|
101.
“Wij schrijven dit opdat uw vreugde volkomen zal zijn”(1Joh 1,4). De openbaring
van het Evangelie van het leven is ons gegeven als een goed dat gedeeld moet
worden met alle mensen: opdat alle mensen met ons in gemeenschap zullen zijn en
met de Drieëenheid (vgl.1Joh 1,3). Onze eigen vreugde zou niet volkomen
zijn als we dit Evangelie niet deelden met anderen maar het slechts voor
onszelf zouden houden.
Het Evangelie van het leven is niet
alleen voor gelovigen: het is voor iedereen. De kwestie van het leven en van
zijn verdediging en bevordering is niet voorbehouden aan christenen alleen. Ofschoon
ze door het geloof een bijzonder licht en kracht ontvangt, komt ze op in elk
menselijke geweten dat de waarheid zoekt en dat bezorgd is voor de toekomst van
de mensheid. Het leven heeft zeker een heilige en godsdienstige waarde, maar
die waarde betreft zeker niet alleen de gelovigen. Het gaat inderdaad om een
waarde die iedere mens ook in het licht van het verstand kan begrijpen en die
daarom noodzakelijkerwijze iedereen betreft.
Ons handelen “als volk van het leven en
voor het leven”moet daarom correct uitgelegd worden en met sympathie begroet. Wanneer
de Kerk verklaart dat onvoorwaardelijke eerbied voor het recht op leven van
iedere onschuldige persoon - van de conceptie tot de natuurlijk dood -
één van de pilaren is waarop iedere burgerlijke samenleving rust,
“wenst zij enkel een menselijke staat te bevorderen. Een staat die de
verdediging van de fundamentele rechten van de menselijke persoon erkent,
vooral van de zwakste, als zijn belangrijkste plicht”136.
Het Evangelie van het leven is er voor
de hele menselijke samenleving. Zich actief inzetten voor het leven betekent
een bijdrage aan de vernieuwing van de samenleving door de bevordering van het
algemeen welzijn. Het is onmogelijk om het algemeen welzijn te bevorderen
zonder het recht op leven te erkennen en te verdedigen, waarop alle andere
onvervreemdbare rechten van het individu stoelen, en waaruit zij zich
ontwikkelen. Een samenleving kan geen solide basis hebben wanneer zij enerzijds
waarden zoals de waardigheid van de persoon, recht en vrede onderschrijft, maar
radicaal tegengesteld handelt door allerlei vormen van minachting en aantasting
van het menselijk leven toe te laten of te dulden, vooral waar het zwak of
gemarginaliseerd is. Alleen eerbied voor het leven kan de grondslag en de
garantie vormen voor de kostbaarste en noodzakelijkste goederen van de
samenleving, zoals democratie en vrede.
Er kan geen echte democratie zijn
zonder een erkenning van de waardigheid van iedere persoon en zonder
eerbiediging van zijn rechten.
Ook kan er geen echte vrede zijn,
tenzij het leven wordt verdedigd en bevorderd. Daaraan herinnerde Paulus VI:
“Iedere misdaad tegen het leven is een aanval op de vrede, vooral wanneer
daarbij de zeden van het volk worden gekwetst (...) Maar waar mensenrechten
echt ernstig worden genomen en publiekelijk erkend en verdedigd, wordt vrede
het blijde en werkzame leefklimaat in de maatschappij”137.
Het “volk van het leven”verheugt zich
erover, dat het zijn inzet kan delen met zoveel anderen. Moge zo het “volk voor
het leven”voortdurend groeien in aantal en moge zich een nieuwe cultuur van
liefde en solidariteit ontwikkelen voor het ware welzijn van de hele menselijke
samenleving.
|