Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,2 | en onvoldoende kennis van elkaar maken deze situatie vaak
2 I, 1,5 | stukken hout die dan aan elkaar gemaakt worden tot één stuk: "
3 I, 3,16 | helpen de gemeenschappen elkaar om zichzelf gemeenschappelijk
4 I, 5,21 | gemeenschappen. Als wij van elkaar houden, streven wij ernaar
5 I, 5,21 | volledige gemeenschap met elkaar zijn, samenkomen om te bidden,
6 I, 5,22 | gering is. Wanneer zij elkaar steeds vaker en ijveriger
7 I, 5,22 | kunnen treden. Ze zullen elkaar gezamenlijk terugvinden
8 I, 5,26 | uitdrukking. Juist omdat zij van elkaar gescheiden zijn verenigen
9 I, 6,29 | een opstelling tegenover elkaar en van het conflict, overgaan
10 I, 6,30 | voorwaarden voor een dialoog met elkaar. Tijdens het Concilie ervoeren
11 I, 7,32 | meent te hebben gevonden, om elkaar aldus wederzijds te helpen
12 I, 8,34 | gemeenschappelijk gebed voor elkaar. Dit is mogelijk inzoverre
13 I, 8,35 | in volle gemeenschap met elkaar, die innerlijke ruimte waar
14 I, 9,36 | verschillende standpunten met elkaar te vergelijken en, bovenal,
15 I, 10,40 | de band die hen reeds met elkaar verbindt, en stelt het gelaat
16 II, 1,42 | rivaliserende gemeenschappen elkaar tegenwoordig in veel gevallen
17 II, 2,43 | christelijke zending ‘met elkaar verbonden’: namelijk de
18 II, 2,43 | eerst onafhankelijk van elkaar handelden zich nu gezamenlijk
19 II, 3,45 | raken nog niet mogelijk, met elkaar de eucharistie te vieren.
20 II, 7,53 | eens aan wennen om naast elkaar te leven en helpt het ons
21 II, 8,57 | verschillende plaatselijke Kerken elkaar zusterkerken plegen te noemen (
22 II, 8,57 | onenigheden, erkennen onze Kerken elkaar wederom als zusters, ondanks
23 II, 8,57 | Kerken van Oost en West op elkaar doet lijken. In overeenstemming
24 II, 8,57 | theologische formuleringen elkaar dikwijls veeleer aanvullen
25 II, 8,57 | de Kerken voor zover die elkaar aanvullen. ~
26 II, 10,62 | die, na een lange tijd, elkaar vol vreugde weer ontmoeten. ~
27 II, 11,70 | gelovigen verlangt dat zij elkaar vragen stellen met betrekking
28 III, 1,78 | christelijke Gemeenschappen elkaar helpen, opdat er in hen
29 III, 5,95 | waren de christenen met elkaar verbonden "in een broederlijke
30 III, 5,96 | disputen opgeven en naar elkaar luisteren waarbij ons alleen
31 III, 7,98 | dan oprijzende onenigheden elkaar weten te vinden en samen
32 Aans, 0,103| Weest volmaakt, spoort elkaar aan, weest eensgezind, en
|