|
83.
Omdat wij als “volk voor het leven”in de wereld gezonden zijn, moet onze
verkondiging ook tot een echte viering van het Evangelie van het leven worden. Deze
viering moet door de suggestieve kracht van haar gebaren, symbolen en riten tot
een waardevolle en betekenisvolle plaats voor het doorgeven van de schoonheid
en de grootsheid van dit Evangelie worden.
Daartoe is het vóór alles
dringend noodzakelijk in onszelf en in de anderen een beschouwende visie te
bevorderen 107. Deze ontstaat uit het geloof in de God van
het leven, die ieder individu heeft geschapen als een wonder (vgl. Ps 139,14). Het
is de visie van hem die het leven in zijn diepte ziet, doordat hij er de
dimensies van belangeloosheid, schoonheid, uitdaging tot vrijheid en
verantwoordelijkheid van begrijpt. Het is de visie van hem, die zich niet
aanmatigt om beslag te leggen op de werkelijkheid, maar die haar aanneemt als
een geschenk en daarbij in ieder ding de afstraling van de Schepper en in
iedere mens zijn levend beeld ontdekt (vgl. Gn 1,27; Ps 8,6). Deze visie wijkt
niet voor ontmoediging bij het zien van hen die zich in ziekte, in lijden of
aan de rand van de samenleving en op de drempel van de dood bevinden; maar ze
laat zich door al deze situaties uitdagen om te zoeken naar een betekenis en
begint juist onder deze omstandigheden op het aanschijn van iedere mens een
oproep tot ontmoeting, tot gesprek en tot solidariteit te ontdekken.
Het is tijd voor ieder van ons om deze
visie over te nemen en met diep godsdienstig ontzag de mogelijkheid te
herontdekken om iedere persoon te eerbiedigen en te eren, zoals Paulus VI ons
uitnodigde te doen in een van zijn eerste kerstboodschappen 108.
Bezield door deze beschouwende visie moet het nieuwe volk van de verlosten wel
antwoorden met hymnen van vreugde, lof en dank voor de onschatbare gave van het
leven, voor het mysterie van de roeping van iedere mens om in Christus deel te
hebben aan het genadeleven en aan een bestaan van oneindige gemeenschap met God
de Schepper en Vader.
84. Het Evangelie
van het leven vieren betekent de God van het leven vieren, de God die het leven
geeft: “We moeten het eeuwige Leven vieren, waaruit ieder ander leven
voortkomt. Hiervan ontvangt ieder wezen dat op een of andere manier deel heeft
aan het leven, het leven, in verhouding met zijn mogelijkheden. Dit goddelijk
Leven, dat boven ieder ander leven uitgaat, geeft en bewaart het leven. Ieder
leven en iedere levensbeweging komen voort uit dit Leven dat alle leven en
ieder levensbeginsel overstijgt. Hieraan danken de zielen hun onbederflijkheid
en hierdoor leven alle dieren en planten, die slechts de zwakste echo van het
leven ontvangen. Aan de mensen, wezens die gemaakt zijn van geest en stof,
schenkt het Leven het leven. Als we het Leven dan verlaten moeten, dan
verandert het ons vanwege zijn overvloedige liefde voor de mens en roept het
ons naar zich terug. Niet alleen dat: het belooft ons, om ons, zielen en
lichamen, in het volmaakte leven, in de onsterfelijkheid binnen te leiden. Het
is te weinig wanneer men zegt dat dit Leven levend is. Het is het Levensbeginsel,
de Oorzaak en enige Levensbron. Elk levend wezen moet het beschouwen en
prijzen: het is het Leven dat in het leven overstroomt”109.
Ook wij prijzen en zegenen, zoals de
Psalmist, in ons dagelijks gebed, als enkelingen en als gemeenschap, God onze
Vader, die ons vormde in de moederschoot en die ons zag en beminde toen we nog
vormloos waren (vgl. Ps 139,13.15-16), en met overweldigende vreugde roepen wij
uit: “Ik prijs U, dat U mij zo wonderbaar gevormd hebt; wonderlijk zijn uw
werken, Gij kent mij door en door”(Ps 139,14). Inderdaad, “dit sterfelijke
leven is ondanks zijn problemen, zijn donkere geheimen, zijn lijden en zijn
onafwendbare broosheid een zeer schone zaak, een steeds oorspronkelijk en
aangrijpend wonder, een gebeurtenis die het waard is met vreugde en lofprijzing
bezongen te worden”110. Meer nog, de mens en zijn leven
verschijnen ons niet alleen als een van de grootste wonderwerken van de
schepping: God heeft aan de mens een bijna goddelijke waardigheid verleend
(vgl. Ps 8,6-7). In ieder kind dat geboren wordt en in iedere mens die leeft of
sterft, herkennen wij het beeld van de heerlijkheid van God: deze heerlijkheid
vieren wij in iedere mens, het teken van de levende God, en icoon van Jezus
Christus.
Wij worden opgeroepen om onze verbazing
en dankbaarheid over het als geschenk ontvangen leven uit te drukken en om het
Evangelie van het leven niet alleen in het persoonlijke en het
gemeenschappelijke gebed, maar vooral in de vieringen van het liturgisch jaar
aan te nemen, te genieten en mee te delen. Hier moet speciaal herinnerd worden
aan de Sacramenten als werkzame tekens voor de aanwezigheid en de reddende
werking van de Heer Jezus in het christelijk bestaan: ze maken de mensen tot
deelhebbers aan het goddelijk leven, doordat zij hen verzekeren van de nodige
geestelijke kracht, om het leven, het lijden en de dood te ervaren in hun volle
betekenis. Dankzij een echte herontdekking en een betere waardering van de
betekenis van deze riten zullen onze liturgische vieringen, vooral de vieringen
van de sacramenten, steeds beter in staat zijn om de volle waarheid over
geboorte, leven, lijden en dood tot uitdrukking te brengen en ons helpen om
deze momenten te beleven als een deelname in het paasmysterie van de
gekruisigde en verrezen Christus.
85. Bij de
viering van het Evangelie van het leven moeten wij ook de rijkdom van gebaren
en symbolen waarderen en goed gebruiken, die aanwezig zijn in de tradities en
gewoonten van verschillende culturen en volken. Er zijn speciale momenten en
manieren waarop de volken van verschillende naties en culturen de vreugde over
een pasgeboren leven uitdrukken, alsook respect voor en bescherming van
individuele mensenlevens, zorg voor de lijdenden of behoeftigen, nabijheid met
de ouderen en de stervenden, deelname aan het verdriet van hen die rouwen en
hoop op en verlangen naar de onsterfelijkheid.
In dit perspectief neem ik ook de door
de kardinalen in het consistorium van 1991 gedane suggestie over en stel ik
voor dat men in de verschillende landen ieder jaar een Dag voor het Leven
viert, zoals reeds op initiatief van enkele bisschoppenconferenties gebeurt. Deze
Dag moet met de actieve deelname van alle leden van de plaatselijke Kerk
voorbereid en gevierd worden. Het eigenlijke doel ervan is in de gewetens, in
de gezinnen, in de Kerk en in de burgerlijke maatschappij erkenning te wekken
voor de betekenis en waarde die het menselijk leven op ieder moment en onder
iedere omstandigheid heeft; in het centrum van de aandacht moet daarbij vooral
het zwaarwegende probleem van abortus en euthanasie gezet worden, zonder echter
de andere momenten en aspecten van het leven over het hoofd te zien, die al
naar de gelegenheid en de omstandigheden dat vragen, het van tijd tot tijd
verdienen om aandachtig beschouwd te worden.
86. Als een deel
van de geestelijke cultus die God welgevallig is (vgl. Rom 12,1), moet het
Evangelie van het leven bovenal gevierd worden in het dagelijks bestaan, dat
gevuld moet zijn met zelfgave en liefde voor de ander. Op deze wijze zullen
onze levens een echte en verantwoordelijke aanvaarding worden van de gave van
het leven en een oprechte lied van lof en dank aan God die ons deze gave heeft
geschonken. Dit gebeurt al in de vele verschillende gebaren van zelfgave, vaak
nederig en verborgen, uitgevoerd door mannen en vrouwen, kinderen en
volwassenen, jongeren en ouderen, gezonden en zieken.
In dit kader, dat rijk is aan
menselijkheid en liefde, ontstaan ook de heldhaftige daden. Zij vormen de
plechtigste verheerlijking van het Evangelie van het leven, want zij
verkondigen het door de totale zelfgave; zij zijn de schitterende manifestatie
van de hoogste graad van liefde, welke is: zijn leven te geven voor de beminde
(vgl. Joh 15,13); zij zijn een deelname in het mysterie van het Kruis, waarop
Jezus de waarde van iedere persoon openbaart en laat zien hoe het leven zijn
volheid bereikt in de oprechte zelfgave. Naast deze opzienbarende daden is er
de heldhaftigheid van alledag, die bestaat uit kleine en grote gebaren van
delen, die een echte cultuur van het leven bevorderen. Onder deze gebaren
verdient de in ethisch aanvaardbare vormen uitgevoerde orgaandonatie bijzondere
waardering, om zieken die tot dan toe van iedere hoop beroofd zijn, de
mogelijkheid van gezondheid of zelfs van het leven aan te bieden.
Tot deze heldhaftigheid van alledag
hoort het stille maar des te vruchtbaarder en welsprekender getuigenis van
“alle moedige moeders, die zich zonder voorbehoud wijden aan hun gezin, die
onder pijnen hun kinderen ter wereld brengen en dan bereid zijn alle moeite en
ieder offer op zich te nemen om hun het beste door te geven wat zij in zich
dragen”111. Wanneer zij hun zending beleven “vinden deze
heldhaftige moeders daarbij in hun omgeving niet altijd ondersteuning. Ja, de
voorbeelden van de beschaving, zoals zij dikwijls door de massamedia
voorgesteld en verbreid worden, moedigen het moederschap niet aan. In naam van
de vooruitgang en van het moderne leven, worden de waarden van trouw, kuisheid
en offer tegenwoordig als achterhaald gepresenteerd, en toch hebben hele
menigten christelijke echtgenotes en moeders zich in deze waarden onderscheiden
en doen dat ook vandaag (...) Wij danken u, heldhaftige moeders, voor uw
onoverwinnelijke liefde! Wij danken u voor uw onverschrokken vertrouwen op God
en op zijn liefde. Wij danken u voor het offer van uw leven(...) In het
Paasmysterie geeft Christus u het geschenk terug dat u Hem hebt gegeven. Want
Hij heeft de macht u het leven terug te geven dat u Hem als offer hebt aangeboden”112.
|