|
95.
“Leeft als kinderen van het licht (...) tracht te leren wat de Heer welgevallig
is. Neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis”(Ef 5,8;
10-11). In onze huidige maatschappelijke context die gekenmerkt wordt door een
dramatische strijd tussen de “cultuur van het leven”en de “cultuur van de
dood”is er behoefte aan de ontwikkeling van een sterke kritische zin, in staat
om echte waarden en authentieke noden te onderscheiden.
Er is dringend een algemene mobilisatie
van de gewetens nodig en een gezamenlijke ethische inspanning om een grote
campagne ter ondersteuning van het leven op te zetten. Wij moeten allemaal
samen een nieuwe cultuur van het leven opbouwen: nieuw, omdat die in staat zal
zijn om de tegenwoordige, volkomen nieuwe problemen betreffende het menselijk
leven aan te pakken en op te lossen; nieuw, omdat ze zal worden aangenomen door
alle christenen met diepere en krachtiger overtuiging; nieuw, omdat ze in staat
zal zijn een serieuze en moedige dialoog op gang te brengen tussen alle
partijen. En terwijl de dringende behoefte aan zo”n cultuuromslag verbonden is
met de huidige historische situatie, wortelt zij ook in de zending van de Kerk
tot evangelisatie. Het doel van het Evangelie is toch om “de mensheid van
binnen om te vormen en haar nieuw te maken”123. Als het
zuurdeeg dat heel het deeg doet gisten (vgl.Mt 13,33) moet het Evangelie alle
culturen doordringen en van binnenuit leven geven 124, opdat
zij de volle waarheid over de menselijke persoon en over het menselijk leven
tot uitdrukking brengen.
We moeten beginnen met de vernieuwing
van een cultuur van het leven binnen de christelijke gemeenschappen zelf. Te
vaak gebeurt het dat gelovigen, zelfs zij die actief deelnemen aan het leven
van de Kerk, tenslotte hun christelijk geloof scheiden van zijn ethische eisen
t.a.v. het leven, en zo vervallen tot moreel subjectivisme en bepaalde
onaanvaardbare gedragswijzen. Met grote openheid en moed dienen we de vraag te
stellen hoe de cultuur van het leven tegenwoordig verspreid is onder de
christenen, gezinnen, groepen en gemeenschappen in onze bisdommen. Met gelijke
duidelijkheid en vastbeslotenheid moeten we de stappen onderscheiden die wij dienen
te zetten om het leven in heel zijn waarheid te dienen. Tegelijkertijd moeten
we een serieuze en grondige uitwisseling bevorderen over de basiskwesties van
het menselijk leven, met iedereen, ook niet-gelovigen, in intellectuele
kringen, in de verschillende beroepsmilieus en op het niveau van ieders
dagelijks leven.
96. De eerste,
fundamentele stap op weg naar deze cultuuromslag vormt de vorming van de
gewetens m.b.t. de onvergelijkelijke en onaantastbare waarde van ieder mensenleven.
Het is van het grootste belang om de essentiële verbinding tussen leven en
vrijheid te herstellen. Dit zijn onscheidbare goederen: als het een geschonden
wordt, zal het andere tenslotte ook geschonden worden. Er bestaat geen ware
vrijheid waar het leven niet aanvaard en bemind wordt; en er bestaat geen
volheid van leven tenzij in vrijheid. Beide werkelijkheden hebben bovendien een
ingeschapen bijzondere betrekking, die ze onlosmakelijk verbindt: de roeping om
te beminnen. Liefde is, als oprechte zelfgave 125, wat aan
het leven en aan de vrijheid de eigenlijke betekenis geeft.
Niet minder beslissend is bij de
gewetensvorming de herontdekking van de noodzakelijke band tussen vrijheid en
waarheid. Zoals ik vaak naar voren heb gebracht, wordt het onmogelijk om de
persoonlijke rechten te vestigen op een sterke rationele basis, wanneer de
vrijheid wordt losgemaakt van de objectieve waarheid; dan worden de voorwaarden
geschapen om de samenleving bloot te stellen aan de onbeteugelde willekeur van
afzonderlijke personen of aan het onderdrukkende totalitarisme van het openbaar
gezag 126.
Daarom is het van wezenlijk belang dat
de mens de oorspronkelijke vanzelfsprekendheid van zijn staat van schepsel
erkent, waaraan God het bestaan en het leven heeft geschonken als een gave en
een opgave. Alleen door zijn ingeschapen afhankelijkheid te aanvaarden kan de
mens zijn vrijheid ten volle beleven en gebruiken, en tegelijkertijd het leven
en de vrijheid van iedere andere persoon eerbiedigen. Hier vooral ziet men dat
“in het hart van iedere cultuur de houding staat, die de mens aanneemt
tegenover het grootste mysterie: het mysterie van God”127. Waar
God wordt ontkend en mensen leven alsof Hij niet bestond, of waar men geen
rekening houdt met zijn geboden, worden de waardigheid van de menselijke
persoon en de onaantastbaarheid van het menselijk leven tenslotte verworpen of
in gevaar gebracht.
97. Nauw
verbonden met de gewetensvorming is het opvoedingswerk, dat individuen helpt om
steeds meer mens te zijn, hen steeds dieper in de waarheid leidt, in hen een
toenemende eerbied voor het leven wekt en hen oefent in intermenselijke
betrekkingen.
Er is vooral behoefte aan onderwijs in
de waarde van het leven vanaf zijn oorsprong. Het is een illusie om te denken
dat men een echte cultuur van het menselijk leven kan opbouwen zonder de
jongeren te helpen om de seksualiteit, de liefde en het hele leven te begrijpen
en te beminnen in hun ware betekenis en in hun nauwe onderlinge betrekking. De
seksualiteit, die de hele persoon verrijkt, “toont haar diepste betekenis
doordat zij de persoon brengt tot zelfgave in liefde”128. Het
banaliseren van de seksualiteit is een van de belangrijkste factoren die geleid
hebben tot een minachting van het nieuwe leven. Alleen een echte liefde kan het
leven beschermen. Men kan er dus niet omheen om, speciaal aan de opgroeienden
en jongvolwassenen een authentieke opvoeding te bieden in de seksualiteit en in
de liefde, een opvoeding die oefening in kuisheid inhoudt als een deugd die de
persoonlijke rijpheid bevordert en die iemand in staat stelt om de
“echtelijke”betekenis van het lichaam te eerbiedigen.
Het opvoedingswerk ten dienste van het
leven omvat ook de oefening van echtparen in verantwoordelijke voortplanting. In
haar ware betekenis vraagt verantwoordelijke voortplanting van echtparen om
gehoorzaam te zijn aan de oproep van de Heer en te handelen als gelovige
vertolkers van zijn plan: dat gebeurt wanneer het gezin edelmoedig openstaat
voor nieuwe levens en wanneer echtparen een houding bewaren van openheid voor
en dienst aan het leven, zelfs als ze, om ernstige redenen en met respect voor
de morele wet, ervoor kiezen om voorlopig of voor onbepaalde tijd een nieuwe
geboorte te vermijden. De morele wet verplicht hen in ieder geval om de
neigingen van het instinct en van de hartstocht te beheersen, en om de
biologische wetten te respecteren die in hun persoon staan gegrift. Precies dit
respect wettigt het gebruik van natuurlijke methoden van vruchtbaarheidsregeling,
ten dienste van een verantwoorde voortplanting. Vanuit wetenschappelijk oogpunt
worden deze methoden steeds nauwkeuriger en maken ze het in de praktijk
mogelijk om te kiezen in overeenstemming met de morele waarden. Een eerlijke
beschouwing van hun effectiviteit zou bepaalde vooroordelen moeten wegnemen die
nog wijd en zijd bestaan, en zou echtparen, evenals gezondheids- en
maatschappelijk werkers, moeten overtuigen van het belang van een goede vorming
op dit gebied. De Kerk is dankbaar jegens hen die, met persoonlijke opoffering
en vaak miskende toewijding, zichzelf wijden aan de studie en de verspreiding
van deze methoden, alsook aan de bevordering van een opvoeding in de morele
waarden die zij veronderstellen.
Het opvoedingswerk moet ook het lijden
en de dood in overweging nemen. Deze vormen een deel van het menselijk bestaan
en het is vruchteloos, om niet te zeggen misleidend, om te trachten ze te
verbergen of te verdringen. Integendeel: men moet de mensen helpen om hun diepe
geheim te begrijpen in zijn concrete, harde werkelijkheid. Zelfs pijn en lijden
hebben betekenis en waarde wanneer men ze ervaart in nauwe verbinding met
ontvangen en gegeven liefde. In dat perspectief heb ik besloten tot de
jaarlijkse viering van de Werelddag van de Zieken, waarbij ik “de heilswaarde
van de opoffering van het lijden”heb benadrukt “die, indien ze beleefd wordt in
gemeenschap net Christus, hoort tot de eigenlijke essentie van de
Verrijzenis”129. De dood zelf is allesbehalve een
gebeurtenis zonder hoop. Het is de deur die wijd openstaat naar de eeuwigheid
en, voor hen die leven in Christus, een ervaring van deelname aan zijn Dood en
Verrijzenis.
98. Samenvattend
kunnen we zeggen dat de cultuuromslag waartoe wij oproepen van iedereen de moed
vraagt om een nieuwe levensstijl aan te nemen, die bestaat in het maken van
praktische keuzes - op persoonlijk, gezins-, maatschappelijk en internationaal
vlak - op basis van een juiste waardenschaal: de voorrang van het zijn boven
het hebben 130, van de persoon boven de dingen 131.
Deze vernieuwde levensstijl houdt ook in, dat wij veranderen van
onverschilligheid naar zorg voor anderen, van afwijzing naar opname van hen. Andere
mensen zijn geen concurrenten waartegen we ons moeten verdedigen, maar broeders
en zusters die we moeten steunen. Zij moeten bemind worden om zichzelf, en zij
verrijken ons door hun aanwezigheid.
In deze mobilisatie voor een nieuwe
cultuur van het leven mag niemand zich uitgesloten voelen: iedereen heeft een belangrijke
rol te spelen. Leraren en opvoeders hebben, samen met het gezin, een bijzonder
waardevolle bijdrage te leveren. Veel zal van hen afhangen, willen jonge
mensen, geoefend in ware vrijheid, in staat zijn om authentieke idealen voor
zichzelf te koesteren en aan anderen bekend te maken, en willen zij groeien in
eerbied voor en dienst aan iedere andere persoon, in het gezin en in de
samenleving.
Intellectuelen kunnen ook veel doen om
een nieuwe cultuur van het menselijk leven op te bouwen. Een speciale taak
hebben de katholieke intellectuelen, geroepen om actief aanwezig te zijn in de
toonaangevende centra waar de cultuur gevormd wordt, in scholen en
universiteiten, in kringen van wetenschappelijk en technologisch onderzoek, van
artistieke creativiteit en van menswetenschappelijke studie. Zij moeten hun
talenten en activiteit laten voeden door de levende kracht van het Evangelie en
zichzelf in dienst stellen van een nieuwe cultuur van het leven door ernstige
en goed gedocumenteerde bijdragen te leveren, die door hun waarde het respect
en de belangstelling van allen afdwingen. Juist voor dit doel heb ik de
Pauselijke Academie voor het Leven opgericht met de opdracht “te studeren, te
doceren en te vormen inzake de belangrijkste problemen van bio-medische en
juridische aard m.b.t. de bevordering van het leven, vooral in de rechtstreekse
relatie die ze hebben met de christelijke moraal en de bepalingen van het
kerkelijk Leergezag”132. Een specifieke bijdrage zal ook
moeten komen van de universiteiten, vooral van katholieke universiteiten en van
centra, instellingen en comités voor bio-ethiek. Groot en zwaar is de
verantwoordelijkheid van hen die in de massamedia werkzaam zijn, die
uitgenodigd worden om zich ervoor in te zetten, dat de boodschappen die zij zo
effectief doorgeven, de cultuur van het leven zullen steunen. Zij moeten dus
verheven en edele modellen van leven voorstellen en plaats inruimen voor
voorbeelden van de positieve en soms heldhaftige liefde van mensen voor
anderen. Met groot respect zouden zij ook de positieve waarden van de
seksualiteit en de menselijke liefde moeten laten zien, en niet stilstaan bij
wat de menselijke waardigheid misvormt om verlaagt. Bij hun interpretatie van
de werkelijkheid moeten zij niets willen benadrukken dat gevoelens of houdingen
van onverschilligheid, verachting of afwijzing van het leven oproept of doet
toenemen. Zij worden uitgenodigd om in gewetensvolle trouw aan de feitelijke
waarheid de vrijheid van informatie te verbinden met respect voor iedere persoon
en een diepe zin voor menselijkheid.
99. Bij het
omvormen van de cultuur ten gunste van het leven nemen vrouwen, in denken en
handelen, een unieke en beslissende plaats in. Zij zijn het, die een “nieuw
feminisme”moeten bevorderen, dat, zonder te bezwijken voor de bekoring om
“mannelijkheids”-modellen te imiteren, door de inzet om elke vorm van
discriminatie, geweld en uitbuiting te overwinnen, het echte vrouwelijke genie
in alle uitingen van het maatschappelijk leven weet te herkennen en tot
uitdrukking te brengen.
Ik herneem de woorden van de
slotboodschap van Vaticanum II en richt tot de vrouwen deze dringende oproep:
“Verzoen de mensen met het leven”133. U bent geroepen om te
getuigen van de betekenis van echte liefde, van die zelfgave en van dat opnemen
van anderen die op bijzondere wijze aanwezig zijn in de echtelijke relatie,
maar die ook in het middelpunt van elke andere intermenselijke betrekking
zouden moeten staan. De ervaring van het moederschap maakt u ten sterkste bewust
van de andere persoon en legt tegelijkertijd een bijzondere taak op u: “Het
moederschap betekent een speciale gemeenschap met het geheim van het leven,
zoals het zich ontwikkelt in de schoot van de vrouw (...) Dit unieke contact
met het nieuwe menselijk wezen dat zich in haar ontwikkelt, schept zijnerzijds
een zodanig houding t.o.v. de mens, niet alleen haar eigen kind, maar iedere
mens, dat daardoor de hele persoonlijkheid van de vrouw diep getekend
wordt”134. Een moeder ontvangt en draagt in zich een ander
menselijk wezen, stelt het in staat om in haar te groeien, geeft het ruimte,
eerbiedigt het in zijn anderszijn. Vrouwen leren eerst zelf en leren dan aan
anderen dat menselijke relaties echt zijn als zij open staan voor het opnemen
van de andere persoon: een persoon die erkend en bemind wordt vanwege de
waardigheid die voorkomt uit het feit dat hij een persoon is en niet uit andere
overwegingen, zoals nut, kracht, intelligentie, schoonheid of gezondheid. Dat
is de fundamentele bijdrage die de Kerk en de mensheid van vrouwen verwachten. En
het is de onmisbare voorwaarde voor een echte cultuuromslag.
Ik zou nu een speciale gedachte willen
voorhouden aan vrouwen die een abortus hebben ondergaan. De Kerk is zich bewust
van de vele factoren die uw beslissing mogelijk hebben beïnvloed, en ze
twijfelt er niet aan dat het in veel gevallen een smartelijke, misschien zelfs
dramatische beslissing was. De wond in uw hart is waarschijnlijk nog niet
geheeld. Zeker was en blijft wat gebeurd is ten diepste verkeerd. Laat u echter
niet door moedeloosheid meevoeren en verlies uw hoop niet. Tracht liever te
begrijpen wat er gebeurd is en zie het eerlijk onder ogen. Als u dat nog niet
gedaan hebt, stel u dan nederig en vertrouwvol open voor berouw. De Vader van
barmhartigheid wacht op u, om u in het sacrament van de verzoening zijn
vergeving en vrede aan te bieden. U zult merken dat er niets verloren is, en u
zult ook uw kind om vergeving kunnen vragen, dat nu in de Heer leeft. Met de
vriendelijke en deskundige hulp en raad van andere mensen zult u, met uw
doorleefde getuigenis, tot de meest welsprekende verdedigers van ieders recht
op het leven kunnen horen. Door uw inzet voor het leven, hetzij door het
aanvaarden van de geboorte van andere kinderen, hetzij door de opname van en de
aandacht voor kinderen die het meest behoefte hebben aan nabijheid, zult u
scheppers zijn van een nieuwe kijk op het menselijk leven.
100. Bij deze
grote inspanning voor een nieuwe cultuur van het leven worden wij
geïnspireerd en gesteund door het vertrouwen van hen die weten dat het
Evangelie van het leven, als het Rijk Gods zelf, groeit en overvloedige vrucht
voortbrengt (vgl.Mc 4,26-29). Zeker is er een enorme wanverhouding tussen de
talrijke machtige middelen, waarmee de krachten zijn toegerust die de “cultuur
van de dood”bevorderen en de middelen die ter beschikking staan van hen die
werken voor een “cultuur van leven en liefde”. Maar we weten dat we ons kunnen
verlaten op de hulp van God, voor wie niets onmogelijk is (vgl.Mt 19,26).
Met die zekerheid in het hart en
bewogen door een diepe bekommernis met het lot van iedere man en vrouw, herhaal
ik vandaag voor allen wat ik gezegd heb tegen de gezinnen die hun uitdagende
zending uitvoeren temidden van zoveel moeilijkheden 135: een
groot gebed voor het leven is dringend nodig, een gebed dat de wereld zal
doordringen. Door speciale initiatieven en in het dagelijks gebed moge een
hartstochtelijke bede opstijgen tot God, de Schepper en Minnaar van het leven,
uit iedere christelijke gemeenschap, uit iedere groep en vereniging, uit ieder
gezin en uit het hart van iedere gelovige. Jezus zelf heeft ons door zijn eigen
voorbeeld laten zien dat gebed en vasten de eerste en doeltreffendste wapens
zijn tegen de krachten van het kwaad (vgl.Mt 4,1-11) en heeft zijn leerlingen
geleerd dat sommige demonen alleen zo kunnen worden uitgedreven (vgl.Mc 9,29). Laat
ons daarom opnieuw de nederigheid en de moed vinden om te bidden en te vasten
opdat de kracht die uit de Hoge komt de muren van leugen en bedrog zal doen
instorten - de muren die het kwaad van levensvijandige praktijken en wetten
verbergen voor het oog van zovelen van onze broeders en zusters - en hun harten
opent voor de voorstellen en doelen die geïnspireerd worden door de beschaving
van het leven en de liefde.
|