Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | waartoe iedere mens om niet wordt geroepen in de Zoon
2 Inl, 1,2 | Het is immers helemaal niet de “laatste”maar de “voorlaatste”
3 Inl, 1,2 | licht van het verstand en niet zonder de verborgen invloed
4 Inl, 1,2(1)| van het leven”vindt men niet als zodanig in de Heilige
5 Inl, 1,2 | openbaart zich in feite niet alleen de grenzeloze liefde
6 Inl, 2,3 | winst-werktuigen worden behandeld en niet als vrije en verantwoordelijke
7 Inl, 2,4 | dergelijke vooronderstelling, niet alleen aanspraak op strafuitsluiting
8 Inl, 2,4 | praktijken tegen het leven niet te straffen of ze zelfs
9 Inl, 2,4 | men bereikt is dramatisch: niet alleen is het verschijnsel
10 Inl, 2,4 | ernstig en verontrustend, maar niet minder is dat het feit dat
11 Inl, 3,5 | einde van de vorige eeuw niet kon zwijgen over het toen
12 Inl, 3,5 | verleden, dat helaas nog niet overwonnen is, in zoveel
13 I, 1,7 | 7. “God heeft de dood niet gemaakt en Hij vindt geen
14 I, 1,7 | maar doet gij het goede niet, dan loert de zonde als
15 I, 1,7 | antwoordde: “Ik weet het niet. Ben ik soms mijn broeders
16 I, 1,8 | De bijbeltekst onthult niet de reden waarom God het
17 I, 1,8 | Abel, het gesprek met Kaïn niet afbreekt. Hij waarschuwt
18 I, 1,8 | elkaar moeten beminnen. Niet zoals Kaïn, die uit de boze
19 I, 1,8 | hooghartig: “Ik weet het niet. Moet ik soms op mijn broer
20 I, 1,8 | Joh 4,9). “Ik weet het niet”: Kaïn probeert met een
21 I, 1,8 | broer passen?”: Kaïn wil niet denken aan zijn broer en
22 I, 1,9 | Maar God laat de misdaad niet ongestraft: vanaf de grond
23 I, 1,9 | Hij gaf hem dus een teken, niet met de bedoeling om hem
24 I, 1,9 | Zelfs de moordenaar verliest niet zijn persoonlijke waardigheid
25 I, 1,9 | God wilde echter de moord niet straffen met een moord,
26 I, 2,10 | vergoten door de mensen, houdt niet op te roepen, van geslacht
27 I, 2,10 | je gedaan?”waaraan Kaïn niet kan ontkomen, wordt ook
28 I, 2,10 | onachtzaamheid van de mensen die daar niet zelden een oplossing voor
29 I, 2,10 | bejegenen. ~En moeten we ook niet denken aan het geweld dat
30 I, 2,11 | ernstige vragen oproepen. Niet alleen verliezen die aanvallen
31 I, 2,11 | lijden, ofschoon het geweten niet ophoudt het als een heilige
32 I, 2,12 | enkeling afzwakken, toch is het niet minder waar dat wij tegenover
33 I, 2,12 | Deze samenzwering betreft niet alleen enkelingen in hun
34 I, 2,13 | goddelijke gebod “Gij zult niet doden”. ~Maar ondanks hun
35 I, 2,13 | genotzuchtige mentaliteit die niet bereid is om verantwoordelijkheid
36 I, 2,14 | deze mislukking betreft niet zo zeer de bevruchting,
37 I, 2,15 | 15. Dreigingen die niet minder ernstig zijn hangen
38 I, 2,15 | ouderen - vooral wanneer zij niet voor zichzelf kunnen zorgen -
39 I, 2,15 | tegenover andere, steelsere maar niet minder ernstige en reële
40 I, 2,17 | alarmerend schouwspel, als we niet alleen denken aan de verschillende
41 I, 2,17 | bedreigingen van het leven niet minder geworden. Ze nemen
42 I, 2,17 | grote omvang aan. Het zijn niet alleen bedreigingen die
43 I, 2,17 | beschikbaar te krijgen. Ook kan niet ontkend worden dat de massamedia
44 I, 3,18 | beschreven panorama moet niet alleen begrepen worden in
45 I, 3,18 | zelfzuchtigheid van de rijke landen niet ontmaskeren die de arme
46 I, 3,18 | de mens zelf. Moeten we niet juist de economische modellen
47 I, 3,19 | mens als een wezen dat “niet gebruikt mag worden”? De
48 I, 3,19 | i.t.t. dieren en dingen, niet onderworpen kan worden aan
49 I, 3,19 | ruimen van het leven dat nog niet geboren is of dat in zijn
50 I, 3,19 | gekenmerkt wordt, kan men niet ontkennen dat een dergelijke
51 I, 3,19 | geïnterpreteerd worden: “Ik weet het niet; ben ik mijn broeders hoeder?”(
52 I, 3,19 | anderen leidt, wanneer zij niet langer haar essentiële band
53 I, 3,19 | waarheid over goed en kwaad niet meer als het enige en onbetwistbare
54 I, 3,20 | recht te zijn, omdat het niet meer stevig stoelt op de
55 I, 3,20 | totalitarisme. De staat is niet langer het “gemeenschappelijke
56 I, 4,21 | van de dood”kunnen we ons niet beperken tot de perverse
57 I, 4,21 | overtuigd dat zijn zonde niet vergeven zal worden door
58 I, 4,22 | duisternis”17. De mens is niet langer in staat zichzelf
59 I, 4,22 | een ding”, en begrijpt hij niet meer het “transcendente”
60 I, 4,22 | Hij beschouwt het leven niet langer als een schitterende
61 I, 4,22 | geboorte of bij de dood, niet langer in staat om de vraag
62 I, 4,22 | buitengesloten is, is het niet verwonderlijk dat de betekenis
63 I, 4,22 | Door te leven “alsof God niet bestond”verliest de mens
64 I, 4,22 | bestond”verliest de mens niet alleen het zicht op het
65 I, 4,23 | Apostel: “En omdat zij het niet de moeite waard hebben geacht
66 I, 4,23 | moet worden. Wanneer het niet vermeden kan worden en het
67 I, 4,23 | klimaat wordt het lichaam niet langer gezien als een typisch
68 I, 4,23 | hebben “tegen elke prijs”, en niet omdat zij de volledige aanvaarding
69 I, 4,23 | ander wordt gewaardeerd, niet om wat hij “is”, maar om
70 I, 4,24 | wijze ook verantwoordelijk. Niet alleen omdat ze gedrag dat
71 I, 4,24 | verdienden, en “zij doen die niet alleen, maar juichen ze
72 I, 4,24 | kunnen de stem van de Heer niet smoren, die weerklinkt in
73 I, 5,25 | grond”(Gn 4,10). Het is niet alleen de stem van het bloed
74 I, 5,25 | hieraan: “Gij weet dat gij niet met vergankelijke dingen,
75 I, 5,25 | Zoon gaf”, opdat de mens “niet verloren zou gaan, maar
76 I, 5,25 | is het bloed van Jezus niet langer een teken van dood,
77 I, 5,25 | zal behalen. “De dood zal niet meer zijn”, roept de krachtige
78 I, 5,26 | overwinning ontbreken dan ook niet in onze maatschappijen en
79 I, 5,26 | bedreigingen van het leven niet vergezeld ging van de voorstelling
80 I, 5,26 | misschien ook omdat ze niet voldoende aandacht in de
81 I, 5,27 | verborgene ziet”(Mt 6,4), niet alleen deze acties zal belonen,
82 I, 5,27 | verwachtingen van de mensen zich niet langer zozeer concentreren
83 I, 5,28 | leven”. ~Wij bevinden ons niet alleen “tegenover”, maar
84 II, 1,29 | Evangelie van het leven is niet enkel een overweging, hoe
85 II, 2,31 | duidelijke besef dat zijn bestaan niet afhangt van een farao die
86 II, 2,31 | Israël, u zult door Mij niet vergeten worden”(Js 44,21). ~
87 II, 2,31 | naar de dood, maar zij komt niet, en die er meer naar zoeken
88 II, 3,32 | Jezus en van zijn Kerk zijn niet alleen bedoeld voor hen
89 II, 3,32 | maar de zieken; ik ben niet gekomen om de rechtvaardigen,
90 II, 3,33 | waarvan Paulus spreekt is niet alleen een beroving van
91 II, 4,34 | als een deel van dit beeld niet alleen de heerschappij van
92 II, 4,36 | daarvan vervormt de mens niet alleen het beeld van God
93 II, 4,36 | moorddadige haat. Wanneer God niet erkend wordt als God, dan
94 II, 5,37 | mensen kwam brengen kan niet worden teruggebracht tot
95 II, 5,37 | kinderen van God te worden, die niet uit bloed, noch uit de wil
96 II, 5,37 | kan hij het rijk van God niet zien”(Joh 3,3). Dit leven
97 II, 5,38 | wat we zullen zijn, is nog niet geopenbaard. Maar wij weten
98 II, 5,38 | waardigheid van dit leven wordt niet alleen verbonden met zijn
99 II, 5,38 | wezen heeft voor het leven, niet zo maar herleid worden tot
100 II, 6,39 | dit leven: de mens kan er niet mee doen zoals hij wil.
101 II, 6,39 | Maar God oefent deze macht niet uit op een willekeurige
102 II, 6,39 | handen is van God, dan is het niet minder waar dat dit liefdevolle
103 II, 6,39 | bestemming van enkelingen niet de afloop van louter toeval
104 II, 6,39 | bestrijdt: “God heeft de dood niet gemaakt en Hij verheugt
105 II, 6,39 | gemaakt en Hij verheugt zich niet over de dood van de levenden.
106 II, 6,40 | van anderen - als iets dat niet van hem is, omdat het eigendom
107 II, 6,40 | dat gebod moord: “Gij zult niet doden”(Ex 20,13); “Gij zult
108 II, 6,40 | duidelijk aangegeven, nog niet de verfijning bereikt die
109 II, 6,41 | 41. Het gebod “Gij zult niet doden”, ingesloten en vollediger
110 II, 6,41 | deze geboden aan: “Gij zult niet doden”. In de Bergrede vraagt
111 II, 6,41 | werd tot de ouden: Gij zult niet doden; en alwie doodt zal
112 II, 6,41 | vijand. ~Een vreemdeling is niet langer een vreemdeling voor
113 II, 6,41 | De geboden: “Gij zult niet echtbreken, niet doden,
114 II, 6,41 | Gij zult niet echtbreken, niet doden, niet stelen, niet
115 II, 6,41 | echtbreken, niet doden, niet stelen, niet begeren”en
116 II, 6,41 | niet doden, niet stelen, niet begeren”en alle andere kan
117 II, 7,42 | gesteld, van zijn leven, niet alleen voor het heden maar
118 II, 7,42 | onderworpen zijn aan wetten die niet alleen biologisch maar ook
119 II, 7,42 | maar ook moreel zijn en die niet ongestraft overtreden kunnen
120 II, 7,43 | die gezegd heeft: “het is niet goed voor de mens, dat hij
121 II, 7,43 | menselijk wezen, hebben we het niet alleen over de biologische
122 II, 8,44 | begin, speciaal het nog niet geboren leven, en het leven
123 II, 8,44 | doen weerkeren? Hebt U mij niet gezeefd als melk en doen
124 II, 8,44 | zeven broers dacht zeker niet zo: zij beleed haar geloof
125 II, 8,44 | leven na de dood: “Ik weet niet hoe jullie in mijn schoot
126 II, 8,44 | mijn schoot gevormd zijn; niet ik heb jullie de levensadem
127 II, 8,44 | de levensadem geschonken, niet ik heb de bestanddelen waaruit
128 II, 8,44 | omwille van zijn wet jezelf nu niet spaart”(2Mak 7,22-23). ~
129 II, 8,45 | heilige Geest. De moeder was niet vervuld vóór de zoon, maar
130 II, 9,46 | De rechtvaardige vraagt niet om verlossing van de ouderdom
131 II, 9,46 | grijsheid, God, verlaat mij niet, opdat ik uw macht verkondig,
132 II, 9,46 | voorgesteld als een tijd waarin “niet meer zal zijn (...) een
133 II, 9,46 | grijsaard die zijn dagen niet voltooit”(Js 65,20). ~Hoe
134 II, 9,46 | Sir 41,3-4). De mens is niet baas over het leven, evenmin
135 II, 9,46 | Ziekte drijft zo”n mens niet tot wanhoop en doodsverlangen,
136 II, 9,47 | voorbeelden. Jezus aarzelt niet zichzelf te offeren en Hij
137 II, 9,47 | ook dat het aards bestaan niet een absoluut goed is; belangrijker
138 II, 10,48 | bescherming van het leven is niet alleen verzekerd door het
139 II, 10,48 | specifieke gebod “Gij zult niet doden (Ex 20,13; Dt 5,17):
140 II, 10,48 | betekenis krijgt. ~Daarom is het niet verwonderlijk dat Gods Verbond
141 II, 10,48 | gaat nemen”(Dt 30,15-16). Niet alleen het land Kanaän en
142 II, 10,48 | gedaan moet worden, komt niet extra bij het leven als
143 II, 10,48 | is om het gebod “Gij zult niet doden”trouw te blijven wanneer
144 II, 10,48 | dit gebod verbonden is, niet worden onderhouden. Losgemaakt
145 II, 10,48 | is het gebod gedoemd om niet meer te worden dan een van
146 II, 10,48 | zullen de woorden “Gij zult niet doden”weer stralen als een
147 II, 10,48 | bekoring: “De mens leeft niet van brood alleen maar (...)
148 II, 10,49 | Geest. Jezus negeert de wet niet, maar brengt haar tot vervulling (
149 II, 11,50 | wordt door deze duisternis niet overwonnen; het licht, integendeel,
150 II, 11,51 | geven. ~Hij die gekomen was “niet om gediend te worden maar
151 II, 11,51 | God. Zo zullen we leren om niet alleen het gebod te gehoorzamen,
152 III | Hoofdstuk III~Gij zult niet doden~Gods heilige wet~
153 III, 1,52 | inclusief het gebod: “Gij zult niet doden”. Dit is het eerste
154 III, 1,52 | onderhouden: “Jezus zei: “Gij zult niet doden, gij zult geen echtbreuk
155 III, 1,52 | echtbreuk plegen, gij zult niet stelen(...)””(Mt 19,18). ~
156 III, 1,52 | de mens heer en meester niet alleen over de dingen maar
157 III, 1,52 | heerschappij gaat het echter niet om een absolute, maar om
158 III, 1,52 | meer nog m.b.t. het leven, niet de absolute meester en uiteindelijke
159 III, 1,52 | toevertrouwd als een schat die hij niet mag vergooien, als een talent
160 III, 2,53 | het voorschrift “Gij zult niet doden”in feite als een goddelijk
161 III, 2,53 | van het gebod “Gij zult niet doden”, het gebod dat de
162 III, 2,54 | 54. Het gebod “Gij zult niet doden”bezit een uitgesproken,
163 III, 2,54 | het gebod (...) gij zult niet doden (...) en ieder ander
164 III, 2,54 | staat het gebod “Gij zult niet doden”als een onmisbare
165 III, 2,54 | geschrift - het gebod “Gij zult niet doden”categorisch herhaald: “
166 III, 2,54 | voorschrift van de leer: Gij zult niet doden (...), gij zult een
167 III, 2,54 | gij zult een kind niet afdrijven noch na de geboorte
168 III, 2,54 | met de armen, ze lijden niet met de lijdenden, zij erkennen
169 III, 2,54 | zij erkennen hun Schepper niet, zij doden hun kinderen
170 III, 2,54 | van het gebod “Gij zult niet doden”. Het is bekend dat
171 III, 2,54 | gemeenschap. ~Dit hoeft niet te verbazen: het doden van
172 III, 2,54 | plicht om andermans leven niet te kwetsen in de praktijk
173 III, 2,54 | en de plicht om zichzelf niet minder dan anderen lief
174 III, 2,54 | gewettigde zelfverdediging (...) niet alleen een recht zijn, maar [
175 III, 2,54 | zelfs al is hij misschien niet moreel verantwoordelijk
176 III, 2,54 | verantwoordelijk omdat hij niet “bij zijn verstand”was45. ~
177 III, 2,55 | vastgesteld moeten worden en niet - behalve in gevallen van
178 III, 2,55 | verdediging van de maatschappij niet mogelijk zou zijn - tot
179 III, 2,55 | zeldzaam of bestaan praktisch niet meer. ~In elk geval blijft
180 III, 2,56 | heeft het gebod “Gij zult niet doden”absolute waarde wanneer
181 III, 2,56 | eerbiedigen als een persoon en niet als een gebruiksvoorwerp.
182 III, 3,57 | minimum aan verdediging niet heeft dat de smekende kracht
183 III, 3,57 | vrucht van de conceptie niet gemaakt wordt om puur egoïstische
184 III, 3,57 | zou zijn als de geboorte niet plaatsvond. Niettemin kunnen
185 III, 3,58 | vader van het kind zijn, niet alleen wanneer hij de moeder
186 III, 3,58 | zijn. Ook mag men de druk niet over het hoofd zien die
187 III, 3,58 | uitgevoerd. Een algemene en niet minder ernstige verantwoordelijkheid
188 III, 3,58 | moeten verzekeren - maar dat niet gedaan hebben - ter ondersteuning
189 III, 3,58 | opvoedingszorgen. Tenslotte mag men niet voorbijzien aan het netwerk
190 III, 3,58 | bedreiging van het leven: niet alleen het leven van enkelingen,
191 III, 3,58 | zonde”gericht tegen het nog niet geboren leven. 60. Sommige
192 III, 3,58 | bepaald aantal dagen, nog niet beschouwd kan worden als
193 III, 3,58 | van begin, een leven dat niet van de vader is, noch van
194 III, 3,58 | menselijk worden, als het dat niet is vanaf dat moment. Voor
195 III, 3,58 | van een geestelijke ziel niet bewezen kan worden met ervaringsgegevens,
196 III, 3,58 | zou een menselijk individu niet een menselijke persoon kunnen
197 III, 3,59 | vrijwillige abortus en hem dus niet direct en specifiek veroordelen,
198 III, 3,59 | dat Gods gebod: “Gij zult niet doden”ook wordt uitgebreid
199 III, 3,59 | vroegtijdige moord; het doet er niet toe of men een ziel doodt
200 III, 3,60 | zonder wier hulp de misdaad niet zou zijn begaan 71. Met
201 III, 3,61 | aanvaarding van het nog niet geboren kind bevorderen,
202 III, 4,62 | bevrijding”wanneer men het leven niet meer zinvol acht omdat het
203 III, 4,62 | medische praktijk vandaag niet alleen in staat om voor
204 III, 4,63 | medische procedures die niet langer stroken met de werkelijke
205 III, 4,63 | ofwel omdat die inmiddels niet meer in verhouding staan
206 III, 4,63 | middelen afwijzen staat niet gelijk met zelfmoord of
207 III, 4,63 | zulk “heldhaftig”gedrag niet tot ieders plicht rekenen.
208 III, 4,63 | gegeven omstandigheden dit niet leidt tot de belemmering
209 III, 4,63 | zo”n geval wordt de dood niet gewild of gezocht, ook al
210 III, 4,63 | Niettemin “mag men de stervende niet zonder ernstige reden van
211 III, 4,64 | vrij te zijn; ook is het niet geoorloofd wanneer een zieke
212 III, 4,64 | geoorloofd wanneer een zieke niet meer in staat is te leven”85.
213 III, 4,64 | te leven”85. Ook als zij niet gemotiveerd is door een
214 III, 4,64 | andermans lijden; het doodt niet de mens wiens lijden onverdraaglijk
215 III, 4,64 | persoon die er helemaal niet om gevraagd heeft en die
216 III, 4,65 | eeuwigheid dat hij in zich draagt niet is ontstaan uit de loutere
217 III, 5,66 | dat de wet van de staat niet zou kunnen verlangen dat
218 III, 5,66 | leiden: maar deze zouden niet aan de noodzakelijke sociale
219 III, 5,66 | niet-uitvoerbare wet, tenslotte niet zou betekenen dat ook de
220 III, 5,66 | opvattingen zou inderdaad niet een zaak van de wet moeten
221 III, 5,67 | de ruimte van autonomie niet aantast waarop ook iedere
222 III, 5,68 | misdaden zijn begaan. Maar niet minder ernstige misdaden
223 III, 5,68 | menselijke leven goedkeurt, soms niet een “tiranniek”besluit tegen
224 III, 5,68 | deze wandaden misschien niet langer misdaden zijn, wanneer
225 III, 5,68 | Men mag echter democratie niet in die mate tot mythe maken
226 III, 5,68 | zodanig, een werktuig en niet een doel. Haar “zedelijk”
227 III, 5,68 | zedelijk”karakter komt niet vanzelf, maar hangt af van
228 III, 5,68 | van deze waarden kunnen niet voorlopige en wisselende
229 III, 5,68 | temeer daar de vrede die niet aan de waarden van de waardigheid
230 III, 5,68 | alle mensen gemeten wordt, niet zelden een bedrieglijke
231 III, 5,68 | sterkeren, aangezien zij niet alleen het beste de hefbomen
232 III, 5,69 | voor kan kiezen om iets niet te stoppen dat, als het
233 III, 5,69 | grondrechten, zoals dat op leven, niet te erkennen. Het wettelijk
234 III, 5,69 | gezagsdragers de rechten van de mens niet erkennen of aantasten, wijken
235 III, 5,69 | of aantasten, wijken zij niet alleen af van hun eigen
236 III, 5,70 | wet genoemd en heeft het niet het karakter van een wet,
237 III, 5,70 | natuurwet afwijkt, dan zal ze niet meer wet zijn, maar eerder
238 III, 5,70 | dat iedere mens eigen is, niet erkent. Zo staan de wetten
239 III, 5,70 | tegenwerpen dat dit dan niet geldt voor euthanasie, wanneer
240 III, 5,70 | bevorderen, stellen zich dus niet alleen radicaal op tegen
241 III, 5,70 | geloofwaardige rechtsgeldigheid. Het niet erkennen van het recht op
242 III, 5,71 | Wetten van deze soort houden niet alleen geen verplichting
243 III, 5,71 | jongen te doden. Zij “deden niet wat de koning van Egypte
244 III, 5,71 | juist genoemde, wanneer het niet mogelijk is een abortuswet
245 III, 5,71 | verminderen. Zo werkt men namelijk niet ongeoorloofd mee aan een
246 III, 5,72 | toepassing van het eigen recht om niet gedwongen te worden tot
247 III, 5,72 | handelingen uit te voeren, niet slechts tot een steen des
248 III, 5,72 | verplichting van hun geweten, niet aan die praktijken formeel
249 III, 5,72 | een onrecht mee te doen is niet alleen een morele plicht
250 III, 5,72 | menselijk grondrecht. Als dat niet zo zou zijn, zou de mens
251 III, 5,72 | het gewetensbezwaar moet niet alleen beschermd zijn tegen
252 III, 6,73 | waaronder de vrije mens niet kan dalen, en tegelijkertijd
253 III, 6,73 | het begin van de vrijheid, niet de volkomen vrijheid”100. ~
254 III, 6,74 | 76. Het gebod “gij zult niet doden”bepaalt dus het uitgangspunt
255 III, 6,74 | verantwoordelijke zorg toevertrouwd, niet om er willekeurig over te
256 III, 6,75 | ook het gebod “gij zult niet doden”bezield en gevormd.
257 III, 6,75 | 16). ~Het gebod “gij zult niet doden”, verplicht iedere
258 III, 6,75 | klinkt inderdaad als een niet te onderdrukken echo van
259 III, 6,75 | gekoesterd wordt. Het is niet slechts persoonlijke, maar
260 IV, 1,76 | wanneer ik het Evangelie niet verkondig”(1Kor 9,16). “
261 IV, 1,77 | verantwoordelijkheid van iedere mens niet op, en maakt die ook niet
262 IV, 1,77 | niet op, en maakt die ook niet minder. Aan hem is het gebod
263 IV, 2,79 | het leven van de mens mag niet alleen niet gedood worden,
264 IV, 2,79 | de mens mag niet alleen niet gedood worden, maar het
265 IV, 2,80 | of men het horen wil of niet, wijs terecht, berisp, vermaan
266 IV, 2,80 | dit Evangelie, mogen wij niet bang zijn voor vijandigheid
267 IV, 2,80 | moeten in de wereld maar niet van de wereld zijn (vgl.
268 IV, 3,81 | visie van hem, die zich niet aanmatigt om beslag te leggen
269 IV, 3,81 | Ps 8,6). Deze visie wijkt niet voor ontmoediging bij het
270 IV, 3,82 | het ons naar zich terug. Niet alleen dat: het belooft
271 IV, 3,82 | zijn leven verschijnen ons niet alleen als een van de grootste
272 IV, 3,82 | Evangelie van het leven niet alleen in het persoonlijke
273 IV, 3,84 | daarbij in hun omgeving niet altijd ondersteuning. Ja,
274 IV, 3,84 | moedigen het moederschap niet aan. In naam van de vooruitgang
275 IV, 4,85 | verzadigt u!”, maar u geeft hen niet wat zij nodig hebben, wat
276 IV, 4,85 | lichaam van Christus? Ga er niet aan voorbij wanneer het
277 IV, 4,85 | wanneer het naakt is. Eer het niet hier in de tempel met zijden
278 IV, 4,85 | ondersteuning door de vader niet aarzelen hun kind ter wereld
279 IV, 4,86 | ouderen, vooral hen die niet langer voor zichzelf kunnen
280 IV, 4,86 | verpleeghuizen. Deze zouden niet louter instellingen moeten
281 IV, 4,87 | liggen in de intrinsieke en niet te ontkennen ethische dimensie
282 IV, 4,87 | het hoofd zien en aldus niet langer ten dienste staan
283 IV, 4,88 | ingaan. Ofschoon wetten niet de enige middelen zijn om
284 IV, 4,88 | onrechtvaardig is en als zodanig niet de waarde van een wet kan
285 IV, 4,88 | christenen onder hen, om niet te wijken, maar om keuzes
286 IV, 4,88 | opgemerkt worden dat het niet genoeg is om onrechtvaardige
287 IV, 4,89 | bevordering van het leven zijn niet het monopolie van iemand,
288 IV, 5,92 | meer. De ouderen moeten niet alleen beschouwd worden
289 IV, 6,94 | vrijheid waar het leven niet aanvaard en bemind wordt;
290 IV, 6,94 | eigenlijke betekenis geeft. ~Niet minder beslissend is bij
291 IV, 6,94 | en mensen leven alsof Hij niet bestond, of waar men geen
292 IV, 6,95 | beschermen. Men kan er dus niet omheen om, speciaal aan
293 IV, 6,95 | en het is vruchteloos, om niet te zeggen misleidend, om
294 IV, 6,96 | liefde moeten laten zien, en niet stilstaan bij wat de menselijke
295 IV, 6,97 | houding t.o.v. de mens, niet alleen haar eigen kind,
296 IV, 6,97 | dat hij een persoon is en niet uit andere overwegingen,
297 IV, 6,97 | beïnvloed, en ze twijfelt er niet aan dat het in veel gevallen
298 IV, 6,97 | hart is waarschijnlijk nog niet geheeld. Zeker was en blijft
299 IV, 6,97 | verkeerd. Laat u echter niet door moedeloosheid meevoeren
300 IV, 6,97 | meevoeren en verlies uw hoop niet. Tracht liever te begrijpen
301 IV, 6,97 | onder ogen. Als u dat nog niet gedaan hebt, stel u dan
302 IV, 7,99 | Onze eigen vreugde zou niet volkomen zijn als we dit
303 IV, 7,99 | zijn als we dit Evangelie niet deelden met anderen maar
304 IV, 7,99 | Evangelie van het leven is niet alleen voor gelovigen: het
305 IV, 7,99 | verdediging en bevordering is niet voorbehouden aan christenen
306 IV, 7,99 | die waarde betreft zeker niet alleen de gelovigen. Het
307 Slot, 1,101| leven. Maar de Kerk kan niet vergeten dat haar zending
308 Slot, 1,101| de duisternis heeft het niet aangenomen”(Joh 1,4-5). ~
309 Slot, 3 | De dood zal niet meer zijn”(Apk 21,4): de
310 Slot, 3,103| geruststellende woorden: “Vrees niet, Maria”en “Bij God is niets
311 Slot, 3,103| onderweg is, “zal de dood niet meer zijn, geen rouw, geen
312 Slot, 3,103| grote aantal ~kinderen die niet geboren mogen worden, ~armen
|