Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,1 | leerlingen op tot eenheid. Het is mijn diepste wens deze uitnodiging
2 Inl, 0,1 | meditatie over de Kruisweg die mijn eerbiedwaardige Broeder
3 Inl, 0,4 | en in het volle besef van mijn menselijke zwakheid. Want
4 I, 1,5 | hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. De volkeren zullen
5 I, 3,16 | eenheid der christenen met mijn goedkeuring uitgegeven directorium
6 I, 3,17 | traditie zelf te onderzoeken. Mijn voorganger, paus Johannes
7 I, 5,21 | of drie verzameld zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun
8 I, 5,24 | dienste van de gemeenschap. 45 Mijn bezoeken bevatten bijna
9 I, 5,24 | het bezoek aan Rome van mijn eerbiedwaardige broeder,
10 I, 8,34 | van Johannes ons geeft? "Mijn kinderen, ik schrijf u dit,
11 I, 9,38 | de laatste tijd, die door mijn voorgangers en mijzelf samen
12 II, 1,42 | belangrijke gebeurtenissen van mijn apostolische reizen in de
13 II, 2,43 | Benadrukkend wat ik in mijn eerste encycliek Redemptor
14 II, 7,52 | van de eerste taken van mijn pauselijke dienst beschouwd
15 II, 7,52 | Constantinopel. Tijdens mijn bezoek in de Fanar op 29
16 II, 8,57 | Westen verbreid heeft".91 In mijn recente Apostolische Brief
17 II, 9,59 | staat, zoals ik samen met mijn Eerbiedwaardige Broeder,
18 II, 10,62 | te belijden. 108 Ik wil mijn vreugde over dit alles uitdrukken
19 II, 10,62 | woorden van Heilige Maagd: "Mijn ziel prijst hoog de Heer" (
20 II, 12,71 | een aanzienlijk deel van mijn pastorale bezoeken als regel
21 II, 12,71 | christelijke eenheid. Enkele van mijn reizen hebben een uitgesproken
22 II, 12,72 | Finland en Zweden tijdens mijn reis naar de Scandinavische
23 II, 13,74 | hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is" (
24 III, 5,88 | heilige paus Gregorius is mijn ambt dat van servus servorum
25 III, 5,88 | verantwoordelijk zijn, vraag ik met mijn voorganger Paulus VI om
26 III, 5,91 | hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is.
27 III, 5,91 | Vader die in de hemel is. Op mijn beurt zeg Ik u: Gij zijt
28 III, 5,91 | op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten
29 III, 5,91 | lief dan dezen? (...) Weid mijn schapen" (vgl. Joh 21,15-
30 III, 5,92 | Heer zelf gehoord had: "Mijn genade is u voldoende, want
31 III, 5,92 | genade is u voldoende, want mijn kracht wordt volmaakt in
32 III, 7,98 | verstaan en verwoord door mijn voorganger paus Paulus VI
33 III, 7,99 | pastorale prioriteiten" van mijn pontificaat is, 157 denk
34 Aans, 0,101| 101. Daarom spoor ik mijn broeders in het bisschopsambt
35 Aans, 0,103| katholieke Kerk, en tot u, mijn broeders en zusters van
36 Aans, 0,103| 1995, het zeventiende van mijn pontificaat.~Johannes Paulus
|