|
25.
“De stem van het bloed van uw broeder roept tot Mij vanaf de grond”(Gn 4,10). Het is niet alleen de stem van het bloed
van Abel, de eerste onschuldige mens die vermoord zou worden, dat roept tot God,
de Bron en Verdediger van het leven. Het bloed van ieder ander menselijk wezen
dat is gedood sinds Abel, is ook een stem die wordt verheven tot de Heer. Op
een absoluut unieke wijze, zoals de schrijver van de brief aan de Hebreeën
ons in herinnering brengt, roept de stem van het bloed van Christus, voor wie
Abel in zijn onschuld een profetische figuur is, tot God: “Gij zijt genaderd
tot de berg Sion en de stad van de levende God (...) tot de middelaar van een
nieuw verbond, wiens vergoten bloed iets beters afroept dan het bloed van
Abel”(12,22.24).
Het is het vergoten bloed. Een symbool
en een profetisch teken daarvan was het bloed geweest van de offers van het
Oude Verbond, waardoor God zijn wil verkondigde om zijn eigen leven te delen
met de mensen door hen te reinigen en te wijden (vgl.Ex 14,8; Lv 17,11). Nu
wordt dit alles vervuld en bewaarheid in Christus. Het is zìjn vergoten
bloed dat verlost, reinigt en redt; het is het bloed van de Middelaar van het
Nieuwe Verbond “vergoten voor velen tot vergeving van de zonden”(Mt 26,28).
Dit bloed dat uit de doorboorde zijde
van Christus aan het kruis vloeit (vgl.Joh 19,34) “spreekt welluidender”dan het
bloed van Abel; inderdaad, het verkondigt en verlangt een radicalere
“gerechtigheid”, en bovenal smeekt het genade af 19, het is
een voorspraak voor de broeders bij de Vader (vgl.Heb 7,25), en het is de bron
van volmaakte verlossing en de gave van nieuw leven.
Het bloed van Christus, laat zien, terwijl
het de grootheid van de liefde van de Vader openbaart, hoe kostbaar de mens is
in Gods ogen en hoe onschatbaar de waarde van zijn leven. De apostel Petrus
herinnert ons hieraan: “Gij weet dat gij niet met vergankelijke dingen, zoals
goud en zilver, zijt verlost uit het zinloze bestaan dat hij van uw vaderen had
geërfd. Gij zijt verlost door het kostbaar bloed van Christus,
het lam zonder vlek of gebrek”(1Pe 1,18-19). Juist door de beschouwing van het
kostbare bloed van Christus, het teken van zijn zichzelf wegschenkende liefde
(vgl.Joh 13,1), leert de gelovige de bijna goddelijke waardigheid van ieder
menselijk wezen kennen en waarderen, en kan hij met steeds nieuwe en dankbare
verbazing uitroepen: “Hoe kostbaar moet de mens zijn in de ogen van de Schepper
als hij “een zo verheven Verlosser verdiend heeft”(Exultet van de Paasvigilie),
als “God zijn enige Zoon gaf”, opdat de mens “niet verloren zou gaan, maar
eeuwig leven zou hebben”(vgl.Joh 3,16)!”20.
Bovendien openbaart het bloed van
Christus aan de mens dat zijn grootheid, en daarmee zijn roeping, bestaat in de
oprechte zelfgave. Juist omdat het vergoten wordt als de gave van het leven, is
het bloed van Jezus niet langer een teken van dood, van onherroepelijke
scheiding van de broeders, maar het instrument van een verbondenheid die
rijkdom van leven is voor allen. Wie in het sacrament van de Eucharistie dit
bloed drinkt en in Jezus vertoeft (vgl.Joh 6,56) wordt meegetrokken in de
dynamiek van zijn leven en zijn gave van het leven, om de oorspronkelijke
roeping tot de liefde die iedereen heeft tot haar volheid te brengen (vgl.Gn
1,17; 2,18-24).
Uit dit bloed van Christus putten allen
de kracht om zich in te spannen voor het leven. Precies dit bloed is de
krachtigste bron van hoop, ja, het is de grondslag van de absolute zekerheid
dat in het plan van God het leven de overwinning zal behalen. “De dood zal niet
meer zijn”, roept de krachtige stem die komt van de troon van God in het
hemelse Jeruzalem (Apk 21,4). En Sint Paulus verzekert ons dat de tegenwoordige
overwinning op de zonde teken is en voorsmaak van de uiteindelijke overwinning
op de dood, wanneer “het woord van de Schrift in vervulling zal gaan: “De dood
is verslonden, de zege is behaald. O dood, waar is uw overwinning? O
dood, waar is uw angel?”(1Kor 15,54-55).
26. Tekenen
die wijzen op deze overwinning ontbreken dan ook niet in onze maatschappijen en
culturen, al worden die ook sterk getekend door de “cultuur van de dood”.
Daarom zou het een eenzijdig beeld geven, dat zou kunnen leiden tot vruchteloze
ontmoediging, als de veroordeling van de bedreigingen van het leven niet
vergezeld ging van de voorstelling van de positieve tekenen die in de huidige
situatie van de mensheid aan het werk zijn.
Helaas is het vaak moeilijk om deze
positieve tekenen te zien en te herkennen, misschien ook omdat ze niet
voldoende aandacht in de media krijgen. Maar hoeveel initiatieven die hulp en
steun bieden aan mensen die zwak en weerloos zijn, zijn ontstaan en ontstaan
telkens in de christelijke gemeenschap en in de burgermaatschappij, op
plaatselijk, nationaal en internationaal vlak, door de inspanningen van
enkelingen, groepen, bewegingen en organisaties van velerlei aard!
Er zijn nog steeds veel echtparen die,
met een edelmoedig verantwoordelijkheidsbesef, bereid zijn om kinderen op te
nemen als het “kostbaarste huwelijksgeschenk”21. Ook zijn er
veel gezinnen die, naast hun dagelijkse dienst aan het leven, bereid zijn om
verlaten kinderen op te nemen, kinderen en jongeren in moeilijkheden,
gehandicapten, ouderen die alleen achtergebleven zijn. Veel centra voor hulp
aan het leven of vergelijkbare instellingen, worden gedragen door enkelingen en
groepen, die met bewonderenswaardige toewijding en opofferingsgezindheid,
morele en materiële steun bieden aan moeders die in moeilijkheden zijn, en
in de verleiding om haar toevlucht te nemen tot abortus. Steeds vaker
verschijnen op veel plaatsen groepen vrijwilligers die bereid zijn gastvrijheid
te bieden aan personen zonder familie, die zich in bijzonder verdrietige
omstandigheden bevinden, of die de steun van hun omgeving nodig hebben om hen
te helpen verwoestende gewoonten te overwinnen en de betekenis van het leven
opnieuw te ontdekken.
Dankzij de grote inzet van onderzoekers
en artsen gaat de geneeskunde door met haar inspanningen om steeds effectiever
geneeswijzen te ontdekken: behandelingen die vroeger ondenkbaar waren, maar die
nu een grote belofte inhouden voor de toekomst, worden vandaag ontwikkeld voor
de ongeborenen, de lijdenden en voor hen die in een acuut of terminaal
ziektestadium verkeren. Allerlei bedrijven en organisaties mobiliseren hun
krachten om de weldaden van de meest ontwikkelde geneeskunde naar landen te
brengen die het meest getroffen worden door armoede en inheemse ziekten. Op
soortgelijke wijze organiseren nationale en internationale verenigingen van
artsen zich om snel hulp te brengen aan volken die getroffen zijn door
natuurrampen, epidemieën of oorlogen. Zelfs al is een rechtvaardige
internationale verdeling van medische hulpgoederen nog lang geen werkelijkheid,
toch moeten we in de stappen die tot nu toe gezet zijn, een teken zien van de
groeiende solidariteit tussen de volken, een prijzenswaardige menselijke en
morele gevoeligheid en een grotere eerbied voor het leven!
27. T.a.v. wetten
die abortus toestaan en t.a.v. pogingen, die hier en daar succesvol zijn
geweest, om euthanasie te legaliseren, zijn in de hele wereld bewegingen en
initiatieven om het maatschappelijk bewustzijn te activeren voor de verdediging
van het leven ontstaan. Wanneer zulke bewegingen, in overeenstemming met hun
beginselen, resoluut optreden maar zonder tot geweld over te gaan, bevorderen
zij een breder en dieper besef van de waarde van het leven: ze roepen op tot
een vastbeslotener inzet om het te verdedigen en brengen die in praktijk.
Bovendien moeten we al die dagelijkse
gestes van ontvankelijkheid, van opoffering en onbaatzuchtige zorg noemen, die
talloze mensen vol liefde doen in gezinnen, ziekenhuizen, weeshuizen, bejaardencentra
en in andere centra of gemeenschappen die het leven verdedigen. De Kerk, die
zich laat leiden door het voorbeeld van Jezus “de barmhartige
Samaritaan”(vgl.Lc 10,29-37) en die door zijn kracht wordt gesteund, heeft
altijd in de frontlinie gestaan bij het bieden van liefdadige hulp: zovele van
haar zonen en dochters, vooral religieuzen, in traditionele en steeds nieuwe
vormen, wijdden en wijden hun leven toe aan God, door het te geven uit leven
voor hun naaste, vooral de zwakke en behoeftige.
Deze daden versterken de grondslagen
van de “beschaving van liefde en leven”, waarzonder het leven van enkelingen en
van de samenleving zelf zijn meest authentiek menselijke hoedanigheid verliest.
Zelfs als zij onopgemerkt en verborgen blijven voor de meeste mensen, verzekert
het geloof ons dat de Vader, “die in het verborgene ziet”(Mt 6,4), niet alleen
deze acties zal belonen, maar ze reeds hier en nu blijvende vruchten laat
voortbrengen voor het welzijn van allen.
Tot de tekens van hoop moeten we ook
rekenen: de verbreiding, op veel niveaus van de publieke opinie, van een nieuwe
gevoeligheid die steeds meer tegen de oorlog gericht is als middel om
conflicten tussen de volken op te lossen, en die zich steeds meer richt op het
vinden van doelmatige maar “geweldloze”middelen om de gewapende aanvaller te
weerstaan. In hetzelfde perspectief is duidelijk een groeiende publieke
weerstand tegen de doodstraf te zien, zelfs wanneer zulke straf beschouwd wordt
als een middel van “wettige verdediging”van de kant van de samenleving. De
moderne maatschappij heeft in feite de middelen om de misdaad effectief te
stoppen door de misdadigers onschadelijk te maken, zonder hun definitief de
kans te ontnemen tot inkeer te komen.
Ook een welkom signaal is de groeiende
aandacht voor de kwaliteit van het leven en voor de ecologie, vooral in de meer
ontwikkelde samenlevingen, waar de verwachtingen van de mensen zich niet langer
zozeer concentreren op problemen van overleven als wel op het zoeken naar een
wereldwijde verbetering van de levensomstandigheden. Bijzonder opmerkelijk is
het feit dat er opnieuw aandacht komt voor een ethische bezinning op kwesties
die het leven raken: de opkomst en steeds verder verbreide ontwikkeling van
bioethica bevordert meer bezinning en dialoog - tussen gelovigen en
niet-gelovigen, alsook tussen de aanhangers van verschillende godsdiensten -
over fundamentele ethische problemen, die het menselijk leven betreffen.
28. Deze horizon
van licht en schaduw moet er ons allen volledig bewust van maken dat we
tegenover een geweldige en dramatische botsing staan tussen kwaad en goed, dood
en leven, de “cultuur van de dood”en de “cultuur van het leven”.
Wij bevinden ons niet alleen
“tegenover”, maar noodzakelijkerwijs “midden in”dit conflict: we zijn er
allemaal bij betrokken en hebben er allemaal deel aan, met de onontkoombare
verantwoordelijkheid van een onvoorwaardelijke keuze voor het leven.
Ook voor ons klinkt de uitnodiging van
Mozes luid en duidelijk: “Zie, ik houd u leven en geluk voor, maar ook de dood
en het ongeluk(...); leven en dood houd ik u voor, zegen en vervloeking; kies
daarom het leven, dan zult gij met uw nakomelingen het leven bezitten”(Dt
30,15.19). Deze uitnodiging geldt ook voor ons, aangezien wij dagelijks
opgeroepen worden te kiezen tussen de “cultuur van het leven”en de “cultuur van
de dood”. Maar de oproep van Deuteronomium gaat nog dieper, want hij dwingt ons
een keuze te maken die eigenlijk godsdienstig en zedelijk is. Het gaat erom aan
ons eigen bestaan een fundamentele oriëntatie te geven en te leven in
trouw aan en overeenstemming met de wet van de Heer: “Als gij gehoorzaamt aan
de geboden van de Heer uw God, die ik u heden geef, door de Heer uw God te
beminnen, door zijn wegen te gaan, en door zijn geboden te onderhouden, zijn
voorschriften en bepalingen, dan zult gij leven(...); kies daarom het leven,
dan zult gij met uw nakomelingen het leven bezitten, door de Heer uw God te
beminnen, zijn stem te gehoorzamen en aan Hem gehecht te blijven, want dat
betekent voor u leven en lengte van dagen”(30,16.19-20).
De onvoorwaardelijke keuze voor het
leven bereikt haar volle godsdienstige en zedelijke betekenis wanneer zij
voortvloeit uit, gevormd is in en gevoed wordt door het geloof in Christus. Niets
helpt ons zozeer om het conflict tussen dood en leven, waarin we verwikkeld
zijn, positief tegemoet te treden, als het geloof in de Zoon van God, die mens
werd en onder ons woonde “opdat zij het leven mogen hebben, leven in
overvloed”(Joh 10,10): het is een zaak van geloof in de Verrezen Heer, die de
dood heeft overwonnen; geloof in het bloed van Christus “dat krachtiger roept
dan het bloed van Abel”(Heb 12,24).
Met het licht en de kracht van dit
geloof wordt de Kerk zich daarom, wanneer zij de uitdagingen van de huidige
situatie tegemoet treedt, meer bewust van de genade en de verantwoordelijkheid
die tot haar komen van haar Heer, om het Evangelie van het leven te
verkondigen, te vieren en te dienen.
|