Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,1 | van zoveel martelaren van onze eeuw, onder wie leden van
2 Inl, 0,1 | Concilie en herinnert ons aan onze plicht om naar zijn aansporing
3 Inl, 0,4 | deel aan dit smeekgebed. In onze oecumenische tijd, gemarkeerd
4 I, 2,7 | mensen getroffen en ook onder onze gescheiden broeders is door
5 I, 2,8 | van God is uitgegoten in onze harten door de heilige Geest" (
6 I, 2,8 | de heilige Geest" (5,5); onze "hoop stelt ons" dus "niet
7 I, 2,10 | ook al hebben zij vanuit onze geloofsovertuiging tekorten,
8 I, 2,13 | christelijke godsdienst bij onze gescheiden broeders voltrokken.
9 I, 3,15 | Dankzij de oecumene is onze beschouwing van "de machtige
10 I, 5,21 | houden, streven wij ernaar onze gemeenschap te versterken
11 I, 5,23 | gemeenschap. Maar ondanks onze scheidingen zijn wij op
12 I, 5,23 | Christus, die Een is. Hij is onze eenheid. ~Het "oecumenische"
13 I, 5,23 | Witte Donderdag, ofschoon onze gemeenschappelijke aanwezigheid
14 I, 5,24 | gemeenschappelijk gebed met onze broeders die de eenheid
15 I, 5,24 | welsprekend getuigenis zowel van onze lange jaren van gemeenschappelijke
16 I, 6,29 | stroken met de situatie van onze gescheiden broeders en daarom
17 I, 8,34 | waarheid is niet in ons. Als we onze zonden belijden is God trouw
18 I, 8,34 | rechtvaardig, en zal Hij onze zonden vergeven en ons reinigen
19 I, 8,34 | n radicale aansporing om onze toestand als zondaars te
20 I, 8,34 | Hij is de uitboeting van onze zonden, en niet alleen voor
21 I, 8,34 | die hebben bijgedragen tot onze historische verdeeldheden
22 I, 8,34 | zijn van de noodzaak van onze bekering. Niet alleen persoonlijke
23 I, 8,35 | geschiedenis richt, die onze Verzoening is. Dit verticale
24 I, 8,35 | aspect van de dialoog ligt in onze erkenning dat wij mannen
25 I, 9,36 | oecumenische dialoog samen met onze gescheiden broeders dieper
26 I, 9,36 | vormen voor de dialoog met onze broeders. 62 Het is zeker
27 II, 1,41 | geschonken heeft en dat al onze dankbaarheid verdient. Uit
28 II, 2,43 | op alle niveaus waarop we onze christelijke broeders ontmoeten’. 73
29 II, 4,47 | gemeenschappelijk erfgoed die bij onze gescheiden broeders worden
30 II, 4,48 | de uitdaging is waarvoor onze huidige tijd zich geplaatst
31 II, 4,48 | van de Heilige Geest in onze gescheiden broeders tot
32 II, 5,49 | heeft het voor christenen in onze tijd mogelijk gemaakt om
33 II, 8,56 | erfgoed van ervaring dat onze weg naar het hervinden van
34 II, 8,56 | Deze inspanning vraagt al onze goede wil, het deemoedige
35 II, 8,57 | Unitatis redintegratio, 14)? Onze Kerken hebben kennelijk
36 II, 8,57 | en onenigheden, erkennen onze Kerken elkaar wederom als
37 II, 8,58 | dat men ten aanzien van onze oosterse broeders verschillende
38 II, 9,59 | en te bevestigen dat "in onze Kerken de apostolische successie
39 II, 9,59 | gebruiken om nu reeds, in onze tijd, een gemeenschappelijk
40 II, 10,62 | diepe gemeenschap die tussen onze beide Kerken bestaat: "Wij
41 II, 11,65 | Het gebed van Christus, onze ene Heer, Verlosser en Meester,
42 II, 11,65 | gebed wordt tot een gebod om onze verdeeldheid achter ons
43 II, 11,66 | kunnen en moeten vormen".113 "Onze aandacht richt zich (...)
44 II, 11,66 | van Christus en hetgeen onze goddelijke Leraar voor de
45 II, 11,66 | verkrijgen van die eenheid die onze Verlosser alle mensen aanbiedt".117 ~
46 II, 11,67 | dood en verrijzenis van onze Heer gedenken, belijden (..)
47 II, 11,68 | opvallende elementen van onze oude, gemeenschappelijke
48 II, 11,68 | ethiek en de moraliteit in onze dagen steeds dringender
49 II, 13,74 | het lijden en de noden van onze tijd tegemoet te treden:
50 II, 13,76 | de Christenen. ~Wanneer onze blik over de wereld gaat
51 II, 13,76 | wereld gaat vervult vreugde onze harten. Want we merken dat
52 III, 3,82 | in de handen van Hem die onze Voorspreker is bij de Vader,
53 III, 3,83 | Ondanks de tragedie van onze verdeeldheden hebben deze
54 III, 3,84 | bevat ook de martelaren van onze eeuw, talrijker dan men
55 III, 3,84 | wijze, is de communio tussen onze gemeenschappen, zij het
56 III, 4,87 | wensen en verwachtingen van onze christelijke broeders tegemoet
57 III, 5,88 | dient" (Lc 22,27), zegt onze Heer Jezus Christus, het
58 III, 5,95 | herders en theologen van onze Kerken te verlichten, opdat
59 III, 7,98 | oecumenische beweging van onze eeuw was, sterker dan de
60 III, 7,99 | verzoening, opdat de eenheid van onze Kerken een steeds stralender
61 Aans, 0,100| christelijke eenheid, en in deze onze tijd van genade voor de
62 Aans, 0,102| een van de grondvormen van onze liefde voor Christus en
63 Aans, 0,102| helpt ons ook de Geest in onze zwakheid (...) [en] staat
64 Aans, 0,102| pijnlijke herinneringen van onze scheiding voor ons kan verdrijven.
65 Aans, 0,102| stappen te zetten, opdat onze inzet steeds geloofwaardiger
66 Aans, 0,102| gedachten, dat hij op het Onze Vader schreef, het gebed
|