Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | kindje dat geboren wordt (vgl. Joh 16,21). ~Wanneer Hij
2 Inl, 1,2 | bereiken in de eeuwigheid (vgl.1 Joh 3,1-2). Tegelijkertijd
3 Inl, 1,2 | zijn hart geschreven is (vgl.Rom 2,14-15), van de heilige
4 Inl, 1,2(3) | Vgl. JOHANNES PAULUS II, encycliek
5 Inl, 1,2(4) | Vgl. Ibid., 14: l.c., 285. ~
6 Inl, 2,3 | God dat is mens geworden (vgl.Joh 1,14), toevertrouwd
7 Inl, 2,3 | wereld en aan ieder schepsel (vgl.Mc 16,15). ~Vandaag wordt
8 Inl, 3,5(6) | Vgl. Brief aan al mijn Broeders
9 I, 1,7 | een vol en volmaakt leven (vgl.Gn 2,7;W 9,2-3), wordt tegengesproken
10 I, 1,7 | de afgunst van de duivel (vgl.Gn 3,1&4-5) en vanwege de
11 I, 1,7 | zonde van de voorouders (vgl.Gn 2,17;3,17-19). En hij
12 I, 1,8(11) | Vgl. SINT AMBROSIUS, De Noe,
13 I, 1,9 | gerechtigheid laat wedervaren (vgl.Gn 37,26; Js 26,21; Ez 24,
14 I, 1,9 | hem haar vruchten weigert (vgl.Gn 4,11-12). En hij wordt
15 I, 1,9(12) | Vgl. Katechismus van de Katholieke
16 I, 2,14(14) | Vgl. CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER,
17 I, 2,16 | werd, moest worden gedood (vgl.Ex 1,7-22). Vandaag treden
18 I, 4,24 | lichtende oog van de ziel (vgl.Mt 6,22-23), “het kwade
19 I, 4,24(18) | Vgl. ibid., 16. ~
20 I, 5 | tot het vergoten bloed”(vgl. Heb 12,22.24): tekens van
21 I, 5,25 | te reinigen en te wijden (vgl.Ex 14,8; Lv 17,11). Nu wordt
22 I, 5,25 | Christus aan het kruis vloeit (vgl.Joh 19,34) “spreekt welluidender”
23 I, 5,25 | de broeders bij de Vader (vgl.Heb 7,25), en het is de
24 I, 5,25 | zichzelf wegschenkende liefde (vgl.Joh 13,1), leert de gelovige
25 I, 5,25 | eeuwig leven zou hebben”(vgl.Joh 3,16)!”20. ~Bovendien
26 I, 5,25(19) | Vgl. SINT GREGORIUS DE GROTE,
27 I, 5,25 | drinkt en in Jezus vertoeft (vgl.Joh 6,56) wordt meegetrokken
28 I, 5,25 | haar volheid te brengen (vgl.Gn 1,17; 2,18-24). ~Uit
29 I, 5,27 | barmhartige Samaritaan”(vgl.Lc 10,29-37) en die door
30 II, 1,29 | leven ontvangt van de Vader (vgl.Joh 5,26) en die onder de
31 II, 1,29 | waarheid volmaakt te “doen”(vgl.Joh 3,21), dwz. om de verantwoordelijkheid
32 II, 2,31 | pasgeboren jongens hing (vgl.Ex 1,15-22), openbaarde
33 II, 3,32 | die houdt van wat leeft”(vgl.W 11,26) Israël had gerustgesteld
34 II, 3,32 | de handen van de Vader (vgl.Mt 6,25-34). ~Bovenal zijn
35 II, 3,32 | Hem volgen en Hem zoeken (vgl.Mt 4,23-25) vinden in zijn
36 II, 3,33 | onmiddellijke en vreugdevolle “ja”(vgl.Lc 1,38). Maar er is ook,
37 II, 3,33 | redding voor de hele mensheid (vgl.Lc 2,11). ~De tegenstellingen
38 II, 3,33 | van het menselijk leven (vgl.Fil 2,6-7). Jezus beleefde
39 II, 3,33 | leven voor alle mensen (vgl.Joh 12,32). Op zijn tocht
40 II, 4,34 | uit het stof van de aarde (vgl.Gn 2,7; 3,19; Job 34,15;
41 II, 4,34 | spoor van zijn heerlijkheid (vgl.Gn 1,26-27; Ps 8,6). Dit
42 II, 4,34 | ware en rechtvaardige is (vgl.Dt 32,4). Onder alle zichtbare
43 II, 4,35 | van planten en dieren is (vgl.Gn 2,20). Alleen de verschijning
44 II, 4,35 | been van zijn beenderen (vgl.Gn 2,23), en in wie de geest
45 II, 4,36 | des levens ver open zet (vgl.Rom 5,12-21). Zoals de apostel
46 II, 5,37 | komt, heeft eeuwig leven (vgl.Joh 3,15; 6,40), omdat hij
47 II, 6,39 | is mijn ziel”(Ps 131,2; vgl.Js 49,15; 66,12-13; Hos
48 II, 6,40 | het Verbond van de Sinaï (vgl.Ex 34,28). Op de eerste
49 II, 6,40 | verwonding van iemand anders (vgl.Ex 21,12-27). Natuurlijk
50 II, 6,41 | kinderen in de moederschoot (vgl.Ex 21,22; 22,20-26). Met
51 II, 6,41 | zo duidelijk laat zien (vgl.Lc 10,25-37). Zelfs een
52 II, 6,41 | verplicht is hem te beminnen (vgl.Mt 5,38-48; Lc 6,27-35),
53 II, 6,41 | 35), hem “goed te doen”(vgl.Lc 6,27.33.35), en zijn
54 II, 6,41 | verwachten, te beantwoorden (vgl.Lc 6,34-35). De hoogste
55 II, 6,41 | onrechtvaardigen”(Mt 5,44-45; vgl.Lc 6,28.35). ~Zo is het
56 II, 7,42 | verzorgen en te bewaken (vgl.Gn 2,15), heeft de mens
57 II, 7,42 | vrucht van de boom te eten”(vgl Gn, 2,16-17) toont voldoende
58 II, 7,42(28) | Vgl. JOHANNES PAULUS II, encycliek
59 II, 7,43(31) | 9: AAS 86 (1994), 878; vgl. PIUS XII, encycliek Humani
60 II, 7,43(33) | wereld Gaudium et spes, 50; vgl. JOHANNES PAULUS II, post-synodale
61 II, 7,43 | doet men aan Christus zelf (vgl.Mt 25,31-46). ~
62 II, 8,44 | schoot een genade”(Ps 127,3;vgl.Ps 128,3-4). Dit geloof
63 II, 9,46 | aanzien en omgeven met ontzag (vgl.2Mak 6,23). De rechtvaardige
64 II, 9,46 | uw handen is mijn leven”(vgl.Ps 16,5), en hij aanvaardt
65 II, 9,46 | die “alle ziekten geneest”(vgl.Ps 103,3). Wanneer alle
66 II, 9,47 | gebroken harten te helen (vgl.Lc 4,18; Js 61,1). Later,
67 II, 9,47 | een offer aan de Vader (vgl.Joh 10,17) en aan de zijnen (
68 II, 9,47 | 10,17) en aan de zijnen (vgl.Joh 10,15). De dood van
69 II, 9,47 | met woorden van vergeving (vgl.Hnd 7,59-60) en wordt zo
70 II, 10,48 | andere “woorden van leven”(vgl.Hnd 7,38) waarmee dit gebod
71 II, 10,48 | mond van de Heer”(Dt 8,3; vgl.Mt 4,4). ~Door te luisteren
72 II, 10,49 | uitstorten”(Ez 36,25-26; vgl.Jr 31,34). Dit “nieuwe hart”
73 II, 10,49 | brengt haar tot vervulling (vgl.Mt 5,17): de Wet en de Profeten
74 II, 10,49 | van de onderlinge liefde (vgl.Mt 7,12). In Jezus wordt
75 II, 10,49 | gaf voor zijn vrienden (vgl.Joh 15,13), is de zelfgave
76 II, 11,50 | mensen naar zich toe trekt (vgl.Joh 19,37; 12,32). Kijkend
77 II, 11,50 | schouwspel”van het Kruis (vgl.Lc 23,48) zullen we aan
78 II, 11,50 | uitgelachen, beledigd (vgl.Mc 15,24-26). ~En toch,
79 II, 11,50 | vergiffenis voor zijn vervolgers (vgl.Lc 23,34), en antwoordt
80 II, 11,50 | genezen en goed te doen (vgl.Hnd 10,38). Maar zijn wonderen,
81 II, 11,50 | woestijn (Joh 3,14-15); vgl.Nu 21,8-9) hernieuwd en
82 II, 11,51 | God, om uw wil te doen”(vgl.Heb 10,9), werd in alles
83 II, 11,51 | wij nog zondaars waren (vgl.Rom 5,8). ~Zo verkondigt
84 II, 11,51 | zijn voetstappen te gaan (vgl.1Pe 2,21). ~Ook wij worden
85 III, 1,52 | over lagere schepselen (vgl.Gn 1,28), is de mens heer
86 III, 1,52 | en blijde gehoorzaamheid (vgl.Ps 119), geboren uit en
87 III, 1,52(39)| Vgl. SINT JOHANNES DAMASCENUS,
88 III, 1,52 | afleggen voor zijn Meester (vgl.Mt 25,14-30; Lc 19,12-27). ~
89 III, 2,53 | verspreiding van zonde en geweld (vgl.Gn 9,5-6). ~God verkondigt
90 III, 2,53 | zijn beeld en gelijkenis (vgl.Gn 1, 26-28). Het menselijk
91 III, 2,53 | verdediger van de onschuldigen (vgl.Gn 4,9-15; Js 41,14; Jr
92 III, 2,53 | de dood van de levenden (vgl.W 1,13). Alleen Satan heeft
93 III, 2,53 | kwam de dood in de wereld (vgl.W 2,24). Hij die “een moordenaar
94 III, 2,53(41)| 5: AAS 80 (1988), 76-77; vgl. Katechismus van de Katholieke
95 III, 2,54 | heel de wet en de profeten”(vgl.Mt 22,36-40). Sint Paulus
96 III, 2,54 | beminnen als uzelf””(Rom 13,9; vgl.Gal 5,14). Overgenomen en
97 III, 2,54 | binnengaan in het leven”(vgl.Mt 19,16-19). In ditzelfde
98 III, 2,54(42)| FUNK, I, 2-3, 6-9, 14-17; vgl. Brief van Pseudo-Barnabas,
99 III, 2,54 | Zaligsprekingen in het evangelie (vgl.Mt 5,38-40). Het sublieme
100 III, 2,54(43)| Vgl. Katechismus van de Katholieke
101 III, 2,54(43)| Katholieke Kerk, 2263-2269; vgl. Catechismus van het Concilie
102 III, 2,54(45)| Vgl. SINT THOMAS VAN AQUINO,
103 III, 2,55(47)| Vgl. ibid. ~
104 III, 2,56 | vindt in zijn eigen hart (vgl.Rom 2,14-15), is opnieuw
105 III, 2,56(50)| Vgl. Pastorale constitutie over
106 III, 2,56(51)| Vgl. TWEEDE VATICAANS OECUMENISCH
107 III, 3,57(54)| Vgl. JOHANNES PAULUS II, Apostolische
108 III, 3,58(59)| moeders schoot nam”(Ps 71,6; vgl. Js 46,3; Job 10,8-12; Ps
109 III, 3,58(59)| schoot van hun moeders (vgl. 1,39-45) - hoe zelfs voor
110 III, 3,59 | Levens”staat opgetekend (vgl.Ps 139,1; 1,13-16). Reeds
111 III, 3,59(60)| Vgl. Verklaring over abortus
112 III, 3,59(64)| Vgl. encycliek Casti connubii (
113 III, 3,60(65)| radioboodschappen VI (1944-1945), 191; vgl. Toespraak tot de Italiaanse
114 III, 3,60(68)| Vgl. Can. 2350, § 1. ~
115 III, 3,60(69)| Canoniek Recht, can. 1398; vgl. Codex van de Canons van
116 III, 3,60(70)| Vgl. ibid., can. 1329; ook de
117 III, 3,60(71)| Vgl. Toespraak tot de Italiaanse
118 III, 3,60(72)| Vgl. TWEEDE VATICAANS OECUMENISCH
119 III, 4,63(77)| Vgl. ibid. ~
120 III, 4,63(78)| III: AAS 49 (1957), 147; vgl. CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER,
121 III, 4,63(80)| Vgl. PIUS XII, Toespraak tot
122 III, 4,63(81)| Vgl. TWEEDE VATICAANS OECUMENISCH
123 III, 4,63(82)| Vgl. SINT AUGUSTINUS, De Civitate
124 III, 4,64(83)| Vgl. CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER,
125 III, 4,64 | en weer omhoog”(W 16,13; vgl.Tob 13,2). ~Instemmen met
126 III, 4,64 | die “goed en kwaad kent”(vgl. Gn 3,5). God alleen heeft
127 III, 4,64 | leven brengt”(Dt 32,339; vgl. 2Kon 5,7; 1Sam 2,6). Maar
128 III, 4,65 | verrijzenis en het leven (vgl. Rom 8,11). De zekerheid
129 III, 4,65 | gehoorzaamheid aan de Vader (vgl. Fil 2,8), doordat wij de
130 III, 4,65 | vastgestelde “uur”aanvaarden (vgl. Joh 13,1), die alleen kan
131 III, 4,65 | volkomen op Hem lijken (vgl. Fil 3,10; 1Pe 2,21) en
132 III, 4,65(86)| Vgl. JOHANNES PAULUS II, Apostolische
133 III, 4,65(87)| Vgl. JOHANNES PAULUS II, encycliek
134 III, 5,68(88)| Vgl. JOHANNES PAULUS II, encycliek
135 III, 5,69(90)| Vgl. TWEEDE VATICAANS OECUMENISCH
136 III, 5,69(91)| Vgl. SINT THOMAS VAN AQUINO,
137 III, 5,69(92)| Vgl. TWEEDE VATICAANS OECUMENISCH
138 III, 5,71 | openbaar gezag ingeprent (vgl. Rom 1-7; 1Pe 2,13-14),
139 III, 5,71(98)| Vgl. Katechismus van de Katholieke
140 III, 5,72 | zelf eenieder zal oordelen (vgl. Rom 2,6; 14,12). ~Weigeren
141 III, 6,73 | het goede waar te nemen (vgl. Mt 5,48). De geboden, in
142 III, 6,73(99)| Tractatus, 41, 10: CCL 36, 363; vgl. JOHANNES PAULUS II, encycliek
143 III, 6,74 | het leven tot uitdrukking (vgl. Ps 139, 13-14). ~De Schepper
144 III, 6,75 | Hij waait waar Hij wil (vgl. Joh 3,8), iedere mens die
145 IV, 1,76 | werden in de hele wereld (vgl. Mc 16,15; Mt 28,19-20).
146 IV, 1,76(101)| Vgl. Romeins missaal, Gebed
147 IV, 1,77 | van zijn kostbaar bloed (vgl. 1Kor 6,20; 7,23; 1Pe 1,
148 IV, 1,77 | doop deel van Hem geworden (vgl. Rom 6,4-5; Kol 2,12), zoals
149 IV, 1,77 | en vruchtbaarheid halen (vgl. Joh 15,5). Innerlijk vernieuwd
150 IV, 1,77(102)| Vgl. SINT IRENEÜS: “Omnem
151 IV, 2,78(103)| Vgl. SINT THOMAS VAN AQUINO: “
152 IV, 2,78(105)| Vgl. JOHANNES PAULUS II, encycliek
153 IV, 2,80 | denkwijze van deze wereld (vgl. Rom 12,2). Wij moeten in
154 IV, 2,80 | niet van de wereld zijn (vgl. Joh 15,19; 17,16), met
155 IV, 2,80 | wereld overwonnen heeft (vgl. Joh 16,33). ~
156 IV, 2,80(106)| Vgl. JOHANNES PAULUS II, encycliek
157 IV, 3,81 | geschapen als een wonder (vgl. Ps 139,14). Het is de visie
158 IV, 3,81 | zijn levend beeld ontdekt (vgl. Gn 1,27; Ps 8,6). Deze
159 IV, 3,81(107)| Vgl. Kerstboodschap 1967: AAS
160 IV, 3,82 | toen we nog vormloos waren (vgl. Ps 139,13.15-16), en met
161 IV, 3,82 | goddelijke waardigheid verleend (vgl. Ps 8,6-7). In ieder kind
162 IV, 3,84 | die God welgevallig is (vgl. Rom 12,1), moet het Evangelie
163 IV, 3,84 | te geven voor de beminde (vgl. Joh 15,13); zij zijn een
164 IV, 4,85 | van iedere mens te maken (vgl. Lc 10,29-37), en daarbij
165 IV, 4,89(115)| Vgl. Decreet over de oecumene
166 IV, 5,90(117)| Vgl. TWEEDE VATICAANS OECUMENISCH
167 IV, 5,90(119)| gave van God gepresenteerd (vgl. Ps 127,3); en als een teken
168 IV, 5,90(119)| hen die zijn wegen gaan (vgl. Ps 128, 3-4). ~
169 IV, 5,92 | vader en moeder te eren (vgl.Ex 20,12; Lv 19,3). Maar
170 IV, 6,93 | heel het deeg doet gisten (vgl.Mt 13,33) moet het Evangelie
171 IV, 6,93(123)| Vgl. Ibid., 20, l.c., 18. ~
172 IV, 6,93(124)| Vgl. TWEEDE VATICAANS OECUMENISCH
173 IV, 6,94(125)| Vgl. JOHANNES PAULUS II, encycliek
174 IV, 6,95(129)| Vgl. TWEEDE VATICAANS OECUMENISCH
175 IV, 6,96(130)| Vgl. JOHANNES PAULUS II, Brief
176 IV, 6,97(134)| Vgl. JOHANNES PAULUS II, Brief
177 IV, 6,98 | overvloedige vrucht voortbrengt (vgl.Mc 4,26-29). Zeker is er
178 IV, 6,98 | wie niets onmogelijk is (vgl.Mt 19,26). ~Met die zekerheid
179 IV, 6,98 | krachten van het kwaad (vgl.Mt 4,1-11) en heeft zijn
180 IV, 6,98 | kunnen worden uitgedreven (vgl.Mc 9,29). Laat ons daarom
181 IV, 7,99 | zijn en met de Drieëenheid (vgl.1Joh 1,3). Onze eigen vreugde
182 Slot, 0,100 | Kind voor ons geboren”(vgl.Js 9,6), om in Hem “het
183 Slot, 0,100 | mensheid kwam schenken (vgl.Joh 10,10). Door haar opneming
184 Slot, 1,101 | moeder van de “levenden”(vgl. Gn 3,20). ~Het geestelijk
185 Slot, 2,102 | Kind naar Egypte vluchten (vgl. Mt 2,13-15). ~Zo helpt
186 Slot, 3,103 | Gods liefde voor zijn volk (vgl. Hos 2,16). Maria is een
187 Slot, 3,103 | hij open haar “zegels”(vgl. Apk 5,1-10) en verkondigt (
|