|
29.
Geconfronteerd met de talloze ernstige bedreigingen van het leven die de
moderne wereld kent, zou men zich overweldigd kunnen voelen door pure
machteloosheid: het goede kan nooit machtig genoeg zijn om over het kwaad te
zegevieren!
Op zulke momenten wordt het Volk van
God, en daarin elke gelovige, opgeroepen om nederig en moedig zijn geloof in
Jezus Christus te belijden, “het Woord des levens”(1 Joh 1,1). Het Evangelie
van het leven is niet enkel een overweging, hoe nieuw en diep ook, over het
menselijk leven; evenmin is het louter een gebod, gericht op bewustwording en
belangrijke gedragsverandering in de samenleving. Nog minder is het een
bedrieglijke belofte van een betere toekomst. Het Evangelie van het leven is
een concrete en personele werkelijkheid, want het bestaat in de verkondiging
van de persoon zelf van Jezus. Jezus maakt zich bekend aan de apostel Thomas,
en in hem aan iedere mens, met de woorden: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het
Leven”(Joh 14,6). Op deze wijze ook sprak Hij over zichzelf tot Martha, de
zuster van Lazarus: “Ik ben de Verrijzenis en het Leven; wie in Mij gelooft,
zal leven, ook al is hij gestorven; wie leeft en gelooft in Mij, zal nooit
sterven”(Joh 11,25-26). Jezus is de Zoon die van alle eeuwigheid het leven
ontvangt van de Vader (vgl.Joh 5,26) en die onder de mensen is gekomen om hen
deelgenoot te maken van deze gave: “Ik ben gekomen opdat zij het leven zouden
hebben, leven in overvloed”(Joh 10,10).
Door de woorden, de handelingen en de
persoon zelf van Jezus ontvangt de mens de mogelijkheid om de hele waarheid te
“kennen”m.b.t. de waarde van het menselijk leven; uit deze “bron”ontvangt hij
in het bijzonder het vermogen om deze waarheid volmaakt te “doen”(vgl.Joh
3,21), dwz. om de verantwoordelijkheid tot het beminnen, dienen, verdedigen en
bevorderen van het menselijk leven te aanvaarden en helemaal te vervullen.
In Christus wordt het Evangelie van het
leven definitief verkondigd en volledig gegeven, dit is het Evangelie dat,
reeds aanwezig in de Openbaring van het Oude Testament, en inderdaad geschreven
in het hart van iedere man en vrouw, heeft weerklonken in ieder geweten “vanaf
het begin”, vanaf de tijd van de schepping zelf, op zo”n manier dat, ondanks de
negatieve gevolgen van de zonden, het ook door de menselijke rede gekend kan
worden in zijn wezenlijke trekken. Zoals het Tweede Vaticaans Concilie leert:
Christus “vervult de openbaring, brengt haar tot voltooiing en bekrachtigt haar
met goddelijk getuigenis door geheel zijn tegenwoordigheid en verschijning,
door woorden en werken, door tekenen en wonderen, vooral echter door zijn dood
en glorievolle opstanding uit de doden en tenslotte door de zending van de
Geest der waarheid: de openbaring namelijk, dat God met ons is om ons te
bevrijden uit de duisternis van zonde en dood en ons op te wekken tot het
eeuwige leven”22.
30. En dus willen
we met onze blik gericht op de Heer Jezus van Hem nog eens “de woorden van
God”(Joh 3,34) horen, en opnieuw mediteren over het Evangelie van het leven. De
diepste en oorspronkelijke betekenis van deze meditatie over wat de openbaring
ons zegt over het menselijk leven werd door de apostel Johannes in de
openingswoorden van zijn Eerste Brief geschreven: “Dat wat van het begin af
bestond, dat wat wij gehoord en met eigen ogen gezien hebben, dat wat wij
hebben aanschouwd en wat onze handen hebben aangeraakt, daarover spreken wij,
over het Woord dat leven is. Want het leven is verschenen, het eeuwige leven
dat bij de Vader was, heeft zich aan ons geopenbaard, wij hebben het gezien,
wij getuigen ervan en maken het ook aan u bekend, opdat gij gemeenschap moogt
hebben met ons”. (1,1-3).
In Jezus, het “Woord van leven”, wordt
Gods eeuwige leven dus verkondigd en meegedeeld. Dankzij deze verkondiging en gave
verwerft ons lichamelijke en geestelijke leven ook in zijn aardse fase zijn
volle waarde en betekenis, want Gods eeuwige leven is in feite het doel
waarheen de mens, terwijl hij in deze wereld leeft, gedreven en geroepen wordt.
Zo sluit het Evangelie van het leven alles in dat de menselijke ervaring en
zijn verstand ons vertellen over de waarde van het leven, door het te
aanvaarden, te zuiveren, te verheffen en tot vervulling te brengen.
|