|
105.
De aankondiging van de engel aan Maria wordt omkleed met deze geruststellende
woorden: “Vrees niet, Maria”en “Bij God is niets onmogelijk”(Lc 30.37). Het
hele leven van de Moedermaagd wordt immers ingeweven in de zekerheid dat God
haar nabij is en dat Hij haar met zijn welwillende zorg vergezelt. Hetzelfde
gebeurt met de Kerk, die “een plaats”vindt, “bereid door God”(Apk 12,6) in de
woestijn, de plaats van beproeving, maar ook van de openbaring van Gods liefde
voor zijn volk (vgl. Hos 2,16). Maria is een levend woord van troost voor de Kerk in haar strijd tegen
de dood. Doordat zij ons de Zoon laat zien, verzekert de Kerk ons dat in Hem de
krachten van de dood reeds verslagen zijn: “Dood en leven streden een
wonderbaarlijke strijd. De
Aanvoerder van het leven, die stierf, heerst nu levend”141.
Het geslachte Lam is levend, draagt de
sporen van zijn Lijden in de schittering van de Verrijzenis. Hij alleen
beheerst alle gebeurtenissen van de geschiedenis: hij open haar “zegels”(vgl.
Apk 5,1-10) en verkondigt (in de tijd en boven de tijd) de macht van het leven
over de dood. In het “nieuwe Jeruzalem”, die nieuwe wereld waarheen de
menselijke geschiedenis onderweg is, “zal de dood niet meer zijn, geen rouw,
geen klacht, geen lijden, want wat vroeger was, is voorbij”(Apk 21,4).
En terwijl wij, het pelgrimerende volk,
het volk van het leven en voor het leven, vol vertrouwen op weg zijn naar “een
nieuwe hemel en een nieuwe aarde”(Apk 21,1), kijken wij naar Haar die voor ons
“een teken van zeker hoop en troost”is 142.
O Maria,
dageraad van
de nieuwe wereld,
Moeder van
de levenden,
U vertrouwen
wij de zaak van het leven toe:
o Moeder,
zie neer op het grote aantal
kinderen die
niet geboren mogen worden,
armen die
het moeilijk hebben om te leven,
mannen en
vrouwen die slachtoffer zijn van bruut geweld,
ouderen en
zieken die gedood worden uit onverschilligheid
of uit
zogenaamd medelijden.
Geef dat
allen die geloven in uw Zoon
het
Evangelie van het leven
verkondigen
met oprechtheid en liefde
aan de
mensen van onze tijd.
Verkrijg
voor hen de genade dat Evangelie te aanvaarden
als een
steeds nieuw geschenk,
de vreugde
om het te vieren, dankbaar,
hun leven
lang,
en de moed
om er resoluut van te getuigen,
om samen met
alle mensen van goede wil
de
beschaving van de waarheid en de liefde op te bouwen,
tot lof en
eer van God, de Schepper en Vriend van het leven.
Gegeven te Rome, bij Sint Pieter, op 25
maart, het Hoogfeest van de Aankondiging van de Heer, in het jaar 1995, het
zeventiende van mijn Pontificaat.
Johannes Paulus II
|