Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
hiertoe 4
hieruit 1
hiervan 4
hij 213
hindernis 1
hing 1
hippocrates 1
Frequency    [«  »]
258 god
253 wordt
236 mens
213 hij
207 ook
207 worden
197 deze
Ioannes Paulus PP. II
Evangelium Vitae

IntraText - Concordances

hij

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | vgl. Joh 16,21). ~Wanneer Hij de kern van zijn verlossende 2 Inl, 0,1 | 10,10). In waarheid duidt Hij op datnieuweeneeuwige” 3 Inl, 1,2 | wereld heeft liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft 4 Inl, 3,5 | mede-broeder met het verzoek dat hij, in de geest van de bisschoppelijke 5 I, 1,7 | de dood niet gemaakt en Hij vindt geen vreugde in de 6 I, 1,7 | leven, maar alles heeft Hij voor het zijn geschapen(...) 7 I, 1,7 | onvergankelijk leven; en Hij heeft hem gemaakt tot een 8 I, 1,7 | afgunst van de duivel; en hij wordt ondergaan door diens 9 I, 1,7 | vgl.Gn 2,17;3,17-19). En hij komt er binnen op een gewelddadige 10 I, 1,7 | Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht. ~Een wilde woede 11 I, 1,7 | Waar is uw broer Abel?”Hij antwoordde: “Ik weet het 12 I, 1,7 | broeders hoeder?”Toen zei Hij: “Wat hebt gij gedaan? Hoor, 13 I, 1,7 | het ook is die Kaïn doodt, hij zal het zevenvoudig boeten!” 14 I, 1,8 | verkiest boven dat van Kaïn; hij geeft echter duidelijk aan 15 I, 1,8 | echter duidelijk aan dat Hij, ook al kiest Hij de gave 16 I, 1,8 | aan dat Hij, ook al kiest Hij de gave van Abel, het gesprek 17 I, 1,8 | met Kaïn niet afbreekt. Hij waarschuwt hem, herinnert 18 I, 1,8 | voorbestemd tot het kwaad. Zeker: hij wordt, zoals reeds Adam, 19 I, 1,8 | vrij tegenover de zonde. Hij kan en moet die beheersen: “ 20 I, 1,9 | bloed van de vermoorde dat Hij gerechtigheid laat wedervaren ( 21 I, 1,9 | weigert (vgl.Gn 4,11-12). En hij wordt gestraft: hij zal 22 I, 1,9 | En hij wordt gestraft: hij zal wonen in de steppe en 23 I, 1,9 | altijd barmhartig ook wanneer Hij straft, “gaf Kaïn een merkteken, 24 I, 1,9 | hem doden zou”(Gn 4,15). Hij gaf hem dus een teken, niet 25 I, 1,9 | andere woonplaats, omdat hij van de menselijke mildheid 26 I, 1,9 | met een moord, aangezien hij liever het berouw van de 27 I, 2,10 | mens van vandaag, opdat hij zich bewust wordt van de 28 I, 2,10 | voortdurend getekend wordt; opdat hij op zoek gaat naar de talrijke 29 I, 2,10 | hebben en bevorderen; opdat hij uiterst ernstig nadenkt 30 I, 4,21 | zijn schuldgroter is dan hij kan dragen”, dan is dat 31 I, 4,21 | dragen”, dan is dat omdat hij zich ervan bewust is in 32 I, 4,21 | ervaring van David die, nadathij kwaad had bedreven in de 33 I, 4,22 | andere aardse schepsels; hij beschouwt zichzelf louter 34 I, 4,22 | zijn fysieke staat wordt hij in zekere zin teruggebracht 35 I, 4,22 | een ding”, en begrijpt hij niet meer hettranscendente” 36 I, 4,22 | zijnbestaan als mens”. Hij beschouwt het leven niet 37 I, 4,22 | bestaan te stellen doordat hij in echte vrijheid deze cruciale 38 I, 4,22 | zijn eigenzijnaanneemt. Hij is alleen maar bekommerd 39 I, 4,22 | om hetmakenen, terwijl hij alle mogelijke technologieën 40 I, 4,22 | technologieën gebruikt, houdt hij zich bezig met het programmeren, 41 I, 4,23 | gewaardeerd, niet om wat hijis”, maar om wat hij “heeft, 42 I, 4,23 | wat hij “is”, maar om wat hijheeft, doet en presteert”. 43 I, 5,25 | het zinloze bestaan dat hij van uw vaderen had geërfd. 44 I, 5,25 | kennen en waarderen, en kan hij met steeds nieuwe en dankbare 45 I, 5,25 | ogen van de Schepper als hijeen zo verheven Verlosser 46 I, 5,28 | Deuteronomium gaat nog dieper, want hij dwingt ons een keuze te 47 II, 1,29 | Op deze wijze ook sprak Hij over zichzelf tot Martha, 48 II, 1,29 | gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven; wie leeft en 49 II, 1,29 | uit dezebronontvangt hij in het bijzonder het vermogen 50 II, 1,30 | waarheen de mens, terwijl hij in deze wereld leeft, gedreven 51 II, 2 | kracht en mijn lied, en Hij is mijn redding geworden”( 52 II, 2,31 | steeds grotere helderheid: “Hij heeft alles goedgemaakt 53 II, 2,31 | op zijn tijd; ook heeft Hij eeuwigheid gelegd in hun 54 II, 3,32 | in de parabel, denkt dat hij zijn leven zeker kan stellen 55 II, 3,32 | Het leven ontglipt hem, en hij zal het zeer spoedig verliezen, 56 II, 3,33 | moment van zijn geboorte. Hij wordt zeker aanvaard door 57 II, 3,33 | volledig aanvaard: “Ofschoon Hij rijk was, werd hij voor 58 II, 3,33 | Ofschoon Hij rijk was, werd hij voor ons arm, opdat gij 59 II, 3,33 | hoogtepunt van het Kruis: “Hij vernederde zichzelf en werd 60 II, 3,33 | Vader. Aan het kruis kan Hij dan ook tot Hem zeggen: “ 61 II, 4,34 | verantwoordelijke zorg, terwijl hij om geen enkele reden onderworpen 62 II, 4,34 | kwaad, en de vrije wil: “Hij vulde hen met kennis en 63 II, 4,35 | mens wordt geblazen opdat hij tot leven komt: “De Heer 64 II, 4,35 | die de mens voelt zolang hij op aarde is. Omdat hij door 65 II, 4,35 | zolang hij op aarde is. Omdat hij door God gemaakt is, en 66 II, 4,35 | God toegetrokken. Wanneer hij de diepe verlangens van 67 II, 4,35 | rustte van ieder werk dat Hij had ondernomen in de wereld. 68 II, 4,35 | ondernomen in de wereld. Hij rustte toen in de diepten 69 II, 4,35 | de diepten van de mens. Hij rustte in de geest van de 70 II, 4,35 | en in zijn denken; want Hij had de mens geschapen, begiftigd 71 II, 4,36 | eigen persoon, maar wordt hij ook verleid tot beledigingen 72 II, 4,36 | daartegen in andere, doordat hij gemeenschapsbetrekkingen 73 II, 4,36 | onzichtbare God”(Kol 1,15), “Hij weerspiegelt de heerlijkheid 74 II, 4,36 | van zijn wezen”(Heb 1,3). Hij is het volmaakte beeld van 75 II, 5,37 | geloofden in zijn Naam, gaf Hij de macht om kinderen van 76 II, 5,37 | Jezus naar dit leven dat Hij kwam brengen eenvoudig als 77 II, 5,37 | als naarhet leven”; en Hij presenteert het geboren 78 II, 5,37 | opnieuw geboren wordt, kan hij het rijk van God niet zien”( 79 II, 5,37 | doel van Jezuszending: Hijis degene die neerdaalt 80 II, 5,37 | wereld”(Joh 6,33), aldus kan Hij naar waarheid zeggen: “Wie 81 II, 5,37 | vgl.Joh 3,15; 6,40), omdat hij van Jezus de enige woorden 82 II, 5,37 | bent”(Joh 6,68-69). Wanneer Hij tot de Vader spreekt in 83 II, 5,38 | Maar wij weten dat, wanneer Hij verschijnt, wij als Hij 84 II, 5,38 | Hij verschijnt, wij als Hij zullen zijn, want wij zullen 85 II, 5,38 | wij zullen Hem zien zoals Hij is”(1 Joh 3,1-2). ~Hier 86 II, 6,39 | kan er niet mee doen zoals hij wil. God zelf maakt dit 87 II, 6,39 | dood en brengt tot leven, Hij brengt tot diep in de hel 88 II, 6,39 | doet opstaan”(1Sam 2,6). Hij alleen kan zeggen: “Ik ben 89 II, 6,39 | de dood niet gemaakt en Hij verheugt zich niet over 90 II, 6,39 | dood van de levenden. Want Hij schiep alle dingen opdat 91 II, 6,40 | God aan Kaïn stelt, nadat hij zijn broer Abel heeft gedood, 92 II, 6,41 | te verwerven?”, antwoordt Hij: “Als je het leven wilt 93 II, 6,41 | geboden”(Mt 19,16.17). En Hij haalt als eerste van deze 94 II, 6,41 | van uw hemelse Vader: want Hij laat de zon opgaan over 95 II, 7,42 | mens toevertrouwt, wanneer Hij hem roept als zijn levende 96 II, 7,42 | jegens de omgeving waarin hij leeft, jegens de schepping 97 II, 7,43 | niet goed voor de mens, dat hij alleen blijft (Gn 2,18) 98 II, 7,43 | geheel andere wijze dan Hij aanwezig is bij alle andere 99 II, 7,43 | welsprekende taal wanneer hij vertelt van de vreugdevolle 100 II, 7,43 | God de mens schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis met 101 II, 7,43 | God. Man en vrouw schiep Hij hen, en Hij zegende hen 102 II, 7,43 | vrouw schiep Hij hen, en Hij zegende hen en noemde hen 103 II, 7,43 | honderddertig jaar was, werd hij de vader van een zoon die 104 II, 7,43 | hieraan herinnert wanneer Hij vraagt om bemind en gediend 105 II, 8,44 | zijn moeder. Hier vindt hij reden om vertrouwen te hebben, 106 II, 8,44 | vertrouwen te hebben, en hij spreekt zijn geloof uit 107 II, 8,44 | Schepper van de wereld: Hij bewerkt het ontstaan van 108 II, 8,44 | ontstaan van de mens, zoals Hij van alles de oorsprong is. 109 II, 8,44 | van alles de oorsprong is. Hij zal jullie in zijn barmhartigheid 110 II, 8,45 | volgens de natuurlijke orde, hij sprong op vanwege het mysterie; 111 II, 8,45 | merkte de komst van Maria, hij die van de Heer; de vrouw 112 II, 8,45 | heilige Geest, vervulde hij zijn moeder ook met Hem36. ~ 113 II, 9,46 | leven”(vgl.Ps 16,5), en hij aanvaardt van Hem ook het 114 II, 9,46 | dood. In leven en dood moet hij zich helemaal toevertrouwen 115 II, 9,46 | schijnt te verdwijnen - zodat hij uitroept: “Mijn dagen zijn 116 II, 9,47 | met de vele genezingen die Hij deed, toont ook Gods grote 117 II, 9,47 | Js 61,1). Later, wanneer Hij zijn leerlingen de wereld 118 II, 9,47 | de wereld instuurt, geeft Hij hun een zending, waarin 119 II, 9,47 | niet zichzelf te offeren en Hij maakt van zijn leven vrijelijk 120 II, 9,47 | zijn aardse leven omdat hij trouw getuigt van de verrijzenis 121 II, 9,47 | verrijzenis van de Heer: hij volgt in de voetstappen 122 II, 10,49 | in het mensenhart en die Hij op de Sinaï aan het volk 123 II, 10,49 | stad Jeruzalem, waarbij hij hetde bloedige stad”(22, 124 II, 10,49 | Dienaar van de Heer: “Wanneer hij zichzelf tot een offer maakt 125 II, 10,49 | maakt voor de zonde, zal hij nakomelingen zien en lang 126 II, 10,49 | het doorstane lijden zal hij het licht mogen zien”(Js 127 II, 11,50 | opgeheven van de aarde. Hij ervaart het ogenblik van 128 II, 11,50 | handen van zijn moordenaars: hij wordt bespot, uitgelachen, 129 II, 11,50 | middenin dit alles, toen hij Hemop deze wijze zag sterven”, 130 II, 11,50 | God geopenbaard als wie Hij is: aan het Kruis wordt 131 II, 11,50 | ieder menselijk wezen. Voor Hij sterft bidt Jezus tot de 132 II, 11,50 | is - de zekere hoop dat hij bevrijding en verlossing 133 II, 11,51 | de azijn genomen had, zei Hij: “Het is volbracht”. Daarop 134 II, 11,51 | volbracht”. Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest”( 135 II, 11,51 | van de Geest”, waardoor Hij ons van de dood vrijkoopt 136 II, 11,51 | gehoorzaam aan de Vader en omdat Hijde zijnen had bemind die 137 II, 11,51 | de wereld waren, beminde Hij hen tot het einde”(Joh 13, 138 II, 11,51 | helemaal voor hen te geven. ~Hij die gekomen wasniet om 139 II, 11,51 | groter liefde dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn 140 II, 11,51 | vrienden”(Joh 15,13). En Hij stierf voor ons terwijl 141 III, 1,52 | Hem vraagt welke geboden hij moet onderhouden: “Jezus 142 III, 1,52 | eist van de mens, aan wie Hij het leven geeft dat hij 143 III, 1,52 | Hij het leven geeft dat hij dat bemint, eerbiedigt en 144 III, 1,52 | uit te oefenen, ontving hij een gelijkenis met de Koning 145 III, 1,52 | de Koning van het heelal; hij is het levende beeld dat 146 III, 1,52 | zekere zin over het leven dat hij heeft ontvangen en dat hij 147 III, 1,52 | hij heeft ontvangen en dat hij kan doorgeven door voortplanting, 148 III, 1,52 | onvergelijkelijke grootheid - hij is deuitvoerder van Gods 149 III, 1,52 | toevertrouwd als een schat die hij niet mag vergooien, als 150 III, 2,53 | 6). ~God verkondigt dat Hij de absolute Heer is van 151 III, 2,53 | gehele menselijke samenleven. Hij is de “goel”, de verdediger 152 III, 2,53 | 14). God laat zo zien dat Hij geen vreugde schept in de 153 III, 2,53 | de wereld (vgl.W 2,24). Hij dieeen moordenaar van 154 III, 2,53 | mens te misleiden voert hij hem naar zijn doelen van 155 III, 2,54 | blootstelde, zelfs al is hij misschien niet moreel verantwoordelijk 156 III, 2,54 | moreel verantwoordelijk omdat hij nietbij zijn verstand” 157 III, 3,57 | het opzettelijk doden, hoe hij ook wordt uitgevoerd, van 158 III, 3,58 | zijn, niet alleen wanneer hij de moeder rechtstreeks tot 159 III, 3,58 | drijft, maar ook wanneer hij haar indirect aanmoedigt 160 III, 3,58 | enkelingen en de schade die hij hen toebrengt, en krijgt 161 III, 3,58 | hen toebrengt, en krijgt hij een sterk sociale dimensie. 162 III, 3,59 | die naar hem kijkt wanneer hij een nietig vormloos embryo 163 III, 3,59 | brengt bij de geboorte. Hij is reeds de mens die hij 164 III, 3,59 | Hij is reeds de mens die hij later zal zijn64. ~Door 165 III, 4,62 | absurdbeschouwd wanneer hij plotseling een leven onderbreekt 166 III, 4,62 | interessante ervaringen. Maar hij wordt een “rechtmatige bevrijding” 167 III, 4,62 | Bovendien meent de mens wanneer hij zijn fundamentele betrekking 168 III, 4,62 | ontkent of verwaarloost, dat hij voor zichzelf maatstaf en 169 III, 4,62 | garandeert om te beslissen wat hij met zijn leven doet in volle 170 III, 4,63 | helder te blijven, en, zo hij een gelovige is, bewust 171 III, 4,64 | ander te doden: zelfs als hij het zou willen, ja erom 172 III, 4,64 | willen, ja erom vraagt omdat hij, zwevend tussen leven en 173 III, 4,64 | 2Kon 5,7; 1Sam 2,6). Maar Hij oefent die macht alleen 174 III, 4,64 | deze macht aanmatigt, omdat hij de slaaf is van een dwaze 175 III, 4,64 | zelfzuchtige denkwijze, gebruikt hij haar onvermijdelijk voor 176 III, 4,65 | juiste oordeel, wanneer hij zich vol huiver afkeert 177 III, 4,65 | zaad van eeuwigheid dat hij in zich draagt niet is ontstaan 178 III, 4,65 | gekruisigde Christus zelf. Zo gaat hij die zijn lijden leeft in 179 III, 4,65 | 3,10; 1Pe 2,21) en heeft hij ten diepste deel aan zijn 180 III, 5,66 | gevolg daarvan zou alleen hij over de moraliteit van zijn 181 III, 5,67 | en voorschrijft, maar dat hij zich ertoe beperkt de vrijheid 182 III, 6,73 | het het minimum aan dat hij moet eerbiedigen en waarvan 183 III, 6,73 | moet eerbiedigen en waarvan hij moet uitgaan om ontelbare 184 III, 6,73 | van doen hebben) begint hij zijn hoofd op te heffen 185 III, 6,74 | te beschikken, maar opdat hij het met wijsheid bewaart 186 III, 6,75 | beminnen en te bevorderen. “Hij heeft zijn leven voor ons 187 III, 6,75 | waargenomen worden, die, omdat Hij waait waar Hij wil (vgl. 188 III, 6,75 | die, omdat Hij waait waar Hij wil (vgl. Joh 3,8), iedere 189 IV, 2,78 | verkondiging van het leven. Want Hij ishet Woord des levens”( 190 IV, 2,78 | gemaakt”(1Joh 1,2); ja, Hij is zelfhet eeuwige leven, 191 IV, 2,78 | als wezen van geen belang; hij is stof, gras, ijdelheid. 192 IV, 2,78 | ijdelheid. Maar zo gauw hij door de God van het heelal 193 IV, 2,78 | aangenomen als kind, wordt hij deel van de familie van 194 IV, 2,78 | natuur: van sterfelijk wordt hij onsterfelijk; van vergankelijk 195 IV, 2,78 | van vergankelijk wordt hij onvergankelijk; van voorbijgaand 196 IV, 2,78 | van voorbijgaand wordt hij eeuwig; van menselijke wordt 197 IV, 2,78 | eeuwig; van menselijke wordt hij goddelijk105. ~Dankbaarheid 198 IV, 3,81 | zijn diepte ziet, doordat hij er de dimensies van belangeloosheid, 199 IV, 3,84 | u Hem hebt gegeven. Want Hij heeft de macht u het leven 200 IV, 4 | wanneer iemand zegt, dat hij het geloof heeft, maar de 201 IV, 4,85 | wanneer iemand zegt, dat hij het geloof heeft, maar de 202 IV, 4,85 | mogen wij Jezus dienen zoals Hij zelf gezegd heeft: “Wat 203 IV, 4,87 | iedere dokter verlangt dat hij of zij zichzelf verbindt 204 IV, 4,88 | afwijzen, vooral wanneer hij of zij een mandaat heeft 205 IV, 5,90 | het nodig heeft, krijgt hij intensievere en aandachtiger 206 IV, 6,94 | ontkend en mensen leven alsof Hij niet bestond, of waar men 207 IV, 6,97 | voorkomt uit het feit dat hij een persoon is en niet uit 208 Slot, 1,101| leerling naast haar, zei Hij tot zijn moeder: “Vrouw, 209 Slot, 2,102| heimelijke weerstand die voordat hij de leerlingen van Jezus 210 Slot, 2,102| zichzelf voortdurend, en treedt Hij in gemeenschap met ons, 211 Slot, 3,103| God haar nabij is en dat Hij haar met zijn welwillende 212 Slot, 3,103| schittering van de Verrijzenis. Hij alleen beheerst alle gebeurtenissen 213 Slot, 3,103| gebeurtenissen van de geschiedenis: hij open haar “zegels”(vgl.


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License