|
10.
De Heer zegt tot Kaïn: “Wat heb je gedaan? Hoor, het bloed van je broer
roept uit de grond tot Mij!”(Gn 4,10). De stem van het bloed, vergoten door de
mensen, houdt niet op te roepen, van geslacht op geslacht, en neemt daarbij
verschillende en steeds nieuwe accenten en tonen op.
De vraag van de Heer: “Wat heb je
gedaan?”waaraan Kaïn niet kan ontkomen, wordt ook gericht tot de mens van
vandaag, opdat hij zich bewust wordt van de omvang en de ernst van de aanslagen
op het leven waarmee de geschiedenis van de mensheid voortdurend getekend
wordt; opdat hij op zoek gaat naar de talrijke oorzaken die die bedreigingen
tot gevolg hebben en bevorderen; opdat hij uiterst ernstig nadenkt over de
gevolgen die diezelfde aanslagen hebben voor het bestaan van mensen en volken.
Sommige bedreigingen komen voort uit de
natuur zelf, maar worden verergerd door de schuldige nalatigheid en
onachtzaamheid van de mensen die daar niet zelden een oplossing voor zouden
kunnen vinden; andere op hun beurt zijn het gevolg van situaties van geweld,
haat en tegengestelde belangen, die mensen ertoe brengen om andere mensen met
moord, oorlog, bloedbaden en volkerenmoord te bejegenen.
En moeten we ook niet denken aan het
geweld dat zich richt tegen het leven van miljoenen menselijke wezens, speciaal
kinderen, die gedwongen zijn tot ellende, ondervoeding en honger, vanwege een
onbillijke verdeling van de rijkdommen tussen de volken en de sociale klassen?
En wat te zeggen van het geweld dat, nog voordat er oorlogen uitbreken, de
schandalige wapenhandel aankleeft die de vele gewapende conflicten bevordert
die onze wereld doordrenken met bloed. Wat te zeggen van het verspreiden van de
dood door roekeloze verstoring van het ecologisch evenwicht in de wereld, door
de misdadige verspreiding van drugs of door de propaganda voor bepaalde soorten
seksueel gedrag die, naast hun morele onaanvaardbaarheid, ook grote risico”s
voor het leven in zich dragen? Het is onmogelijk om een volledige catalogus te
maken van het wijde spectrum van bedreigingen van het menselijk leven, zo
talrijk zijn de vormen, expliciet of verborgen, waarin zij vandaag de dag
verschijnen!
11. Hier zullen
we echter bijzondere aandacht richten op een andere categorie van aanvallen,
die het leven in zijn vroegste en laatste stadia betreffen en die in
vergelijking met het verleden nieuwe kenmerken hebben en die buitengewoon
ernstige vragen oproepen. Niet alleen verliezen die aanvallen in de publieke
opinie geleidelijk hun “misdadig karakter”; paradoxaal genoeg nemen zij het
karakter van “rechten”aan, zodat men zelfs de Staat vraagt om daaraan wettelijke
erkenning te geven en ze beschikbaar te stellen door middel van kosteloze
diensten van medisch personeel. Zulke aanvallen treffen het menselijk leven in
uiterst bedenkelijke situaties, wanneer het volkomen weerloos is. Ernstiger nog
is het feit dat die aanvallen goeddeels uitgevoerd worden juist in het hart van
en met behulp van het gezin dat toch van nature bestemd is om “heiligdom van
het leven”te zijn.
Hoe heeft een dergelijke situatie
kunnen ontstaan? Veel verschillende factoren moeten daarbij in ogenschouw
worden genomen. Op de achtergrond staat de diepe cultuurcrisis, die scepsis
kweekt over de eigenlijke grondslagen van kennis en moraal, en die het steeds
moeilijker maakt om duidelijk de betekenis te onderkennen van wat de mens is,
van zijn rechten en van zijn plichten. Dan zijn er allerlei existentile en
intermenselijke moeilijkheden, die erger zijn geworden door de ingewikkeldheid
van een samenleving waarin enkelingen, echtparen en gezinnen vaak alleen
gelaten worden met hun problemen. Er zijn situaties van acute armoede, angst of
frustratie waarin de strijd om de overleving, het lijden van ondraaglijke pijn,
direct geweld, speciaal tegen vrouwen, van de keuze om het leven te verdedigen
en te bevorderen soms zelfs heldhaftigheid eisen.
Dit alles verklaart, tenminste ten
dele, dat de waarde van het leven vandaag aan een soort “verduistering”kan
lijden, ofschoon het geweten niet ophoudt het als een heilige en onaantastbare
waarde te bestempelen, zoals duidelijk blijkt uit het feit dat men de neiging heeft
om bepaalde misdaden tegen het leven in zijn vroege of laatste stadia te
verhullen door het gebruik van medische termen die de aandacht afleiden van het
feit dat wat op het spel staat het recht op leven is van een concrete
menselijke persoon.
12. Maar al kan
het klimaat van wijdverbreide morele onzekerheid in zekere zin verklaard worden
door vele ernstige aspecten van de huidige sociale problemen, al kunnen deze
soms de subjectieve verantwoordelijkheid van de enkeling afzwakken, toch is het
niet minder waar dat wij tegenover een zelfs nog grotere werkelijkheid staan,
die omschreven kan worden als een reële structuur van de zonde, gekenmerkt
door de opkomst van een anti-solidariteitscultuur die in veel gevallen de vorm
aanneemt van een echte “cultuur van de dood”. Deze wordt actief bevorderd door
machtige culturele, economische en politieke stromingen die een
maatschappij-opvatting huldigen die die alleen maar op prestaties gericht is.
Wanneer men vanuit dit gezichtspunt
naar de situatie kijkt, dan is het in zekere zin mogelijk om te spreken van een
oorlog van de machtigen tegen de zwakken: een leven dat meer aanvaarding,
liefde en zorg zou vragen wordt als nutteloos beschouwd of voor een
ondraaglijke last gehouden, en wordt daarom hoe dan ook verworpen. Een mens
die, vanwege ziekte, handicap of enkel door zijn aanwezigheid de welvaart of
levenswijze van hen die meer bevoordeeld zijn ter discussie stelt, wordt steeds
vaker gezien als een vijand tegen wie men zich moet verweren of die uit de weg
geruimd moet worden. Zo wordt een “samenzwering tegen het leven”ontketend. Deze
samenzwering betreft niet alleen enkelingen in hun persoonlijke, gezins- of
groepsrelaties, maar gaat veel verder, tot zelfs - op internationaal vlak -
aantasting en vernieling van de betrekkingen tussen volken en staten toe.
13. Om de
verbreiding van abortus te vergemakkelijken werden en worden enorme
geldbedragen geïnvesteerd in de produktie van farmaceutische preparaten
die het mogelijk maken de foetus te doden in de moederschoot, zonder een beroep
te hoeven doen op medische assistentie. Op dit punt lijkt het wetenschappelijk
onderzoek zelf bijna uitsluitend bezorgd te zijn om de ontwikkeling van
produkten die, steeds eenvoudiger en doelmatiger, het leven doden en die
tegelijkertijd in staat zijn om abortus ver te houden van iedere vorm van
sociale controle of verantwoordelijkheid.
Men beweert dikwijls dat contraceptie,
mits veilig en beschikbaar voor allen, het doelmatigste middel tegen abortus
is. De katholieke Kerk wordt er dan van beschuldigd, abortus feitelijk te
bevorderen omdat zij hardnekkig blijft leren dat contraceptie moreel
ongeoorloofd is. Wanneer men het aandachtig beschouwt is dit verwijt duidelijk
zonder grond. Misschien gebruiken veel mensen contraceptie ook met de intentie
om vervolgens de bekoring van de abortus te vermijden. Maar de negatieve
waarden die verbonden zijn met de “contraceptieve mentaliteit”- die sterk
verschilt van verantwoordelijk ouderschap, beleefd in respect voor de volle
waarheid van de huwelijksdaad - zijn zo dat ze feitelijk deze bekoring
versterken wanneer een ongewenst leven ontvangen wordt. De pro-abortus-cultuur
is dan ook vooral daar sterk waar de leer van de Kerk over contraceptie wordt
verworpen. Zeker: uit moreel oogpunt zijn contraceptie en abortus specifiek
verschillende soorten kwaad: de eerste weerspreekt de volle waarheid van de
geslachtsdaad als de juiste uitdrukking van huwelijksliefde, terwijl de tweede
het leven van een menselijk wezen vernietigt: de eerste staat tegenover de
deugd van kuisheid in het huwelijk, de tweede staat tegenover de deugd van
rechtvaardigheid en schendt rechtstreeks het goddelijke gebod “Gij zult niet
doden”.
Maar ondanks hun verschillen in aard en
moreel gewicht staan contraceptie en abortus vaak in nauwe verbinding, als
vruchten van dezelfde boom. Het is waar dat in veel gevallen contraceptie en
zelfs abortus worden gepraktiseerd onder druk van existentiële problemen,
die niettemin nooit kunnen ontheffen van de inspanning om Gods wet volledig te
gehoorzamen. Maar in heel veel andere gevallen zijn dergelijke praktijken
geworteld in een genotzuchtige mentaliteit die niet bereid is om
verantwoordelijkheid te aanvaarden inzake seksualiteit, en zij veronderstellen
een egocentrische opvatting van de vrijheid die voortplanting beschouwt als een
hindernis voor zelfontplooiing. Het leven dat zou kunnen vortkomen uit een
seksuele ontmoeting wordt zo een vijand die tegen elke prijs vermeden moet
worden, en abortus wordt het enig mogelijke beslissende antwoord op falende
contraceptie.
De nauwe verbinding die er, in
mentaliteit, bestaat tussen de praktijk van contraceptie en die van abortus
wordt steeds duidelijker. Dat bewijzen op alarmerende wijze ook de toepassing
van chemische preparaten, het aanbrengen van instrumenten in de baarmoeder en
de toediening van vaccins die even gemakkelijk verspreid worden als
voorbehoedmiddelen en die in werkelijkheid abortusopwekkend werken in de
vroegste stadia van de ontwikkeling van het leven van het nieuwe menselijk
wezen.
14. De
verschillende technieken van kunstmatige voortplanting die op het eerste
gezicht ten dienste staan van het leven en die regelmatig gebruikt worden met
deze bedoeling, zetten in feite de deur open naar nieuwe bedreigingen van het
leven. Afgezien van hun morele onaanvaardbaarheid, omdat ze de voortplanting
scheiden van de integraal menselijke contekst van de huwelijksdaad 14,
hebben deze technieken een hoog mislukkingspercentage: deze mislukking betreft
niet zo zeer de bevruchting, als wel de aansluitende ontwikkeling van het
embryo, dat wordt blootgesteld aan het gevaar, meestal binnen een zeer korte
tijd te sterven. Bovendien onstaan vaak meer embryo”s dan nodig is voor
inplanting in de moederschoot, en deze zgn. “overtollige embryo”s”worden dan
vernietigd of gebruikt voor onderzoek dat, onder het voorwendsel van
wetenschappelijke of medische vooruitgang, in feite het menselijk leven
terugbrengt tot het niveau van louter “biologisch materiaal”waar men vrij over
kan beschikken.
Prenatale diagnose waartegen geen
morele bezwaren bestaan wanneer ze wordt uitgevoerd om de medische behandeling
vast te stellen die het kind in de moederschoot wellicht nodig heeft, wordt al
te vaak een gelegenheid om een abortus voor te stellen en uit te voeren. De
zogenaamde rechtmatigheid van eugenetische abortus ontstaat in de publieke
opinie vanuit een mentaliteit - waarvan men ten onrechte meent dat ze
overeenkomt met de eisen van “therapeutisch ingrijpen”- die het leven alleen aanvaardt
onder bepaalde voorwaarden en het afwijst wanneer het begrensd, gehandicapt of
ziek is.
Volgens deze zelfde logica is men ertoe
gekomen om de meest elementaire zorg, zelfs voeding, te ontzeggen aan baby”s
die geboren worden met ernstige handicaps of ziekten. Het huidige draaiboek is
bovendien nog alarmerender aan het worden vanwege de voorstellen, hier en daar
naar voren gebracht, om zelfs kinderdoding te rechtvaardigen, met dezelfde
argumenten die men gebruikt om het recht op abortus te verdedigen. Op deze
wijze keren we terug naar een staat van barbarij waarvan men hoopte dat die
voor altijd overwonnen was.
15. Dreigingen
die niet minder ernstig zijn hangen boven de ongeneeslijk zieken en de
stervenden. In een sociale en culturele situatie die het moeilijker maakt om
het lijden onder ogen te zien en te aanvaarden, wordt de bekoring des te groter
om het probleem van het lijden op te lossen door het bij de wortel uit te
roeien, door de dood te vervroegen naar een moment dat geschikter wordt geacht.
Verschillende overwegingen dragen
gewoonlijk bij tot zo”n beslissing, die allemaal uitmonden in dezelfde
verschrikkelijke uitkomst. In de zieke persoon kan het gevoel van angst,
ernstig onbehagen en zelfs wanhoop, voortkomend uit een intens en langdurig
lijden, een beslissende factor zijn. Zo”n situatie kan het toch al broze
evenwicht van iemands persoonlijke en gezinsleven bedreigen, met als gevolg dat
enerzijds de zieke, ondanks de hulp van steeds effectiever medische en sociale
bijstand, het gevaar loopt zich verpletterd te voelen door eigen broosheid; en
anderzijds kunnen zij die de zieke nabij zijn bewogen worden door een
begrijpelijk, zij het verkeerd begrepen medelijden. Dit wordt allemaal
verergerd door een cultureel klimaat dat geen enkele betekenis of waarde in het
lijden vindt, maar dat het lijden liever ziet als het ultieme kwaad, dat koste
wat kost uitgeroeid dient te worden. Dit gebeurt vooral wanneer men geen
godsdienstige visie heeft die zou kunnen helpen om het geheim van het lijden
positief te duiden.
Op een algemener niveau bestaat er in
de huidige cultuur een soort Prometheus-houding die mensen ertoe brengt te
denken dat zij leven en dood kunnen controleren door de beslissingen
daaromtrent in eigen hand te nemen. Wat er werkelijk gebeurt in dit geval is
dat de enkeling verslagen en verpletterd wordt door een dood zonder enig zicht
op een zin en zonder enige hoop. We zien een rampzalig getuigenis van dit alles
in de verspreiding van euthanasie - verhuld en heimelijk, of openlijk en zelfs
wettelijk toegepast. Ze wordt gerechtvaardigd met een zogenaamd medelijden
t.a.v. het lijden van de patiënt, en daarenboven ook met het
nuttigheidsargument, nl om improduktieve uitgaven te vermijden die te zwaar
drukken op de maatschappij. Zo stelt men voor om misvormde baby”s, geestelijk
en lichamelijk ernstig gehandicapten, invaliden, ouderen - vooral wanneer zij
niet voor zichzelf kunnen zorgen - en terminale zieken te elimineren. Evenmin
mogen we zwijgen tegenover andere, steelsere maar niet minder ernstige en
reële vormen van euthanasie. Deze zouden bijv. kunnen voorkomen wanneer
organen, om er meer beschikbaar te hebben voor transplantaties, verwijderd
worden zonder de objectieve en gepaste criteria voor de vaststelling van de
dood van de donor te eerbiedigen.
16. Een ander
actueel verschijnsel, vaak aangevoerd om bedreigingen van en aanvallen op het
leven te rechtvaardigen, is de bevolkingsgroei. Die is in de verschillende
delen van de wereld telkens anders. In de rijke en ontwikkelde landen is er een
verontrustende daling of val van het geboortencijfer. De arme landen op hun
beurt hebben over het algemeen een snelle bevolkingsgroei, moeilijk te dragen
in een situatie van geringe economische en sociale ontwikkeling, of zelfs
ernstige onderontwikkeling. Tegenover de overbevolking in de arme landen wordt,
i.p.v. vormen van wereldwijde hulp op internationaal niveau - serieuze gezins-
en sociale politiek, programma”s voor culturele ontwikkeling en voor een
eerlijke produktie en verdeling van hulpbronnen - nog steeds
anti-geboorten-politiek opgezet.
Contraceptie, sterilisatie en abortus
vormen zeker een deel van de oorzaken waarom er in sommige gevallen een scherpe
daling van het geboortencijfer is. De bekoring om dezelfde methoden en
aanvallen tegen het leven ook aan te wenden in situaties van
“bevolkingsexplosie”, kan voor de hand liggen.
De oude farao, geobsedeerd door de
aanwezigheid en de toename van de kinderen van Israël onderwierp hen aan
elke soort van onderdrukking en beval dat ieder mannelijk kind dat uit joodse
vrouwen geboren werd, moest worden gedood (vgl.Ex 1,7-22). Vandaag treden heel
wat machtigen der aarde op dezelfde manier op. Zij zijn ook geobsedeerd door de
huidige bevolkingsgroei, en bang dat de volken die het rijkst aan kinderen en
het armste zijn, een bedreiging vormen voor het welzijn en de vrede van hun
eigen landen. Als gevolg daarvan geven zij, liever dan dat ze deze ernstige
problemen onder ogen willen zien en oplossen met respect voor de waardigheid van
de enkeling en de gezinnen en voor het onaantastbare recht op leven van iedere
persoon, er de voorkeur aan om een massief programma van geboortencontrole te
propageren en op te leggen. Zelfs de economische hulp die ze wel zouden willen
geven wordt op onrechtvaardige wijze afhankelijk gemaakt van de aanvaarding van
een anti-geboortenpolitiek.
17. De mensheid
biedt ons vandaag een werkelijk alarmerend schouwspel, als we niet alleen
denken aan de verschillende gebieden waar de aanvallen op het leven losbreken
maar ook aan hun ongehoorde getalsverhouding en het feit dat zij overal
machtige steun ontvangen: door een brede consensus in de maatschappij, door
wijdverbreide wettelijke erkenning en door de betrokkenheid van een deel van
het personeel in de gezondheidszorg.
Zoals ik met nadruk heb gesteld in
Denver bij gelegenheid van de Achtste Wereldjongerendag “zijn mettertijd de
bedreigingen van het leven niet minder geworden. Ze nemen grote omvang aan. Het
zijn niet alleen bedreigingen die van buiten komen, van de krachten van de
natuur of van de “Kaïns”die de “Abels”doden; nee, het zijn
wetenschappelijk en systematisch geplande bedreigingen. De twintigste eeuw zal
gelden als een tijdperk van massieve aanvallen op het leven, een eindeloze serie
oorlogen en een ononderbroken slachting van onschuldig menselijk leven.
15 Valse profeten en valse leraren hebben het grootst
mogelijke succes. Los van bedoelingen die verschillend kunnen zijn en soms
zelfs overtuigend kunnen schijnen, vooral wanneer ze gepresenteerd worden in de
naam van solidariteit, staan we werkelijk tegenover een objectieve
“samenzwering tegen het leven”, waarbij zelfs internationale instellingen
betrokken zijn, actief in het aanmoedigen en uitvoeren van echte campagnes om
contraceptie, sterilisatie en abortus overal beschikbaar te krijgen. Ook kan
niet ontkend worden dat de massamedia vaak betrokken zijn bij deze
samenzwering, doordat zij vertrouwen wekken in die cultuur die de invoering van
contraceptie, sterilisatie, abortus en zelfs euthanasie voorstelt als een teken
van vooruitgang en als een overwinning van de vrijheid, terwijl ze de
opstelling die zonder voorbehoud vóór het leven is, afschildert
als vijand van vrijheid en vooruitgang.
|