|
1.
HET EVANGELIE VAN HET LEVEN staat in het hart van de boodschap van Jezus.
Dagelijks door de Kerk met liefde ontvangen, moet zij met moedige trouw
verkondigd worden als het goede nieuws aan de mensen van ieder tijdperk en elke
cultuur.
Bij de dageraad van de verlossing is er
de geboorte van een Kind, die wordt aangekondigd als een blijde mededeling: “Ik
verkondig u een grote vreugde die bestemd is voor heel het volk: heden is u in
de stad van David een redder geboren, Christus de Heer”(Lc 2,10-11). Reden
voor die “grote vreugde”is zeker de geboorte van de Verlosser; maar met
Kerstmis is ook de volledige betekenis van iedere menselijke geboorte
geopenbaard, en de vreugde om de Messias blijkt aldus de grondslag en de
voltooiing van de vreugde om ieder kindje dat geboren wordt (vgl. Joh
16,21).
Wanneer Hij de kern van zijn
verlossende zending presenteert, zegt Jezus: “Ik ben gekomen opdat zij het
leven hebben, leven in overvloed”(Joh 10,10). In waarheid duidt Hij op
dat “nieuwe”en “eeuwige”leven dat bestaat in de gemeenschap met de Vader,
waartoe iedere mens om niet wordt geroepen in de Zoon door de werking van de
heiligmakende Geest. Maar juist in dat “leven”krijgen alle aspecten en alle
ogenblikken van het leven van de mens hun volle betekenis.
|