Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,1 | van Kerken en kerkelijke Gemeenschappen die niet in volle gemeenschap
2 I, 2,7 | maar ook als leden van de gemeenschappen, waarin zij het Evangelie
3 I, 2,10 | De afgescheiden Kerken en gemeenschappen zijn dus, ook al hebben
4 I, 2,11 | andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen, vernietigd. De elementen
5 I, 2,11 | in de andere christelijke Gemeenschappen in telkens onderscheiden
6 I, 2,11 | in de andere christelijke Gemeenschappen aanwezig zijn, is de ene
7 I, 2,11 | verbonden is"14 met deze gemeenschappen door een ware verbintenis
8 I, 2,12 | eigen Kerken of kerkelijke Gemeenschappen erkennen en ontvangen. Meerderen
9 I, 2,13 | spreekt over de leden van deze gemeenschappen, verklaart het: "Toch worden
10 I, 2,13 | andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen aanwezig zijn, voegt het
11 I, 2,13 | in de andere christelijke Gemeenschappen. ~
12 I, 2,14 | verschillende christelijke Gemeenschappen om te komen tot een Kerk
13 I, 2,14 | deze volheid, in de andere gemeenschappen20, waar bepaalde aspecten
14 I, 3,15 | werkt in andere christelijke Gemeenschappen, de ontdekking van voorbeelden
15 I, 3,16 | de open dialoog helpen de gemeenschappen elkaar om zichzelf gemeenschappelijk
16 I, 3,17 | gesprekken de christelijke Gemeenschappen reeds nuttige werktuigen
17 I, 3,17 | van de andere christelijke Gemeenschappen een rol speelden in de grote
18 I, 5,21 | onder de mensen en onder de gemeenschappen. Als wij van elkaar houden,
19 I, 5,21 | bouwen tussen enkelingen en gemeenschappen of om haar te herstellen
20 I, 5,24 | lidkerken en kerkelijke Gemeenschappen op te roepen "met het doel
21 I, 5,25 | andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen mij in Rome bezocht, en
22 I, 6,28 | totaliteit in; dialoog tussen gemeenschappen sluit op bijzondere wijze
23 I, 6,30 | verschillende Kerken en kerkelijke Gemeenschappen, hun sterke betrokkenheid
24 I, 6,30 | andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen de bereidheid van het wereldwijde
25 I, 7,31 | verschillende Kerken en Gemeenschappen, die in een godsdienstige
26 I, 7,32 | Gemeenschap. Zo bereiken deze Gemeenschappen ook een ruimere samenwerking
27 I, 9,38 | verschillende Kerken en kerkelijke Gemeenschappen wordt verwoord. Dit heeft
28 I, 9,38 | dat zij de christelijke Gemeenschappen helpt om de onpeilbare rijkdom
29 I, 9,38 | voor de opbouw van alle Gemeenschappen65 en hen in zekere zin onderrichten
30 II, 1,42 | christenen van de andere gemeenschappen". Het Directorium tot uitvoering
31 II, 1,42 | over de oecumene noemt de gemeenschappen waartoe deze christenen
32 II, 1,42 | behoren ‘Kerken en kerkelijke Gemeenschappen die niet in volle gemeenschap
33 II, 1,42 | de vroeger rivaliserende gemeenschappen elkaar tegenwoordig in veel
34 II, 1,42 | ambtsdragers aangeboden aan de gemeenschappen die zelf geen middelen bezitten;
35 II, 2,43 | verantwoordelijken van de christelijke Gemeenschappen gezamenlijk stelling nemen
36 II, 2,43 | verantwoordelijken van de gemeenschappen zijn echter niet de enigen
37 II, 2,43 | Talrijke christenen uit alle gemeenschappen nemen, op grond van hun
38 II, 2,43 | andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen en door hen’, als ook door
39 II, 3,45 | verschillende kerkelijke Gemeenschappen initiatieven ontwikkeld
40 II, 3,45 | verschillende christelijke Gemeenschappen in het Westen vast dat zij
41 II, 4,48 | andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen horen bewerkstelligt. Dit
42 II, 4,48 | en tussen de leden van de gemeenschappen heeft ons bewust gemaakt
43 II, 4,48 | verschillende Kerken en kerkelijke Gemeenschappen die hun naam aan Christus
44 II, 5,49 | andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen gevonden worden. 81 Het
45 II, 5,49 | aanwezig zijn in die Kerken en Gemeenschappen. Voor zover het elementen
46 II, 5,49 | de grotere christelijke Gemeenschappen met een erkenning van de
47 II, 6,50 | de Kerken en kerkelijke Gemeenschappen van het Westen, verklaarden
48 II, 11 | andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen in het Westen~
49 II, 11,64 | de Kerken en kerkelijke Gemeenschappen van het Westen. Het Concilie
50 II, 11,64 | De Kerken en kerkelijke Gemeenschappen die óf in de uiterst kritieke
51 II, 11,64 | dat tussen deze Kerken en gemeenschappen en de katholieke Kerk belangrijke
52 II, 11,65 | Kerk en van de Kerken en Gemeenschappen die hun oorsprong vinden
53 II, 11,65 | de Kerken en kerkelijke Gemeenschappen van de Hervorming een aanvang
54 II, 11,65 | samenwerking tussen de christelijke Gemeenschappen zou kunnen organiseren.
55 II, 11,66 | deze Kerken en kerkelijke Gemeenschappen verschillen door hun ongelijkheid
56 II, 11,67 | redintegratio erop wijst dat de Gemeenschappen van na de Hervorming die "
57 II, 11,69 | verschillende Kerken en christelijke Gemeenschappen in heel de westelijke wereld
58 II, 11,70 | andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen. Het gebed voor de eenheid
59 II, 12,71 | verschillende Kerken en kerkelijke Gemeenschappen. Zulke contacten helpen
60 II, 12,71 | landen waar de katholieke gemeenschappen een minderheid vormen t.
61 II, 12,71 | minderheid vormen t.o.v. de Gemeenschappen van na de Hervorming of
62 II, 12,72 | wier Kerken en kerkelijke Gemeenschappen stammen uit de Hervorming,
63 II, 12,72 | leiders van de verschillende Gemeenschappen heb gekregen als van de
64 II, 12,72 | heb gekregen als van de Gemeenschappen als geheel. Vanuit dit standpunt
65 II, 13,76 | verschillende Kerken en kerkelijke Gemeenschappen in Assisi, tijdens de Wereldgebedsdag
66 III, 1,78 | houdt in dat de christelijke Gemeenschappen elkaar helpen, opdat er
67 III, 3,82 | inspanning om de christelijke Gemeenschappen binnen deze geheel geestelijke
68 III, 3,83 | overwinnen. Alle christelijke Gemeenschappen weten dat, dankzij de macht
69 III, 3,84 | Terwijl voor alle christelijke Gemeenschappen de martelaren het bewijs
70 III, 3,84 | de communio tussen onze gemeenschappen, zij het nog onvolledig,
71 III, 3,84 | alle Kerken en kerkelijke Gemeenschappen die hun toegang gaven tot
72 III, 3,84 | tradities rekenen die alle gemeenschappen hebben bewaard en waardoor
73 III, 3,84 | heiligen", die tot alle gemeenschappen horen, verschijnt de ‘dialoog
74 III, 3,84 | beter te begrijpen. Als gemeenschappen, in de hierboven beschreven
75 III, 3,84 | geërfd zijn en Hij zal de gemeenschappen leiden langs zijn wegen
76 III, 4,87 | op te wekken, waarbij de gemeenschappen ernaar streven om in onderlinge
77 III, 4,87 | andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen afleggen van bepaalde gemeenschappelijke
78 III, 4,87 | elementen die in de christelijke Gemeenschappen aanwezig zijn: het zal dan
79 III, 5,88 | alle Kerken en kerkelijke Gemeenschappen is de katholieke Kerk zich
80 III, 5,89 | andere Kerken en christelijke Gemeenschappen meer en meer met andere
81 III, 5,95 | eenheid van alle christelijke Gemeenschappen aangaat hoort natuurlijk
82 III, 5,95 | zichtbare gemeenschap van alle Gemeenschappen, waarin krachtens de trouw
83 III, 5,95 | van de meeste christelijke Gemeenschappen constateer en het aan mij
84 III, 7,99 | kwestie van de christelijke Gemeenschappen. Het is een zaak van de
85 Aans, 0,103| andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen: "Weest volmaakt, spoort
|