Chapter,Paragraph,Number
1 I, 2,7 | streven naar eenheid, dat men de oecumenische beweging
2 I, 2,8 | Unitatis Redintegratio moet men lezen in de context van
3 I, 2,8 | christelijke geweten. Ook hier kan men het woord van de heilige
4 I, 2,13 | de Kerk uitmaken, vindt men ook in de andere christelijke
5 I, 4,18 | behoefte aan waarheid die men in de diepte van ieder mensenhart
6 I, 4,19 | geloofsleven zelf. Nu zou men kunnen vragen, wie is hiervoor
7 I, 5,21 | van de christenen, moet men beschouwen als de ziel van
8 I, 5,21 | gehele oecumenische beweging. Men kan dit terecht een geestelijke
9 I, 5,21 | geestelijke oecumene noemen".42 Men gaat voort op de weg die
10 I, 5,23 | gebedsgemeenschap ertoe dat men naar de Kerk en het christendom
11 I, 5,23 | christendom met nieuwe ogen kijkt. Men mag namelijk niet vergeten
12 I, 5,23 | gezonden had (vgl. Joh 17,21). Men kan zeggen dat de oecumenische
13 I, 6,29 | zulke dialoog te beginnen. Men moet, van een opstelling
14 I, 6,30 | 30. Men mag met grote dankbaarheid
15 I, 7,32 | naar de waarheid; heeft men haar gevonden, dan moet
16 I, 8,35 | het Concilie ons te hulp. Men kan zeggen dat het hele
17 I, 9,37 | hirarchie bestaat. Zo kan men hier komen tot een broederlijke
18 I, 9,38 | 38. In de dialoog stoot men onvermijdelijk op het probleem
19 II, 1,42 | canonieke breuken koestert. Men spreekt van de "andere christenen",
20 II, 1,42 | middelen bezitten; ofwel men appelleert bij de burgerlijke
21 II, 1,42 | onrechte beschuldigd worden of men bewijst de onhoudbaarheid
22 II, 3,45 | Avondmaal. Anderzijds stelt men bij een vergelijking van
23 II, 3,45 | gehaald. Daarenboven begint men in de theologische instituten
24 II, 3,45 | van de liturgie en ziet men dat als een noodzakelijkheid
25 II, 7,52 | kerkelijke handeling, waardoor men de herinnering aan de wederzijdse
26 II, 8,57 | geestelijke en materiële dienst. Men kan inderdaad zeggen dat
27 II, 8,57 | belicht dan de ander, zodat men dan moet zeggen, dat de
28 II, 8,58 | praktijk wijst (...) uit dat men ten aanzien van onze oosterse
29 II, 8,58 | gebied zijn. ~Nooit mag men de ecclesiologische dimensie
30 II, 9,61 | de orthodoxe Kerk. Zo kan men het voortdurende belang
31 II, 11,65 | Patriarchaat de hoop uit dat men een vorm van samenwerking
32 II, 11,69 | kwesties op te lossen, terwijl men tegelijkertijd is gaan beseffen
33 II, 13,74 | Conciliedecreet merkt op dat men onder andere christenen "
34 II, 13,76 | 76. Hoe zou men in dit verband voorbij kunnen
35 III, 1,78| gedeeltelijke eenheid moet men nu voortgaan naar de noodzakelijke
36 III, 1,78| vragen. In dit proces moet men geen andere last opleggen
37 III, 1,79| waarheid betekent niet dat men een rem zet op de oecumenische
38 III, 1,79| het betekent voorkómen dat men genoegen neemt met schijnoplossingen
39 III, 2,81| grote hulp zijn, wanneer men zich in zijn werkwijze houdt
40 III, 3,82| katholieke Kerk moet wat men zou kunnen noemen een ‘dialoog
41 III, 3,83| is van de waarheid, wil men de volledige gemeenschap
42 III, 3,84| onze eeuw, talrijker dan men zou denken, en het laat
43 III, 3,84| leven. 138 Het feit dat men kan sterven voor het geloof
|