Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,1 | onzelfzuchtige offer van hun leven voor het Koninkrijk
2 Inl, 0,2 | ertoe geroepen om samen hun pijnlijke verleden opnieuw
3 Inl, 0,2 | de oorsprong liggen van hun betreurenswaardige verdelingen.
4 Inl, 0,3 | leden, zich ervan bewust dat hun zonden evenzovele blijken
5 I, 1,5 | worden tot één stuk: "Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn
6 I, 2,7 | aanroepen en Jezus belijden als hun Heer en Verlosser; zij doen
7 I, 2,7 | waarderen niet alleen als hun Kerk maar ook als de Kerk
8 I, 2,10 | Vaticaans Concilie heeft hun engagement versterkt met
9 I, 2,10 | gebruiken als heilsmiddelen, die hun kracht juist ontlenen aan
10 I, 2,12 | nog andere sacramenten in hun eigen Kerken of kerkelijke
11 I, 2,12 | hen tot het vergieten van hun bloed toe heeft gesterkt.
12 I, 2,14 | eenheid in zich, daar zij hun volheid in die eenheid hebben.
13 I, 2,14 | gegeven Kerk bestaan in hun hele volheid in de katholieke
14 I, 3,15 | afzonderlijke personen die hun christelijke roeping beleven,
15 I, 5,21 | Tweede Vaticaans Concilie hun gebed als de ziel van de
16 I, 5,21 | katholieken gebonden zijn aan hun gescheiden broeders".43
17 I, 5,21 | mijn naam, daar ben Ik in hun midden" (Mt 18,20). ~
18 I, 5,22 | christenen lukt om, ongeacht hun scheidingen, zich steeds
19 I, 5,23 | Evangelie zich telkens op hun Kerk of kerkelijke Gemeenschap
20 I, 5,24 | gebed kennen en daarin zelfs hun hoogtepunt bereiken. De
21 I, 5,26 | aan Hem de toekomst van hun eenheid en hun gemeenschap
22 I, 5,26 | toekomst van hun eenheid en hun gemeenschap toe. Hierop
23 I, 6,30 | kerkelijke Gemeenschappen, hun sterke betrokkenheid bij
24 I, 7,32 | bezinnen zich allen hierbij op hun trouw aan de wil van Christus
25 I, 8,33 | gescheiden broeders, en hun daden onderworpen worden
26 II, 1,42 | partijen in het algemeen hun best, de ‘nieuwe wet’ van
27 II, 2,43 | gemeenschappen nemen, op grond van hun geloof, gemeenschappelijk
28 II, 3,45 | initiatieven ontwikkeld om hun eredienst te vernieuwen.
29 II, 3,45 | de gewoonte opgegeven om hun Avondmaalsviering alleen
30 II, 4,47 | zelfs door het vergieten van hun bloed. God is immers altijd
31 II, 4,48 | kerkelijke Gemeenschappen die hun naam aan Christus de Gekruisigde
32 II, 5,49 | hebben. Dat was dienstig om hun inzet voor de volle eenheid
33 II, 5,49 | Christus vormen zij naar hun aard een kracht voor het
34 II, 6,50 | voor de katholieke Kerk hun gemeenschappelijke bereidheid
35 II, 6,50 | en de nadruk gelegd op hun kerkelijke aard en de werkelijke
36 II, 6,50 | de bijzondere aard van hun historische ontwikkeling,
37 II, 6,50 | Kerken in het Oosten bij hun ontstaan en ontwikkeling
38 II, 7,52 | gang waren. Het zoeken naar hun eendracht is een bijdrage
39 II, 7,52 | functie die zij krachtens hun roeping moeten vervullen
40 II, 7,53 | van het Europese continent hun toekomst toevertrouwen. ~
41 II, 7,54 | de grote Slavische naties hun geloof, maar ook die volken
42 II, 8,55 | zich erop beroemen, dat hun ontstaan teruggaat op de
43 II, 8,56 | weer ingevoerd om de rond hun bisschop verzamelde deelkerken
44 II, 9,60 | Oosterse katholieke Kerken om hun eigen organisatiestructuren
45 II, 9,60 | organisatiestructuren te hebben en hun eigen apostolaat te bedrijven,
46 II, 9,60 | gebied leven, maar zal ook hun gemeenschappelijke inzet
47 II, 9,60 | het Oosten (...) reeds met hun broeders die de westerse
48 II, 10,62 | Tweede Vaticaans Concilie; hun patriarchen hebben ons vereerd
49 II, 10,62 | patriarchen hebben ons vereerd met hun bezoeken, en de bisschop
50 II, 11,65 | Kerken en Gemeenschappen die hun oorsprong vinden in de Hervorming.
51 II, 11,65 | westers’ van karakter zijn. Hun bovengenoemde "verschillen",
52 II, 11,66 | Gemeenschappen verschillen door hun ongelijkheid in oorsprong,
53 II, 11,66 | Christus openlijk belijden als hun God en Heer en de enige
54 II, 11,68 | broeders wordt gevoed door hun geloof in Christus en gesterkt
55 II, 11,68 | gesterkt door de genade van hun doopsel en het aanhoren
56 II, 11,68 | prijzen. Bovendien vertoont hun eredienst soms opvallende
57 II, 11,68 | Evenmin veronachtzaamt het hun inspanningen om de sociale
58 II, 11,68 | beginselen van het evangelie en hun toepassing. ~
59 II, 11,70 | stellen met betrekking tot hun geloof in de ene Heer, is
60 II, 12,72 | vooraf besproken gebaar, hun verlangen tonen naar het
61 II, 13,74 | beginselverklaringen moeten blijken uit hun toepassing in de praktijk
62 II, 13,74 | christenen "als vrucht van hun geloof in Christus (...)
63 II, 13,74 | vaker gezamenlijk op in hun streven om het lijden en
64 II, 13,75 | christenen een stevige basis voor hun gezamenlijke optreden, niet
65 II, 13,76 | worden steeds eensgezinder in hun afwijzing van geweld, elke
66 III, 2,80| de resultaten ontleedt en hun overeenstemming met de geloofstraditie
67 III, 2,81| leveren door het vervullen van hun charisma in de Kerk. Het
68 III, 3,83| hindernissen niet buiten hun bereik liggen. In feite
69 III, 3,83| gaan tot het vergieten van hun bloed toe. Maar staat deze
70 III, 3,84| lieten zien in het offer van hun leven. 138 Het feit dat
71 III, 3,84| kerkelijke Gemeenschappen die hun toegang gaven tot de gemeenschap
72 III, 3,84| verheerlijkt in Uw heiligen, want hun heerlijkheid is de bekroning
73 III, 4,87| christelijke waarden, van hun bestudering van die waarden
74 III, 4,87| tegemoet komen, aangezien wij hun denkwijze en gevoelens kennen (...)
75 III, 5,94| schapen deze stem horen en hun Herder volgen, niet deze
76 III, 5,94| wijze wordt in elke van de hun toevertrouwde plaatselijke
77 III, 5,95| bisschop van Rome hoort tot hun "College", en zij zijn zijn
78 III, 5,96| ons bestaat kerkleiders en hun theologen ertoe kunnen brengen
79 III, 6,97| de Kerk van Rome en van hun bisschoppen met de bisschop
80 III, 6,97| waarin alle bisschoppen hun eenheid in Christus herkennen
81 III, 6,97| bevestiging vinden voor hun geloof. Het eerste deel
82 III, 7,98| die christenen krachtens hun zending moeten verspreiden,
83 III, 7,98| moeten verspreiden, en aldus hun getuigenis ernstig schaadt.
|