105-binne | bio-e-gevol | gevon-mits | mobil-rijke | rijks-versl | versp-zweve
bold = Main text
Chapter, Paragraph, Number grey = Comment text
1505 I, 5,26 | bedrijven en organisaties mobiliseren hun krachten om de weldaden
1506 III, 3,59 | hem met zijn eigen handen modelleert en vormt, die naar hem kijkt
1507 Inl, 2,3(5) | constitutie over de Kerk in de modernde wereld Gaudium et Spes,
1508 IV, 6,97 | Laat u echter niet door moedeloosheid meevoeren en verlies uw
1509 Inl, 2,3 | 14), toevertrouwd aan de moederlijke zorg van de Kerk. Daarom
1510 IV, 5,91 | kracht in, om in tijden van moeiten en lijden stand te houden
1511 IV, 3,82(110) | Canori Mora en Gianna Beretta Molla (24 april 1994): L”Osservator
1512 IV, 4,87 | middelen die, onder het mom van hulp aan mensen, hen
1513 IV, 4,89 | het leven zijn niet het monopolie van iemand, maar taak en
1514 II, 1,30 | bekend, opdat gij gemeenschap moogt hebben met ons”. (1,1-3). ~
1515 I, 3,18 | materile karakter van zijn moorddadig handelen te gaan, om het
1516 II, 4,36 | onverschilligheid, vijandigheid en zelfs moorddadige haat. Wanneer God niet erkend
1517 II, 11,50 | en aan de handen van zijn moordenaars: hij wordt bespot, uitgelachen,
1518 III, 3,59 | vruchtafdrijvende medicijnen als moordenaressen beschouwen, omdat kinderen,
1519 I, 1,9 | steppe en in de woestijn. Het moordgeweld verandert het leefmilieu
1520 IV, 3,82(110) | BAkanja, Elisabeth Canori Mora en Gianna Beretta Molla (
1521 I, 5,25(19) | SINT GREGORIUS DE GROTE, Moralia in Job, 13, 23: CCL 143A,
1522 III, 2,54(45) | ALFONSUS DE”LIGUORI, Theologia moralis, l. III, tr. 4, c. 1, dub.
1523 III, 3,59 | reeds de volwassene van morgen ziet wiens dagen geteld
1524 IV, 6,96(131) | JOHANNES PAULUS II, Motu proprio Vitae mysterium (
1525 III, 6,75 | verstand herkend en dankzij het mysterieuze werken van de Geest, waargenomen
1526 IV, 6,96(131) | PAULUS II, Motu proprio Vitae mysterium (11 februari 1994), 4: AAS
1527 III, 5,68 | democratie niet in die mate tot mythe maken dat ze tot een vervanging
1528 IV, 4,85 | aan voorbij wanneer het naakt is. Eer het niet hier in
1529 IV, 4,85 | heeft, de vreemdeling, de naakte, de zieke, de gevangene -
1530 II, 7,43 | dorstigen, de vreemdelingen, de naakten, de zieken, de gevangenen(...)
1531 IV, 4,85 | het lijdt onder koude en naaktheid, te negeren”113. ~Als het
1532 II, 5,37 | hier doet het bijvoeglijk naamwoord meer dan louter een perspectief
1533 IV, 4,85 | worden wij geroepen ons tot naasten van iedere mens te maken (
1534 IV, 2,79 | verkondiging van een levende en nabije God, die ons roept tot een
1535 II, 3,32 | hebben ingezien: “Dwaas! Deze nacht wordt van jou je ziel opgeëist.
1536 I, 2,10 | opdat hij uiterst ernstig nadenkt over de gevolgen die diezelfde
1537 III, 4,63 | wanneer zij de dood naderen moeten mensen in staat zijn
1538 II, 11,51 | gaf de geest”(Joh 19,30). Nadien “doorboorde”de Romeinse
1539 I, 2,17 | gezondheidszorg. ~Zoals ik met nadruk heb gesteld in Denver bij
1540 IV, 4,86 | Er moet opnieuw worden nagedacht over met name de rol van
1541 II, 7,43 | begin van het “boek van het nakomelingschap van Adam”drukt het als volgt
1542 I, 2,10 | verergerd door de schuldige nalatigheid en onachtzaamheid van de
1543 IV, 3,81(108) | AREOPAGIET, Over de goddelijke namen, VI, 1-3: PG 3, 856-857. ~
1544 II, 11,50 | ontdekken. ~In de vroege namiddag van Goede Vrijdag “viel
1545 III, 4,63 | geoorloofd is pijn door narcotica te onderdrukken, zelfs wanneer
1546 III, 5,68 | zedelijkheid van de doelen die zij nastreeft en van de middelen die zij
1547 I, 4,23 | enige doel dat telt is het nastreven van zijn eigen materiële
1548 I, 4,21 | terechtgewezen was door de profeet Nathan, uitriep: “Ik ben mij bewust
1549 I, 3,18 | enig onderscheid naar ras, nationaliteit, godsdienst, politieke mening
1550 I, 5,26 | die getroffen zijn door natuurrampen, epidemieën of oorlogen.
1551 IV, 6,95 | worden deze methoden steeds nauwkeuriger en maken ze het in de praktijk
1552 Slot, 0,100 | ontving. Zij staat dus in de nauwste persoonlijke verbinding
1553 III, 2,56(53) | Gaudium et spes, 51: “Abortus necnon infanticidium nefanda sunt
1554 IV, 6,98 | Laat ons daarom opnieuw de nederigheid en de moed vinden om te
1555 I, 2,17 | Kaïns”die de “Abels”doden; nee, het zijn wetenschappelijk
1556 IV, 3,83 | onsterfelijkheid. ~In dit perspectief neem ik ook de door de kardinalen
1557 II, 5,37 | zending: Hij “is degene die neerdaalt van de hemel en leven geeft
1558 II, 9,46 | tegenover de onvermijdelijke neergang van het leven staan? Hoe
1559 I, 3,18 | leven van hele volken wordt neergehaald en vertrapt? ~
1560 I, 1,8 | omdat “de Heer genadig neerzag op Abel en zijn offer”(Gn
1561 III, 2,56(53) | Abortus necnon infanticidium nefanda sunt crimina”. ~
1562 II, 10,49 | gegeven door zijn Geest. Jezus negeert de wet niet, maar brengt
1563 IV, 6,95 | hen in ieder geval om de neigingen van het instinct en van
1564 III, 3,58 | niet voorbijzien aan het netwerk van medeschuldigheid dat
1565 II, 4,35 | grond en ademde in zijn neusgaten de levensadem en de mens
1566 III, 2,54 | Didachè laat zien, het oudste niet-bijbelse christelijke geschrift -
1567 Inl, 1,2 | iedere gelovige, maar ook niet-gelovige mens omdat het aan zijn
1568 III, 5,66 | vasthouden aan een concrete, niet-uitvoerbare wet, tenslotte niet zou
1569 III, 3,59 | hem kijkt wanneer hij een nietig vormloos embryo is en die
1570 I, 4,23 | hen prijsgegeven aan hun nietswaardige gezindheid en ongepast gedrag”(
1571 I, 5,27 | de verbreiding, op veel niveaus van de publieke opinie,
1572 II, 6,39 | maakt dit duidelijk aan Noach na de zondvloed: “Ook uw
1573 I, 3,18 | Anderzijds worden deze nobele verklaringen helaas tegengesproken
1574 I, 1,8(11) | Vgl. SINT AMBROSIUS, De Noe, 26, 94-96: CSEL 32, 480-
1575 Inl, 2,3 | concilievaders tot de mijne, en nogmaals en met eenzelfde krachtige
1576 I, 5,28 | alleen “tegenover”, maar noodzakelijkerwijs “midden in”dit conflict:
1577 IV, 7,99 | begrijpen en die daarom noodzakelijkerwijze iedereen betreft. ~Ons handelen “
1578 IV, 7,99 | vormen voor de kostbaarste en noodzakelijkste goederen van de samenleving,
1579 III, 3,61 | meten naar maatstaven als “normaliteit”en lichamelijk welbevinden,
1580 II, 7,43(32) | immediate creari catholica fides nos retinere iubet”: PIUS XII,
1581 Inl, 3,5 | eeuwfeest van de encycliek Rerum Novarum, de aandacht van allen gevestigd
1582 IV, 2,78(103) | inveterascit, recedens a novitate Christi”, In Psalmos Davidis
1583 IV, 1,77(102) | SINT IRENEÜS: “Omnem novitatem attulit, semetipsum afferens,
1584 I, 1,8(10) | Nr. 2259. ~
1585 I, 2,15 | daarenboven ook met het nuttigheidsargument, nl om improduktieve uitgaven
1586 I, 4,23 | materialisme dat individualisme, nuttigheidsdenken en genotzucht kweekt. Ook
1587 III, 4,63(80) | Decretum de directa insontium occisione (2 december 1940): AAS 32 (
1588 III, 1,52 | heerschappij over de wereld uit te oefenen, ontving hij een gelijkenis
1589 II, 9,47 | aarzelt niet zichzelf te offeren en Hij maakt van zijn leven
1590 I, 5,25 | het bloed geweest van de offers van het Oude Verbond, waardoor
1591 Slot, 1,101 | van zichzelf maakt: zij offert Jezus, geeft Hem over, en
1592 III, 4,63(80) | CONGREGATIE VAN HET HEILIG OFFICIE, Decretum de directa insontium
1593 I, 2,11 | factoren moeten daarbij in ogenschouw worden genomen. Op de achtergrond
1594 IV, 5 | Als olijvenloten zijn uw zonen rond uw tafel
1595 III, 4,65 | mens in iedere toestand omarmt: “Niemand van ons leeft
1596 IV, 2,79 | ofschoon het geheim dat hen omgeeft, voortbestaat, tot heilsgebeurtenissen
1597 I, 3,20 | fundamentele gelijkheid, maar wordt omgevormd tot een tirannieke staat
1598 IV, 6,95 | beschermen. Men kan er dus niet omheen om, speciaal aan de opgroeienden
1599 III, 4,64 | van de onderwereld en weer omhoog”(W 16,13; vgl.Tob 13,2). ~
1600 Slot, 3,103 | de engel aan Maria wordt omkleed met deze geruststellende
1601 III, 2,54 | abortus Gods schepselen omkomen; ze sturen de behoeftigen
1602 Inl, 2,4 | van hen die haar beoefenen omlaag. In zo”n culturele en juridische
1603 IV, 1,77(102) | Vgl. SINT IRENEÜS: “Omnem novitatem attulit, semetipsum
1604 I, 2,12 | werkelijkheid staan, die omschreven kan worden als een reële
1605 II, 5,38 | de christelijke waarheid omtrent het leven het hoogtepunt.
1606 II, 6,40 | doodstraf kende. Maar de alles omvattende boodschap, die het Nieuwe
1607 IV, 6,97 | 99. Bij het omvormen van de cultuur ten gunste
1608 III, 2,54 | voor zichzelf verdiept en omvormt tot een radicale zelfopoffering,
1609 I, 1,8 | ondervraagt over het lot van Abel, omzeilt Kaïn, liever dan zich verlegen
1610 II, 3,33 | wereld die onverschillig en onaangedaan blijft t.a.v. de vervulling
1611 III, 5,67 | objectieve waarheid de facto onaannemelijk is, dan zou het respect
1612 I, 2,10 | schuldige nalatigheid en onachtzaamheid van de mensen die daar niet
1613 I, 3,20 | band. Iedereen wil zichzelf onafhankelijk van de ander laten gelden
1614 IV, 3,82 | geheimen, zijn lijden en zijn onafwendbare broosheid een zeer schone
1615 I, 5,27 | ontvankelijkheid, van opoffering en onbaatzuchtige zorg noemen, die talloze
1616 I, 2,15 | gevoel van angst, ernstig onbehagen en zelfs wanhoop, voortkomend
1617 Inl, 2,3 | voegen zich andere, van onbekende aard en van verontrustende
1618 IV, 6,94 | bloot te stellen aan de onbeteugelde willekeur van afzonderlijke
1619 IV, 4,85 | bewondering opwekken van alle onbevooroordeelde waarnemers. Elke christelijke
1620 I, 2,10 | ondervoeding en honger, vanwege een onbillijke verdeling van de rijkdommen
1621 III, 2,55 | beginsel van kracht: “Indien onbloedige middelen volstaan om mensenlevens
1622 IV, 4,85 | iedere situatie; het is een ondeelbaar goed. We moeten dus “zorg
1623 Inl, 1,2 | Evangelie van het leven zijn één ondeelbare Blijde Boodschap. ~De mens
1624 I, 5,26 | behandelingen die vroeger ondenkbaar waren, maar die nu een grote
1625 III, 4,62 | hij plotseling een leven onderbreekt dat nog open staat naar
1626 IV, 6,94 | afzonderlijke personen of aan het onderdrukkende totalitarisme van het openbaar
1627 I, 1,7 | vindt geen vreugde in de ondergang van hen die leven, maar
1628 Inl, 3,5 | de wereld, die bedreigd, ondergewaardeerd en onderdrukt worden in
1629 I, 3,20 | alles bespreekbaar en alles onderhandelbaar: zelfs het eerste van de
1630 I, 2,11 | duidelijk de betekenis te onderkennen van wat de mens is, van
1631 IV, 4,88 | wetten af te schaffen. De onderliggende oorzaken van de aanvallen
1632 II, 8,44 | bovenal wanneer het leven ondermijnd wordt door ziekte en ouderdom.
1633 III, 5,70 | aannemen van zulke wetten ondermijnt het wezen zelf van het gezag
1634 II, 7,43 | deelgenoten in een goddelijke onderneming: door de voortplantingsdaad
1635 I, 2,16 | ontwikkeling, of zelfs ernstige onderontwikkeling. Tegenover de overbevolking
1636 III, 4,65 | Geest heeft gegeven, het onderpand voor de verrijzenis en het
1637 IV, 2,80 | onvermoeibare en geduldige onderrichting”(2Tim 4,2). Deze vermaning
1638 III, 4,63 | ontmoeting met God. ~Na deze onderscheidingen bevestig ik in overeenstemming
1639 IV, 7,99 | persoon, recht en vrede onderschrijft, maar radicaal tegengesteld
1640 IV, 4,86 | liefde en leven, en bij het ondersteunen en begeleiden van ieder
1641 I, 2,10 | gedwongen zijn tot ellende, ondervoeding en honger, vanwege een onbillijke
1642 I, 1,8 | Tegenover God, die hem ondervraagt over het lot van Abel, omzeilt
1643 Slot, 3,103 | menselijke geschiedenis onderweg is, “zal de dood niet meer
1644 III, 4,64 | mensen naar de poorten van de onderwereld en weer omhoog”(W 16,13;
1645 II, 4,34 | onderworpen: “Bevolk de aarde en onderwerp haar; en heers over (...)
1646 I, 2,16 | van de kinderen van Israël onderwierp hen aan elke soort van onderdrukking
1647 IV, 6,95 | Er is vooral behoefte aan onderwijs in de waarde van het leven
1648 I, 5,26 | Dankzij de grote inzet van onderzoekers en artsen gaat de geneeskunde
1649 Inl, 1,2 | mysterie van de Verlossing onderzoekt, neemt zij die waarde met
1650 Inl, 1,2 | verwachtingen die het toch oneindig overtreft, op verrassende
1651 III, 3,61 | nodig. Wanneer zij geen onevenredig grote risico”s inhouden
1652 III, 5,66 | beweerd, dat het leven van een ongeborene of van iemand die zich in
1653 III, 2,55 | de verstoring van de orde ongedaan [te] maken, die door de
1654 Inl, 2,4 | misdrijven tegen het leven een ongehoord en zo mogelijk nog schandelijker
1655 I, 2,17 | losbreken maar ook aan hun ongehoorde getalsverhouding en het
1656 IV, 4,86 | zulke centra ontdekken veel ongehuwde moeders en echtparen in
1657 III, 3,57 | zelf een symptoom van een ongemakkelijk geweten. Maar geen woord
1658 I, 3,19 | iemand die op genade en ongenade is overgeleverd aan anderen
1659 III, 2,56 | absolute en ernstige zedelijke ongeoorloofdheid van het rechtstreekse doden
1660 I, 4,23 | nietswaardige gezindheid en ongepast gedrag”(Rom 1,28). De waarden
1661 II, 10,49 | zult rein worden; van al uw ongerechtigheden en van al uw afgoderij zal
1662 III, 3,61 | voorwaarde dat ze het leven en de ongeschondenheid van het embryo eerbiedigen
1663 III, 2,56 | leer, gegrondvest op die ongeschreven wet die de mens, in het
1664 III, 5,69 | vroomheid en rechtschapenheid ongestoord en rustig kunnen leven”(
1665 III, 2,54 | moeilijk te verzoenen zijn. Ongetwijfeld vormen de innerlijke waarde
1666 I, 2,13 | bekoring versterken wanneer een ongewenst leven ontvangen wordt. De
1667 I, 5,25 | een teken van dood, van onherroepelijke scheiding van de broeders,
1668 III, 5,70 | het meest rechtstreeks en onherstelbaar in tegen de mogelijkheid
1669 IV, 6,94 | bijzondere betrekking, die ze onlosmakelijk verbindt: de roeping om
1670 III, 4,62 | menselijk lijkt, absurd en onmenselijk wanneer men het nader beschouwt.
1671 Inl, 2,3 | menselijke waardigheid, zoals onmenselijke levensvoorwaarden, willekeurige
1672 III, 1,52 | en liefde, delend in de onmetelijke wijsheid en liefde van God.
1673 II, 4,35 | 8,5). Vergeleken met de onmetelijkheid van het heelal is de mens
1674 I, 2,17 | eindeloze serie oorlogen en een ononderbroken slachting van onschuldig
1675 III, 1,52 | vertegenwoordigt het een wezenlijk en onontbeerlijk aspect van het evangelie,
1676 I, 4,21 | door de Heer en dat zijn onontkoombaar lot zal zijn “ver te moeten
1677 I, 5,27 | verliest. Zelfs als zij onopgemerkt en verborgen blijven voor
1678 Slot, 2,102 | Gal 4,4) en die de Kerk onophoudelijk moet aanbieden aan de mensen
1679 III, 4,62 | in staat om voor vroeger onoplosbare gevallen een oplossing te
1680 I, 2,14 | mentaliteit - waarvan men ten onrechte meent dat ze overeenkomt
1681 I, 4,22 | bijvoorbeeld in ideologieën die het onrechtmatig vinden om op enigerlei wijze
1682 II, 6,41 | de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen”(Mt 5,44-45; vgl.Lc 6,28.
1683 II, 4,35 | o Heer, en ons hart is onrustig totdat het rust in U”25. ~
1684 I, 5,25 | mens is in Gods ogen en hoe onschatbaar de waarde van zijn leven.
1685 IV, 3,81 | vreugde, lof en dank voor de onschatbare gave van het leven, voor
1686 IV, 1,76 | Heer Jezus. Daarom is zij onscheidbaar verbonden met de dimensies
1687 I, 3,18 | Juist in een tijd nu de onschendbare rechten van de persoon plechtig
1688 I, 5,25 | Christus, voor wie Abel in zijn onschuld een profetische figuur is,
1689 III, 3,57 | binnengaat, dwz het absoluut onschuldigste wezen dat men zich kan voorstellen.
1690 I, 3,20 | doden van de zwaksten en onschuldigsten wordt toegestaan? In de
1691 I, 2,14 | tijd te sterven. Bovendien onstaan vaak meer embryo”s dan nodig
1692 IV, 1,77 | grootspraak maar een plicht die onstaat uit het besef “een volk”
1693 II, 7,43 | dankzij de schepping van de onsterfelijke ziel 32. Het begin van het “
1694 II, 3,32 | precies temidden van de ontberingen en de armoede van het menselijk
1695 III, 4,65 | lijden van Christus nog ontbreekt”(Kol 1,24). ~
1696 II, 2,31 | van het Oude Testament, ontdekte Israël de kostbaarheid van
1697 III, 3,57 | de beslissing om zich te ontdoen van de vrucht van de conceptie
1698 III, 3,58 | gezin dodelijk gewond en onteerd in haar wezen als liefdesgemeenschap
1699 II, 7,42 | de vaderen, Heer van de ontferming (...) in uw wijsheid hebt
1700 II, 9,46 | herschapen ben ik het graf ontgaan”(Ps 30,3-4). ~
1701 II, 3,32 | zichzelf voor de gek. Het leven ontglipt hem, en hij zal het zeer
1702 I, 2,13 | die niettemin nooit kunnen ontheffen van de inspanning om Gods
1703 I, 1,8 | Gn 4,4). De bijbeltekst onthult niet de reden waarom God
1704 III, 5,68 | ernstige misdaden en radicale ontkenningen van de vrijheid werden en
1705 I, 2,12 | samenzwering tegen het leven”ontketend. Deze samenzwering betreft
1706 II, 5,38 | trouwens het eeuwig leven reeds ontkiemt en begint te groeien. Ofschoon
1707 I, 2,10 | gedaan?”waaraan Kaïn niet kan ontkomen, wordt ook gericht tot de
1708 III, 5,70 | de rechte rede en zo is ontleend aan de eeuwige wet. Wanneer
1709 I, 3,18 | van de rijke landen niet ontmaskeren die de arme landen de toegang
1710 I, 1,7 | zonder pauze en in een ontmoedigende herhaling, in het boek van
1711 IV, 2,80 | wij zullen waardevolle ontmoetings- en gesprekspunten, ook met
1712 I, 5,27 | hun definitief de kans te ontnemen tot inkeer te komen. ~Ook
1713 II, 8,44 | wonderlijke proces van de ontplooiing van het leven gescheiden
1714 II, 11,51 | gebeurtenis die mij diep ontroert wanneer ik haar overweeg. “
1715 II, 11,50 | vele heilige mensen die ontslapen waren stonden op”(Mt 27,
1716 IV, 4,86 | toestand, in een situatie van ontsporing, in ziekte en aan de rand
1717 III, 5,68 | tegenstellingen, gepaard gaand met van ontstellende praktische gevolgen, zich
1718 III, 5,72 | waaraan zich niemand kan onttrekken en volgens welke God zelf
1719 Slot, 0,100 | Woord is het menselijk leven onttrokken aan de veroordeling tot
1720 III, 6,73 | daar zijn moord, echtbreuk, ontucht, diefstal, bedrog, godslastering,
1721 I, 3,19 | omdat zij zichzelf wil ontworstelen aan alle vormen van traditie
1722 I, 3,20 | andere wordt die waardigheid ontzegd?”16. Wanneer dit gebeurt,
1723 Inl, 3,6 | verduisterde blik geneest, als onuitputtelijke bron van standvastigheid
1724 II, 5,38 | over deze onverwachte en onuitsprekelijke waarheid die tot ons komt
1725 III, 3,60 | verklaren dat deze traditie onveranderd is en onveranderlijk 72.
1726 III, 3,60 | traditie onveranderd is en onveranderlijk 72. Met de autoriteit die
1727 III, 2,54 | eenstemmig de absolute en onveranderlijke waarde geleerd van het gebod “
1728 III, 4,62 | omdat het vol pijn is en onverbiddelijk gedoemd tot zelfs nog groter
1729 Inl, 1,2 | proces dat, onverwacht en onverdiend, verlicht wordt door de
1730 II, 9,46 | de ouderdom tegenover de onvermijdelijke neergang van het leven staan?
1731 Inl, 3,5 | leven, de plicht om met onvermindere moed stem te geven aan wie
1732 II, 2,31 | identiteit, de erkenning van een onvernietigbare waardigheid en het begin
1733 II, 3,33 | Mt 2,13); een wereld die onverschillig en onaangedaan blijft t.
1734 IV, 3,84 | liefde! Wij danken u voor uw onverschrokken vertrouwen op God en op
1735 II, 9,46 | de ouderen erkend als een onvervangbare rijkdom voor de familie
1736 Inl, 1,2 | geheel. Een proces dat, onverwacht en onverdiend, verlicht
1737 II, 5,38 | zich verbazen over deze onverwachte en onuitsprekelijke waarheid
1738 III, 3,60 | hem die hem begaat aan om onverwijld de weg van de bekering te
1739 IV, 4,89 | nederlaag van de beschaving van onvoorstelbare omvang kunnen vermijden. ~
1740 II, 8,44 | het Oude Testament wordt onvruchtbaarheid gevreesd als een vloek,
1741 IV, 6,93 | Neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis”(
1742 II, 9,46 | gelovige bezield door een onwankelbaar geloof in Gods levenschenkende
1743 III, 5,68 | tot een panacee tegen de onzedelijkheid. Van nature is zij een “
1744 II, 4,36 | Christus is het beeld van de onzichtbare God”(Kol 1,15), “Hij weerspiegelt
1745 IV, 4,88 | verdediging van het leven in daden oom te zetten in pluralistische
1746 III, 5,72 | welke God zelf eenieder zal oordelen (vgl. Rom 2,6; 14,12). ~
1747 I, 1,7 | zich in het land Nod, ten oosten van Eden.(Gn 4,2-16). ~
1748 I, 1,7 | gij bewerkt zal niets meer opbrengen; een zwerver en een vagebond
1749 Inl, 3,6 | de rijke ervaring die we opdeden tijdens het Jaar van het
1750 I, 4,22 | louter een “ding”dat de mens opeist als zijn exclusieve eigendom,
1751 II, 2,31 | jongens hing (vgl.Ex 1,15-22), openbaarde de Heer zichzelf aan Israël
1752 II, 10,49 | buitengewone mogelijkheden te openen voor het begrijpen en uitvoeren
1753 IV, 4,89(114) | PAULUS II, Toespraak bij de opening van de IVe Algemene Conferentie
1754 II, 1,30 | de apostel Johannes in de openingswoorden van zijn Eerste Brief geschreven: “
1755 I, 2,15 | verhuld en heimelijk, of openlijk en zelfs wettelijk toegepast.
1756 II, 6,41 | Vader: want Hij laat de zon opgaan over slechten en goeden
1757 II, 10,48 | het te doen kan het leven opgebouwd worden. ~Zo is het dus de
1758 III, 5,68 | treurige ervaringen heeft opgedaan. Zouden deze wandaden misschien
1759 II, 3,32 | nacht wordt van jou je ziel opgeëist. En de dingen die je hebt
1760 II, 7,42 | Schepper zelf vanaf het begin opgelegd heeft en die symbolisch
1761 II, 10,48 | worden dan een van buiten opgelegde verplichting, en al spoedig
1762 IV, 4,88 | van het leven. Hier moet opgemerkt worden dat het niet genoeg
1763 IV, 6,96 | Academie voor het Leven opgericht met de opdracht “te studeren,
1764 I, 4,22 | perfectie heeft bereikt. Opgesloten binnen de enge horizon van
1765 III, 3,59 | het “Boek des Levens”staat opgetekend (vgl.Ps 139,1; 1,13-16).
1766 I, 1,7 | gij het goede doet is er opgewektheid; maar doet gij het goede
1767 I, 2,16 | anti-geboorten-politiek opgezet. ~Contraceptie, sterilisatie
1768 IV, 6,95 | omheen om, speciaal aan de opgroeienden en jongvolwassenen een authentieke
1769 I, 2,11 | ofschoon het geweten niet ophoudt het als een heilige en onaantastbare
1770 I, 1,7 | leven, dat in het begin opklonk met de schepping van de
1771 III, 2,55 | straf die een samenleving oplegt is “de verstoring van de
1772 III, 3,60 | sententiae) excommunicatie oploopt”70. De excommunicatie treft
1773 I, 2,16 | onder ogen willen zien en oplossen met respect voor de waardigheid
1774 I, 5,27 | levensomstandigheden. Bijzonder opmerkelijk is het feit dat er opnieuw
1775 I, 3,19 | liggen de wortels van deze opmerkelijke tegenspraak? ~We kunnen
1776 II, 4,35 | met ontzag en bewogenheid opmerkt: “De zesde dag is afgelopen
1777 II, 5,37 | liefde: “Aan allen die Hem opnamen, die geloofden in zijn Naam,
1778 Slot, 0,100 | vgl.Joh 10,10). Door haar opneming van en liefdevolle zorg
1779 I, 5,26 | bewonderenswaardige toewijding en opofferingsgezindheid, morele en materiële steun
1780 I, 3,20 | een relativisme dat zonder oppositie regeert: het “recht”houdt
1781 Inl, 1,2 | onzekerheden kan iedere mens die oprecht openstaat voor de waarheid
1782 Slot, 3,103 | het leven ~verkondigen met oprechtheid en liefde ~aan de mensen
1783 IV, 6,96 | afwijzing van het leven oproept of doet toenemen. Zij worden
1784 II, 6,39 | tot diep in de hel en doet opstaan”(1Sam 2,6). Hij alleen kan
1785 I, 1,8 | indrukwekkende snelheid: bij de opstand van de mens tegen God in
1786 II, 1,29 | zijn dood en glorievolle opstanding uit de doden en tenslotte
1787 IV, 6,98 | een hartstochtelijke bede opstijgen tot God, de Schepper en
1788 III, 4,65 | verzoek dat uit het mensenhart opstijgt bij de uiterste confrontatie
1789 I, 5,27 | hun beginselen, resoluut optreden maar zonder tot geweld over
1790 III, 5,71 | gehoorzaamheid jegens het rechtmatig optredende openbaar gezag ingeprent (
1791 II, 3,33 | een wereld die vijandig optreedt en het Kind zoekt om “het
1792 III, 5,66 | de verschillende morele opvattingen zou inderdaad niet een zaak
1793 IV, 5,90 | zij het leven doorgeven en opvoeden volgen zijn vaderlijk plan118.
1794 III, 3,58 | met extra financiële en opvoedingszorgen. Tenslotte mag men niet
1795 Inl, 3,5 | om met het gezag van de Opvolger van Petrus de waarde van
1796 IV, 4,85 | gebracht, die de bewondering opwekken van alle onbevooroordeelde
1797 II, 11,50 | diepste ziekte en in zijn opwekking tot het leven zelf van God. ~
1798 II, 11,50 | genezingen en zelfs zijn opwekkingen van de doden waren tekenen
1799 I, 4,24 | blindheid. En toch, alle opzet en alle inspanning om stilte
1800 II, 5,38 | vermindert in geen enkel opzicht de waarde van ons bestaan
1801 II, 11 | Ze zullen opzien naar Hem die zij doorstoken
1802 IV, 3,84 | oprechte zelfgave. Naast deze opzienbarende daden is er de heldhaftigheid
1803 IV, 2,78(104) | De beatitudinibus, Oratio VII: PG 44, 1280. ~
1804 II, 4,34 | een proces dat leidt van ordeloze chaos tot het meest volmaakte
1805 IV, 3,84 | aanvaardbare vormen uitgevoerde orgaandonatie bijzondere waardering, om
1806 III, 2,55 | gestage verbeteringen in de organisatie van het strafwezen, uiterst
1807 I, 5,26 | ziekten. Op soortgelijke wijze organiseren nationale en internationale
1808 I, 4,22 | levende wezens, als een organisme dat, op zijn best, een zeer
1809 III, 6,73 | om zijn leven op God te oriënteren 99. ~Reeds in deze zin hebben
1810 IV, 3,82(110) | Molla (24 april 1994): L”Osservator Romano, 25-26 april 1994,
1811 II, 6,41 | dat er gezegd werd tot de ouden: Gij zult niet doden; en
1812 I, 3,18 | zwak en behoeftig zijn, of ouder, of hen die juist in de
1813 IV, 5,91 | adopteren of op te nemen. Echte ouderliefde is bereid verder te gaan
1814 I, 1,9 | zoals voor veel volken in de oudheid, is het bloed de zetel van
1815 III, 2,54 | de Didachè laat zien, het oudste niet-bijbelse christelijke
1816 I, 2,16 | onderontwikkeling. Tegenover de overbevolking in de arme landen wordt,
1817 II, 8,44 | om het werk van God te overdenken die zijn lichaam wonderlijk
1818 III, 3,59 | in onze dagen duidelijk overeen in de beschrijving van abortus
1819 III, 5,70 | wet wet is inzoverre zij overeenstemt met de rechte rede en zo
1820 III, 4,65 | met liefde uit vrijwillige overgave aan God en uit vrije persoonlijke
1821 III, 3,60 | autoriteit die Christus heeft overgedragen aan Petrus en zijn Opvolgers,
1822 III, 2,54 | Rom 13,9; vgl.Gal 5,14). Overgenomen en tot vervulling gebracht
1823 I, 3,19 | onderworpen kan worden aan overheersing door anderen. We moeten
1824 III, 5,66 | en euthanasie toekennen. Overigens zou het verbod op en de
1825 III, 5,72 | deelname aan de fase van overleg, voorbereiding en uitvoering
1826 I, 2,11 | frustratie waarin de strijd om de overleving, het lijden van ondraaglijke
1827 II, 4,36 | werd Gods verbazende plan overschaduwd door de verschijning van
1828 III, 2,54 | uiterste grens die nooit overschreden mag worden. Maar impliciet
1829 IV, 3,82 | het Leven dat in het leven overstroomt”109. ~Ook wij prijzen en
1830 I, 2,14 | moederschoot, en deze zgn. “overtollige embryo”s”worden dan vernietigd
1831 II, 7,42 | zijn en die niet ongestraft overtreden kunnen worden”29. ~
1832 III, 2,55 | te] maken, die door de overtreding ontstaan is”46. Het openbaar
1833 Inl, 1,2 | verwachtingen die het toch oneindig overtreft, op verrassende wijze beantwoordt.
1834 Inl, 3,5 | getuigd van hun eensgezinde en overtuigde deelname aan de leerstellige
1835 IV, 6,95 | maatschappelijk werkers, moeten overtuigen van het belang van een goede
1836 I, 2,17 | kunnen zijn en soms zelfs overtuigend kunnen schijnen, vooral
1837 Inl, 1,2 | toevertrouwd 1, een diepe en overtuigende weerklank vindt in het hart
1838 II, 11,51 | ontroert wanneer ik haar overweeg. “Toen Jezus van de azijn
1839 Slot, 0,100 | Kerk Maria”s moederschap overweegt, ontdekt zij de betekenis
1840 Slot, 0,100 | om in Hem “het leven”te overwegen “dat geopenbaard werd”(1Joh
1841 IV, 3,82 | Ps 139,13.15-16), en met overweldigende vreugde roepen wij uit: “
1842 II, 11,50 | boodschap over het leven hebben overwogen, wil ik graag stilhouden
1843 I, 2,16 | de arme landen wordt, i.p.v. vormen van wereldwijde hulp
1844 I, 5,25 | verdiend heeft”(Exultet van de Paasvigilie), als “God zijn enige Zoon
1845 Slot, 2,102(140)| missaal, Sequentie voor Paaszondag. ~
1846 II, 7,42 | in de zee, alles wat de paden van de zee doorloopt”(Ps
1847 IV, 6,93 | het menselijk leven aan te pakken en op te lossen; nieuw,
1848 III, 5,68 | van moraliteit of tot een panacee tegen de onzedelijkheid.
1849 I, 2,11 | hun “misdadig karakter”; paradoxaal genoeg nemen zij het karakter
1850 I, 1,9 | precies hier blijkt het paradoxale geheim van de barmhartige
1851 III, 5,68 | zelf die een democratische participatie kennen, leidt de regeling
1852 IV, 6,93 | gang te brengen tussen alle partijen. En terwijl de dringende
1853 III, 5,71 | veeleer wordt een wettige en passende poging ondernomen om de
1854 IV, 6,96 | voor dit doel heb ik de Pauselijke Academie voor het Leven
1855 I, 1,7 | wordt geschreven, zonder pauze en in een ontmoedigende
1856 IV, 2,78(103) | SINT THOMAS VAN AQUINO: “Peccator inveterascit, recedens a
1857 Slot, 3,103 | 4). ~En terwijl wij, het pelgrimerende volk, het volk van het leven
1858 I, 4,22 | een zeer hoge graad van perfectie heeft bereikt. Opgesloten
1859 III, 3,60 | straffen, werd in verschillende perioden der geschiedenis bevestigd.
1860 III, 3,58 | een houding van seksuele permissiviteit hebben aangemoedigd en een
1861 II, 1,29 | leven is een concrete en personele werkelijkheid, want het
1862 I, 3 | broeders hoeder?”(Gn 4,9): een pervers idee van vrijheid~
1863 III, 4,64 | daad van euthanasie des te perverser als ze wordt uitgevoerd
1864 III, 4,64 | medelijden, ja een bedenkelijke “perversie”van medelijden genoemd worden,
1865 Slot, 3,103 | Gegeven te Rome, bij Sint Pieter, op 25 maart, het Hoogfeest
1866 III, 4,64 | zieke persoon, zelfs in de pijnlijkste terminale stadia. ~De keuze
1867 IV, 7,99 | natuurlijk dood - één van de pilaren is waarop iedere burgerlijke
1868 III, 5,69(93) | hierin is van PIUS XII, Pinkster-radioboodschap 1941 (1 juni 1941): AAS
1869 Inl, 3,5 | verzoek kreeg heb ik met Pinksteren 1991 een persoonlijke brief
1870 I, 5,26 | de burgermaatschappij, op plaatselijk, nationaal en internationaal
1871 IV, 3,83 | deelname van alle leden van de plaatselijke Kerk voorbereid en gevierd
1872 II, 11,51 | hart van alles dat heeft plaatsgevonden. Jezus die bij zijn komst
1873 II, 4,34 | Heer God nam de mens en plaatste hem in de tuin van Eden,
1874 Inl, 2,3 | Bij de oude, smartelijke plagen van ellende, honger, inheemse
1875 I, 3,18 | onschendbare rechten van de persoon plechtig worden afgekondigd en de
1876 IV, 3,84 | heldhaftige daden. Zij vormen de plechtigste verheerlijking van het Evangelie
1877 III, 2,54 | onderdrukken de gekwelden, zij pleiten voor de rijken en vonnissen
1878 III, 4,62 | absurd”beschouwd wanneer hij plotseling een leven onderbreekt dat
1879 IV, 4,88 | steeds ingewikkelder en pluralistischer maatschappijen te verdedigen.
1880 III, 5,71 | een wettige en passende poging ondernomen om de kwade aspecten
1881 III, 3,61(74) | art. 4b, uitg. Tipografia Poliglotta Vaticana, 1983. ~
1882 III, 5,67 | Op deze wijze zou iedere politicus in zijn handelen het terrein
1883 Slot, 3,103 | het zeventiende van mijn Pontificaat. ~Johannes Paulus II ~
1884 II, 3,32 | aalmoezen vroeg bij de “Schone Poort”van de tempel in Jeruzalem,
1885 IV, 6,95(129) | 35; PAULUS VI, encycliek Populorum progressio (26 maart 1967),
1886 I, 4,22 | tot de tegenoverliggende positie van een “wet zonder vrijheid”,
1887 II, 2,31 | eeuwigheid gelegd in hun hart”(Pr 3,11). Deze kiem van universaliteit
1888 II, 4,35 | Heer onze God die een zo prachtig werk heeft geschapen om
1889 III, 3,58(59) | evangelist Lucas - in de prachtige episode van de ontmoeting
1890 Inl, 3,5 | in de wereld, wil dus een precieze en krachtige herbevestiging
1891 II, 5,38 | licht van deze waarheid preciseert en voltooit de H.Ireneüs
1892 II, 7,43 | en verrijken”33. ~Daarom prees bisschop Amphilochius “het
1893 IV, 2,79 | bestaat; het betekent de presentatie van het menselijk leven
1894 IV, 1,76 | voor het leven zijn en zo presenteren wij ons aan iedereen. ~
1895 III, 4,62 | voortschrijdt, gekenmerkt door een prestatiedenken dat het groeiende aantal
1896 I, 2,12 | huldigen die die alleen maar op prestaties gericht is. ~Wanneer men
1897 I, 4,23 | wat hij “heeft, doet en presteert”. Dit is de suprematie van
1898 I, 3,20 | eigen belangen te laten prevaleren. Toch moet er, met het oog
1899 IV, 4,86 | werk van begeleiding en preventie, uitgevoerd volgens een
1900 IV, 1,76 | deelneemt aan de profetische, priesterlijke en koninklijke zending van
1901 IV, 2,80 | theologische faculteiten, in de priesterseminaries en in de verschillende katholieke
1902 I, 4,23 | erkennen, heeft God hen prijsgegeven aan hun nietswaardige gezindheid
1903 I, 5,26 | solidariteit tussen de volken, een prijzenswaardige menselijke en morele gevoeligheid
1904 II, 4,34 | duidelijke bevestiging van het primaat van de mens over de dingen;
1905 I, 3,18 | herhaalde bevestigingen van het principe rijmen met de voortdurende
1906 III, 5,72 | herinnerd worden aan de algemene principes t.a.v. de medewerking aan
1907 III, 2,56 | verbiedt, “zijn er voor niemand privileges of uitzonderingen. Of iemand
1908 I, 2,13 | leven ontvangen wordt. De pro-abortus-cultuur is dan ook vooral daar sterk
1909 I, 1,8 | Ik weet het niet”: Kaïn probeert met een leugen zijn misdaad
1910 III, 3,61 | veroordeling betreft ook de procedure die levende menselijke embryo”
1911 III, 4,63 | behandeling”, m.a.w.: medische procedures die niet langer stroken
1912 III, 5,69 | en geen staat ooit kunnen produceren, veranderen of vernietigen,
1913 I, 2,13 | zijn om de ontwikkeling van produkten die, steeds eenvoudiger
1914 III, 4,62 | basis van maatstaven van produktieve doelmatigheid, volgens welke
1915 III, 3,61 | embryo”s of foetussen als proefobject een misdaad vormt tegen
1916 III, 3,61 | brengen. Dit is het geval bij proeven op embryo”s, die steeds
1917 III, 5,72 | disciplinair, economisch en professioneel vlak. ~
1918 II, 8,45 | en door een dubbel wonder profeteren zij onder de inspiratie
1919 I, 5,25 | bloed. Een symbool en een profetisch teken daarvan was het bloed
1920 I, 4,22 | houdt hij zich bezig met het programmeren, controleren en beheersen
1921 III, 3,58 | vanaf het eerste ogenblik de programmering vaststaat van datgene wat
1922 IV, 6,95(129) | VI, encycliek Populorum progressio (26 maart 1967), 15: AAS
1923 IV, 4,88 | politieke en wetgevende projecten, die, met respect voor allen
1924 III, 1,52(39) | Summa Theologiae, I-II, Prol. ~
1925 I, 2,15 | huidige cultuur een soort Prometheus-houding die mensen ertoe brengt
1926 III, 5,72 | af te zien van gewettigde promotie- en carrièreperspectieven.
1927 I, 2,10 | verspreiding van drugs of door de propaganda voor bepaalde soorten seksueel
1928 III, 5,71 | noch door deelname aan een propagandacampagne voor een dergelijke wet,
1929 I, 2,16 | van geboortencontrole te propageren en op te leggen. Zelfs de
1930 III, 5,66 | betrekkelijk goed is: volgens een proportionalistische benadering of een koude
1931 IV, 6,96(131) | JOHANNES PAULUS II, Motu proprio Vitae mysterium (11 februari
1932 Inl, 2,3 | deportaties, slavernij, prostitutie, handel in meisjes en minderjarigen;
1933 IV, 4,89 | Het schijnt ook een providentieel terrein voor dialoog en
1934 II, 6,41 | we overeenstemming met de providentiële liefde van God: “Maar Ik
1935 II, 8,44(35) | Zie bijvoorbeeld Psalm 22,10-11; 71,6; 139,13-14. ~
1936 II, 8,44 | telkens weer voor in de Psalmen 35. ~Hoe kan iemand menen
1937 IV, 2,78(103) | a novitate Christi”, In Psalmos Davidis lectura, 6, 5. ~
1938 III, 2,54(42) | 9, 14-17; vgl. Brief van Pseudo-Barnabas, XIX, 5: l.c., 90-93. ~
1939 IV, 3,81(108) | PSEUDO-DIONYSIUS DE AREOPAGIET, Over de goddelijke
1940 Inl, 2,3 | foltering, pogingen om de mens psychisch in zijn macht te krijgen;
1941 III, 3,58 | zware druk gezet dat ze zich psychologisch gedwongen voelt om een abortus
1942 III, 4,64 | Ook al kunnen bepaalde psychologische, culturele en sociale gegevens
1943 I, 5,25 | Uit dit bloed van Christus putten allen de kracht om zich
1944 III, 5,70(96) | Non videtur esse lex, quae iusta non fuerit”, De libero
1945 IV, 1,77(102) | attulit, semetipsum afferens, qui fuerat annuntiatus”, Tegen
1946 IV, 6,97 | vriendelijke en deskundige hulp en raad van andere mensen zult u,
1947 III, 4,65 | licht van de dood krijgt het raadsel van het menselijk bestaan
1948 II, 6,41 | jongeman die Hem vraagt: “Rabbi, wat voor goeds moet ik
1949 I, 1,9 | moord met voorbedachten rade 12 heeft opgenomen. Voor
1950 III, 5,66 | ondergraven zou worden. ~De radicaalste standpunten gaan tenslotte
1951 I, 5,25 | verkondigt en verlangt een radicalere “gerechtigheid”, en bovenal
1952 III, 3,60(65) | november 1944): Toespraken en radioboodschappen VI (1944-1945), 191; vgl.
1953 I, 2,15 | enige hoop. We zien een rampzalig getuigenis van dit alles
1954 III, 3,58 | capaciteiten tijd vraagt om zich te rangschikken en tot handelingsbekwaamheid
1955 I, 3,18 | zonder enig onderscheid naar ras, nationaliteit, godsdienst,
1956 IV, 6,94 | te vestigen op een sterke rationele basis, wanneer de vrijheid
1957 Inl, 2,3 | leven van de mens wel een reactie oproepen in het hart van
1958 III, 5,68 | wezen? Het wereldgeweten reageert terecht op de misdaden tegen
1959 IV, 4,88 | zwakker. ~Wil naastenliefde realistisch zijn en doelmatig, dan eist
1960 III, 4,62 | biologische basisfuncties te reanimeren en ingrepen te doen om organen
1961 II, 4,36 | geschiedenis. Door de zonde rebelleert de mens tegen zijn Schepper
1962 IV, 2,78(103) | Peccator inveterascit, recedens a novitate Christi”, In
1963 III, 3,61 | ook worden toegepast op de recente vormen van ingrepen op menselijke
1964 III, 4,62 | ervaringen. Maar hij wordt een “rechtmatige bevrijding”wanneer men het
1965 II, 10,48 | wij in staat waardig en rechtschapen te leven. Door de wet van
1966 III, 5,69 | allen “in alle vroomheid en rechtschapenheid ongestoord en rustig kunnen
1967 III, 5,70 | daarom iedere geloofwaardige rechtsgeldigheid. Het niet erkennen van het
1968 III, 4,64 | samenleving verdwijnt het rechtsgevoel en het wederzijds vertrouwen,
1969 I, 3,19 | exacte tegendeel van wat de rechtsstaat historisch verzekerde als
1970 III, 5,69 | het erfgoed van de grote rechtstradities der mensheid. ~Zeker, de
1971 IV, 5,90 | de eerbied voor anderen, rechtvaardigheidsgevoel, hartelijke openheid, dialoog,
1972 III, 4,63 | men het risico daarop uit redelijke motieven: men wil enkel
1973 IV, 4,88 | rekening houdend met wat redelijkerwijs bereikbaar is, zullen leiden
1974 III, 5,69(93) | 159; encycliek Divini Redemptoris (19 maart 1937), III: AAS
1975 IV, 4,89(115) | over de oecumene Unitatis redintegratio, 12; Pastorale constitutie
1976 I, 5,25 | dat verlost, reinigt en redt; het is het bloed van de
1977 I, 3,20 | relativisme dat zonder oppositie regeert: het “recht”houdt op recht
1978 II, 10,49 | samengevat in de gouden regel van de onderlinge liefde (
1979 III, 5,68 | algemeen belang”tot doel en regelende maatstaf voor het politieke
1980 III, 5,68 | participatie kennen, leidt de regeling van de belangen dikwijls
1981 I, 2,14 | staan van het leven en die regelmatig gebruikt worden met deze
1982 II, 10,49 | levend water en ze hebben regenbakken gehouwen, vol barsten en
1983 II, 6,41 | slechten en goeden en doet het regenen over de rechtvaardigen en
1984 IV, 4,89 | lossen zijn heel anders. Regeringen en de verschillende internationale
1985 I, 3,20 | inderdaad op politiek en regeringsniveau: het oorspronkelijke, onvervreemdbare
1986 III, 5,68 | bedrieglijke zaak is. Want in de regeringssystemen zelf die een democratische
1987 II, 5,37 | oproepen dat verder dan de tijd reikt. Het leven dat Jezus belooft
1988 II, 10,49 | besprenkelen en ge zult rein worden; van al uw ongerechtigheden
1989 III, 2,53 | God en de mensheid na de reinigende straf van de zondvloed,
1990 III, 4,63 | een hachelijk en smartvol rekken van het leven zou betekenen,
1991 I, 3,19 | vrijheid die een wezenlijke relationele dimensie bezit. Zij is een
1992 I, 4,23 | intermenselijk, geestelijk en religieus - worden veronachtzaamd. ~
1993 II, 9,46 | verhaasten. De culturele en religieuze context van de Bijbel wordt
1994 IV, 4,88 | woningbouw en sociale politiek te reorganiseren, opdat de werktijden en
1995 Inl, 3,5 | eeuwfeest van de encycliek Rerum Novarum, de aandacht van
1996 Inl, 2,4 | stilaan maatschappelijk respectabel. Zelfs de geneeskunde die
1997 Inl, 3,5 | iedereen, in naam van God: respecteer, verdedig, bemin en dien
1998 III, 5,70 | mensenleven een zelfmoord, respectievelijk moord, legaliseren. Zo wordt
1999 III, 5,70 | wezen zelf van het gezag en resulteert in schaamteloos misbruik”95.
2000 II, 7,43(32) | creari catholica fides nos retinere iubet”: PIUS XII, encycliek
2001 I, 3,18 | puur nutteloze oefening in retoriek is, als we de zelfzuchtigheid
2002 III, 3,58 | Gezinnen: “We staan voor een reusachtige bedreiging van het leven:
2003 I, 2,10 | onbillijke verdeling van de rijkdommen tussen de volken en de sociale
2004 III, 2,54 | gekwelden, zij pleiten voor de rijken en vonnissen de armen onrechtvaardig;
|