Chapter,Paragraph,Number
1 I, 1,6 | Kruis bidt Jezus zelf tot de Vader voor zijn leerlingen en
2 I, 2,8 | trinitaire eenheid van de Vader en de Zoon en de heilige
3 I, 2,9 | zijn gemeenschap met de Vader: "Wij hebben gemeenschap
4 I, 2,9 | hebben gemeenschap met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus" (
5 I, 2,9 | zijn zo zijn gebed aan de Vader, dat het plan van de Vader
6 I, 2,9 | Vader, dat het plan van de Vader volledig vervuld mag worden,
7 I, 2,9 | overeenkomt met het plan van de Vader van alle eeuwigheid af.
8 I, 2,12 | liefde in God de almachtige Vader en in Christus, Gods Zoon
9 I, 4,20 | gemeenschap is die hen met de Vader, het Woord en de Geest verenigt,
10 I, 5,21 | gemeenschap - de eenheid van Vader, Zoon en heilige Geest -
11 I, 5,23 | vergeten dat de Heer bij de Vader gesmeekt heeft om de eenheid
12 I, 5,23 | zou kunnen geloven, dat de Vader Hem gezonden had (vgl. Joh
13 I, 5,26 | woorden: "U hebt slechts één Vader" (Mt 23,9) te ontdekken:
14 I, 5,26 | Mt 23,9) te ontdekken: de Vader - Abba - door Christus zelf
15 I, 5,26 | Wanneer de Heer Jezus zijn Vader bidt, dat ‘allen één mogen
16 I, 5,27 | aanbieding van zijn leven aan de Vader, door de Zoon, in de heilige
17 I, 5,27 | gebed van Christus tot de Vader wordt aangeboden als een
18 I, 8,34 | wij een voorspreker bij de Vader, Jezus Christus de Gerechte;
19 II, 3,45 | Gemeenschappelijk richten wij ons tot de Vader en doen dat in toenemende
20 II, 8,57 | gemeenschap gebracht met de Vader door de Zoon in de heilige
21 II, 9,61 | omdat de lof van de ene Vader, door Christus in de heilige
22 II, 11,66 | tot eer van de ene God, Vader, Zoon en heilige Geest,
23 II, 13,74 | die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is" (Mt
24 III, 1,79 | geofferd tot lof van de Vader, gedachtenis van het offer
25 III, 3,82 | onze Voorspreker is bij de Vader, Jezus Christus. ~In deze
26 III, 3,82 | bekering tot de wil van de Vader en, tegelijkertijd, van
27 III, 3,82 | dialoog van bekering’ met de Vader van de kant van iedere Gemeenschap,
28 III, 3,82 | voor het Aanschijn van de Vader en om zich af te vragen
29 III, 3,83 | 83. Ik heb de wil van de Vader genoemd en de geestelijke
30 III, 3,83 | toewijding aan Christus en aan de Vader bewaard dat zij konden gaan
31 III, 3,85 | de verwachtingen van de Vader? Hij is met ons. ~
32 III, 5,91 | dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is. Op mijn
33 III, 7,98 | vooral voor de eer van de Vader is. Het ligt tegelijkertijd
34 Aans, 0,100| verwezenlijking van het plan van de Vader, in overeenstemming met
35 Aans, 0,102| voor Christus en voor de Vader die rijk is aan barmhartigheid.
36 Aans, 0,102| gedachten, dat hij op het Onze Vader schreef, het gebed van iedere
37 Aans, 0,102| is in de eenheid van de Vader, Zoon en heilige Geest".162 ~
|