55)| Brief aan de Gezinnen Gratissimum
200 III, 3,58 | wetenschap kostbare bevestigingen aan. Zij heeft aangetoond dat
201 III, 3,58 | leert het nog steeds dat aan de vrucht van de menselijke
202 III, 3,59 | inclusief de beginfase die aan de geboorte vooraf gaat.
203 III, 3,59 | behoort vanaf de moederschoot aan God toe die hem zoekt en
204 III, 3,60 | tegen wie schuldig zijn aan abortus. Deze praktijk,
205 III, 3,60 | moedigt zij hem die hem begaat aan om onverwijld de weg van
206 III, 3,60 | Christus heeft overgedragen aan Petrus en zijn Opvolgers,
207 III, 3,61 | aandacht moet men schenken aan de zedelijke beoordeling
208 III, 3,61 | af van wat echte waarde aan het leven geeft en wat het,
209 III, 4,62 | 64. Aan het andere einde van zijn
210 III, 4,63 | aandient, kan men in geweten “aan de behandelingswijze verzaken
211 III, 4,63 | men in dergelijke gevallen aan een zieke verschuldigd is”77.
212 III, 4,63 | behandelen, maar deze plicht moet aan de concrete omstandigheden
213 III, 4,63 | steeds meer aandacht gegeven aan wat “methoden van palliatieve
214 III, 4,63 | kwaadwilligheid in die eigen is aan zelfmoord of moord. ~
215 III, 4,64 | betrekking wordt ondergraven aan de wortel. ~
216 III, 4,65 | doet van een deelhebben aan de overwinning van de Verrezen
217 III, 4,65 | buitengewone kracht om zich aan het plan van God toe te
218 III, 4,65 | een volledig toebehoren aan de Heer die de mens in iedere
219 III, 4,65 | of sterven, wij behoren aan de Heer toe”(Rom 14,7-8).
220 III, 4,65 | als laatste gehoorzaamheid aan de Vader (vgl. Fil 2,8),
221 III, 4,65 | uit vrijwillige overgave aan God en uit vrije persoonlijke
222 III, 4,65 | beleefd wordt in deelname aan het lijden van de gekruisigde
223 III, 4,65 | heeft hij ten diepste deel aan zijn verlossingswerk voor
224 III, 4,65 | mijn aardse leven dat, wat aan het lijden van Christus
225 III, 5,66 | onder bepaalde voorwaarden, aan de burgers moet toekennen,
226 III, 5,66 | leiden: maar deze zouden niet aan de noodzakelijke sociale
227 III, 5,66 | bovendien af, of vasthouden aan een concrete, niet-uitvoerbare
228 III, 5,66 | pluralistische maatschappij aan iedere mens volledige autonomie
229 III, 5,67 | meerderheid op te tekenen en aan te nemen en daarom slechts
230 III, 5,67 | uitsluitend recht doet aan de wil van de meerderheid,
231 III, 5,67 | tegengestelde tendensen vaststellen. Aan de ene kant eisen de afzonderlijke
232 III, 5,67 | zijn eigen overtuigingen aan de kant zet om zich in dienst
233 III, 5,67 | verantwoordelijkheid van de mens aan de burgerlijke wet overgelaten. ~
234 III, 5,68 | onderling en de binding aan de beslissingen van de meerderheid
235 III, 5,68 | deze functie, bij gebrek aan beter, omwille van de sociale
236 III, 5,68 | temeer daar de vrede die niet aan de waarden van de waardigheid
237 III, 5,69 | grondrechten garanderen, die aan de mens als persoon eigen
238 III, 5,70 | rechte rede en zo is ontleend aan de eeuwige wet. Wanneer
239 III, 5,71 | gehoorzaamheid jegens God - aan wie alleen die vrees toekomt
240 III, 5,71 | de kracht en de moed om aan de onrechtvaardige wetten
241 III, 5,71 | toelaat, “noch door deelname aan een propagandacampagne voor
242 III, 5,71 | noch door er zijn stem aan te geven”98. ~Een bijzonder
243 III, 5,71 | tegen abortus duidelijk en aan iedereen bekend gemaakt
244 III, 5,71 | namelijk niet ongeoorloofd mee aan een onrechtvaardige wet,
245 III, 5,72 | gedwongen te worden tot deelname aan moreel slechte handelingen.
246 III, 5,72 | kwestie moet herinnerd worden aan de algemene principes t.
247 III, 5,72 | principes t.a.v. de medewerking aan slechte handelingen. Zoals
248 III, 5,72 | verplichting van hun geweten, niet aan die praktijken formeel mee
249 III, 5,72 | toegelaten, tegengesteld zijn aan de Wet van God. Want vanuit
250 III, 5,72 | nooit geoorloofd formeel aan het kwaad mee te werken.
251 III, 5,72 | worden als directe deelname aan een tegen het onschuldige
252 III, 5,72 | 6; 14,12). ~Weigeren om aan het begaan van een onrecht
253 III, 5,72 | moeten zijn om de deelname aan de fase van overleg, voorbereiding
254 III, 6,73 | tegelijkertijd geeft het het minimum aan dat hij moet eerbiedigen
255 III, 6,74 | tegenover de mensen die zich aan ons toevertrouwd hebben
256 III, 6,74 | daden en in de waarheid aan God onze dankbaarheid voor
257 III, 6,74 | heeft het leven van de mens aan zijn verantwoordelijke zorg
258 III, 6,74 | het leven van iedere mens aan de andere mens, zijn broeder,
259 III, 6,74 | Geest verleent Christus aan de wet van de wederkerigheid,
260 III, 6,74 | wet van de wederkerigheid, aan het toevertrouwen van de
261 III, 6,74 | toevertrouwen van de ene mens aan de andere, nieuwe inhoud
262 III, 6,74 | aanspoort om door deelname aan de liefde van Jezus Christus
263 III, 6,75 | liefdesdienst die wij verplicht aan onze naaste bieden, opdat
264 IV, 1,76 | Vader werd gezonden “om aan de armen de Blijde Boodschap
265 IV, 1,76 | waardoor de Kerk deelneemt aan de profetische, priesterlijke
266 IV, 1,76 | uitgestuurd zijn om het aan de hele mensheid “tot aan
267 IV, 1,76 | aan de hele mensheid “tot aan de grenzen van de aarde”(
268 IV, 1,76 | en zo presenteren wij ons aan iedereen. ~
269 IV, 1,77 | is, die “door zijn dood aan de wereld het leven heeft
270 IV, 1,77 | gezonden. De plicht van dienst aan het leven rust op allen
271 IV, 1,77 | maakt die ook niet minder. Aan hem is het gebod van de
272 IV, 2 | dat verkondigen wij ook aan u”(1Joh 1,3): het Evangelie
273 IV, 2,78 | dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard werd”(ibid.).
274 IV, 2,78 | de Geest werd dit leven aan de mens meegedeeld. Wanneer
275 IV, 2,78 | waardigheid van de mens spoort ons aan om deze boodschap te delen
276 IV, 2,78 | gehoord, verkondigen wij ook aan u, opdat ook u gemeenschap
277 IV, 2,80 | dat het verzoek dat Paulus aan Timoteus richt, ook tot
278 IV, 2,80 | Verkondig het woord, dring aan, of men het horen wil of
279 IV, 2,80 | verschillende manieren deel hebben aan haar zending als “lerares”
280 IV, 2,80 | Evangelie van het leven te zijn. Aan ons is ook de opgave toevertrouwd
281 IV, 2,80 | die ons gelijk zou maken aan de denkwijze van deze wereld (
282 IV, 3,81 | in ziekte, in lijden of aan de rand van de samenleving
283 IV, 3,81 | Christus deel te hebben aan het genadeleven en aan een
284 IV, 3,81 | hebben aan het genadeleven en aan een bestaan van oneindige
285 IV, 3,82 | andere manier deel heeft aan het leven, het leven, in
286 IV, 3,82 | van het leven ontvangen. Aan de mensen, wezens die gemaakt
287 IV, 3,82 | de schepping: God heeft aan de mens een bijna goddelijke
288 IV, 3,82 | van het liturgisch jaar aan te nemen, te genieten en
289 IV, 3,82 | speciaal herinnerd worden aan de Sacramenten als werkzame
290 IV, 3,82 | de mensen tot deelhebbers aan het goddelijk leven, doordat
291 IV, 3,83 | de stervenden, deelname aan het verdriet van hen die
292 IV, 3,84 | oprechte lied van lof en dank aan God die ons deze gave heeft
293 IV, 3,84 | In dit kader, dat rijk is aan menselijkheid en liefde,
294 IV, 3,84 | gezondheid of zelfs van het leven aan te bieden. ~Tot deze heldhaftigheid
295 IV, 3,84 | zonder voorbehoud wijden aan hun gezin, die onder pijnen
296 IV, 3,84 | moedigen het moederschap niet aan. In naam van de vooruitgang
297 IV, 4,85 | Krachtens onze deelname aan Christus”koninklijke zending
298 IV, 4,85 | Chrysostomus: “Wil je eer bewijzen aan het lichaam van Christus?
299 IV, 4,85 | van Christus? Ga er niet aan voorbij wanneer het naakt
300 IV, 4,85 | samenleving vele vormen van dienst aan het leven tot stand heeft
301 IV, 4,85 | zorg moet gegeven worden aan het leven van de gemarginaliseerden
302 IV, 4,86 | allen en ieder afzonderlijk aan te moedigen om elkaars lasten
303 IV, 4,86 | ontsporing, in ziekte en aan de rand van de maatschappij,
304 IV, 4,86 | de liefde kan bedenken om aan ieder nieuwe reden tot hoop
305 IV, 4,86 | openbare instellingen of ook aan huis beschikbaar is. ~Er
306 IV, 4,87 | bureaus en centra van dienst aan het leven en alle andere
307 IV, 4,87 | alleen is om te voldoen aan het verzoek van de patiënt:
308 IV, 4,87 | onder het mom van hulp aan mensen, hen in feite schade
309 IV, 4,88 | een waardevolle bijdrage aan de dienst van het leven
310 IV, 4,88 | beginselen, zullen bijdragen aan de opbouw van een samenleving
311 IV, 4,88 | eens een dringend appel aan alle politieke leiders om
312 IV, 4,88 | politieke leiders om geen wetten aan te nemen die, doordat zij
313 IV, 4,88 | politieke leiders ertoe aan, te beginnen bij de christenen
314 IV, 4,89 | initiatieven “richting te geven aan de demografische ontwikkeling
315 IV, 4,89 | het gebruik van methoden aan te moedigen, laat staan
316 IV, 4,89 | van de volken. ~De dienst aan het Evangelie van het leven
317 IV, 4,89 | verantwoordelijkheid van iedereen. Aan de vooravond van het derde
318 IV, 5,90 | zijn beurt een geschenk is aan hen beiden, een geschenk
319 IV, 5,90(119)| Toespraak tot de deelnemers aan het VIIe Symposium van de
320 IV, 5,91 | viering die betekenis geeft aan iedere andere vorm van gebed
321 IV, 5,91 | viering wordt zo een dienst aan het Evangelie van het leven,
322 IV, 5,91 | beoefend worden door deelname aan het maatschappelijke en
323 IV, 5,91 | politieke leven. Dienst aan het Evangelie van het leven
324 IV, 5,92 | als een nutteloze last en aan zichzelf overgelaten. Hier
325 IV, 5,92 | solidariteit krijgen die zij zelf aan hun kinderen gaven toen
326 IV, 5,92 | vraagt de gehoorzaamheid aan het goddelijke gebod om
327 IV, 5,92 | waardevolle bijdrage leveren aan het Evangelie van het leven.
328 IV, 5,92 | Dankzij de rijke schat aan ervaringen die zij in de
329 IV, 6,93 | welgevallig is. Neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van
330 IV, 6,93 | van de dood”is er behoefte aan de ontwikkeling van een
331 IV, 6,93 | betreffende het menselijk leven aan te pakken en op te lossen;
332 IV, 6,93 | terwijl de dringende behoefte aan zo”n cultuuromslag verbonden
333 IV, 6,93 | zij die actief deelnemen aan het leven van de Kerk, tenslotte
334 IV, 6,94 | oprechte zelfgave 125, wat aan het leven en aan de vrijheid
335 IV, 6,94 | wat aan het leven en aan de vrijheid de eigenlijke
336 IV, 6,94 | samenleving bloot te stellen aan de onbeteugelde willekeur
337 IV, 6,94 | afzonderlijke personen of aan het onderdrukkende totalitarisme
338 IV, 6,95 | Er is vooral behoefte aan onderwijs in de waarde van
339 IV, 6,95 | niet omheen om, speciaal aan de opgroeienden en jongvolwassenen
340 IV, 6,95 | echtparen om gehoorzaam te zijn aan de oproep van de Heer en
341 IV, 6,95 | openheid voor en dienst aan het leven, zelfs als ze,
342 IV, 6,95 | toewijding, zichzelf wijden aan de studie en de verspreiding
343 IV, 6,95 | van deze methoden, alsook aan de bevordering van een opvoeding
344 IV, 6,95 | een ervaring van deelname aan zijn Dood en Verrijzenis. ~
345 IV, 6,96 | om een nieuwe levensstijl aan te nemen, die bestaat in
346 IV, 6,96(130)| JOHANNES PAULUS II, Brief aan de gezinnen Gratissimam
347 IV, 6,96 | zichzelf te koesteren en aan anderen bekend te maken,
348 IV, 6,96 | in eerbied voor en dienst aan iedere andere persoon, in
349 IV, 6,96 | om in gewetensvolle trouw aan de feitelijke waarheid de
350 IV, 6,96(132)| Concilie (8 december 1965): Aan de vrouwen. ~
351 IV, 6,97 | eerst zelf en leren dan aan anderen dat menselijke relaties
352 IV, 6,97 | gedachte willen voorhouden aan vrouwen die een abortus
353 IV, 6,97 | en ze twijfelt er niet aan dat het in veel gevallen
354 IV, 6,97 | zijn vergeving en vrede aan te bieden. U zult merken
355 IV, 6,97 | het meest behoefte hebben aan nabijheid, zult u scheppers
356 IV, 6,97(134)| JOHANNES PAULUS II, Brief aan de gezinnen Gratissimam
357 IV, 6,98(135)| Toespraak tot de deelnemers aan de Studieconferentie over “
358 IV, 7,99 | bevordering is niet voorbehouden aan christenen alleen. Ofschoon
359 IV, 7,99 | leven betekent een bijdrage aan de vernieuwing van de samenleving
360 Slot, 0,100 | 102. Aan het einde van deze encycliek
361 Slot, 0,100 | in de gave van zijn leven aan het kruis. Door zijn dood
362 Slot, 0,100 | en haar moederschap staan aan het eerste begin van het
363 Slot, 0,100 | menselijk leven onttrokken aan de veroordeling tot definitieve
364 Slot, 1 | Een groot teken verscheen aan de hemel: een vrouw, bekleed
365 Slot, 1,101 | Een groot teken verscheen aan de hemel: een vrouw, bekleed
366 Slot, 1,101 | ertoe geroepen is Christus aan te bieden aan de wereld,
367 Slot, 1,101 | is Christus aan te bieden aan de wereld, en zo aan de
368 Slot, 1,101 | bieden aan de wereld, en zo aan de mensen een nieuwe geboorte
369 Slot, 1,101 | het moederschap die God aan iedere vrouw geeft, wordt
370 Slot, 1,101 | treffen, en weerstand bieden aan Christus: “In Hem was leven
371 Slot, 2,102 | door “een ander teken dat aan de hemel verscheen”: “een
372 Slot, 2,102 | onophoudelijk moet aanbieden aan de mensen in elk tijdperk.
373 Slot, 3,103 | aankondiging van de engel aan Maria wordt omkleed met
374 Slot, 3,103 | met oprechtheid en liefde ~aan de mensen van onze tijd. ~
|