Chapter,Paragraph,Number
1 I, 1,5 | elkaar gemaakt worden tot één stuk: "Ik zal hun God zijn
2 I, 1,6 | in Hem geloven, dat zij één mogen zijn, een levende
3 I, 2,9 | lijden gebeden, dat "allen één mogen zijn" (Joh 17,21).
4 I, 2,9 | wordt. 10 De gelovigen zijn één, omdat zij in de Geest in
5 I, 2,9 | woorden van Christus "dat zij één mogen zijn" zijn zo zijn
6 I, 2,12 | Christus bepaald heeft, in één kudde onder één Herder vreedzaam
7 I, 2,12 | heeft, in één kudde onder één Herder vreedzaam te verenigen".15 ~
8 I, 5,22 | schijnt eens te meer op één punt uit te komen, omdat
9 I, 5,24 | van zichtbare eenheid in één geloof en in één eucharistische
10 I, 5,24 | eenheid in één geloof en in één eucharistische gemeenschap
11 I, 5,26 | woorden: "U hebt slechts één Vader" (Mt 23,9) te ontdekken:
12 I, 5,26 | aangeroepen, de Eniggeboren Zoon, Één in wezen met Hem. En dan: "
13 I, 5,26 | En dan: "U hebt slechts één Meester, en u bent allen
14 I, 5,26 | zijn Vader bidt, dat ‘allen één mogen zijn (...) zoals Wij
15 I, 5,26 | mogen zijn (...) zoals Wij één zijn‘ (Joh 17,21-22), opent
16 I, 9,38 | verwoord. Dit heeft meer dan één consequentie voor het werk
17 II, 1,42 | het slachtoffer zijn. ~In één woord: de christenen hebben
18 II, 3,45 | gemeenschappelijke lof, tot één en hetzelfde smeekgebed.
19 II, 3,45 | toenemende mate ‘met slechts één hart’. Deze ‘reële, ofschoon
20 II, 7,54 | in Kiev ontvangen heeft, één van de centrale gebeurtenissen
21 II, 8,57 | doopsel immers "zijn wij één in Christus Jezus" (vgl.
22 II, 12,72 | In dit verband zou ik één geste willen noemen die
23 II, 12,72 | wordt. Dit was het geval, om één voorbeeld te noemen, bij
24 II, 13,76 | Wereldgebedsdag voor de Vrede, met één stem gebeden tot de Heer
25 III, 1,77 | die belijden dat de Kerk één, heilig, katholiek en apostolisch
26 III, 5,94 | in wiens eenheid allen één zijn" en gaat dan verder
27 III, 5,94 | Mogen alle herders zo één zijn in de ene Herder; mogen
28 III, 5,94 | de ene; mogen zij allen één stem in Hem laten horen
29 III, 5,96 | zijn bede "dat zij allen één mogen zijn (...) opdat de
30 III, 7,98 | motief dient - "mogen ook zij één zijn, opdat de wereld gelove
31 Aans, 0,102| eendracht en een volk dat één is in de eenheid van de
|