|
102.
Aan het einde van deze encycliek kijken we onwillekeurig terug naar de Heer
Jezus, het “Kind voor ons geboren”(vgl.Js 9,6), om in Hem “het leven”te
overwegen “dat geopenbaard werd”(1Joh 1,2). In het geheim van die geboorte
vindt de ontmoeting plaats tussen God en de mens en begint de aardse reis van
de Zoon van God, een reis die zijn hoogtepunt vindt in de gave van zijn leven
aan het kruis. Door zijn dood zal Christus de dood overwinnen en voor de hele
mensheid de bron van nieuw leven worden.
Maria, de Moedermaagd, was het die het
leven in naam van allen en tot heil van allen ontving. Zij staat dus in de
nauwste persoonlijke verbinding met het Evangelie van het leven. Maria”s
jawoord bij de Aankondiging en haar moederschap staan aan het eerste begin van
het geheim van het leven dat Christus de mensheid kwam schenken (vgl.Joh
10,10). Door haar opneming van en liefdevolle zorg voor het leven van het
Mensgeworden Woord is het menselijk leven onttrokken aan de veroordeling tot
definitieve en eeuwige dood.
Daarom is Maria, “als de Kerk waarvan
zij model is, (...) de Moeder van allen die herboren zijn om te leven. Zij is
in feite de moeder van het Leven waardoor iedereen leeft. En toen zij het
leven baarde, bracht zij diegenen tot nieuw leven die bestemd waren om te leven
door dat Leven”138.
Wanneer de Kerk Maria”s moederschap
overweegt, ontdekt zij de betekenis van haar eigen moederschap en de wijze
waarop zij geroepen is dat uit te drukken. Tegelijkertijd leidt de ervaring van
de Kerk van het moederschap tot een dieper begrip van Maria”s ervaring als het
onvergelijkelijke model van aanvaarding van en zorg voor het leven.
|