Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
dankzegging 2
dankzij 9
dat 299
de 2489
debatten 2
december 8
decr 1
Frequency    [«  »]
-----
-----
-----
2489 de
1503 van
945 het
849 en
Ioannes Paulus PP. II
Ut Unum Sint

IntraText - Concordances

de

1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2489

     Chapter,Paragraph,Number
1001 II, 1,42 | andere christenen", van de "andere gedoopten", van 1002 II, 1,42 | andere gedoopten", van de "christenen van de andere 1003 II, 1,42 | van de "christenen van de andere gemeenschappen". 1004 II, 1,42 | Directorium tot uitvoering van de principes en normen over 1005 II, 1,42 | principes en normen over de oecumene noemt de gemeenschappen 1006 II, 1,42 | normen over de oecumene noemt de gemeenschappen waartoe deze 1007 II, 1,42 | in volle gemeenschap met de katholieke Kerk staan’. 69 1008 II, 1,42 | Deze uitbreiding van de woordenschat is de uitdrukking 1009 II, 1,42 | uitbreiding van de woordenschat is de uitdrukking van een opmerkelijke 1010 II, 1,42 | opmerkelijke ontwikkeling van de geesteshoudingen. Het besef 1011 II, 1,42 | kunnen vaststellen tijdens de oecumenische vieringen die 1012 II, 1,42 | oecumenische vieringen die tot de belangrijke gebeurtenissen 1013 II, 1,42 | mijn apostolische reizen in de verschillende werelddelen 1014 II, 1,42 | werelddelen horen, of bij de ontmoetingen en oecumenische 1015 II, 1,42 | die in Rome plaatsvonden. Deuniversele broederschap’ 1016 II, 1,42 | universele broederschapvan de christenen is tot een vaste 1017 II, 1,42 | overtuiging geworden. Na de opheffing van de wederzijdse 1018 II, 1,42 | geworden. Na de opheffing van de wederzijdse ban uit het 1019 II, 1,42 | uit het verleden helpen de vroeger rivaliserende gemeenschappen 1020 II, 1,42 | wederzijds; zo worden soms de godshuizen ter beschikking 1021 II, 1,42 | gesteld of stipendia voor de vorming van de ambtsdragers 1022 II, 1,42 | stipendia voor de vorming van de ambtsdragers aangeboden 1023 II, 1,42 | ambtsdragers aangeboden aan de gemeenschappen die zelf 1024 II, 1,42 | ofwel men appelleert bij de burgerlijke overheid voor 1025 II, 1,42 | burgerlijke overheid voor de verdediging van andere christenen 1026 II, 1,42 | beschuldigd worden of men bewijst de onhoudbaarheid van de aantijgingen 1027 II, 1,42 | bewijst de onhoudbaarheid van de aantijgingen waarvan bepaalde 1028 II, 1,42 | slachtoffer zijn. ~In één woord: de christenen hebben zich bekeerd 1029 II, 1,42 | Als het gebeurt dat in de loop van gewelddadige politieke 1030 II, 1,42 | een geest van wraak aan de dag treedt, dan doen de 1031 II, 1,42 | de dag treedt, dan doen de autoriteiten van de betroffen 1032 II, 1,42 | doen de autoriteiten van de betroffen partijen in het 1033 II, 1,42 | in het algemeen hun best, denieuwe wetvan de geest 1034 II, 1,42 | best, de ‘nieuwe wetvan de geest van de liefde de overhand 1035 II, 1,42 | nieuwe wetvan de geest van de liefde de overhand te laten 1036 II, 1,42 | van de geest van de liefde de overhand te laten krijgen. 1037 II, 1,42 | deze omstandigheden vraagt de oecumenische inzet van degene 1038 II, 1,42 | inzet van degene die hem aan de dag legt, dikwijls echt 1039 II, 1,42 | onderstreept worden dat de erkenning van de broederschap 1040 II, 1,42 | worden dat de erkenning van de broederschap niet het gevolg 1041 II, 1,42 | Zij heeft haar wortels in de erkenning van de ene doop 1042 II, 1,42 | wortels in de erkenning van de ene doop en in de daaruit 1043 II, 1,42 | erkenning van de ene doop en in de daaruit voortvloeiende eis, 1044 II, 1,42 | Directorium ter toepassing van de beginselen en normen voor 1045 II, 1,42 | beginselen en normen voor de Oecumene wenst een wederzijdse 1046 II, 1,42 | officiële erkenning van de doop. 70 Dat stijgt ver 1047 II, 1,42(69) | PAUSELIJKE RAAD VOOR DE BEVORDERING VAN DE CHRISTELIJKE 1048 II, 1,42(69) | VOOR DE BEVORDERING VAN DE CHRISTELIJKE EENHEID, Directorium 1049 II, 1,42(69) | Directorium ter toepassing van de beginselen en normen voor 1050 II, 1,42(69) | beginselen en normen voor de oecumene (25 maart 1993), 1051 II, 1,42 | fundamentele karakter van de doop bij het opbouwen van 1052 II, 1,42 | doop bij het opbouwen van de Kerk ook dankzij de veelzijdige 1053 II, 1,42 | van de Kerk ook dankzij de veelzijdige dialoog duidelijk 1054 II, 1,42 | veelzijdige dialoog duidelijk op de voorgrond is geplaatst. 71 ~ 1055 II, 1,42(71) | COMMISSIE GELOOF EN KERKORDE VAN DE WERELDRAAD VAN KERKEN, Doopsel, 1056 II, 2 | De solidariteit in dienst van 1057 II, 2 | solidariteit in dienst van de mensheid~ 1058 II, 2,43 | komt steeds vaker voor dat de verantwoordelijken van de 1059 II, 2,43 | de verantwoordelijken van de christelijke Gemeenschappen 1060 II, 2,43 | gezamenlijk stelling nemen in de Naam van Christus inzake 1061 II, 2,43 | belangrijke problemen die de roeping van de mens, de 1062 II, 2,43 | problemen die de roeping van de mens, de vrijheid, de gerechtigheid, 1063 II, 2,43 | de roeping van de mens, de vrijheid, de gerechtigheid, 1064 II, 2,43 | van de mens, de vrijheid, de gerechtigheid, de vrede 1065 II, 2,43 | vrijheid, de gerechtigheid, de vrede en de toekomst van 1066 II, 2,43 | gerechtigheid, de vrede en de toekomst van de wereld betreffen. 1067 II, 2,43 | vrede en de toekomst van de wereld betreffen. Daardoor 1068 II, 2,43 | een dragend element van de christelijke zendingmet 1069 II, 2,43 | elkaar verbonden’: namelijk de maatschappij op zo realistisch 1070 II, 2,43 | wijze te herinneren aan de wil van God, waarbij zij 1071 II, 2,43 | wil van God, waarbij zij de autoriteiten en de burgers 1072 II, 2,43 | waarbij zij de autoriteiten en de burgers waarschuwen niet 1073 II, 2,43 | burgers waarschuwen niet de trend te volgen die ertoe 1074 II, 2,43 | die ertoe zou leiden dat de mensenrechten met voeten 1075 II, 2,43 | getreden. Het is evident, en de ervaring wijst het uit, 1076 II, 2,43 | bepaalde omstandigheden de gezamenlijke stem van de 1077 II, 2,43 | de gezamenlijke stem van de christenen doorslaggevender 1078 II, 2,43 | doorslaggevender is dan de stem van de enkeling. ~De 1079 II, 2,43 | doorslaggevender is dan de stem van de enkeling. ~De verantwoordelijken 1080 II, 2,43 | de stem van de enkeling. ~De verantwoordelijken van de 1081 II, 2,43 | De verantwoordelijken van de gemeenschappen zijn echter 1082 II, 2,43 | gemeenschappen zijn echter niet de enigen die zich aaneensluiten 1083 II, 2,43 | aaneensluiten in deze inzet voor de eenheid. Talrijke christenen 1084 II, 2,43 | projecten die ten doel hebben de wereldte veranderen 1085 II, 2,43 | veranderen dat het respect voor de rechten en de behoeften 1086 II, 2,43 | respect voor de rechten en de behoeften van allen, in 1087 II, 2,43 | allen, in het bijzonder van de armen en de vernederden 1088 II, 2,43 | bijzonder van de armen en de vernederden en de onbeschermden, 1089 II, 2,43 | armen en de vernederden en de onbeschermden, de overwinning 1090 II, 2,43 | vernederden en de onbeschermden, de overwinning behaalt. In 1091 II, 2,43 | overwinning behaalt. In de encycliek Sollicitudo Rei 1092 II, 2,43 | vermeld en onderstreept dat de katholieke Kerk zich daaraan 1093 II, 2,43 | Inderdaad engageren de christenen die eerst onafhankelijk 1094 II, 2,43 | dienste van deze zaak opdat de goedheid van God kan zegevieren. ~ 1095 II, 2,43 | geschreven had, vond ik de gelegenheid passendom 1096 II, 2,43 | heeft bewerkstelligd in de andere Kerken en kerkelijke 1097 II, 2,43 | door hen’, als ook door de katholieke Kerk. 74 Vandaag 1098 II, 2,43(73) | Toespraak tot de kardinalen en de Romeinse 1099 II, 2,43(73) | Toespraak tot de kardinalen en de Romeinse Curie (28 juni 1100 II, 2,43 | voortdurend groeit. Mede dankzij de invloed van de Wereldraad 1101 II, 2,43 | Mede dankzij de invloed van de Wereldraad van Kerken wordt 1102 II, 2,43(74) | Toespraak tot de kardinalen en de Romeinse 1103 II, 2,43(74) | Toespraak tot de kardinalen en de Romeinse Curie (28 juni 1104 II, 3 | het Woord van God en in de eredienst.~ 1105 II, 3,44 | Belangrijke vooruitgang in de oecumenische bekering is 1106 II, 3,44 | belangrijke gebeurtenis als de oecumenische bijbelvertalingen. 1107 II, 3,44 | oecumenische bijbelvertalingen. Na de promulgatie van de Constitutie 1108 II, 3,44 | bijbelvertalingen. Na de promulgatie van de Constitutie Dei Verbum door 1109 II, 3,44 | Vaticaans Concilie moest de katholieke Kerk deze stap 1110 II, 3,44 | grondslag voor het gebed en de pastorale activiteit van 1111 II, 3,44 | Wie zich herinnert hoezeer de debatten rondom de Heilige 1112 II, 3,44 | hoezeer de debatten rondom de Heilige Schrift vooral in 1113 II, 3,44 | vooral in het Avondland de afsplitsingen beïnvloed 1114 II, 3,44(75) | Vgl. SECRETARIAAT VOOR DE BEVORDERING VAN DE CHRISTELIJKE 1115 II, 3,44(75) | VOOR DE BEVORDERING VAN DE CHRISTELIJKE EENHEID en 1116 II, 3,44(75) | het UITVOEREND COMITÉ VAN DE VERENIGDE BIJBELGENOOTSCHAPPEN, 1117 II, 3,44(75) | BIJBELGENOOTSCHAPPEN, Grondbeginselen voor de interconfessionele samenwerking 1118 II, 3,44(75) | door het SECRETARIAAT VOOR DE BEVORDERING VAN DE CHRISTELIJKE 1119 II, 3,44(75) | VOOR DE BEVORDERING VAN DE CHRISTELIJKE EENHEID, “Richtlijnen 1120 II, 3,45 | 45. In antwoord op de liturgische vernieuwing 1121 II, 3,45 | liturgische vernieuwing die door de katholieke Kerk is volvoerd 1122 II, 3,45 | hen hebben op grond van de op oecumenisch vlak geuite 1123 II, 3,45 | oecumenisch vlak geuite wens76 de gewoonte opgegeven om hun 1124 II, 3,45 | bij een vergelijking van de cycli van de liturgische 1125 II, 3,45 | vergelijking van de cycli van de liturgische lezingen van 1126 II, 3,45(76) | COMMISSIE GELOOF EN KERKORDE VAN DE WERELDRAAD VAN KERKEN, Doopsel, 1127 II, 3,45 | oecumenisch vlak77 heel bijzonder de liturgie en de liturgische 1128 II, 3,45 | bijzonder de liturgie en de liturgische tekenen (beelden, 1129 II, 3,45 | Daarenboven begint men in de theologische instituten 1130 II, 3,45 | theologische instituten waar de toekomstige geestelijken 1131 II, 3,45 | opgeleid, een vaste plaats in de cursussen in te ruimen voor 1132 II, 3,45 | cursussen in te ruimen voor de studie van de geschiedenis 1133 II, 3,45 | ruimen voor de studie van de geschiedenis en de betekenis 1134 II, 3,45 | studie van de geschiedenis en de betekenis van de liturgie 1135 II, 3,45 | geschiedenis en de betekenis van de liturgie en ziet men dat 1136 II, 3,45 | betreffen. Zeker is het vanwege de verschillen die het geloof 1137 II, 3,45 | niet mogelijk, met elkaar de eucharistie te vieren. Toch 1138 II, 3,45 | verlangen om gemeenschappelijk de ene Eucharistie van de Heer 1139 II, 3,45 | gemeenschappelijk de ene Eucharistie van de Heer te vieren, en deze 1140 II, 3,45 | Gemeenschappelijk richten wij ons tot de Vader en doen dat in toenemende 1141 II, 3,45(77) | Bij voorbeeld: tijdens de jongste vergaderingen van 1142 II, 3,45(77) | jongste vergaderingen van de Wereldraad van Kerken in 1143 II, 3,45(77) | Canberra (1991), en van de Commissie Geloof en Kerkorde 1144 II, 3,45(77) | en Kerkorde in Santiago de Compostela (1993). ~ 1145 II, 3,46 | eraan te herinneren, dat de katholieke priesters in 1146 II, 3,46 | bepaalde afzonderlijke gevallen de sacramenten van de eucharistie, 1147 II, 3,46 | gevallen de sacramenten van de eucharistie, van de biecht 1148 II, 3,46 | van de eucharistie, van de biecht en van de ziekenzalving 1149 II, 3,46 | eucharistie, van de biecht en van de ziekenzalving aan andere 1150 II, 3,46 | in volle gemeenschap met de katholieke Kerk zijn, maar 1151 II, 3,46 | verlangen naar het ontvangen van de sacramenten, die uit zichzelf 1152 II, 3,46 | getuigen van het geloof dat de Kerk in deze sacramenten 1153 II, 3,46 | bijzondere omstandigheden ook de katholieken, wanneer zij 1154 II, 3,46 | willen ontvangen, zich tot de geestelijken van die Kerken 1155 II, 3,46 | geldig worden toegediend. De voorwaarde voor deze wederzijdse 1156 II, 3,46 | aan deze normen is voor de bevordering van de oecumene 1157 II, 3,46 | voor de bevordering van de oecumene noodzakelijk. 78 ~ 1158 II, 3,46(78) | OECUMENISCH CONCILIE, Decreet over de oecumene Unitatis Redintegratio, 1159 II, 3,46(78) | Recht, Canon 844; Codex van de Canones van de Oosterse 1160 II, 3,46(78) | Codex van de Canones van de Oosterse Kerken, Canon 671; 1161 II, 3,46(78) | 671; PAUSELIJKE RAAD VOOR DE BEVORDERING VAN DE CHRISTELIJKE 1162 II, 3,46(78) | VOOR DE BEVORDERING VAN DE CHRISTELIJKE EENHEID, Directorium 1163 II, 3,46(78) | Directorium ter toepassing van de beginselen en normen voor 1164 II, 3,46(78) | beginselen en normen voor de oecumene (25 maart 1993), 1165 II, 4 | aan goeds aanwezig is bij de andere christenen~ 1166 II, 4,47 | 47. De dialoog behandelt niet uitsluitend 1167 II, 4,47 | behandelt niet uitsluitend de leer maar omvat de hele 1168 II, 4,47 | uitsluitend de leer maar omvat de hele persoon; het is ook 1169 II, 4,47 | Het is noodzakelijk dat de katholieken de echt christelijke 1170 II, 4,47 | noodzakelijk dat de katholieken de echt christelijke waarden 1171 II, 4,47 | ons tot heil wanneer wij de rijkdom van Christus en 1172 II, 4,47(79) | OECUMENISCH CONCILIE, Decreet over de oecumene Unitatis Redintegratio, 1173 II, 4,48 | 48. De betrekkingen die de leden 1174 II, 4,48 | 48. De betrekkingen die de leden van de katholieke 1175 II, 4,48 | betrekkingen die de leden van de katholieke Kerk sinds het 1176 II, 4,48 | Kerk sinds het Concilie met de andere christenen zijn aangegaan, 1177 II, 4,48 | aangegaan, hebben geleid tot de ontdekking van hetgeen God 1178 II, 4,48 | hetgeen God in hen die tot de andere Kerken en kerkelijke 1179 II, 4,48 | verschillende niveaus tussen de herders en tussen de leden 1180 II, 4,48 | tussen de herders en tussen de leden van de gemeenschappen 1181 II, 4,48 | herders en tussen de leden van de gemeenschappen heeft ons 1182 II, 4,48 | gemaakt van het getuigenis dat de andere christenen afleggen 1183 II, 4,48 | Christus. Zo is er voor de hele oecumenische ervaring 1184 II, 4,48 | opengelegd dat tegelijkertijd de uitdaging is waarvoor onze 1185 II, 4,48 | zich geplaatst ziet. Is de twintigste eeuw immers niet 1186 II, 4,48 | getuigenis soms niet ook de verschillende Kerken en 1187 II, 4,48 | die hun naam aan Christus de Gekruisigde en Opgestane, 1188 II, 4,48 | heiligheid als trouw aan de ene Heer is een uitzonderlijk 1189 II, 4,48 | Concilie heeft onderstreept dat de goederen die bij de andere 1190 II, 4,48 | dat de goederen die bij de andere christenen aanwezig 1191 II, 4,48 | zijn kunnen bijdragen tot de opbouw van de katholieken: ‘ 1192 II, 4,48 | bijdragen tot de opbouw van de katholieken: ‘Ook mag het 1193 II, 4,48 | niet ontgaan, dat al wat de genade van de Heilige Geest 1194 II, 4,48 | dat al wat de genade van de Heilige Geest in onze gescheiden 1195 II, 4,48 | immers nooit in strijd met de waarachtige waarden van 1196 II, 4,48 | Christus en zijn Kerk’. 80 De oecumenische dialoog zal 1197 II, 5 | De groei van de gemeenschap~ 1198 II, 5 | De groei van de gemeenschap~ 1199 II, 5,49 | Een kostbare vrucht van de onderlinge betrekkingen 1200 II, 5,49 | onderlinge betrekkingen van de christenen en van de door 1201 II, 5,49 | van de christenen en van de door hen gevoerde theologische 1202 II, 5,49 | dialoog is het groeien van de gemeenschap. Beide hebben 1203 II, 5,49 | gemeenschap. Beide hebben de christen bewust gemaakt 1204 II, 5,49 | christen bewust gemaakt van de geloofselementen die zij 1205 II, 5,49 | dienstig om hun inzet voor de volle eenheid hechter te 1206 II, 5,49 | aansporing en orintering. ~De dogmatische Constitutie 1207 II, 5,49 | verbindt haar leer over de katholieke Kerk met een 1208 II, 5,49 | Kerk met een erkenning van de heilselementen die in andere 1209 II, 5,49 | zover het elementen zijn van de Kerk van Christus vormen 1210 II, 5,49 | kracht voor het herstel van de eenheid. Het zoeken naar 1211 II, 5,49 | voortkomt uit het wezen van de christelijke gemeenschap 1212 II, 5,49 | gemeenschap zelf. Zo beginnen ook de tweezijdige theologische 1213 II, 5,49 | dialogen die gevoerd worden met de grotere christelijke Gemeenschappen 1214 II, 5,49 | Gemeenschappen met een erkenning van de mate van communio die al 1215 II, 5,49 | gaan met een discussie over de specifieke terreinen waarop 1216 II, 5,49 | waarop onenigheden bestaan. De Heer heeft het voor christenen 1217 II, 6 | De dialoog met de Oosterse 1218 II, 6 | De dialoog met de Oosterse Kerken ~ 1219 II, 6,50 | bijzondere dankbaarheid jegens de goddelijke Voorzienigheid 1220 II, 6,50 | Voorzienigheid vaststellen dat de band met de Oosterse Kerken 1221 II, 6,50 | vaststellen dat de band met de Oosterse Kerken die in de 1222 II, 6,50 | de Oosterse Kerken die in de loop van de eeuwen verzwakt 1223 II, 6,50 | Kerken die in de loop van de eeuwen verzwakt was, met 1224 II, 6,50 | Concilie weer versterkt is. De waarnemers van deze Kerken 1225 II, 6,50 | met vertegenwoordigers van de Kerken en kerkelijke Gemeenschappen 1226 II, 6,50 | zeer plechtige moment voor de katholieke Kerk hun gemeenschappelijke 1227 II, 6,50 | bereidheid om het herstel van de communio te zoeken. ~Het 1228 II, 6,50 | Concilie heeft van zijn kant de Oosterse Kerken met objectiviteit 1229 II, 6,50 | genegenheid beschouwd, en de nadruk gelegd op hun kerkelijke 1230 II, 6,50 | op hun kerkelijke aard en de werkelijke gemeenschapsbanden 1231 II, 6,50 | gemeenschapsbanden die hen met de katholieke Kerk verbinden. 1232 II, 6,50 | verbinden. Het Decreet over de oecumene stelt vast: "Door 1233 II, 6,50 | oecumene stelt vast: "Door de viering van de eucharistie 1234 II, 6,50 | vast: "Door de viering van de eucharistie des Heren wordt 1235 II, 6,50 | deze afzonderlijke Kerken de Kerk van God opgebouwd en 1236 II, 6,50 | dat "deze Kerken ondanks de scheiding ware sacramenten 1237 II, 6,50 | sacramenten hebben en op grond van de apostolische successie met 1238 II, 6,50 | name het priesterschap en de eucharistie, waardoor zij 1239 II, 6,50 | nauwe verbinding staan".82 ~De grote liturgische en spirituele 1240 II, 6,50 | spirituele traditie van de Oosterse Kerken, de bijzondere 1241 II, 6,50 | van de Oosterse Kerken, de bijzondere aard van hun 1242 II, 6,50 | historische ontwikkeling, de eigen kerkorde, die door 1243 II, 6,50 | oudsher gevolgd en door de kerkvaders en oecumenische 1244 II, 6,50 | bevestigd werden, als ook de hen eigen manier om de leer 1245 II, 6,50 | ook de hen eigen manier om de leer te verkondigen, werden 1246 II, 6,50 | Concilie erkend. Dat alles in de overtuiging dat de legitieme 1247 II, 6,50 | alles in de overtuiging dat de legitieme verscheidenheid 1248 II, 6,50 | verscheidenheid op geen enkele wijze de eenheid in de Kerk in de 1249 II, 6,50 | enkele wijze de eenheid in de Kerk in de weg staat, maar 1250 II, 6,50 | de eenheid in de Kerk in de weg staat, maar veeleer 1251 II, 6,50 | geringe mate bijdraagt tot de vervulling van haar zending. ~ 1252 II, 6,50 | Tweede Vaticaans Concilie wil de dialoog baseren op de reeds 1253 II, 6,50 | wil de dialoog baseren op de reeds bestaande gemeenschappelijkheid 1254 II, 6,50 | gemeenschappelijkheid en richt de aandacht op de veelomvattende 1255 II, 6,50 | en richt de aandacht op de veelomvattende werkelijkheid 1256 II, 6,50 | veelomvattende werkelijkheid van de Oosterse Kerken: "Daarom 1257 II, 6,50 | Oosterse Kerken: "Daarom richt de heilige kerkvergadering 1258 II, 6,50 | inspannen voor het herstel van de volle gemeenschap tussen 1259 II, 6,50 | volle gemeenschap tussen de Kerken van het Oosten en 1260 II, 6,50 | Kerken van het Oosten en de katholieke Kerk. Laten zij 1261 II, 6,50 | katholieke Kerk. Laten zij de nodige aandacht schenken 1262 II, 6,50 | nodige aandacht schenken aan de geheel eigen situatie van 1263 II, 6,50 | geheel eigen situatie van de Kerken in het Oosten bij 1264 II, 6,50 | ontstaan en ontwikkeling en aan de aard van de betrekkingen 1265 II, 6,50 | ontwikkeling en aan de aard van de betrekkingen die vóór de 1266 II, 6,50 | de betrekkingen die vóór de scheiding tussen hen en 1267 II, 6,50 | scheiding tussen hen en de Zetel van Rome bestonden 1268 II, 6,51 | vruchtbaar gebleken zowel voor de broederlijke betrekkingen 1269 II, 6,51 | broederlijke betrekkingen die door de dialoog van liefde rijpten 1270 II, 6,51 | ontplooiden, alsook voor de discussie over de leer in 1271 II, 6,51 | alsook voor de discussie over de leer in de Gemengde internationale 1272 II, 6,51 | discussie over de leer in de Gemengde internationale 1273 II, 6,51 | internationale Commissie voor de theologische dialoog tussen 1274 II, 6,51 | theologische dialoog tussen de katholieke Kerk en de orthodoxe 1275 II, 6,51 | tussen de katholieke Kerk en de orthodoxe Kerk in haar totaliteit. 1276 II, 6,51 | totaliteit. Zo was ze ook in de betrekkingen met de oude 1277 II, 6,51 | ook in de betrekkingen met de oude Oosterse Kerken rijk 1278 II, 6,51 | van grote vreugde was; en de ontwikkeling was ook inspirerend, 1279 II, 6,51 | omdat zij ons al voortgaande de broederschap liet hervinden. ~ 1280 II, 7,52 | 52. Wat de Kerk van Rome en het Oecumenische 1281 II, 7,52 | gewezen hebben, in dankzij de wederzijdse openheid die 1282 II, 7,52 | wederzijdse openheid die door de pausen Johannes XXIII en 1283 II, 7,52 | en Paulus VI enerzijds en de oecumenische patriarch Athenagoras 1284 II, 7,52 | anderzijds werd betracht. De bewerkte verandering vindt 1285 II, 7,52 | historische uitdrukking in de kerkelijke handeling, waardoor 1286 II, 7,52 | handeling, waardoor men de herinnering aan de wederzijdse 1287 II, 7,52 | waardoor men de herinnering aan de wederzijdse ban "uit het 1288 II, 7,52 | geheugen en uit het midden van de Kerken verwijderd heeft"84 1289 II, 7,52 | 7 december 1965 tijdens de laatste dag van het Concilie 1290 II, 7,52 | Concilie plaats. Aldus sloot de Concilievergadering met 1291 II, 7,52 | tegelijkertijd een reiniging was van de historische herinnering, 1292 II, 7,52 | geste was voorafgegaan door de ontmoeting van paus Paulus 1293 II, 7,52 | in januari 1964, tijdens de bedevaart van de paus naar 1294 II, 7,52 | tijdens de bedevaart van de paus naar het Heilig Land. 1295 II, 7,52 | Benedictus te ontmoeten, de orthodoxe patriarch van 1296 II, 7,52 | patriarch Athenagoras in de Fanar, zijn Zetel in Constantinopel, 1297 II, 7,52 | van hetzelfde jaar werd de patriarch plechtig ontvangen 1298 II, 7,52 | ontmoetingen, vol van gebed, zetten de weg uit van toenadering 1299 II, 7,52 | uit van toenadering tussen de Kerk van het Oosten en de 1300 II, 7,52 | de Kerk van het Oosten en de Kerk van het Westen en van 1301 II, 7,52 | Westen en van het herstel van de eenheid die zij deelden 1302 II, 7,52 | millennium. ~Toen mij na de dood van paus Paulus VI 1303 II, 7,52 | heb ik het als een van de eerste taken van mijn pauselijke 1304 II, 7,52 | persoonlijk contact te leggen met de oecumenische patriarch Dimitrios 1305 II, 7,52 | Athenagoras was opgevolgd op de Zetel van Constantinopel. 1306 II, 7,52 | Tijdens mijn bezoek in de Fanar op 29 november 1979 1307 II, 7,52 | 29 november 1979 konden de patriarch en ik besluiten 1308 II, 7,52 | besluiten tot het aangaan van de theologische dialoog tussen 1309 II, 7,52 | theologische dialoog tussen de katholieke Kerk en alle 1310 II, 7,52 | in gemeenschap zijn met de zetel van Constantinopel. 1311 II, 7,52 | vermelden dat destijds reeds de voorbereidingen voor het 1312 II, 7,52 | toekomstige Concilie van de orthodoxe Kerken aan de 1313 II, 7,52 | de orthodoxe Kerken aan de gang waren. Het zoeken naar 1314 II, 7,52 | bijdrage aan het leven en aan de vitaliteit van die zusterkerken, 1315 II, 7,52 | en dat ook met het oog op de functie die zij krachtens 1316 II, 7,52 | roeping moeten vervullen op de weg naar eenheid. De oecumenische 1317 II, 7,52 | op de weg naar eenheid. De oecumenische patriarch wilde 1318 II, 7,52 | december 1987 beleefde ik de vreugde om hem met oprechte 1319 II, 7,52 | oprechte genegenheid en met de hem toekomende plechtigheid 1320 II, 7,52 | moet herinnerd worden aan de praktijk die sinds jaren 1321 II, 7,52 | in Rome op het feest van de heilige apostelen Petrus 1322 II, 7,52 | ook om een delegatie van de heilige Stoel naar de Fanar 1323 II, 7,52 | van de heilige Stoel naar de Fanar te zenden, naar de 1324 II, 7,52 | de Fanar te zenden, naar de plechtigheden ter ere van 1325 II, 7,52 | plechtigheden ter ere van de heilige Andreas. ~ 1326 II, 7,52(84) | Verklaring van paus Paulus VI en de patriarch van Constantinopel 1327 II, 7,53 | leven en helpt het ons om de wil van de Heer voor zijn 1328 II, 7,53 | helpt het ons om de wil van de Heer voor zijn Kerk te aanvaarden 1329 II, 7,53 | praktijk te brengen. ~Op de weg die we gegaan zijn sinds 1330 II, 7,53 | oecumenisch belang zijn voor de betrekkingen tussen Oriënt 1331 II, 7,53 | en Avondland: daar is in de eerste plaats het jubileum 1332 II, 7,53 | het evangelisatiewerk van de HH. Cyrillus en Methodius 1333 II, 7,53 | dat het mogelijk maakte om de beide heilige apostelen 1334 II, 7,53 | beide heilige apostelen van de Slaven, die herauten van 1335 II, 7,53 | had paus Paulus VI reeds de H. Benedictus uitgeroepen 1336 II, 7,53 | patroon van Europa. Dat de beide broeders van Thessaloniki 1337 II, 7,53 | gelijkgesteld worden met de grote stichter van het westerse 1338 II, 7,53 | betekenisvol is geweest voor de tweeduizend jaren christendom 1339 II, 7,53 | tweeduizend jaren christendom die de geschiedenis van Europa 1340 II, 7,53 | eraan te herinneren dat de heilige Cyrillus en Methodius 1341 II, 7,53 | Cyrillus en Methodius uit de wereld van de toenmalige 1342 II, 7,53 | Methodius uit de wereld van de toenmalige Byzantijnse Kerk 1343 II, 7,53 | Doordat ik hen samen met de H.Benedictus tot patronen 1344 II, 7,53 | verklaarde, wilde ik niet alleen de historische waarheid over 1345 II, 7,53 | Avondland leveren, die in de na-conciliaire tijd zo veel 1346 II, 7,53 | hoop gewekt heeft. Zoals in de H.Benedictus, zo vindt Europa 1347 II, 7,53 | Benedictus, zo vindt Europa in de HH.Cyrillus en Methodius 1348 II, 7,53 | het tweede millennium na de geboorte van Christus ten 1349 II, 7,53 | vereerd worden, aan wie de Kerken en de volken van 1350 II, 7,53 | worden, aan wie de Kerken en de volken van het Europese 1351 II, 7,54 | 54. De andere gebeurtenis waaraan 1352 II, 7,54 | zou willen herinneren is de viering van het duizendjarig 1353 II, 7,54 | duizendjarig jubileum van de doop van de Rus’ (988-1988). 1354 II, 7,54 | jubileum van de doop van de Rus’ (988-1988). De katholieke 1355 II, 7,54 | van de Rus’ (988-1988). De katholieke Kerk en in het 1356 II, 7,54 | Kerk en in het bijzonder de Apostolische Stoel wilden 1357 II, 7,54 | Apostolische Stoel wilden aan de feestelijkheden bij het 1358 II, 7,54 | geprobeerd te onderstrepen dat de doop, die de H.Wladimir 1359 II, 7,54 | onderstrepen dat de doop, die de H.Wladimir in Kiev ontvangen 1360 II, 7,54 | ontvangen heeft, één van de centrale gebeurtenissen 1361 II, 7,54 | centrale gebeurtenissen voor de evangelisering van de wereld 1362 II, 7,54 | voor de evangelisering van de wereld geworden is. Aan 1363 II, 7,54 | Aan hem danken niet alleen de grote Slavische naties hun 1364 II, 7,54 | maar ook die volken die aan de overzijde van de Oeral wonen 1365 II, 7,54 | die aan de overzijde van de Oeral wonen tot aan Alaska 1366 II, 7,54 | heb, haar diepste grond: De Kerk moet met haar beide 1367 II, 7,54 | millennium vooral betrekking op de relatie Byzantium-Rome; 1368 II, 7,54 | relatie Byzantium-Rome; sedert de doop van de Rusbreidt 1369 II, 7,54 | Byzantium-Rome; sedert de doop van de Rusbreidt deze formulering 1370 II, 7,54 | formulering haar grenzen uit: de evangelisatie heeft zich 1371 II, 7,54 | groter gebied, zodat ze thans de hele Kerk omvat. Wanneer 1372 II, 7,54 | zich voltrokken heeft aan de oevers van de Dnjepr, teruggaat 1373 II, 7,54 | heeft aan de oevers van de Dnjepr, teruggaat tot een 1374 II, 7,54 | teruggaat tot een tijd waarin de Kerk in het Oosten en de 1375 II, 7,54 | de Kerk in het Oosten en de Kerk in het Westen niet 1376 II, 7,54 | dat het perspectief van de volledige gemeenschap die 1377 II, 7,54 | verscheidenheid. Dat heb ik in de aan de HH.Cyrillus en Methodius 1378 II, 7,54 | verscheidenheid. Dat heb ik in de aan de HH.Cyrillus en Methodius 1379 II, 7,54 | Slavorum apostol85 en in de Apostolische Brief Euntes 1380 II, 7,54 | die ter gedachtenis van de duizendste verjaardag van 1381 II, 7,54 | duizendste verjaardag van de doop van de Rusvan Kiev 1382 II, 7,54 | verjaardag van de doop van de Rusvan Kiev aan de gelovigen 1383 II, 7,54 | van de Rusvan Kiev aan de gelovigen van de katholieke 1384 II, 7,54 | Kiev aan de gelovigen van de katholieke Kerk gericht 1385 II, 8,55 | zijn historisch overzicht de eenheid in gedachten die 1386 II, 8,55 | als een soort model. "Voor de heilige kerkvergadering 1387 II, 8,55 | Kerken bestaan, waaronder de patriarchale Kerken de eerste 1388 II, 8,55 | waaronder de patriarchale Kerken de eerste plaats innemen, waarvan 1389 II, 8,55 | hun ontstaan teruggaat op de apostelen zelf".87 De weg 1390 II, 8,55 | op de apostelen zelf".87 De weg van de Kerk begon in 1391 II, 8,55 | apostelen zelf".87 De weg van de Kerk begon in Jeruzalem 1392 II, 8,55 | Kerk begon in Jeruzalem op de dag van Pinksteren, en haar 1393 II, 8,55 | oorspronkelijke ontwikkeling in de toenmalige oikoumene concentreerde 1394 II, 8,55 | concentreerde zich rond Petrus en de Elf (vgl. Hand 2,14). De 1395 II, 8,55 | de Elf (vgl. Hand 2,14). De structuren van de Kerk in 1396 II, 8,55 | 2,14). De structuren van de Kerk in de Oriënt en in 1397 II, 8,55 | structuren van de Kerk in de Oriënt en in het Avondland 1398 II, 8,55 | structuren gehandhaafd door de bisschoppen, de opvolgers 1399 II, 8,55 | gehandhaafd door de bisschoppen, de opvolgers van de apostelen, 1400 II, 8,55 | bisschoppen, de opvolgers van de apostelen, in gemeenschap 1401 II, 8,55 | apostelen, in gemeenschap met de bisschop van Rome. Als wij 1402 II, 8,55 | van het tweede millennium, de volledige eenheid trachten 1403 II, 8,55 | bijzondere zorg (...) om de nauwe betrekkingen in de 1404 II, 8,55 | de nauwe betrekkingen in de gemeenschap van geloof en 1405 II, 8,55 | geloof en liefde die tussen de plaatselijke Kerken als 1406 II, 8,55(87) | OECUMENISCH CONCILIE, Decreet over de oecumene Unitatis Redintegratio, 1407 II, 8,56 | samenhang met die traditie werd de gewoonte weer ingevoerd 1408 II, 8,56 | gewoonte weer ingevoerd om de rond hun bisschop verzamelde 1409 II, 8,56 | zeer betekenisvolle stap op de weg naar volledige gemeenschap 1410 II, 8,56 | gemeenschap was vervolgens de opheffing van de wederzijdse 1411 II, 8,56 | vervolgens de opheffing van de wederzijdse excommunicaties, 1412 II, 8,56 | psychologische hindernis uit de weg werd geruimd. ~De structuren 1413 II, 8,56 | uit de weg werd geruimd. ~De structuren van de eenheid 1414 II, 8,56 | geruimd. ~De structuren van de eenheid die vóór de scheiding 1415 II, 8,56 | van de eenheid die vóór de scheiding bestonden zijn 1416 II, 8,56 | weg naar het hervinden van de volledige gemeenschap leidt. 1417 II, 8,56 | leidt. Natuurlijk heeft de Heer gedurende het tweede 1418 II, 8,56 | schenken. Maar helaas heeft de voortgaande wederzijdse 1419 II, 8,56 | wederzijdse vervreemding tussen de Kerken van het Avondland 1420 II, 8,56 | van het Avondland en van de Oriënt hen beroofd van de 1421 II, 8,56 | de Oriënt hen beroofd van de rijkdom van wederzijdse 1422 II, 8,56 | geleverd worden om tussen hen de volle gemeenschap te herstellen, 1423 II, 8,56 | gemeenschap te herstellen, die de bron van zoveel goeds voor 1424 II, 8,56 | bron van zoveel goeds voor de Kerk van Christus is. Deze 1425 II, 8,56 | door mag laten ontmoedigen. De H.Paulus spoort ons aan: " 1426 II, 8,56 | actueel is deze oproep van de apostel! De traditionele 1427 II, 8,56 | deze oproep van de apostel! De traditionele term "zusterkerken" 1428 II, 8,57 | 57. Overeenkomstig de hoop die door paus Paulus 1429 II, 8,57 | is ons verklaarde doel om de volledige eenheid samen 1430 II, 8,57 | gewettigde verscheidenheid: "Wat de apostelen gezien en gehoord 1431 II, 8,57 | Bovendien zijn wij op grond van de apostolische successie ten 1432 II, 8,57 | door het priesterschap en de eucharistie. Door deel te 1433 II, 8,57 | Door deel te hebben aan de gaven die God aan zijn Kerk 1434 II, 8,57 | gemeenschap gebracht met de Vader door de Zoon in de 1435 II, 8,57 | gebracht met de Vader door de Zoon in de heilige Geest (...) 1436 II, 8,57 | de Vader door de Zoon in de heilige Geest (...) In elke 1437 II, 8,57 | voltrekt zich dit geheim van de goddelijke liefde. Mogen 1438 II, 8,57 | niet aannemen, dat daaruit de traditionele zegswijze ontstaan 1439 II, 8,57 | ontstaan is volgens welke de verschillende plaatselijke 1440 II, 8,57 | die eeuwen waarin ze samen de oecumenische Concilies hielden 1441 II, 8,57 | oecumenische Concilies hielden die de geloofsschat verdedigden 1442 II, 8,57 | wederom als zusters, ondanks de moeilijkheden die in het 1443 II, 8,57 | Als wij vandaag, op de drempel van het derde millennium, 1444 II, 8,57 | millennium, naar het herstel van de volledige gemeenschap zoeken, 1445 II, 8,57 | moeten we ons inzetten voor de verwezenlijking van deze 1446 II, 8,57 | ons herkenningspunt zijn. ~De band met deze glorierijke 1447 II, 8,57 | glorierijke traditie is voor de Kerk vruchtbaar. "De Kerken 1448 II, 8,57 | voor de Kerk vruchtbaar. "De Kerken van het Oosten - 1449 II, 8,57 | begin een schat waaruit de Kerk van het Westen op het 1450 II, 8,57 | Westen op het gebied van de liturgie, de geestelijke 1451 II, 8,57 | gebied van de liturgie, de geestelijke traditie en 1452 II, 8,57 | geestelijke traditie en de rechtsorde in ruime mate 1453 II, 8,57 | deze "schat" hoort ook "de rijkdom van geestelijke 1454 II, 8,57 | monnikenwezen ligt uitgedrukt. Vanaf de roemrijke tijd van de heilige 1455 II, 8,57 | Vanaf de roemrijke tijd van de heilige vaders bloeide daar 1456 II, 8,57 | vaders bloeide daar immers de monastieke spiritualiteit, 1457 II, 8,57(90) | OECUMENISCH CONCILIE, Decreet over de oecumene Unitatis Redintegratio, 1458 II, 8,57 | Brief Orientale Lumen had ik de gelegenheid te benadrukken, 1459 II, 8,57 | gelegenheid te benadrukken, dat de Oosterse Kerken met grote 1460 II, 8,57 | hebben "te beginnen bij de evangelisering, de hoogste 1461 II, 8,57 | beginnen bij de evangelisering, de hoogste dienst die de christen 1462 II, 8,57 | evangelisering, de hoogste dienst die de christen kan aanbieden aan 1463 II, 8,57 | dat het monnikenwezen in de oudheid - en in verschillende 1464 II, 8,57 | verschillende perioden van de daaropvolgende tijden eveneens - 1465 II, 8,57 | bevoorrechte middel is geweest voor de evangelisatie van de volken".92 ~ 1466 II, 8,57 | voor de evangelisatie van de volken".92 ~Het Concilie 1467 II, 8,57 | het benadrukken van wat de Kerken van Oost en West 1468 II, 8,57 | In overeenstemming met de historische waarheid schroomt 1469 II, 8,57 | niet te verwonderen dat de een bepaalde aspecten van 1470 II, 8,57 | waarneemt en belicht dan de ander, zodat men dan moet 1471 II, 8,57 | men dan moet zeggen, dat de verschillende theologische 1472 II, 8,57 | aanvullen dan uitsluiten".93 De gemeenschap wordt vruchtbaar 1473 II, 8,57 | gemeenschap wordt vruchtbaar door de uitwisseling van gaven tussen 1474 II, 8,57 | uitwisseling van gaven tussen de Kerken voor zover die elkaar 1475 II, 8,57(93) | OECUMENISCH CONCILIE, Decreet over de oecumene Unitatis Redintegratio, 1476 II, 8,58 | 58. Uit de herbevestiging van een reeds 1477 II, 8,58 | het dagelijks leven van de gelovigen en voor de bevordering 1478 II, 8,58 | van de gelovigen en voor de bevordering van de geest 1479 II, 8,58 | voor de bevordering van de geest van eenheid. Vanwege 1480 II, 8,58 | geest van eenheid. Vanwege de bestaande nauwe sacramentele 1481 II, 8,58 | sacramentele banden tussen de katholieke Kerk en de orthodoxe 1482 II, 8,58 | tussen de katholieke Kerk en de orthodoxe Kerken heeft het 1483 II, 8,58 | Ecclesiarum verklaard: "De pastorale praktijk wijst (...) 1484 II, 8,58 | acht kan en moet nemen die de eenheid van de Kerk niet 1485 II, 8,58 | nemen die de eenheid van de Kerk niet schaden en ook 1486 II, 8,58 | heil en het welzijn van de zielen dringende eisen stellen. 1487 II, 8,58 | stellen. Derhalve heeft de katholieke Kerk, rekening 1488 II, 8,58 | Kerk, rekening houdend met de omstandigheden van tijd, 1489 II, 8,58 | nog door deelneming aan de sacramenten en andere vieringen 1490 II, 8,58 | te staan en zo aan allen de heilsmiddelen te verschaffen 1491 II, 8,58 | getuigenis af te leggen van de onderlinge liefde van de 1492 II, 8,58 | de onderlinge liefde van de christenen".94 ~Deze theologische 1493 II, 8,58 | oriëntering is ook op grond van de ervaring in de jaren na 1494 II, 8,58 | grond van de ervaring in de jaren na het Concilie door 1495 II, 8,58 | jaren na het Concilie door de beide Codices van het canonieke 1496 II, 8,58 | beginselen en normen voor de oecumene. 96 In deze zo 1497 II, 8,58(95) | parr.2 en 3; Codex van de Canones van de Oosterse 1498 II, 8,58(95) | Codex van de Canones van de Oosterse Kerken, Canon 671, 1499 II, 8,58 | is het noodzakelijk dat de Herders de gelovigen zorgvuldig 1500 II, 8,58 | noodzakelijk dat de Herders de gelovigen zorgvuldig onderrichten,


1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2489

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License