Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,1 | het Concilie en herinnert ons aan onze plicht om naar
2 Inl, 0,1 | broeders en zusters van ons, verenigd in het onzelfzuchtige
3 Inl, 0,2 | Ik dank de Heer dat Hij ons ertoe gebracht heeft om
4 Inl, 0,2 | voortgebracht: dit moedigt ons aan om voort te gaan. ~Maar
5 I, 1,6 | dood en zijn verrijzenis ons zijn Geest van liefde zou
6 I, 2,7 | geduld Zijn genadeplan jegens ons zondaars voort en in de
7 I, 2,8 | 5,5); onze "hoop stelt ons" dus "niet teleur" (Rom
8 I, 3,15 | horizonten. De drieëne God roept ons op daarvoor dank te brengen:
9 I, 4,20 | stelde hij vast: dat wat ons verbindt is veel sterker
10 I, 4,20 | veel sterker dan dat wat ons scheidt. En het Tweede Vaticaans
11 I, 5,21 | in volle gemeenschap met ons zijn. Uit de liefde ontstaat
12 I, 5,22 | waarlijk aanwezig; hij bidt "in ons", "met ons" en "voor ons".
13 I, 5,22 | hij bidt "in ons", "met ons" en "voor ons". Hij is het
14 I, 5,22 | ons", "met ons" en "voor ons". Hij is het die ons gebed
15 I, 5,22 | voor ons". Hij is het die ons gebed leidt in de Paracleet
16 I, 5,23 | Het is waar, wij bevinden ons nog niet in volle gemeenschap.
17 I, 5,23 | waarnaar wij oprecht zoeken: ons door het geloof geleide
18 I, 5,23 | Daarvoor verzamelen wij ons in de Naam van Christus,
19 I, 5,23 | heeft. Het is zo, alsof wij ons telkens weer verzamelden
20 I, 5,25 | te worden. De Heer heeft ons werkelijk bij de hand genomen
21 I, 5,25 | de hand genomen en leidt ons. Deze uitwisselingen en
22 I, 5,25 | bladzijden vol geschreven van ons "Boek van eenheid", een "
23 I, 5,26 | gemeenschap in gebed, maakt het ons altijd mogelijk om opnieuw
24 I, 5,27 | persoonlijke dialoog die ieder van ons moet voeren in gebed met
25 I, 5,27 | van de werkelijkheid van ons leven en van de taken die
26 I, 5,27 | en van de taken die we op ons genomen hebben in de Kerk.
27 I, 5,27 | Gabriella is leerzaam; het helpt ons om te begrijpen dat er geen
28 I, 6,29 | verdeeldheid te overwinnen en ons dichter bij de eenheid brengen. ~
29 I, 8,34 | een grotere rijpheid in ons gemeenschappelijk gebed
30 I, 8,34 | In dit verband moeten we ons wel de woorden van de Eerste
31 I, 8,34 | en de waarheid is niet in ons. Als we onze zonden belijden
32 I, 8,34 | onze zonden vergeven en ons reinigen van alle ongerechtigheid". (
33 I, 8,34 | en zijn woord is niet in ons" (1,10). Zo’n radicale aansporing
34 I, 8,34 | Eerste Brief van Johannes ons geeft? "Mijn kinderen, ik
35 I, 8,34 | niet alleen voor die van ons maar ook voor de zonden
36 I, 8,34 | mogelijk, op voorwaarde dat we ons er nederig van bewust zijn
37 I, 8,35 | komt opnieuw het Concilie ons te hulp. Men kan zeggen
38 I, 9,38 | in haar geheel te vatten, ons in staat zal stellen om
39 I, 10,40 | samenwerking die stoelt op ons gemeenschappelijk geloof
40 II, 1,41 | van het Concilie, geeft ons aanleiding om de Geest van
41 II, 1,41 | heeft is de voorwaarde die ons erop voorbereidt om die
42 II, 1,41 | jongste dertig jaren laat ons de vele vruchten van deze
43 II, 3,45 | Gemeenschappelijk richten wij ons tot de Vader en doen dat
44 II, 4,47 | is billijk en het strekt ons tot heil wanneer wij de
45 II, 4,48 | de gemeenschappen heeft ons bewust gemaakt van het getuigenis
46 II, 4,48 | katholieken: ‘Ook mag het ons niet ontgaan, dat al wat
47 II, 6,50 | eucharistie, waardoor zij met ons nog steeds in zeer nauwe
48 II, 6,51 | ook inspirerend, omdat zij ons al voortgaande de broederschap
49 II, 7,53 | deelnemen aan het gebed ons er nog eens aan wennen om
50 II, 7,53 | elkaar te leven en helpt het ons om de wil van de Heer voor
51 II, 7,53 | gezamenlijk als patronen van ons verleden en als heiligen
52 II, 8,55 | te herstellen, moeten we ons beroepen op deze aldus gestructureerde
53 II, 8,56 | ontmoedigen. De H.Paulus spoort ons aan: "Draagt elkanders lasten" (
54 II, 8,56 | Gal 6,2). Hoe passend voor ons en hoe actueel is deze oproep
55 II, 8,56 | term "zusterkerken" moet ons op deze weg steeds begeleiden. ~
56 II, 8,57 | Paulus VI werd verwoord is ons verklaarde doel om de volledige
57 II, 8,57 | apostelen gezien en gehoord en ons verkondigd hebben, dat hebben
58 II, 8,57 | die in het verleden tussen ons zijn ontstaan".89 Als wij
59 II, 8,57 | gemeenschap zoeken, moeten we ons inzetten voor de verwezenlijking
60 II, 8,57 | werkelijkheid en zij moet ons herkenningspunt zijn. ~De
61 II, 10,62 | hun patriarchen hebben ons vereerd met hun bezoeken,
62 II, 10,62 | sommige van deze Kerken ons gemeenschappelijke geloof
63 II, 10,62 | van verdeeldheid tussen ons".107 ~Kortgeleden heeft
64 II, 10,63 | is een bemoediging voor ons: want het laat ons zien
65 II, 10,63 | voor ons: want het laat ons zien dat de gevolgde weg
66 II, 11,65 | onze verdeeldheid achter ons te laten om de eenheid te
67 II, 11,66 | geestelijk leven niet alleen van ons maar ook onderling in niet
68 II, 11,66 | profeten en Woord van God, voor ons mens geworden. Daarin overwegen
69 II, 11,66 | oecumenische vervlechtingen van ons gemeenschappelijk doopsel
70 II, 11,67 | Hervorming die "volle eenheid met ons die het gevolg is van het
71 II, 12,72 | aanwezigheid van de Heer onder ons ervaren. ~In dit verband
72 III | lang is de weg die nog voor ons ligt?) ~
73 III, 1,77 | 77. We kunnen ons nu de vraag stellen hoe
74 III, 1,77 | hoe lang de tocht is die ons scheidt van die zegenrijke
75 III, 1,79 | diezelfde helderheid en wijsheid ons ertoe om lauwheid in het
76 III, 2,80 | er een nieuwe taak voor ons: het aannemen van de reeds
77 III, 3,84 | ervaring van de oecumene heeft ons in staat gesteld om dit
78 III, 3,85 | Hoe kunnen we aarzelen om ons te bekeren tot de verwachtingen
79 III, 3,85 | van de Vader? Hij is met ons. ~
80 III, 4,87 | als de katholieke Kerk, ons ervan bewust zijn dat we
81 III, 4,87 | zeker een kracht zijn die ons drijft naar volledige en
82 III, 4,87 | doel van de reis waarop we ons bevinden. Dit brengt me
83 III, 5,95 | volharding de heilige Geest ons zijn licht te schenken en
84 III, 5,96 | onvolmaakte gemeenschap die tussen ons bestaat kerkleiders en hun
85 III, 5,96 | elkaar luisteren waarbij ons alleen de wil van Christus
86 III, 7,98 | wordt gegeven (...) Het past ons hier te wijzen op het teken
87 III, 7,98 | verkondigen zonder tegelijkertijd ons in te zetten voor het werk
88 III, 7,99 | Moge de heilige Geest ons leiden langs de weg van
89 Aans, 0,100| het ware - van de reis die ons brengt naar de drempel van
90 Aans, 0,102| vastgestelde tijd: "Zo helpt ons ook de Geest in onze zwakheid (...) [
91 Aans, 0,102| zwakheid (...) [en] staat voor ons in met een zuchten dat wij
92 Aans, 0,102| kunnen vatten" (Rom 8,26), om ons erop voor te bereiden God
93 Aans, 0,102| van onze scheiding voor ons kan verdrijven. De Geest
94 Aans, 0,102| verdrijven. De Geest kan ons een heldere blik, kracht
95 Aans, 0,102| geloofwaardiger zal worden. ~En als we ons afvragen of dit alles mogelijk
96 Aans, 0,102| besef de genade afsmeken, ons samen voor te bereiden op
|