Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Ioannes Paulus PP. II
Evangelium Vitae

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk II Ik ben gekomen opdat zij leven zouden hebben De christelijke boodschap betreffende het leven
    • “Alwie zich aan haar houden zullen leven”(Bar 4,1): van de wet van de Sinaï tot de gave van de Geest
Previous - Next

Click here to show the links to concordance

 “Alwie zich aan haar houden zullen leven”(Bar 4,1): van de wet van de Sinaï tot de gave van de Geest

48. Het leven wordt onuitwisbaar getekend door een waarheid van zichzelf. Door Gods gave aan te nemen is de mens verplicht het leven in deze waarheid te handhaven die daarvoor wezenlijk is. Zich losmaken van deze waarheid betekent: zichzelf veroordelen tot zinloosheid en ongeluk, en mogelijk een bedreiging worden voor het bestaan van anderen, aangezien de dijken die eerbied voor en verdediging van het leven garanderen, zijn doorgebroken.

De waarheid van het leven wordt geopenbaard in Gods gebod. Het woord van de Heer toont concreet de koers die het leven moet volgen wil het zijn eigen waarheid eerbiedigen en zijn eigen waardigheid bewaren. De bescherming van het leven is niet alleen verzekerd door het specifieke gebod “Gij zult niet doden (Ex 20,13; Dt 5,17): de hele wet van de Heer dient de bescherming van het leven, omdat zij die waarheid openbaart waarin het leven zijn volle betekenis krijgt.

Daarom is het niet verwonderlijk dat Gods Verbond met zijn volk zo nauw verbonden is met het levensperspectief, ook in zijn lichamelijke dimensie. In dat Verbond wordt Gods gebod aangeboden als de levensweg: “Ik houd u vandaag het leven en het geluk voor, maar ook de dood en het ongeluk. Als u luistert naar de geboden van de Heer, uw God, die ik u heden geeft, als u de Heer uw God bemint, zijn wegen gaat en zijn geboden, voorschriften en bepalingen, dan zult u leven en talrijk worden en zal de Heer uw God u zegenen in het land dat u in bezit gaat nemen”(Dt 30,15-16). Niet alleen het land Kanaän en het bestaan van het volk staan op het spel, maar ook de huidige en toekomstige wereld, en het bestaan van de hele mensheid. Want is het absoluut onmogelijk dat het leven volkomen geloofwaardig blijft als het zich van het goede verwijdert; en het goede is op zijn beurt wezenlijk verbonden met de geboden van de Heer, dwz: met de “wet van het leven”(Sir 17,11). Het goede dat gedaan moet worden, komt niet extra bij het leven als een drukkende last, aangezien het doel van het leven juist dat goede is, en alleen door het te doen kan het leven opgebouwd worden.

Zo is het dus de wet als geheel die het menselijk leven volledig beschermt. Dit verklaart waarom het zo moeilijk is om het gebod “Gij zult niet doden”trouw te blijven wanneer de andere “woorden van leven”(vgl.Hnd 7,38) waarmee dit gebod verbonden is, niet worden onderhouden. Losgemaakt uit dit kader is het gebod gedoemd om niet meer te worden dan een van buiten opgelegde verplichting, en al spoedig beginnen we zijn grenzen te zoeken en proberen we verzachtende factoren en uitzonderingen te vinden. Alleen als men openstaat voor de volheid van de waarheid over God, mens en geschiedenis zullen de woorden “Gij zult niet doden”weer stralen als een goed voor de mens in al zijn dimensies en betrekkingen. In zulk perspectief kunnen we de volle waarheid inzien van de passage in het boek Deuteronomium die Jezus herhaalt in zijn antwoord op de eerste bekoring: “De mens leeft niet van brood alleen maar (...) van alles dat komt uit de mond van de Heer”(Dt 8,3; vgl.Mt 4,4).

Door te luisteren naar het woord van de Heer zijn wij in staat waardig en rechtschapen te leven. Door de wet van God te onderhouden kunnen wij vruchten van leven en geluk voortbrengen: “Alwie zich aan haar houden zullen leven, en die haar verzaken zullen sterven”(Bar 4,1).

49. De geschiedenis van Israël laat zien hoe moeilijk het is om trouw te blijven aan de wet van het leven die God heeft gegrift in het mensenhart en die Hij op de Sinaï aan het volk van het Verbond gaf. Wanneer de mensen levenswijzen zoeken die Gods plan negeren dan zijn het vooral de profeten die hen er krachtig aan herinneren dat alleen de Heer de authentieke levensbron is. Zo schrijft Jeremia: “Mijn volk heeft dubbel misdreven: ze hebben Mij verzaakt, de bron van levend water en ze hebben regenbakken gehouwen, vol barsten en die geen water houden”(2,13). De profeten wijzen met een beschuldigende vinger naar hen die hen leven minachten en de rechten van de mensen schenden: “Ze trappen het hoofd van de arme in het stof van de aarde”(Am 2,7); “ze hebben deze plaats gevuld met het bloed van onschuldigen”(Jr 19,4). Onder hen veroordeelt de profeet Ezechiël vaker de stad Jeruzalem, waarbij hij het “de bloedige stad”(22,2; 24,6.9) noemt, de “stad die in haar midden bloed vergiet”(22,3).

Maar terwijl de profeten de vergrijpen tegen het leven veroordelen, zijn zij er vooral op bedacht om hoop op een nieuw beginsel van leven te wekken, instaat om een nieuwe relatie met God en met de broeders te vestigen, en om nieuwe, buitengewone mogelijkheden te openen voor het begrijpen en uitvoeren van alle eisen die in het Evangelie van het leven vervat liggen. Dit zal alleen mogelijk zijn dankzij de gave van God die zuivert en vernieuwt: “Ik zal u met zuiver water besprenkelen en ge zult rein worden; van al uw ongerechtigheden en van al uw afgoderij zal ik u reinigen. Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in u uitstorten”(Ez 36,25-26; vgl.Jr 31,34). Dit “nieuwe hart”zal het mogelijk maken de diepste en echtste betekenis van het leven te waarderen en te bereiken: namelijk dat het een gave is die helemaal verwerkelijkt wordt in de zelfgave. Dit is de schitterende boodschap over de waarde van het leven die tot ons komt door de figuur van de Dienaar van de Heer: “Wanneer hij zichzelf tot een offer maakt voor de zonde, zal hij nakomelingen zien en lang leven(...) Na het doorstane lijden zal hij het licht mogen zien”(Js 53,10.11).

In de komst van Jezus van Nazareth wordt de wet vervuld en een nieuw hart gegeven door zijn Geest. Jezus negeert de wet niet, maar brengt haar tot vervulling (vgl.Mt 5,17): de Wet en de Profeten worden samengevat in de gouden regel van de onderlinge liefde (vgl.Mt 7,12). In Jezus wordt de wet eens en voor altijd het “evangelie”, het goede nieuws van Gods heerschappij over de wereld, dat het leven terugbrengt naar zijn wortels en zijn oorspronkelijke bedoeling. Dit is de Nieuwe Wet, “de wet van de Geest van leven in Christus Jezus”(Rom 8,2), en de fundamentele uitdrukking ervan, in navolging van de Heer die zijn leven gaf voor zijn vrienden (vgl.Joh 15,13), is de zelfgave in liefde voor zijn broeders en zusters: “Wij weten dat we zijn overgegaan van de dood naar het leven, omdat we onze broeders liefhebben”(1Joh 3,14). Dit is de wet van vrijheid, vreugde en zaligheid.




Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License