Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,3 | wet van de zaligsprekingen uit het Evangelie in haar volle
2 Inl, 0,3 | oefent haar gezag inderdaad uit in de dienst van waarheid
3 Inl, 0,4 | Kerk en alle christenen uit om mee te doen in dit gebed.
4 Inl, 0,4 | vreugde die voortvloeit uit deze hoop onvernietigbaar
5 I, 1,5 | vijandschap gedood" (2,14-16), uit dat wat gescheiden was heeft
6 I, 2,13 | het: "Toch worden zij die uit het geloof in het doopsel
7 I, 2,13 | toe: "Dit alles komt voort uit Christus, voert tot Hem
8 I, 3,15 | arrogantie die voortkomt uit een ongezonde verwaandheid.
9 I, 3,17 | tot vergetelheid" en wiste uit de herinnering en uit het
10 I, 3,17 | wiste uit de herinnering en uit het midden van de Kerk.
11 I, 5,21 | gemeenschap met ons zijn. Uit de liefde ontstaat het verlangen
12 I, 5,21 | heilige Geest - opdat we uit die bron de kracht mogen
13 I, 5,22 | eens te meer op één punt uit te komen, omdat ze neigt
14 I, 5,23 | in zekere zin ontstaan is uit de negatieve ervaring van
15 I, 5,24 | op deze bijzondere wijze uit te voeren. Zelfs meer nog:
16 I, 5,24 | was door gebeurtenissen uit het verleden, had iedere
17 I, 5,26 | de eenheid vloeit voort uit het gebed en haar verwerkelijking
18 I, 6,29 | betrekkingen met hen bemoeilijken, uit te schakelen".54 Het Decreet
19 I, 7,31 | bijeenkomsten van christenen uit verschillende Kerken en
20 I, 9,36 | te belijden en zijn leer uit te leggen op een wijze die
21 I, 9,38 | en valse interpretaties uit te schakelen. ~Een van de
22 II, 1,41 | onze dankbaarheid verdient. Uit de volheid van Christus
23 II, 1,42 | opheffing van de wederzijdse ban uit het verleden helpen de vroeger
24 II, 1,42 | doop. 70 Dat stijgt ver uit boven een daad van oecumenische
25 II, 2,43 | en de ervaring wijst het uit, dat onder bepaalde omstandigheden
26 II, 2,43 | eenheid. Talrijke christenen uit alle gemeenschappen nemen,
27 II, 3,46 | van de sacramenten, die uit zichzelf daarom vragen en
28 II, 4,47 | echt christelijke waarden uit het gemeenschappelijk erfgoed
29 II, 4,47 | Christus en het handelen uit deugd aanwezig erkennen
30 II, 5,49 | een plicht die voortkomt uit het wezen van de christelijke
31 II, 7,52 | aan de wederzijdse ban "uit het geheugen en uit het
32 II, 7,52 | ban "uit het geheugen en uit het midden van de Kerken
33 II, 7,52 | van gebed, zetten de weg uit van toenadering tussen de
34 II, 7,53 | herauten van het geloof, uit te roepen tot mede-patronen
35 II, 7,53 | heilige Cyrillus en Methodius uit de wereld van de toenmalige
36 II, 7,53 | Byzantijnse Kerk kwamen, dus uit een tijdperk waarin deze
37 II, 7,54 | formulering haar grenzen uit: de evangelisatie heeft
38 II, 8,56 | psychologische hindernis uit de weg werd geruimd. ~De
39 II, 8,58 | 58. Uit de herbevestiging van een
40 II, 8,58 | pastorale praktijk wijst (...) uit dat men ten aanzien van
41 II, 8,58 | de heilige eucharistie, uit het oog verliezen. ~
42 II, 9,60 | het Concilie zijn achting uit in deze woorden: "Deze heilige
43 II, 9,61 | Christus in de heilige Geest, uit allen opsteeg, in een prachtige
44 II, 11,65 | entingen en aanvullingen niet uit. ~De oecumenische beweging
45 II, 11,65 | Oecumenisch Patriarchaat de hoop uit dat men een vorm van samenwerking
46 II, 11,68 | maar breidt zijn waardering uit tot het sterke rechtvaardigheidsgevoel
47 II, 12,72 | kerkelijke Gemeenschappen stammen uit de Hervorming, is op zichzelf
48 II, 13,74 | beginselverklaringen moeten blijken uit hun toepassing in de praktijk
49 II, 13,75 | oefenen een negatieve invloed uit en stellen zelfs grenzen
50 III, 2,81 | om een definitief oordeel uit te spreken. ~Bij dit alles
51 III, 3,84 | genade op buitengewone wijze uit. De ervaring van de oecumene
52 III, 3,84 | hindernissen overwinnen die uit het verleden geërfd zijn
53 III, 3,85 | goede kan voortbrengen ook uit die situaties die zijn plan
54 III, 5,91 | de Kerk geheel voortkomt uit genade. Het is alsof de
55 III, 5,92 | bisschop van Rome zijn ambt uit, dat zijn oorsprong heeft
56 III, 5,93 | barmhartigheid, geboren uit een daad van barmhartigheid
57 III, 5,93 | Christus. Deze hele passage uit het Evangelie moet voortdurend
58 III, 5,94 | om de macht over het volk uit te oefenen - zoals de bestuurders
59 III, 5,95 | zijn taak voor de eenheid uit. Toen ik mij richtte tot
60 III, 5,95 | van Rome deze bediening uit te oefenen (...) Ik bid
61 III, 7,98 | aanvatten die voortvloeien uit het gebrek aan eenheid.
62 Aans, 0,101| die rechtstreeks voortkomt uit de trouw aan Christus, de
63 Aans, 0,101| geestelijkheid. Ze strekt zich uit over iedereen, overeenkomstig
|