Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,4 | de Kerk toevertrouwt en hem heeft opgedragen om de broeders
2 Inl, 0,4 | versterken, dan heeft Hij hem tegelijkertijd zijn menselijke
3 I, 1,6 | leerlingen en voor allen die in Hem geloven, dat zij één mogen
4 I, 2,9 | zijn met de Zoon en, in Hem, delen in zijn gemeenschap
5 I, 2,10 | opvolger van Petrus en de met hem verenigde bisschoppen wordt
6 I, 2,13 | uit Christus, voert tot Hem en behoort rechtens tot
7 I, 5,21 | te bezoeken van hen, die Hem aanroepen: "Waar twee of
8 I, 5,23 | kunnen geloven, dat de Vader Hem gezonden had (vgl. Joh 17,
9 I, 5,26 | Eniggeboren Zoon, Één in wezen met Hem. En dan: "U hebt slechts
10 I, 5,26 | Christus en vertrouwen zij aan Hem de toekomst van hun eenheid
11 I, 8,34 | gezondigd hebben, maken we Hem tot leugenaar, en zijn woord
12 I, 8,35 | verticale dimensie, die hem op de Verlosser van de wereld
13 II, 1,42 | oecumenische inzet van degene die hem aan de dag legt, dikwijls
14 II, 7,52 | beleefde ik de vreugde om hem met oprechte genegenheid
15 II, 7,52 | oprechte genegenheid en met de hem toekomende plechtigheid
16 II, 7,54 | wereld geworden is. Aan hem danken niet alleen de grote
17 III, 1,79 | bisschoppen in gemeenschap met hem, begrepen als een verantwoordelijkheid
18 III, 3,82 | begeven in de handen van Hem die onze Voorspreker is
19 III, 5,91 | versterken, terwijl Hij hem tegelijkertijd herinnerde
20 III, 5,91 | Petrus als een manier om hem voor te bereiden op de taak
21 III, 5,91 | bereiden op de taak die Hij hem weldra zal geven in zijn
22 III, 5,91 | zeer veeleisend is jegens hem. Deze zelfde rol van Petrus,
23 III, 5,91 | berispt door Christus, die hem zegt: "Je bent een struikelblok
24 III, 5,93 | in staat kan stellen met Hem in gemeenschap te treden. ~
25 III, 5,94 | mogen zij allen één stem in Hem laten horen en niet allerlei
26 III, 5,94 | van alle herders die met hem in gemeenschap zijn. Hij
27 III, 7,99 | is een belediging jegens Hem en gaat in tegen zijn plan
28 Aans, 0,102| tweedracht, maar beveelt hem van het altaar weg te gaan,
|