Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
hulpmiddel 1
humanae 6
humanitaire 1
hun 83
i 15
ibid 48
iconen 1
Frequency    [«  »]
87 vgl
85 gemeenschappen
84 alle
83 hun
82 geest
80 hebben
79 zich
Ioannes Paulus PP. II
Ut Unum Sint

IntraText - Concordances

hun

   Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,1 | onzelfzuchtige offer van hun leven voor het Koninkrijk 2 Inl, 0,2 | ertoe geroepen om samen hun pijnlijke verleden opnieuw 3 Inl, 0,2 | de oorsprong liggen van hun betreurenswaardige verdelingen. 4 Inl, 0,3 | leden, zich ervan bewust dat hun zonden evenzovele blijken 5 I, 1,5 | worden tot één stuk: "Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn 6 I, 2,7 | aanroepen en Jezus belijden als hun Heer en Verlosser; zij doen 7 I, 2,7 | waarderen niet alleen als hun Kerk maar ook als de Kerk 8 I, 2,10 | Vaticaans Concilie heeft hun engagement versterkt met 9 I, 2,10 | gebruiken als heilsmiddelen, die hun kracht juist ontlenen aan 10 I, 2,12 | nog andere sacramenten in hun eigen Kerken of kerkelijke 11 I, 2,12 | hen tot het vergieten van hun bloed toe heeft gesterkt. 12 I, 2,14 | eenheid in zich, daar zij hun volheid in die eenheid hebben. 13 I, 2,14 | gegeven Kerk bestaan in hun hele volheid in de katholieke 14 I, 3,15 | afzonderlijke personen die hun christelijke roeping beleven, 15 I, 5,21 | Tweede Vaticaans Concilie hun gebed als de ziel van de 16 I, 5,21 | katholieken gebonden zijn aan hun gescheiden broeders".43 17 I, 5,21 | mijn naam, daar ben Ik in hun midden" (Mt 18,20). ~ 18 I, 5,22 | christenen lukt om, ongeacht hun scheidingen, zich steeds 19 I, 5,23 | Evangelie zich telkens op hun Kerk of kerkelijke Gemeenschap 20 I, 5,24 | gebed kennen en daarin zelfs hun hoogtepunt bereiken. De 21 I, 5,26 | aan Hem de toekomst van hun eenheid en hun gemeenschap 22 I, 5,26 | toekomst van hun eenheid en hun gemeenschap toe. Hierop 23 I, 6,30 | kerkelijke Gemeenschappen, hun sterke betrokkenheid bij 24 I, 7,32 | bezinnen zich allen hierbij op hun trouw aan de wil van Christus 25 I, 8,33 | gescheiden broeders, en hun daden onderworpen worden 26 II, 1,42 | partijen in het algemeen hun best, denieuwe wetvan 27 II, 2,43 | gemeenschappen nemen, op grond van hun geloof, gemeenschappelijk 28 II, 3,45 | initiatieven ontwikkeld om hun eredienst te vernieuwen. 29 II, 3,45 | de gewoonte opgegeven om hun Avondmaalsviering alleen 30 II, 4,47 | zelfs door het vergieten van hun bloed. God is immers altijd 31 II, 4,48 | kerkelijke Gemeenschappen die hun naam aan Christus de Gekruisigde 32 II, 5,49 | hebben. Dat was dienstig om hun inzet voor de volle eenheid 33 II, 5,49 | Christus vormen zij naar hun aard een kracht voor het 34 II, 6,50 | voor de katholieke Kerk hun gemeenschappelijke bereidheid 35 II, 6,50 | en de nadruk gelegd op hun kerkelijke aard en de werkelijke 36 II, 6,50 | de bijzondere aard van hun historische ontwikkeling, 37 II, 6,50 | Kerken in het Oosten bij hun ontstaan en ontwikkeling 38 II, 7,52 | gang waren. Het zoeken naar hun eendracht is een bijdrage 39 II, 7,52 | functie die zij krachtens hun roeping moeten vervullen 40 II, 7,53 | van het Europese continent hun toekomst toevertrouwen. ~ 41 II, 7,54 | de grote Slavische naties hun geloof, maar ook die volken 42 II, 8,55 | zich erop beroemen, dat hun ontstaan teruggaat op de 43 II, 8,56 | weer ingevoerd om de rond hun bisschop verzamelde deelkerken 44 II, 9,60 | Oosterse katholieke Kerken om hun eigen organisatiestructuren 45 II, 9,60 | organisatiestructuren te hebben en hun eigen apostolaat te bedrijven, 46 II, 9,60 | gebied leven, maar zal ook hun gemeenschappelijke inzet 47 II, 9,60 | het Oosten (...) reeds met hun broeders die de westerse 48 II, 10,62 | Tweede Vaticaans Concilie; hun patriarchen hebben ons vereerd 49 II, 10,62 | patriarchen hebben ons vereerd met hun bezoeken, en de bisschop 50 II, 11,65 | Kerken en Gemeenschappen die hun oorsprong vinden in de Hervorming. 51 II, 11,65 | westers’ van karakter zijn. Hun bovengenoemde "verschillen", 52 II, 11,66 | Gemeenschappen verschillen door hun ongelijkheid in oorsprong, 53 II, 11,66 | Christus openlijk belijden als hun God en Heer en de enige 54 II, 11,68 | broeders wordt gevoed door hun geloof in Christus en gesterkt 55 II, 11,68 | gesterkt door de genade van hun doopsel en het aanhoren 56 II, 11,68 | prijzen. Bovendien vertoont hun eredienst soms opvallende 57 II, 11,68 | Evenmin veronachtzaamt het hun inspanningen om de sociale 58 II, 11,68 | beginselen van het evangelie en hun toepassing. ~ 59 II, 11,70 | stellen met betrekking tot hun geloof in de ene Heer, is 60 II, 12,72 | vooraf besproken gebaar, hun verlangen tonen naar het 61 II, 13,74 | beginselverklaringen moeten blijken uit hun toepassing in de praktijk 62 II, 13,74 | christenen "als vrucht van hun geloof in Christus (...) 63 II, 13,74 | vaker gezamenlijk op in hun streven om het lijden en 64 II, 13,75 | christenen een stevige basis voor hun gezamenlijke optreden, niet 65 II, 13,76 | worden steeds eensgezinder in hun afwijzing van geweld, elke 66 III, 2,80| de resultaten ontleedt en hun overeenstemming met de geloofstraditie 67 III, 2,81| leveren door het vervullen van hun charisma in de Kerk. Het 68 III, 3,83| hindernissen niet buiten hun bereik liggen. In feite 69 III, 3,83| gaan tot het vergieten van hun bloed toe. Maar staat deze 70 III, 3,84| lieten zien in het offer van hun leven. 138 Het feit dat 71 III, 3,84| kerkelijke Gemeenschappen die hun toegang gaven tot de gemeenschap 72 III, 3,84| verheerlijkt in Uw heiligen, want hun heerlijkheid is de bekroning 73 III, 4,87| christelijke waarden, van hun bestudering van die waarden 74 III, 4,87| tegemoet komen, aangezien wij hun denkwijze en gevoelens kennen (...) 75 III, 5,94| schapen deze stem horen en hun Herder volgen, niet deze 76 III, 5,94| wijze wordt in elke van de hun toevertrouwde plaatselijke 77 III, 5,95| bisschop van Rome hoort tot hun "College", en zij zijn zijn 78 III, 5,96| ons bestaat kerkleiders en hun theologen ertoe kunnen brengen 79 III, 6,97| de Kerk van Rome en van hun bisschoppen met de bisschop 80 III, 6,97| waarin alle bisschoppen hun eenheid in Christus herkennen 81 III, 6,97| bevestiging vinden voor hun geloof. Het eerste deel 82 III, 7,98| die christenen krachtens hun zending moeten verspreiden, 83 III, 7,98| moeten verspreiden, en aldus hun getuigenis ernstig schaadt.


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License