105-binne | bio-e-gevol | gevon-mits | mobil-rijke | rijks-versl | versp-zweve
bold = Main text
Chapter, Paragraph, Number grey = Comment text
2506 I, 2,10 | bloed. Wat te zeggen van het verspreiden van de dood door roekeloze
2507 II, 6,39 | liet mijn ziel bedaren en verstillen, zoals een kind aan de borst
2508 I, 4,22 | betekenis van al het andere diep verstoord wordt. De natuur zelf wordt
2509 II, 1,30 | ervaring en zijn verstand ons vertellen over de waarde van het leven,
2510 II, 4,34 | een ding. ~In de bijbelse vertelling wordt het verschil tussen
2511 I, 5,25 | bloed drinkt en in Jezus vertoeft (vgl.Joh 6,56) wordt meegetrokken
2512 IV, 6,95 | te handelen als gelovige vertolkers van zijn plan: dat gebeurt
2513 II, 6,40 | broer Abel heeft gedood, vertolkt de ervaring van iedere persoon:
2514 II, 6,41 | Maar ik zeg u, dat alwie vertoornd is op zijn broeder, strafbaar
2515 IV, 6,97 | hebt, stel u dan nederig en vertrouwvol open voor berouw. De Vader
2516 Inl, 2,4 | van een ernstige moreel verval; beslissingen die eens eenstemmig
2517 IV, 6,93 | t.a.v. het leven, en zo vervallen tot moreel subjectivisme
2518 I, 4,23 | seksualiteit misvormd en vervalst en de twee betekenissen
2519 III, 5,68 | mythe maken dat ze tot een vervanging wordt van moraliteit of
2520 II, 4,36 | gemeenschapsbetrekkingen vervangt door houdingen van wantrouwen,
2521 II, 4,36 | aanbidden van schepselen: “Ze vervingen de waarheid over God door
2522 III, 4,65 | wanneer alle menselijke hoop vervliegt. Zoals Vaticanum II ons
2523 II, 6,41 | vijanden en bidt voor wie u vervolgen, opdat u kinderen bent van
2524 II, 11,50 | vraagt vergiffenis voor zijn vervolgers (vgl.Lc 23,34), en antwoordt
2525 I, 2,15 | roeien, door de dood te vervroegen naar een moment dat geschikter
2526 II, 8,45 | vervuld met de heilige Geest, vervulde hij zijn moeder ook met
2527 II, 8,45 | De Heer(...)heeft zich verwaardigd mijn schande weg te nemen”(
2528 III, 4,62 | betrekking met God ontkent of verwaarloost, dat hij voor zichzelf maatstaf
2529 I, 3,18 | het zijn subversiefste en verwarrendste kant laat zien in de steeds
2530 II, 7,43 | andere aardse gaven”als “de verwekker van de mensheid, de schepper
2531 I, 2,12 | tegen wie men zich moet verweren of die uit de weg geruimd
2532 II, 1,30 | deze verkondiging en gave verwerft ons lichamelijke en geestelijke
2533 II, 8,45 | ontvangen genade; de kinderen verwerkelijken in de schoot van hun moeder
2534 IV, 2,79 | plaats van de volledige verwerkelijking van de eigen vrijheid. ~
2535 IV, 2,80 | over het leven van de mens verwerpen, merken wij dat het verzoek
2536 I, 4,22 | wanneer zij het idee zelf verwerpt van een waarheid van het
2537 IV, 4,86 | jongeren; het vereist ook de verwezenlijking van concrete, lange-termijnprojecten
2538 IV, 5,90 | naar authentieke vrijheid, verwezenlijkt in de oprechte zelfgave,
2539 I, 4,24 | hun geest die het inzicht verwierp werd verduisterd”(1,21); “
2540 I, 2,15 | hebben voor transplantaties, verwijderd worden zonder de objectieve
2541 I, 1,9 | ellende”, van eenzaamheid en verwijdering van God. Kaïn zal “rondzwerven
2542 II, 10,48 | als het zich van het goede verwijdert; en het goede is op zijn
2543 I, 5,28 | dood en leven, waarin we verwikkeld zijn, positief tegemoet
2544 III, 3,59 | bijzonder ernstige zedelijke verwildering. Vanaf haar eerste contacten
2545 Inl, 3,5 | ernstiger zijn, die misschien verwisseld worden met elementen van
2546 I, 5,26 | hebben om hen te helpen verwoestende gewoonten te overwinnen
2547 Inl, 2,3 | het authentieke gevoelen verwoord van ieder zuiver geweten,
2548 III, 5,68 | worden, aangezien zij zou verworden tot een louter mechanisme
2549 II, 10,49 | misdreven: ze hebben Mij verzaakt, de bron van levend water
2550 II, 10,48 | te zoeken en proberen we verzachtende factoren en uitzonderingen
2551 IV, 4,85 | Gaat in vrede, warmt en verzadigt u!”, maar u geeft hen niet
2552 IV, 5,92 | de loop der jaren hebben verzameld, kunnen en moeten de ouderen
2553 II, 10,48 | het leven is niet alleen verzekerd door het specifieke gebod “
2554 I, 3,19 | de rechtsstaat historisch verzekerde als gemeenschap waarin het “
2555 III, 5,69 | bevoegdheid liggen”90, dat is de verzekering van het welzijn van de mensen
2556 III, 4,65 | uit de loutere materie, verzet het zich tegen de dood”86. ~
2557 IV, 6,97 | deze dringende oproep: “Verzoen de mensen met het leven”133.
2558 III, 2,54 | de praktijk moeilijk te verzoenen zijn. Ongetwijfeld vormen
2559 IV, 6,97 | in het sacrament van de verzoening zijn vergeving en vrede
2560 IV, 4,88 | afgestemd kunnen worden en de verzorging van de kinderen en van de
2561 III, 5,72 | ziekenhuizen, klinieken en verzorgingshuizen, de mogelijkheid gegarandeerd
2562 I, 1,7 | uit Jahwe”s nabijheid en vestigde zich in het land Nod, ten
2563 I, 4,21 | gemakkelijk in een droevige vicieuze cirkel: wanneer de zin voor
2564 III, 5,70(96) | citeert SINT AUGUSTINUS: “Non videtur esse lex, quae iusta non
2565 IV, 2,78(104) | De beatitudinibus, Oratio VII: PG 44, 1280. ~
2566 IV, 5,90(119) | tot de deelnemers aan het VIIe Symposium van de Europese
2567 I, 2,17(15) | tijdens de Gebedswake voor de VIIIste Wereldjongerendag, Denver (
2568 II, 6,41 | Maar Ik zeg u: bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen,
2569 II, 3,33 | afwijzing door een wereld die vijandig optreedt en het Kind zoekt
2570 Slot, 2,102 | Gemeenschap van Gelovigen. De vijandschap van de machten van het kwaad
2571 II, 10,49 | wijzen met een beschuldigende vinger naar hen die hen leven minachten
2572 IV, 4,88 | stromingen met verschillende visies. Tegelijkertijd moedigt
2573 II, 5,38(27) | Vita autem hominis visio Dei”: Tegen de ketterijen,
2574 II, 5,38(27) | Vita autem hominis visio Dei”:
2575 II, 4,35 | dialoog bevredigen die zo vitaal is voor het menselijk bestaan.
2576 II, 4,34(23) | Gloria Dei vivens homo”: Tegen de ketterijen,
2577 I, 3,19 | veranderlijke mening of, vlakweg, zijn zelfzuchtige belangen
2578 I, 5,25 | Christus, het lam zonder vlek of gebrek”(1Pe 1,18-19).
2579 II, 11,51 | met een lans, en terstond vloeide er bloed en water uit”(Joh
2580 II, 11,51 | water die uit Christus”zijde vloeien - voortdurend gegeven wordt
2581 I, 5,25 | van Christus aan het kruis vloeit (vgl.Joh 19,34) “spreekt
2582 II, 8,44 | onvruchtbaarheid gevreesd als een vloek, terwijl een talrijk nageslacht
2583 Slot, 2,102 | en het Kind naar Egypte vluchten (vgl. Mt 2,13-15). ~Zo helpt
2584 I, 2,14 | elementaire zorg, zelfs voeding, te ontzeggen aan baby”s
2585 II, 6,39 | moeder die haar kind opneemt, voedt en verzorgt: “Ik liet mijn
2586 I, 1,8 | God in het aards paradijs voegt zich de dodelijke strijd
2587 I, 4,24 | werden zij dwazen”(1,22): ze voerden werken uit, die de dood
2588 II, 11,51 | genomen had, zei Hij: “Het is volbracht”. Daarop boog Hij het hoofd
2589 IV, 4,87 | bedoeling alleen is om te voldoen aan het verzoek van de patiënt:
2590 IV, 4,89 | gezamenlijke inspanningen met de volgelingen van andere godsdiensten
2591 IV, 5,91 | Als “een krachtige en volhardende beslissing om zich in te
2592 I, 1,7 | van de geschiedenis der volkeren. ~Wij willen samen die bijbelse
2593 I, 2,10 | moord, oorlog, bloedbaden en volkerenmoord te bejegenen. ~En moeten
2594 III, 2,55 | Indien onbloedige middelen volstaan om mensenlevens te verdedigen
2595 III, 4,65 | lichaam van Christus, de Kerk, voltooi ik in mijn aardse leven
2596 IV, 4,87 | manipulatie met het leven of tot voltrekkers van de dood te worden. In
2597 IV, 3,84 | en vrouwen, kinderen en volwassenen, jongeren en ouderen, gezonden
2598 III, 2,54 | pleiten voor de rijken en vonnissen de armen onrechtvaardig;
2599 III, 3,59 | beginfase die aan de geboorte vooraf gaat. De mens behoort vanaf
2600 I, 3,18 | aan iedere persoon en die voorafgaan aan iedere grondwet en wetgeving
2601 IV, 4,89 | verantwoordelijkheid van iedereen. Aan de vooravond van het derde millennium
2602 I, 1,9 | vóór alles de moord met voorbedachten rade 12 heeft opgenomen.
2603 Slot, 1,101 | dit mysterie volledig en voorbeeldig vervuld in Maria. Zij is
2604 I, 2,13 | gemakkelijk verspreid worden als voorbehoedmiddelen en die in werkelijkheid
2605 IV, 7,99 | verdediging en bevordering is niet voorbehouden aan christenen alleen. Ofschoon
2606 III, 5,72 | aan de fase van overleg, voorbereiding en uitvoering van zulke
2607 I, 1,8 | kwaad: de mens is geenszins voorbestemd tot het kwaad. Zeker: hij
2608 IV, 2,78 | hij onvergankelijk; van voorbijgaand wordt hij eeuwig; van menselijke
2609 III, 5,71 | gewetensprobleem kan zich voordoen in de gevallen waarin een
2610 III, 4,63 | met het Leergezag van mijn Voorgangers 81 en in gemeenschap met
2611 III, 2,56 | steeds door haar Leergezag voorgehouden zedelijke waarheid. Deze
2612 II, 11,50 | geen licht meer gaf. Het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor”(
2613 IV, 6,97 | speciale gedachte willen voorhouden aan vrouwen die een abortus
2614 IV, 2,80 | het Leergezag dat getrouw voorhoudt en uitlegt. ~Bij de verkondiging
2615 IV, 5,91 | het gezin in de vorm van voorkómende, attente en liefdevolle
2616 Inl, 1,2 | niet de “laatste”maar de “voorlaatste”werkelijkheid; het is dus
2617 Inl, 3,5 | een nieuwe wereldorde. ~De voorliggende encycliek, vrucht van de
2618 II, 9,47 | dood van Johannes de Doper, voorloper van de Verlosser, getuigt
2619 IV, 6,95 | morele wet, ervoor kiezen om voorlopig of voor onbepaalde tijd
2620 III, 5,68 | deze waarden kunnen niet voorlopige en wisselende menings-”meerderheden”
2621 III, 5,69 | kwijten. Want “dit is de voornaamste plicht van ieder staatsgezag:
2622 III, 3,60 | hebben veroordeeld en die in voornoemde consultatie, verspreid over
2623 Inl, 2,4 | grond van een dergelijke vooronderstelling, niet alleen aanspraak op
2624 I, 3,19 | duidelijk dat op basis van deze vooronderstellingen er geen plaats in de wereld
2625 III, 2,54 | en door Jezus bevestigd, vooronderstelt liefde voor zichzelf als
2626 IV, 6,95 | effectiviteit zou bepaalde vooroordelen moeten wegnemen die nog
2627 IV, 4,89 | echtparen en van het gezin vooropstellen en respecteren en mogen
2628 I, 1,7 | vanwege de zonde van de voorouders (vgl.Gn 2,17;3,17-19). En
2629 IV, 6,96 | juiste waardenschaal: de voorrang van het zijn boven het hebben 130,
2630 III, 5,69 | van het geweten of normen voorschrijven m.b.t. dingen die buiten
2631 I, 5,25 | op de zonde teken is en voorsmaak van de uiteindelijke overwinning
2632 I, 5,25 | genade af 19, het is een voorspraak voor de broeders bij de
2633 I, 2,17 | abortus en zelfs euthanasie voorstelt als een teken van vooruitgang
2634 IV, 2,79 | geheim dat hen omgeeft, voortbestaat, tot heilsgebeurtenissen
2635 IV, 6,98 | groeit en overvloedige vrucht voortbrengt (vgl.Mc 4,26-29). Zeker
2636 I, 1,8 | manier waarop het kwaad voortgaat met indrukwekkende snelheid:
2637 III, 2,54 | bevordering van het leven en tot voortgang langs de weg van een liefde
2638 III, 4,62 | de dood te maken en die voortijdig op te wekken, door “op zachte
2639 I, 2,15 | onbehagen en zelfs wanhoop, voortkomend uit een intens en langdurig
2640 II, 7,43 | goddelijke onderneming: door de voortplantingsdaad wordt Gods gave ontvangen
2641 I, 3,18 | afhankelijk maken van absurde voortplantingsverboden, en die zo een tegenstelling
2642 I, 4,21 | zijn waardigheid, een soort voortschrijdende verduistering van het vermogen
2643 III, 4,62 | welvarende samenlevingen voortschrijdt, gekenmerkt door een prestatiedenken
2644 I, 3,18 | consequenties die eruit voortvloeien. ~Beslissingen die tegen
2645 I, 3,18 | verantwoordelijkheid en de daaruit voortvloeiende schuldigheid van hen die
2646 I, 5,28 | zedelijke betekenis wanneer zij voortvloeit uit, gevormd is in en gevoed
2647 I, 1,9 | Kaïn zal “rondzwerven en voortvluchtig zijn op de aarde”(Gn 4,14):
2648 II, 7,43 | geschonken. Voortplanting is de voortzetting van de schepping”31. ~Dit
2649 I, 4,23 | vermeden kan worden en het vooruitzicht van tenminste toekomstig
2650 III, 5,72 | burgerlijke wet deze medewerking voorziet en bevordert: want voor
2651 III, 4,62 | de dood. Als gevolg van vorderingen in de geneeskunde en in
2652 II, 2,31 | vergeten worden”(Js 44,21). ~Zo vordert Israël, terwijl het de waarde
2653 Inl, 3,5 | Kerk aan het einde van de vorige eeuw niet kon zwijgen over
2654 I, 2,13 | Het leven dat zou kunnen vortkomen uit een seksuele ontmoeting
2655 II, 7,42 | generaties. Het ecologische vraagstuk - van het behoud van het
2656 II, 8,44 | zelfs te ontkennen volkomen vreemd is aan de godsdienstige
2657 II, 6,41 | hetzelfde volk hoort, of een vreemde die in het land van Israël
2658 III, 5,71 | wijzen: “De vroedvrouwen vreesden God”(ibid.). Uit de gehoorzaamheid
2659 III, 3,57 | andere gezinsleden. Soms vreest men dat het ongeboren kind
2660 II, 5,38 | ontwikkelt zich eerder in een vreugdevol besef dat het leven de “
2661 Slot, 3,103 | van God, de Schepper en Vriend van het leven. ~Gegeven
2662 IV, 6,97 | in de Heer leeft. Met de vriendelijke en deskundige hulp en raad
2663 II, 11,50 | vroege namiddag van Goede Vrijdag “viel er duisternis over
2664 II, 9,47 | Hij maakt van zijn leven vrijelijk een offer aan de Vader (
2665 IV, 1,77 | Leidsman ten leven”(Hnd 3,15) vrijgekocht voor de prijs van zijn kostbaar
2666 II, 11,51 | waardoor Hij ons van de dood vrijkoopt en opent voor een nieuw
2667 III, 2,56 | Geest, het Volk van God vrijwaart van dwaling wanneer “het
2668 III, 4,63 | de mens mag prijzen die vrijwillig het lijden aanvaardt door
2669 II, 3,32 | die dagelijks aalmoezen vroeg bij de “Schone Poort”van
2670 III, 3,59 | verhindering van de geboorte is vroegtijdige moord; het doet er niet
2671 III, 5,69 | opdat wij allen “in alle vroomheid en rechtschapenheid ongestoord
2672 IV, 6,97 | te overwinnen, het echte vrouwelijke genie in alle uitingen van
2673 III, 3,59 | hun toevlucht nemen tot vruchtafdrijvende medicijnen als moordenaressen
2674 III, 3,60 | uiterste zorg worden beschermd; vruchtafdrijving en kinderdoding zijn afschuwwekkende
2675 IV, 3,84 | hoort het stille maar des te vruchtbaarder en welsprekender getuigenis
2676 IV, 6,95 | menselijk bestaan en het is vruchteloos, om niet te zeggen misleidend,
2677 I, 5,26 | dat zou kunnen leiden tot vruchteloze ontmoediging, als de veroordeling
2678 II, 4,34 | kwaad, en de vrije wil: “Hij vulde hen met kennis en begrip
2679 I, 3,20 | zoek, en het sociale leven waagt zich in het drijfzand van
2680 III, 6,75 | waargenomen worden, die, omdat Hij waait waar Hij wil (vgl. Joh 3,
2681 IV, 6,96 | op basis van een juiste waardenschaal: de voorrang van het zijn
2682 IV, 4,89 | schijnt ons steeds meer een waardevol en vruchtbaar terrein voor
2683 II, 10,48 | de Heer zijn wij in staat waardig en rechtschapen te leven.
2684 III, 6,75 | mysterieuze werken van de Geest, waargenomen worden, die, omdat Hij waait
2685 IV, 2,80 | standvastig en moedig deze waarheden aanbieden. De opvoeders,
2686 III, 5,68 | zulke beoordeling een zeker waarheidsaspect erkent, dan moet men toch
2687 III, 2,55 | maatschappij toenemend een tendens waarneembaar is, die een zeer beperkte
2688 I, 3,19 | expliciete, of tenminste waarneembare, communicatie. Het is duidelijk
2689 IV, 4,85 | van alle onbevooroordeelde waarnemers. Elke christelijke gemeenschap
2690 II, 3,32 | ook hun leven een gave is, waarover zorgvuldig gewaakt wordt
2691 IV, 6,97 | was. De wond in uw hart is waarschijnlijk nog niet geheeld. Zeker
2692 III, 3,58 | morele plicht alleen de waarschijnlijkheid dat het om een menselijk
2693 IV, 1,76 | zichzelf iedere dag het waarschuwende woord van de Apostel: “Wee
2694 I, 1,8 | blijven!”(Gn 4,7). ~Na de waarschuwing van de Heer hebben de afgunst
2695 I, 1,8 | Kaïn niet afbreekt. Hij waarschuwt hem, herinnert hem aan zijn
2696 I, 5,27 | beschaving van liefde en leven”, waarzonder het leven van enkelingen
2697 III, 3,57 | levensomstandigheden te wachten staan dat het beter zou
2698 IV, 2,80 | opnieuw uiteengezette leer te waken en de geschiktste maatregelen
2699 III, 5,68 | heeft opgedaan. Zouden deze wandaden misschien niet langer misdaden
2700 II, 3,32 | Jezus Christus van Nazareth, wandel!”(Hnd 3,6). Door het geloof
2701 I, 1,7 | broer Abel: “Laten we gaan wandelen”. En toen zij buiten waren,
2702 II, 4,36 | vervangt door houdingen van wantrouwen, onverschilligheid, vijandigheid
2703 IV, 6,98 | Zeker is er een enorme wanverhouding tussen de talrijke machtige
2704 I, 2,10 | uitbreken, de schandalige wapenhandel aankleeft die de vele gewapende
2705 IV, 6,98 | eerste en doeltreffendste wapens zijn tegen de krachten van
2706 IV, 4,85 | hen zegt: “Gaat in vrede, warmt en verzadigt u!”, maar u
2707 III, 2,54 | vergiffenis kon krijgen en wederopneming in de kerkelijke gemeenschap. ~
2708 I, 1,9 | dat Hij gerechtigheid laat wedervaren (vgl.Gn 37,26; Js 26,21;
2709 II, 6,41 | geval van vreemdelingen, weduwen, wezen, de zieken en de
2710 III, 3,61 | leveranciers van organen of weefsel voor transplantaties bij
2711 IV, 2,80 | betrouwbare en getrouwe weergave van de in deze encycliek
2712 II, 8,44 | zult U mij tot stof doen weerkeren? Hebt U mij niet gezeefd
2713 II, 1,29 | iedere man en vrouw, heeft weerklonken in ieder geweten “vanaf
2714 I, 3,20 | van de zwaksten en meest weerlozen, van het ongeboren kind
2715 Slot, 1,101 | zal een teken zijn, dat weersproken wordt, opdat de gezindheid
2716 I, 3,20 | wijze gaat de democratie, in weerwil van haar eigen beginselen,
2717 III, 5,69 | encycliek Pacem in terris wees Johannes XXIII erop dat “
2718 I, 5,27 | gezinnen, ziekenhuizen, weeshuizen, bejaardencentra en in andere
2719 II, 2,31 | uitroeiing gedoemd scheen wegens de doodsdreiging die over
2720 II, 8,44 | wanneer het uit de tijd weggaat om zich naar de eeuwigheid
2721 III, 6,74 | het geheim van wederzijds wegschenken en ontvangen. De Geest zelf
2722 I, 5,25 | teken van zijn zichzelf wegschenkende liefde (vgl.Joh 13,1), leert
2723 III, 4,62 | verlengen, mensen na het wegvallen van hun biologische basisfuncties
2724 III, 3,58 | individuele mens met zijn reeds wel-omlijnde, vaststaande karaktertrekken.
2725 I, 5,26 | mobiliseren hun krachten om de weldaden van de meest ontwikkelde
2726 II, 3,32 | verkondigt als degene die “weldoende rondging, allen genezend
2727 I, 3,20 | toegestaan? In de naam van welk recht wordt de meest onrechtvaardige
2728 IV, 1,77 | liefde: het is de liefde welker bron en voorbeeld de mensgeworden
2729 I, 5,27 | inkeer te komen. ~Ook een welkom signaal is de groeiende
2730 I, 2,14 | kind in de moederschoot wellicht nodig heeft, wordt al te
2731 I, 5,25 | vgl.Joh 19,34) “spreekt welluidender”dan het bloed van Abel;
2732 III, 3,61 | bemind worden, een bijzonder welsprekend getuigenis af van wat echte
2733 IV, 3,84 | des te vruchtbaarder en welsprekender getuigenis van “alle moedige
2734 I, 1,7 | voorgesteld met een uitzonderlijke welsprekendheid op een bladzijde van het
2735 III, 4,62 | de dood”, die vooral in welvarende samenlevingen voortschrijdt,
2736 Slot, 3,103 | en dat Hij haar met zijn welwillende zorg vergezelt. Hetzelfde
2737 III, 5,68 | weerloze menselijk wezen? Het wereldgeweten reageert terecht op de misdaden
2738 Inl, 3,5 | de vorming van een nieuwe wereldorde. ~De voorliggende encycliek,
2739 IV, 7,99(136) | Boodschap voor Wereldvredesdag 1977: AAS 68 (1976), 711-
2740 IV, 6,94 | tenzij in vrijheid. Beide werkelijkheden hebben bovendien een ingeschapen
2741 Inl, 3,5 | rechten van de persoon van de werker af te kondigen, zo voelt
2742 IV, 6,95 | gezondheids- en maatschappelijk werkers, moeten overtuigen van het
2743 IV, 4,88 | reorganiseren, opdat de werktijden en het tijdschema van het
2744 III, 5,68 | orde”en, als zodanig, een werktuig en niet een doel. Haar “
2745 III, 5,72 | als geheel onrechtvaardige wetgevingen zijn voorzien, de bescherming
2746 III, 5,71 | geoorloofd kunnen zijn wetsvoorstellen te steunen die ten doel
2747 III, 5,70 | een dergelijk verzoek zou wettigen en doorvoering ervan toelaten,
2748 IV, 6,95 | gegrift. Precies dit respect wettigt het gebruik van natuurlijke
2749 II, 8,44 | en vóór je geboren werd wijdde Ik je aan Mij toe”(Jr 1,
2750 I, 5,27 | en steeds nieuwe vormen, wijdden en wijden hun leven toe
2751 I, 2,10 | catalogus te maken van het wijde spectrum van bedreigingen
2752 III, 3,57 | geval van abortus is er een wijdverbreid gebruik van dubbelzinnige
2753 IV, 3,81 | 27; Ps 8,6). Deze visie wijkt niet voor ontmoediging bij
2754 II, 2,31 | specifieker ontwikkeld in de wijsheidliteratuur, op basis van de dagelijkse
2755 III, 2,54 | sterk negatieve inhoud: het wijst op de uiterste grens die
2756 I, 1,8 | van de zonde die, als een wild dier, naast de deur van
2757 I, 1,9 | degenen die hem misschien wilden doden om de dood van Abel
2758 I, 1,9 | overgegaan naar beestachtige wildheid. God wilde echter de moord
2759 III, 6,74 | toevertrouwd, niet om er willekeurig over te beschikken, maar
2760 Inl, 2,3 | de arbeiders als louter winst-werktuigen worden behandeld en niet
2761 III, 5,68 | kunnen niet voorlopige en wisselende menings-”meerderheden”zijn,
2762 I, 1,7 | tot Kaïn: “Waarom zijt gij woedend en waarom staat uw gezicht
2763 IV, 6,97 | dramatische beslissing was. De wond in uw hart is waarschijnlijk
2764 Slot, 3,103 | Dood en leven streden een wonderbaarlijke strijd. De Aanvoerder van
2765 IV, 3,82 | als een van de grootste wonderwerken van de schepping: God heeft
2766 I, 1,9 | wordt gestraft: hij zal wonen in de steppe en in de woestijn.
2767 IV, 4,88 | stadsuitbreidingspolitiek, de woningbouw en sociale politiek te reorganiseren,
2768 I, 5,28 | die mens werd en onder ons woonde “opdat zij het leven mogen
2769 IV, 4,86 | drugsverslaafden te behandelen, woongemeenschappen voor minderjarigen of geestelijk
2770 I, 1,9 | afvallige naar een andere woonplaats, omdat hij van de menselijke
2771 IV, 5,92 | gevallen waarin beperkte woonruimte of andere redenen dit onmogelijk
2772 IV, 4,85 | van begeleiding van het wordende leven in praktijk gebracht
2773 Inl, 2,4 | zoveel menselijke wezens in wording of op de weg naar de dood
2774 IV, 6,93 | huidige historische situatie, wortelt zij ook in de zending van
2775 Inl, 3,5(6) | mei 1991): Insegnamenti XIV,1 (1991), 1293-1296. ~
2776 III, 2,54(42) | Brief van Pseudo-Barnabas, XIX, 5: l.c., 90-93. ~
2777 IV, 6,95(128) | mei 1992), 2: Insegnamenti XV, 1 (1992), 1410. ~
2778 III, 4,62 | voortijdig op te wekken, door “op zachte wijze”zijn eigen leven of
2779 III, 3 | Uw ogen zagen hoe ik ontstond”(Ps 139,
2780 III, 2,56 | overeenstemming toont in zaken van geloof en zeden”49. ~
2781 IV, 7,99(137) | Zalige GUERRICUS VAN IGNY, In Assumptione
2782 II, 10,49 | van vrijheid, vreugde en zaligheid. ~
2783 III, 2,54 | overeenkomstig de geest van de Zaligsprekingen in het evangelie (vgl.Mt
2784 IV, 3,82(110) | PAULUS II, Homilie voor de zaligverklaring van Isidoor BAkanja, Elisabeth
2785 I, 5,25 | De dood is verslonden, de zege is behaald. O dood, waar
2786 Slot, 3,103 | geschiedenis: hij open haar “zegels”(vgl. Apk 5,1-10) en verkondigt (
2787 II, 8,45 | Ambrosius schrijft: “De zegeningen van de komst van Maria en
2788 II, 1,29 | zijn om over het kwaad te zegevieren! ~Op zulke momenten wordt
2789 II, 7,43 | man en vrouw gezegend, zeggend “weest vruchtbaar en vermenigvuldigt
2790 III, 3,58 | mate waarin zij terzake zeggenschap hebben, de directie van
2791 III, 2,55 | het strafwezen, uiterst zeldzaam of bestaan praktisch niet
2792 III, 3,57 | of naar de bekoring van zelfbedrog. In deze samenhang klinkt
2793 I, 4,23 | gelegenheid en het middel voor zelfbevestiging en zelfzuchtige bevrediging
2794 III, 4,64 | ervan door zgn “hulp bij zelfdoding”betekent samenwerken met,
2795 IV, 5,90 | Deze liefde wordt aldus zelfloosheid, ontvankelijkheid en gave.
2796 IV, 4,88 | verbinden met edelmoedige, zelfloze liefde. Het Evangelie van
2797 I, 3,18 | in retoriek is, als we de zelfzuchtigheid van de rijke landen niet
2798 II, 4,35 | bewogenheid opmerkt: “De zesde dag is afgelopen en de schepping
2799 I, 1,9 | oudheid, is het bloed de zetel van het leven, ja zelfs: “
2800 II, 8,44 | willekeur? De moeder van de zeven broers dacht zeker niet
2801 Slot, 3,103 | Heer, in het jaar 1995, het zeventiende van mijn Pontificaat. ~Johannes
2802 I, 1,7 | Kaïn doodt, hij zal het zevenvoudig boeten!”En Jahwe gaf Kaïn
2803 I, 5,26 | in een acuut of terminaal ziektestadium verkeren. Allerlei bedrijven
2804 IV, 6,95 | wegnemen die nog wijd en zijd bestaan, en zou echtparen,
2805 IV, 4,85 | niet hier in de tempel met zijden stoffen, om het dan buiten,
2806 I, 5,25 | bewaarheid in Christus. Het is zìjn vergoten bloed dat verlost,
2807 IV, 6,97 | haar ontwikkelt, schept zijnerzijds een zodanig houding t.o.
2808 I, 3,19 | 4,9). Ja, iedere mens is zijns “broeders hoeder”, omdat
2809 I, 1,7 | komt en die de schaduw van zinledigheid over het hele bestaan van
2810 II, 10,48 | zichzelf veroordelen tot zinloosheid en ongeluk, en mogelijk
2811 I, 5,25 | zilver, zijt verlost uit het zinloze bestaan dat hij van uw vaderen
2812 III, 4,62 | men het leven niet meer zinvol acht omdat het vol pijn
2813 I, 3,18 | die in hoge internationale zittingen wordt uitgesproken, een
2814 III, 3,57 | men dat het ongeboren kind zodanige levensomstandigheden te
2815 I, 4,22 | tot dingen die men meent zomaar te kunnen “bezitten”of “
2816 I, 1,9 | liever het berouw van de zondaar wil dan zijn dood”13. ~
2817 III, 3,58(59) | Elizabeth en Maria, en hun twee zoons, Johannes de Doper en Jezus,
2818 IV, 4,86 | geestelijk gehandicapten, zorg- en hulpcentra voor AIDS-patiënten,
2819 Inl, 2,4 | te kennen is tegelijk een zorgwekkend symptoom en belangrijke
2820 II, 3,33 | gij door zijn armoede rijk zoudt worden”(2 Kor 8,9). De armoede
2821 I, 5,27 | bieden van liefdadige hulp: zovele van haar zonen en dochters,
2822 I, 1,9 | plaats van overvloed, van zuivere betrekkingen onderling en
2823 II, 1,30 | door het te aanvaarden, te zuiveren, te verheffen en tot vervulling
2824 II, 10,49 | dankzij de gave van God die zuivert en vernieuwt: “Ik zal u
2825 Inl, 3,5 | leven! Alleen op die weg zul je gerechtigheid, ontwikkeling,
2826 IV, 6,93 | nieuw te maken”123. Als het zuurdeeg dat heel het deeg doet gisten (
2827 III, 2,54 | werd geplaatst bij de drie zwaarste zonden - samen met afvalligheid
2828 IV, 4,88 | maar de zorg en de steun zwakker. ~Wil naastenliefde realistisch
2829 II, 7,43 | leven wanneer het op zijn zwakst is. Het is Christus zelf
2830 Slot, 1,101 | de Openbaring ons - “was zwanger”(12,2). De Kerk beseft ten
2831 III, 3,57 | dubbelzinnige taal, zoals “zwangerschapsonderbreking”, die ertoe neigt de ware
2832 III, 4,64 | ja erom vraagt omdat hij, zwevend tussen leven en dood, om
|