Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,2 | verhinderen? ~Ik dank de Heer dat Hij ons ertoe gebracht
2 Inl, 0,2 | worden de leerlingen van de Heer, geïnspireerd door liefde,
3 Inl, 0,3 | gevend aan de Geest van de Heer, die de mensen leert om
4 Inl, 0,3 | nog meer de macht van de Heer die haar vervult met het
5 Inl, 0,3 | het zicht waarvan zij de Heer vraagt dat de eenheid tussen
6 Inl, 0,4 | diepe overtuiging dat ik de Heer gehoorzaam en in het volle
7 Inl, 0,4 | en van het gebed van de Heer afhangt om deze speciale
8 Inl, 0,4 | is, is Jezus Christus, de Heer. ~
9 I, 1,5 | volkeren zullen weten dat Ik de Heer ben die Israël heiligt" (
10 I, 1,6 | zijn in de dood van de Heer, dat wil zeggen in de handeling
11 I, 2,7 | 7. "De Heer der eeuwen zet echter met
12 I, 2,7 | en Jezus belijden als hun Heer en Verlosser; zij doen dit
13 I, 2,9 | 21). Deze eenheid die de Heer aan zijn Kerk heeft gegeven
14 I, 2,10 | worden uitgedaagd door de Heer van de Kerk. Het Tweede
15 I, 2,13 | terecht als broeders in de Heer erkend".17 ~Met betrekking
16 I, 5,23 | namelijk niet vergeten dat de Heer bij de Vader gesmeekt heeft
17 I, 5,25 | het, vermeld te worden. De Heer heeft ons werkelijk bij
18 I, 5,26 | Concilie toepassen: "Wanneer de Heer Jezus zijn Vader bidt, dat ‘
19 I, 5,27 | moet voeren in gebed met de Heer, kan de zorg voor de eenheid
20 I, 8,35 | Verlosser van de wereld en de Heer van de geschiedenis richt,
21 II, 1,41 | danken die door Christus de Heer beloofd is aan de apostelen
22 II, 3,45 | de ene Eucharistie van de Heer te vieren, en deze wens
23 II, 4,48 | heiligheid als trouw aan de ene Heer is een uitzonderlijk oecumenisch
24 II, 5,49 | onenigheden bestaan. De Heer heeft het voor christenen
25 II, 7,53 | het ons om de wil van de Heer voor zijn Kerk te aanvaarden
26 II, 8,56 | leidt. Natuurlijk heeft de Heer gedurende het tweede millennium
27 II, 9,59 | geven, opdat de Naam van de Heer wordt verkondigd en verheerlijkt. ~
28 II, 10,62 | Kortgeleden heeft de Heer me de grote vreugde geschonken
29 II, 10,62 | Mijn ziel prijst hoog de Heer" (Lc 1,46). ~
30 II, 11,65 | gebed van Christus, onze ene Heer, Verlosser en Meester, spreekt
31 II, 11,66 | belijden als hun God en Heer en de enige Middelaar tussen
32 II, 11,67 | over het avondmaal van de Heer, de overige sacramenten,
33 II, 11,67 | en verrijzenis van onze Heer gedenken, belijden (..)
34 II, 11,70 | tot hun geloof in de ene Heer, is het gebed de bron van
35 II, 12,71 | weg door te gaan. 124 De Heer heeft mij in staat gesteld
36 II, 12,72 | hebben de aanwezigheid van de Heer onder ons ervaren. ~In dit
37 II, 13,74 | ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in
38 II, 13,74 | die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk
39 II, 13,75 | reden in de woorden van de Heer: "Want Ik was hongerig en
40 II, 13,75 | gezamenlijk in de Naam van de Heer wordt afgelegd. Het is ook
41 II, 13,76 | één stem gebeden tot de Heer van de geschiedenis om vrede
42 III, 1,77 | heilige eucharistie van de Heer kunnen vieren. Het grotere
43 III, 5,88 | dient" (Lc 22,27), zegt onze Heer Jezus Christus, het Hoofd
44 III, 5,92 | aangrijpende woorden die hij van de Heer zelf gehoord had: "Mijn
45 Aans, 0,102| we niet anders dan van de Heer met nieuw enthousiasme en
46 Aans, 0,103| zijn (...) De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde
47 Aans, 0,103| van de Hemelvaart van de Heer, in het jaar 1995, het zeventiende
|