Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Evangelium Vitae

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk II Ik ben gekomen opdat zij leven zouden hebben De christelijke boodschap betreffende het leven
    • “Het leven heeft zich geopenbaard, en wij hebben het gezien”(1 Joh 1,2): met onze blik gericht op Christus, “het Woord van leven”
Previous - Next

Click here to show the links to concordance

Hoofdstuk II

Ik ben gekomen opdat zij leven zouden hebben

De christelijke boodschap betreffende het leven

 “Het leven heeft zich geopenbaard, en wij hebben het gezien”(1 Joh 1,2): met onze blik gericht op Christus, “het Woord van leven”

29. Geconfronteerd met de talloze ernstige bedreigingen van het leven die de moderne wereld kent, zou men zich overweldigd kunnen voelen door pure machteloosheid: het goede kan nooit machtig genoeg zijn om over het kwaad te zegevieren!

Op zulke momenten wordt het Volk van God, en daarin elke gelovige, opgeroepen om nederig en moedig zijn geloof in Jezus Christus te belijden, “het Woord des levens”(1 Joh 1,1). Het Evangelie van het leven is niet enkel een overweging, hoe nieuw en diep ook, over het menselijk leven; evenmin is het louter een gebod, gericht op bewustwording en belangrijke gedragsverandering in de samenleving. Nog minder is het een bedrieglijke belofte van een betere toekomst. Het Evangelie van het leven is een concrete en personele werkelijkheid, want het bestaat in de verkondiging van de persoon zelf van Jezus. Jezus maakt zich bekend aan de apostel Thomas, en in hem aan iedere mens, met de woorden: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven”(Joh 14,6). Op deze wijze ook sprak Hij over zichzelf tot Martha, de zuster van Lazarus: “Ik ben de Verrijzenis en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven; wie leeft en gelooft in Mij, zal nooit sterven”(Joh 11,25-26). Jezus is de Zoon die van alle eeuwigheid het leven ontvangt van de Vader (vgl.Joh 5,26) en die onder de mensen is gekomen om hen deelgenoot te maken van deze gave: “Ik ben gekomen opdat zij het leven zouden hebben, leven in overvloed”(Joh 10,10).

Door de woorden, de handelingen en de persoon zelf van Jezus ontvangt de mens de mogelijkheid om de hele waarheid te “kennen”m.b.t. de waarde van het menselijk leven; uit deze “bron”ontvangt hij in het bijzonder het vermogen om deze waarheid volmaakt te “doen”(vgl.Joh 3,21), dwz. om de verantwoordelijkheid tot het beminnen, dienen, verdedigen en bevorderen van het menselijk leven te aanvaarden en helemaal te vervullen.

In Christus wordt het Evangelie van het leven definitief verkondigd en volledig gegeven, dit is het Evangelie dat, reeds aanwezig in de Openbaring van het Oude Testament, en inderdaad geschreven in het hart van iedere man en vrouw, heeft weerklonken in ieder geweten “vanaf het begin”, vanaf de tijd van de schepping zelf, op zo”n manier dat, ondanks de negatieve gevolgen van de zonden, het ook door de menselijke rede gekend kan worden in zijn wezenlijke trekken. Zoals het Tweede Vaticaans Concilie leert: Christus “vervult de openbaring, brengt haar tot voltooiing en bekrachtigt haar met goddelijk getuigenis door geheel zijn tegenwoordigheid en verschijning, door woorden en werken, door tekenen en wonderen, vooral echter door zijn dood en glorievolle opstanding uit de doden en tenslotte door de zending van de Geest der waarheid: de openbaring namelijk, dat God met ons is om ons te bevrijden uit de duisternis van zonde en dood en ons op te wekken tot het eeuwige leven”22.

30. En dus willen we met onze blik gericht op de Heer Jezus van Hem nog eens “de woorden van God”(Joh 3,34) horen, en opnieuw mediteren over het Evangelie van het leven. De diepste en oorspronkelijke betekenis van deze meditatie over wat de openbaring ons zegt over het menselijk leven werd door de apostel Johannes in de openingswoorden van zijn Eerste Brief geschreven: “Dat wat van het begin af bestond, dat wat wij gehoord en met eigen ogen gezien hebben, dat wat wij hebben aanschouwd en wat onze handen hebben aangeraakt, daarover spreken wij, over het Woord dat leven is. Want het leven is verschenen, het eeuwige leven dat bij de Vader was, heeft zich aan ons geopenbaard, wij hebben het gezien, wij getuigen ervan en maken het ook aan u bekend, opdat gij gemeenschap moogt hebben met ons”. (1,1-3).

In Jezus, het “Woord van leven”, wordt Gods eeuwige leven dus verkondigd en meegedeeld. Dankzij deze verkondiging en gave verwerft ons lichamelijke en geestelijke leven ook in zijn aardse fase zijn volle waarde en betekenis, want Gods eeuwige leven is in feite het doel waarheen de mens, terwijl hij in deze wereld leeft, gedreven en geroepen wordt. Zo sluit het Evangelie van het leven alles in dat de menselijke ervaring en zijn verstand ons vertellen over de waarde van het leven, door het te aanvaarden, te zuiveren, te verheffen en tot vervulling te brengen.




22 Dogmatische constitutie over de goddelijke Openbaring Dei Verbum, 4.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License