Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,2 | verhinderen? ~Ik dank de Heer dat Hij ons ertoe gebracht heeft
2 Inl, 0,4 | te versterken, dan heeft Hij hem tegelijkertijd zijn
3 I, 1,5 | de Efeziërs uitleggen: "Hij haalde (...) de scheidingswand
4 I, 1,5 | door het Kruis (...). Hij heeft in zijn Persoon de
5 I, 1,5 | wat gescheiden was heeft Hij een eenheid geschapen. ~
6 I, 1,6 | wil. Om die reden heeft Hij zijn Zoon gezonden opdat
7 I, 2,7 | en in de laatste tijd is Hij begonnen bij de onderling
8 I, 2,9 | heeft gegeven en waarin Hij allen wilde omvatten, is
9 I, 2,9 | God wil de Kerk, omdat Hij de eenheid wil en in de
10 I, 2,14 | eschatologische werkelijkheid, die Hij had voorbereid "vanaf de
11 I, 3,17 | had dat goed begrepen toen hij bij het bijeenroepen van
12 I, 4,20 | en bloeiend oprijst tot hij zijn volle ontwikkeling
13 I, 4,20 | eenheid van de Kerk en zo zag hij de eenheid van alle christenen
14 I, 4,20 | christelijke familie, stelde hij vast: dat wat ons verbindt
15 I, 5,22 | die Jezus Christus is. Hij "is dezelfde, gisteren,
16 I, 5,22 | Christus waarlijk aanwezig; hij bidt "in ons", "met ons"
17 I, 5,22 | met ons" en "voor ons". Hij is het die ons gebed leidt
18 I, 5,22 | leidt in de Paracleet die Hij heeft beloofd en dan aan
19 I, 5,22 | Bovenzaal in Jeruzalem, toen hij haar vestigde in haar oorspronkelijke
20 I, 5,23 | van Christus, die Een is. Hij is onze eenheid. ~Het "oecumenische"
21 I, 5,26 | zijn‘ (Joh 17,21-22), opent Hij perspectieven die voor de
22 I, 5,26 | ontoegankelijk zijn, en zinspeelt Hij op een zekere gelijkheid
23 I, 6,28 | door God gewild is"; zo kan hij "zichzelf niet volledig
24 I, 6,28 | existentiële dimensie in zich. Hij sluit het menselijke subject
25 I, 6,28 | ideeën. In zekere zin is hij altijd een "uitwisseling
26 I, 7,31 | niet alleen maar aangegaan: hij is een verklaarde noodzaak,
27 I, 7,32 | de waarheid uiteenzet die hij heeft gevonden of meent
28 I, 8,34 | en rechtvaardig, en zal Hij onze zonden vergeven en
29 I, 8,34 | Johannes gaat zelfs zo ver dat hij stelt: "Als we zeggen dat
30 I, 8,34 | Christus de Gerechte; en Hij is de uitboeting van onze
31 I, 8,35 | dialoog een bijzonder kenmerk; hij wordt een ‘dialoog van bekering’
32 I, 8,35 | zijn aan elke Gemeenschap. Hij heeft ook en vooral een
33 II, 2,43 | heb God gedankt ‘voor wat Hij reeds heeft bewerkstelligd
34 II, 13,74 | Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn
35 III, 3,84 | zal God voor hen doen wat Hij voor de heiligen heeft gedaan.
36 III, 3,84 | de heiligen heeft gedaan. Hij zal de hindernissen overwinnen
37 III, 3,84 | verleden geërfd zijn en Hij zal de gemeenschappen leiden
38 III, 3,84 | langs zijn wegen tot waar Hij wil: tot de zichtbare koinonia
39 III, 3,85 | verwachtingen van de Vader? Hij is met ons. ~
40 III, 5,88 | Geest gesteund wordt opdat hij in staat is alle anderen
41 III, 5,90 | Rome, en het is in Rome dat hij het grootste bewijs van
42 III, 5,90 | Handelingen der Apostelen treedt hij op als de leider en woordvoerder
43 III, 5,91 | broeders te versterken, terwijl Hij hem tegelijkertijd herinnerde
44 III, 5,91 | bereiden op de taak die Hij hem weldra zal geven in
45 III, 5,91 | zal geven in zijn Kerk, en Hij om deze reden zeer veeleisend
46 III, 5,91 | 10). Onmiddellijk nadat hij zijn zending ontvangen heeft,
47 III, 5,91 | van die barmhartigheid die hij als eerste zal ervaren?
48 III, 5,91 | beschrijven, erbij dat deze "zodra hij zich bekeerd heeft, zijn
49 III, 5,92 | 92. Wat Paulus betreft: hij kan de beschrijving van
50 III, 5,92 | aangrijpende woorden die hij van de Heer zelf gehoord
51 III, 5,93 | weet zijn opvolger dat hij een teken van barmhartigheid
52 III, 5,94 | garanderen. Daardoor is hij de eerste onder de dienaren
53 III, 5,94 | nastreven van het eigen belang. Hij heeft de plicht te vermanen,
54 III, 5,94 | omstandigheden dat vereisen, spreekt hij in naam van alle herders
55 III, 5,94 | hem in gemeenschap zijn. Hij kan ook - onder zeer bepaalde,
56 III, 5,94 | getuigenis van de waarheid dient hij de eenheid. ~
57 Aans, 0,100| is in dit streven en dat Hij de Kerk leidt naar de volle
58 Aans, 0,100| volgens het Vierde Evangelie, Hij uitsprak op het moment dat
59 Aans, 0,100| uitsprak op het moment dat Hij binnenging in het verlossende
60 Aans, 0,100| van zijn Pascha. Net als Hij toen deed, roept Christus
61 Aans, 0,102| komen mij in gedachten, dat hij op het Onze Vader schreef,
|