1-500 | 501-849
Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,1 | onder wie leden van Kerken en kerkelijke Gemeenschappen
2 Inl, 0,1 | oproep van het Concilie en herinnert ons aan onze plicht
3 Inl, 0,1 | aansporing te luisteren en haar in praktijk te brengen.
4 Inl, 0,1 | te brengen. Deze broeders en zusters van ons, verenigd
5 Inl, 0,1 | verdeeldheid overstegen kan worden en overwonnen in de totale
6 Inl, 0,1 | kunnen blijven. Als zij echt en daadwerkelijk de neiging
7 Inl, 0,1 | ontdoen van zijn betekenis, en te ontkennen dat de mens
8 Inl, 0,2 | hulp de muren van scheiding en wantrouwen af te breken?
9 Inl, 0,2 | breken? Om hindernissen en vooroordelen te overwinnen
10 Inl, 0,2 | langs het pad van eenheid en gemeenschap onder de christenen,
11 Inl, 0,2 | geërfd van het verleden, en van wederzijdse misverstanden
12 Inl, 0,2 | wederzijdse misverstanden en vooroordelen onderschatten.
13 Inl, 0,2 | Onbeweeglijkheid, onbegrip en onvoldoende kennis van elkaar
14 Inl, 0,2 | de bekering van de harten en op het gebed, die ook zullen
15 Inl, 0,2 | de macht van de waarheid en door een oprechte wens tot
16 Inl, 0,2 | tot wederzijdse vergeving en verzoening, ertoe geroepen
17 Inl, 0,2 | verleden opnieuw te onderzoeken en de pijn die dat verleden
18 Inl, 0,2 | Evangelie om met oprechte en volledige objectiviteit
19 Inl, 0,2 | is een rustige, heldere en waarheidsgetrouwe kijk op
20 Inl, 0,2 | wordt door goddelijke genade en die in staat is om de geesten
21 Inl, 0,2 | van de mensen te bevrijden en om in iedereen een hernieuwde
22 Inl, 0,2 | de mensen van ieder volk en iedere natie. ~
23 Inl, 0,3 | gemaakt van haar identiteit en van haar zending in de geschiedenis.
24 Inl, 0,3 | De katholieke Kerk erkent en belijdt de zwakheden van
25 Inl, 0,3 | blijken van ontrouw zijn en hindernissen voor de verwerkelijking
26 Inl, 0,3 | doen. Tegelijkertijd erkent en prijst zij echter nog meer
27 Inl, 0,3 | heiligheid, haar voorwaarts leidt en haar doet lijken op zijn
28 Inl, 0,3 | doet lijken op zijn lijden en verrijzenis. ~In het besef
29 Inl, 0,3 | waarheid zelf, die zacht en sterk tegelijk de geest
30 Inl, 0,3 | in de dienst van waarheid en liefde. Ikzelf wil ieder
31 Inl, 0,3 | in zijn volle helderheid en consequentie kan worden
32 Inl, 0,4 | dat ik de Heer gehoorzaam en in het volle besef van mijn
33 Inl, 0,4 | in de Kerk toevertrouwt en hem heeft opgedragen om
34 Inl, 0,4 | menselijke zwakheid doen erkennen en de bijzondere noodzaak van
35 Inl, 0,4 | noodzaak van zijn bekering: "En wanneer gij op uw beurt
36 Inl, 0,4 | paus helemaal van de genade en van het gebed van de Heer
37 Inl, 0,4 | De bekering van Petrus en van zijn opvolgers steunt
38 Inl, 0,4 | gebed van de Verlosser zelf en de Kerk neemt voortdurend
39 Inl, 0,4 | gelovigen van de katholieke Kerk en alle christenen uit om mee
40 Inl, 0,4 | pelgrimage geleden heeft en zal blijven lijden onder
41 Inl, 0,4 | lijden onder verdrukking en vervolging. Maar de hoop
42 Inl, 0,4 | onvernietigbaar is. Want de sterke en eeuwige rots waarop zij
43 I, 1 | Het plan van God en de gemeenschap~
44 I, 1,5 | ontplooit altijd missionaire en oecumenische activiteiten.
45 I, 1,5 | tegenwoordig te stellen en te verbreiden, en daarbij
46 I, 1,5 | stellen en te verbreiden, en daarbij alle mensen en dingen
47 I, 1,5 | en daarbij alle mensen en dingen in Christus te verenigen,
48 I, 1,5 | stuk: "Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
49 I, 1,6 | opdat deze door zijn dood en zijn verrijzenis ons zijn
50 I, 1,6 | Vader voor zijn leerlingen en voor allen die in Hem geloven,
51 I, 1,6 | verantwoordelijkheid tegenover God en zijn plan, die allen dragen
52 I, 1,6 | waarin zich de verzoening en de gemeenschap geheel moeten
53 I, 1,6 | ergernis voor de wereld en de hoogverheven taak van
54 I, 2,7 | zet echter met wijsheid en geduld Zijn genadeplan jegens
55 I, 2,7 | jegens ons zondaars voort en in de laatste tijd is Hij
56 I, 2,7 | mate een gevoel van berouw en een verlangen naar eenheid
57 I, 2,7 | zeer veel mensen getroffen en ook onder onze gescheiden
58 I, 2,7 | de drieëne God aanroepen en Jezus belijden als hun Heer
59 I, 2,7 | Jezus belijden als hun Heer en Verlosser; zij doen dit
60 I, 2,7 | Evangelie hebben vernomen en die zij ieder voor zich
61 I, 2,7 | werkelijk universeel is en tot de gehele wereld gezonden
62 I, 2,7 | het Evangelie te bekeren en te redden tot de eer van
63 I, 2,8 | de christelijke eenheid en dit overtuigd en krachtig
64 I, 2,8 | eenheid en dit overtuigd en krachtig voor te stellen: "
65 I, 2,8 | tekenen des tijds te begrijpen en ijverig deel te nemen aan
66 I, 2,8 | door het geloof verlichte en door de liefde geleide christelijke
67 I, 2,8 | trinitaire eenheid van de Vader en de Zoon en de heilige Geest
68 I, 2,8 | van de Vader en de Zoon en de heilige Geest haar goddelijke
69 I, 2,8(9) | Godsdienstvrijheid Dignitatis Humanae, 1 en 2. ~
70 I, 2,9 | zijn Kerk heeft gegeven en waarin Hij allen wilde omvatten,
71 I, 2,9 | centrum van zijn werken. En ze is ook niet een onbelangrijk
72 I, 2,9 | omdat Hij de eenheid wil en in de eenheid de hele diepte
73 I, 2,9 | geloofsbelijdenis, de sacramenten en de hiërarchische leiding
74 I, 2,9 | de hiërarchische leiding en gemeenschap gevormd wordt. 10
75 I, 2,9 | gemeenschap zijn met de Zoon en, in Hem, delen in zijn gemeenschap
76 I, 2,9 | gemeenschap met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus" (
77 I, 2,10 | eenheid onder de christenen en van een trouwe zoektocht
78 I, 2,10 | door de opvolger van Petrus en de met hem verenigde bisschoppen
79 I, 2,10 | bisschoppen wordt bestuurd", en tegelijkertijd erkent het
80 I, 2,10 | bestanddelen van heiliging en waarheid te vinden zijn
81 I, 2,10 | De afgescheiden Kerken en gemeenschappen zijn dus,
82 I, 2,10 | allerminst zonder betekenis en zonder waarde. De Geest
83 I, 2,10 | aan de volheid van genade en waarheid, die aan de katholieke
84 I, 2,11 | Kerk wenste te voorzien, en dit ondanks de vaak zware
85 I, 2,11 | sommige van haar ambtsdragers en ondanks de fouten waartoe
86 I, 2,11 | middelmatigheden, de zonden en soms het verraad van sommige
87 I, 2,11 | zijden schuldig waren",13 en erkent het, dat de verantwoordelijkheid
88 I, 2,11 | bestaat met de andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen,
89 I, 2,11 | elementen van heiliging en waarheid die in de andere
90 I, 2,11 | gemeenschap die tussen hen en de katholieke Kerk bestaat. ~
91 I, 2,12 | elementen van heiliging en waarheid" behandeld die
92 I, 2,12 | verschillende wijzen aanwezig en werkzaam zijn buiten de
93 I, 2,12 | heilige Schrift als geloofs- en levensregel in ere houden,
94 I, 2,12 | God de almachtige Vader en in Christus, Gods Zoon en
95 I, 2,12 | en in Christus, Gods Zoon en Verlosser geloven, door
96 I, 2,12 | Gemeenschappen erkennen en ontvangen. Meerderen onder
97 I, 2,12 | vieren de heilige Eucharistie en beoefenen de godsvrucht
98 I, 2,12 | gemeenschap van gebeden en andere geestelijke gunsten,
99 I, 2,12 | ook in hen door zijn gaven en genaden zijn heiligingswerk
100 I, 2,12 | heiligingswerk voltrekt, en sommigen onder hen tot het
101 I, 2,12 | van Christus het verlangen en de inspanning, om allen,
102 I, 2,12 | de Kerk van God opgebouwd en uitgebreid wordt".16 De
103 I, 2,13 | recht de naam christenen en door de zonen van de katholieke
104 I, 2,13 | elementen die in andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen
105 I, 2,13 | Christus, voert tot Hem en behoort rechtens tot de
106 I, 2,13 | van de genade voortbrengen en moeten zij geschikt geacht
107 I, 2,13 | volheid van de heilsmiddelen en van de genadegaven die de
108 I, 2,14 | de Vaders van het Oosten en van het Westen getuigen,
109 I, 2,14 | volheid in de katholieke Kerk en, zonder deze volheid, in
110 I, 2,14 | laten groeien in de waarheid en in de liefde. ~
111 I, 3 | Vernieuwing en bekering~
112 I, 3,15 | dat "de tijd vervuld is en het Koninkrijk van God nabij"
113 I, 3,15 | Koninkrijk van God nabij" en de daaropvolgende oproep
114 I, 3,15 | oproep om "boete te doen en te geloven in het Evangelie" (
115 I, 3,15 | bekeren tot het Evangelie en, zonder ooit het zicht te
116 I, 3,15 | de heiligen aanwezig is en het contact met onverwachte
117 I, 3,15 | door zorg voor de oecumene; en zij worden ertoe opgeroepen
118 I, 3,16 | tussen vernieuwing, bekering en hervorming. Het Concilie
119 I, 3,16 | die zij als menselijke en aardse instelling voortdurend
120 I, 3,16 | tijd op de juiste wijze en behoorlijk te worden hersteld".23
121 I, 3,16 | betreft, heb ik op deze eisen en perspectieven herhaalde
122 I, 3,16 | evangeliseringswerk van de HH. Cyrillus en Methodius, elfhonderd jaar
123 I, 3,16 | toepassing van de beginselen en normen voor de oecumene
124 I, 3,16(27) | toepassing van de beginselen en normen voor de oecumene (
125 I, 3,17 | van de Commissie Geloof en Kerkorde28 en de verklaringen
126 I, 3,17 | Commissie Geloof en Kerkorde28 en de verklaringen n.a.v. talrijke
127 I, 3,17 | de oecumenische beweging en voor de bekering die zij
128 I, 3,17 | voorwaarts, die aanzienlijk zijn en vervullen met hoop omdat
129 I, 3,17 | dat moet worden voortgezet en verdiept. ~De gemeenschap
130 I, 3,17 | een van de karakteristieke en belangrijkste kenmerken
131 I, 3,17 | licht van het Evangelie en van de grote traditie zelf
132 I, 3,17(28) | Lima-document: Doopsel, eucharistie en ambt (januari 1982); en
133 I, 3,17(28) | en ambt (januari 1982); en de studie van de GEMEENSCHAPPELIJKE
134 I, 3,17(28) | TUSSEN DE KATHOLIEKE KERK EN DE WERELDRAAD VAN KERKEN,
135 I, 3,17(28) | van de Commissie Geloof en Kerkorde, Genève, 1991. ~
136 I, 3,17 | patriarch van Constantinopel en door zich te verenigen met
137 I, 3,17 | patriarch in het concrete en zeer betekenisvolle gebaar
138 I, 3,17 | veroordeelde tot vergetelheid" en wiste uit de herinnering
139 I, 3,17 | wiste uit de herinnering en uit het midden van de Kerk.
140 I, 3,17 | Tweede Vaticaans Concilie en dat door dit lichaam de
141 I, 3,17 | dit lichaam de meningen en oordelen van de andere christelijke
142 I, 3,17 | de natuur van de oecumene en de godsdienstvrijheid. 30 ~
143 I, 3,17(30) | 9: AAS 52 (1960), 436, en bevestigd door de volgende
144 I, 4,18 | Lichaam van Christus, "de Weg en de Waarheid en het Leven" (
145 I, 4,18 | de Weg en de Waarheid en het Leven" (Joh 14,6), kan
146 I, 4,18 | toe, "vooral in wat God en zijn Kerk betreft"33, en
147 I, 4,18 | en zijn Kerk betreft"33, en instemming met de eisen
148 I, 4,19 | herinnerde ik eraan dat Cyrillus en Methodius er juist daarom
149 I, 4,19 | uitdrukkingen van de Bijbel en de begrippen van de Griekse
150 I, 4,19 | verschillende historische ervaringen en ideeën. Zij wilden het ene
151 I, 4,19 | kwaliteit van de Griekse taal en de Byzantijnse cultuur of
152 I, 4,19 | Byzantijnse cultuur of gewoonten en zeden van de meer ontwikkelde
153 I, 4,19 | roept u op om zijn woorden en zijn waarden in uw eigen
154 I, 4,19 | kan vele gestalten hebben. En de vernieuwing van de uitdrukkingsvormen
155 I, 4,19 | oecumenische betekenis"39 en daarbij gaat het niet alleen
156 I, 4,19 | onderzoekingen op theologisch en historisch gebied".40 ~
157 I, 4,20 | alles is zeer belangrijk en van fundamentele betekenis
158 I, 4,20 | organisch tot het leven en werken van de Kerk en moet
159 I, 4,20 | leven en werken van de Kerk en moet als gevolg daarvan
160 I, 4,20 | beide geheel doordringen en zoiets als de vrucht van
161 I, 4,20 | een boom zijn, die gezond en bloeiend oprijst tot hij
162 I, 4,20 | in de eenheid van de Kerk en zo zag hij de eenheid van
163 I, 4,20 | dan dat wat ons scheidt. En het Tweede Vaticaans Concilie
164 I, 4,20 | christenen des te meer bevorderen en zelfs beoefenen, naarmate
165 I, 4,20 | met de Vader, het Woord en de Geest verenigt, des te
166 I, 4,20 | verenigt, des te inniger en gemakkelijker zullen zij
167 I, 5,21 | Deze innerlijke omkeer en heiligheid van leven, mits
168 I, 5,21 | gepaard met persoonlijke en openbare smeekbeden voor
169 I, 5,21 | liefde die gericht is op God en tegelijkertijd op alle broeders
170 I, 5,21 | gemeenschap onder de mensen en onder de gemeenschappen.
171 I, 5,21 | gemeenschap te versterken en haar volmaakt te maken.
172 I, 5,21 | eenheid van Vader, Zoon en heilige Geest - opdat we
173 I, 5,21 | bouwen tussen enkelingen en gemeenschappen of om haar
174 I, 5,21 | onderstroom die leven geeft en kracht verleent aan de beweging
175 I, 5,21 | op zich een uitdrukking en bevestiging van de eenheid.
176 I, 5,22 | dezelfde, gisteren, vandaag en voor altijd!" (Heb 13,8).
177 I, 5,22 | bidt "in ons", "met ons" en "voor ons". Hij is het die
178 I, 5,22 | Paracleet die Hij heeft beloofd en dan aan zijn Kerk heeft
179 I, 5,22 | zij elkaar steeds vaker en ijveriger ten overstaan
180 I, 5,22 | alle menselijke zwakheden en beperktheden onophoudelijk
181 I, 5,23 | ertoe dat men naar de Kerk en het christendom met nieuwe
182 I, 5,23 | afleggen van zijn zending en de wereld zou kunnen geloven,
183 I, 5,23 | de heilsboodschap hoorde en die in dit feit een hinderpaal
184 I, 5,23 | in haar begin kenmerkte en waarnaar wij oprecht zoeken:
185 I, 5,23 | de christelijke zending en haar geloofwaardigheid.
186 I, 5,23 | in het leven van de Kerk en bij iedere activiteit aanwezig
187 I, 5,24 | altijd ook gebed kennen en daarin zelfs hun hoogtepunt
188 I, 5,24 | Pinksteren, is een wijdverbreide en gevestigde traditie geworden.
189 I, 5,24 | verschillende werelddelen en landen van de tegenwoordige
190 I, 5,24 | oecumenische ontmoeting en een gemeenschappelijk gebed
191 I, 5,24 | eenheid zoeken in Christus en in zijn Kerk. Met diepe
192 I, 5,24 | gehouden in de Scandinavische en Noordse landen (1 tot 10
193 I, 5,24 | 10 juni 1989), in Noord- en Zuid-Amerika en in Afrika
194 I, 5,24 | in Noord- en Zuid-Amerika en in Afrika en in het hoofdkwartier
195 I, 5,24 | Zuid-Amerika en in Afrika en in het hoofdkwartier van
196 I, 5,24 | verplicht haar lidkerken en kerkelijke Gemeenschappen
197 I, 5,24 | zichtbare eenheid in één geloof en in één eucharistische gemeenschap
198 I, 5,24 | uitdrukt in de eredienst en in een gemeenschappelijk
199 I, 5,24 | gemeenschappelijk leven in Christus".47 En hoe zou ik ooit kunnen vergeten
200 I, 5,24 | Patriarchaat (30 november 1979) en de dienst die in de basiliek
201 I, 5,24(47) | VAN KERKEN, Constituties en Regels, III, 1. ~
202 I, 5,25 | hoogwaardigheidsbekleders van andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen
203 I, 5,25 | Gemeenschappen mij in Rome bezocht, en was ik in de gelegenheid
204 I, 5,25 | de Primaten van Zweden en Finland de vespers vierde
205 I, 5,25 | aanwezigheid van beide zijden en door het gebed van de christenen
206 I, 5,25 | werkelijk bij de hand genomen en leidt ons. Deze uitwisselingen
207 I, 5,25 | ons. Deze uitwisselingen en deze gebeden hebben reeds
208 I, 5,25 | telkens moeten openslaan en herlezen om daaruit nieuwe
209 I, 5,25 | daaruit nieuwe inspiratie en hoop te putten. ~
210 I, 5,26 | Zoon, Één in wezen met Hem. En dan: "U hebt slechts één
211 I, 5,26 | hebt slechts één Meester, en u bent allen broeders" (
212 I, 5,26 | natuur die ieder afzonderlijk en allen delen. ~Het "oecumenisch"
213 I, 5,26 | het gebed van de broeders en zusters, brengt dat alles
214 I, 5,26 | grotere hoop in Christus en vertrouwen zij aan Hem de
215 I, 5,26 | toekomst van hun eenheid en hun gemeenschap toe. Hierop
216 I, 5,26 | geest ontoegankelijk zijn, en zinspeelt Hij op een zekere
217 I, 5,26 | van de goddelijke personen en de eenheid van de kinderen
218 I, 5,26 | kinderen Gods in waarheid en liefde".48 ~De verandering
219 I, 5,26 | vloeit voort uit het gebed en haar verwerkelijking wordt
220 I, 5,26 | geest, zelfverloochening en onbelemmerde schenking van
221 I, 5,26 | verlangen naar eenheid groeit en rijpt. Daarom moeten wij
222 I, 5,26 | van dienende nederigheid en zachtmoedigheid en van broederlijke
223 I, 5,26 | nederigheid en zachtmoedigheid en van broederlijke ruimhartigheid
224 I, 5,27 | werkelijkheid van ons leven en van de taken die we op ons
225 I, 5,27 | haar leven aan beschouwing en gebed die waren gericht
226 I, 5,27 | evangelie van Sint Jan, en zij offerde haar leven voor
227 I, 5,27 | van alle gebed: de totale en onvoorwaardelijke aanbieding
228 I, 5,27 | model voor iedereen, altijd en overal. ~
229 I, 5,27(50) | het inzicht dat er gebed en geestelijke offers nodig
230 I, 6,28 | oecumenische vernieuwing en van het verlangen naar eenheid,
231 I, 6,28 | dan vormt het de basis en de steun voor alles wat
232 I, 6,28 | de natuur van de persoon en zijn waardigheid. Vanuit
233 I, 6,28 | Concilie opgenomen in zijn leer en zijn oecumenische activiteit.
234 I, 6,29 | om woorden, beoordelingen en daden, die niet naar billijkheid
235 I, 6,29 | die niet naar billijkheid en waarheid stroken met de
236 I, 6,29 | onze gescheiden broeders en daarom de onderlinge betrekkingen
237 I, 6,29 | standpunt van de katholieke Kerk en verwijst naar de maatstaven
238 I, 6,29 | dialoog wensen aan te gaan en een eerste voorwaarde om
239 I, 6,29 | opstelling tegenover elkaar en van het conflict, overgaan
240 I, 6,29 | verdeeldheid te overwinnen en ons dichter bij de eenheid
241 I, 6,30 | van verschillende Kerken en kerkelijke Gemeenschappen,
242 I, 6,30 | Concilie, de vele ontmoetingen en het gemeenschappelijke gebed
243 I, 6,30 | vertegenwoordigers van andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen
244 I, 6,30 | wereldwijde katholieke episcopaat, en in het bijzonder van de
245 I, 7,31 | bisschoppenconferenties en door de synoden van de katholieke
246 I, 7,31 | om de oecumenische geest en het oecumenische handelen
247 I, 7,31 | initiatieven bewijzen het concrete en algemene engagement van
248 I, 7,31 | uit verschillende Kerken en Gemeenschappen, die in een
249 I, 7,31 | godsdienstige sfeer gehouden worden en waarbij ieder de leer van
250 I, 7,31 | Gemeenschap nader verklaart en het eigene ervan helder
251 I, 7,32 | van de menselijke persoon en aan zijn sociale natuur,
252 I, 7,32 | van gedachtenwisseling en dialoog waardoor de een
253 I, 7,32 | allen een betere kennis en een juistere beoordeling
254 I, 7,32 | beoordeling van de leer en het leven van elkaars Gemeenschap.
255 I, 7,32 | van iedere christen oplegt en, waar dit mogelijk en geoorloofd
256 I, 7,32 | oplegt en, waar dit mogelijk en geoorloofd is, komen zij
257 I, 7,32 | betrekking tot zijn Kerk en maken zo een passend en
258 I, 7,32 | en maken zo een passend en krachtig begin met het werk
259 I, 7,32 | het werk van vernieuwing en hervorming".58 ~
260 I, 8,33 | vormt namelijk het geweten en oriënteert zijn handelen
261 I, 8,33 | onderling gescheiden broeders, en hun daden onderworpen worden
262 I, 8,33 | betrekking tussen gebed en dialoog. Intenser en bewuster
263 I, 8,33 | gebed en dialoog. Intenser en bewuster gebed maakt de
264 I, 8,34 | inzoverre de dialoog ook en tegelijkertijd dient als
265 I, 8,34 | hebben, bedriegen we onszelf, en de waarheid is niet in ons.
266 I, 8,34 | zonden belijden is God trouw en rechtvaardig, en zal Hij
267 I, 8,34 | God trouw en rechtvaardig, en zal Hij onze zonden vergeven
268 I, 8,34 | Hij onze zonden vergeven en ons reinigen van alle ongerechtigheid". (
269 I, 8,34 | maken we Hem tot leugenaar, en zijn woord is niet in ons" (
270 I, 8,34 | Jezus Christus de Gerechte; en Hij is de uitboeting van
271 I, 8,34 | uitboeting van onze zonden, en niet alleen voor die van
272 I, 8,34 | hebben tegen de eenheid en dat we overtuigd zijn van
273 I, 8,34 | zonden moeten vergeven worden en overwonnen, maar ook sociale
274 I, 8,34 | zelf die hebben bijgedragen en nog altijd kunnen bijdragen
275 I, 8,34 | bijdragen aan de verdeeldheid en aan de versterking ervan. ~
276 I, 8,35 | een ‘dialoog van bekering’ en zo, in de woorden van paus
277 I, 8,35 | Gemeenschap. Hij heeft ook en vooral een verticale dimensie,
278 I, 8,35 | Verlosser van de wereld en de Heer van de geschiedenis
279 I, 8,35 | erkenning dat wij mannen en vrouwen zijn die gezondigd
280 I, 9,36 | met elkaar te vergelijken en, bovenal, om die meningsverschillen
281 I, 9,36 | waarheidsgetrouw, in liefde en in nederigheid verder zoeken".61 ~
282 I, 9,36 | culturele, psychologische en sociale moeilijkheden aan
283 I, 9,36 | onderzocht. Aan deze innerlijke en persoonlijke dimensie moet
284 I, 9,36 | nauwste een geest van liefde en deemoed verbinden. Er moet
285 I, 9,36 | jegens de dialoogspartner, en nederigheid ten aanzien
286 I, 9,36 | die aan het licht treedt en die misschien om een herziening
287 I, 9,36 | herziening van uitspraken en houdingen vraagt. ~Ten aanzien
288 I, 9,36 | Tegelijkertijd eist het dat de wijze en de methode van uiteenzetting
289 I, 9,36 | eigen geloof te belijden en zijn leer uit te leggen
290 I, 9,36 | wijze die correct, eerlijk en begrijpelijk is, en die
291 I, 9,36 | eerlijk en begrijpelijk is, en die tegelijkertijd rekening
292 I, 9,37 | Christus dieper te leren kennen en duidelijker in het licht
293 I, 9,38 | de verschillende Kerken en kerkelijke Gemeenschappen
294 I, 9,38 | die door mijn voorgangers en mijzelf samen met patriarchen
295 I, 9,38 | formuleringen feitelijk wil leren en de veranderlijke ideeën
296 I, 9,38 | juist hebben weergegeven en, door onveranderd te blijven,
297 I, 9,38 | aanspoort tot wederzijdse vragen en wederzijds begrip, verrassende
298 I, 9,38 | Intolerante polemieken en tegenstellingen hebben dat
299 I, 9,38 | bij nader onderzoek een en dezelfde werkelijkheid bleek,
300 I, 9,38 | lezingen heen te stappen en valse interpretaties uit
301 I, 9,38 | van alle Gemeenschappen65 en hen in zekere zin onderrichten
302 I, 9,39 | eisen van zijn eigen geweten en van het geweten van de ander,
303 I, 9,39 | ander, met diepe nederigheid en liefde voor de waarheid.
304 I, 9,39 | referentiepunten: de Heilige Schrift en de grote Traditie van de
305 I, 10,40 | gemeenschappelijke gebed en op de dialoog. Ze veronderstellen
306 I, 10,40 | dialoog. Ze veronderstellen en vragen reeds nu iedere mogelijke
307 I, 10,40 | niveaus: pastoraal, cultureel en sociaal, alsook in het getuigen
308 I, 10,40 | reeds met elkaar verbindt, en stelt het gelaat van de
309 I, 10,40(66) | tussen de katholieke Kerk en de Assyrische Kerk van het
310 I, 10,40 | onderling tot een beter begrip en een hogere waardering kunnen
311 I, 10,40 | waardering kunnen komen en hoe de weg naar de eenheid
312 I, 10,40 | gemeenschappelijk christelijk getuigenis en een middel tot evangelisatie
313 II, 1,41 | beloofd is aan de apostelen en aan de Kerk (vgl. Joh 14,
314 II, 1,41 | omvang heeft aangenomen en zo algemeen is geworden.
315 II, 1,41 | dat God geschonken heeft en dat al onze dankbaarheid
316 II, 1,42 | vreemden, maar in hen broeders en zusters zien. Anderzijds
317 II, 1,42 | voorbijzien van de historische en canonieke breuken koestert.
318 II, 1,42 | uitvoering van de principes en normen over de oecumene
319 II, 1,42 | christenen behoren ‘Kerken en kerkelijke Gemeenschappen
320 II, 1,42 | of bij de ontmoetingen en oecumenische vieringen die
321 II, 1,42 | erkenning van de ene doop en in de daaruit voortvloeiende
322 II, 1,42 | toepassing van de beginselen en normen voor de Oecumene
323 II, 1,42(69) | toepassing van de beginselen en normen voor de oecumene (
324 II, 1,42 | oecumenische hoffelijkheid en is een fundamentele ecclesiologische
325 II, 1,42(71) | Vgl. COMMISSIE GELOOF EN KERKORDE VAN DE WERELDRAAD
326 II, 1,42(71) | KERKEN, Doopsel, eucharistie en ambt (januari 1982): Ench.
327 II, 1,42(71) | Ench.Oecum. 1, 1391-1447 en def. 1398-1408. ~
328 II, 2,43 | gerechtigheid, de vrede en de toekomst van de wereld
329 II, 2,43 | waarbij zij de autoriteiten en de burgers waarschuwen niet
330 II, 2,43 | getreden. Het is evident, en de ervaring wijst het uit,
331 II, 2,43 | respect voor de rechten en de behoeften van allen,
332 II, 2,43 | het bijzonder van de armen en de vernederden en de onbeschermden,
333 II, 2,43 | armen en de vernederden en de onbeschermden, de overwinning
334 II, 2,43 | deze samenwerking vermeld en onderstreept dat de katholieke
335 II, 2,43 | dit punt aan te dringen en elke inspanning die in deze
336 II, 2,43 | bewerkstelligd in de andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen
337 II, 2,43 | kerkelijke Gemeenschappen en door hen’, als ook door
338 II, 2,43(73) | Toespraak tot de kardinalen en de Romeinse Curie (28 juni
339 II, 2,43(74) | Toespraak tot de kardinalen en de Romeinse Curie (28 juni
340 II, 3 | Overeenstemmingen in het Woord van God en in de eredienst.~
341 II, 3,44 | grondslag voor het gebed en de pastorale activiteit
342 II, 3,44(75) | DE CHRISTELIJKE EENHEID en het UITVOEREND COMITÉ VAN
343 II, 3,44(75) | 1968). Dit werd herzien en vervolgens gepubliceerd
344 II, 3,45 | enkele gelegenheid te houden en besloten tot zondagse viering
345 II, 3,45(76) | Vgl. COMMISSIE GELOOF EN KERKORDE VAN DE WERELDRAAD
346 II, 3,45(76) | KERKEN, Doopsel, eucharistie en ambt (januari 1982). ~
347 II, 3,45 | heel bijzonder de liturgie en de liturgische tekenen (
348 II, 3,45 | studie van de geschiedenis en de betekenis van de liturgie
349 II, 3,45 | betekenis van de liturgie en ziet men dat als een noodzakelijkheid
350 II, 3,45 | Eucharistie van de Heer te vieren, en deze wens wordt reeds tot
351 II, 3,45 | gemeenschappelijke lof, tot één en hetzelfde smeekgebed. Gemeenschappelijk
352 II, 3,45 | richten wij ons tot de Vader en doen dat in toenemende mate ‘
353 II, 3,45(77) | Kerken in Vancouver (1983) en in Canberra (1991), en van
354 II, 3,45(77) | en in Canberra (1991), en van de Commissie Geloof
355 II, 3,45(77) | van de Commissie Geloof en Kerkorde in Santiago de
356 II, 3,46 | eucharistie, van de biecht en van de ziekenzalving aan
357 II, 3,46 | uit zichzelf daarom vragen en die getuigen van het geloof
358 II, 3,46 | kunnen in bepaalde gevallen en onder bijzondere omstandigheden
359 II, 3,46(78) | Unitatis Redintegratio, 8 en 15; Codex van het canonieke
360 II, 3,46(78) | toepassing van de beginselen en normen voor de oecumene (
361 II, 3,46(78) | 122-125, 129-131, 123 en 132: AAS 85 (1993), 1086-
362 II, 3,46(78) | 1086-1087, 1088-1089, 1087 en 1089. ~
363 II, 4,47 | aangetroffen met vreugde erkennen en hoogachten. Het is billijk
364 II, 4,47 | hoogachten. Het is billijk en het strekt ons tot heil
365 II, 4,47 | de rijkdom van Christus en het handelen uit deugd aanwezig
366 II, 4,47 | immers altijd wonderbaar en bewonderenswaardig in zijn
367 II, 4,48 | die tot de andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen
368 II, 4,48 | niveaus tussen de herders en tussen de leden van de gemeenschappen
369 II, 4,48 | christenen afleggen voor God en voor Christus. Zo is er
370 II, 4,48 | bloedvergietens toe’ gaat? En betreft dit getuigenis soms
371 II, 4,48 | de verschillende Kerken en kerkelijke Gemeenschappen
372 II, 4,48 | Christus de Gekruisigde en Opgestane, ontlenen? ~Dit
373 II, 4,48 | het Mysterie van Christus en zijn Kerk’. 80 De oecumenische
374 II, 4,48 | voort te gaan naar ware en volledige gemeenschap. ~
375 II, 5,49 | betrekkingen van de christenen en van de door hen gevoerde
376 II, 5,49 | machtige bron van aansporing en orintering. ~De dogmatische
377 II, 5,49 | heilselementen die in andere Kerken en kerkelijke Gemeenschappen
378 II, 5,49 | aanwezig zijn in die Kerken en Gemeenschappen. Voor zover
379 II, 6,50 | vertegenwoordigers van de Kerken en kerkelijke Gemeenschappen
380 II, 6,50 | Kerken met objectiviteit en diepe genegenheid beschouwd,
381 II, 6,50 | diepe genegenheid beschouwd, en de nadruk gelegd op hun
382 II, 6,50 | gelegd op hun kerkelijke aard en de werkelijke gemeenschapsbanden
383 II, 6,50 | de Kerk van God opgebouwd en uitgebreid". Het voegt er
384 II, 6,50 | ware sacramenten hebben en op grond van de apostolische
385 II, 6,50 | met name het priesterschap en de eucharistie, waardoor
386 II, 6,50 | De grote liturgische en spirituele traditie van
387 II, 6,50 | hen van oudsher gevolgd en door de kerkvaders en oecumenische
388 II, 6,50 | gevolgd en door de kerkvaders en oecumenische Concilies bevestigd
389 II, 6,50 | haar schoonheid vermeerdert en in niet geringe mate bijdraagt
390 II, 6,50 | bestaande gemeenschappelijkheid en richt de aandacht op de
391 II, 6,50 | de Kerken van het Oosten en de katholieke Kerk. Laten
392 II, 6,50 | Oosten bij hun ontstaan en ontwikkeling en aan de aard
393 II, 6,50 | ontstaan en ontwikkeling en aan de aard van de betrekkingen
394 II, 6,50 | de scheiding tussen hen en de Zetel van Rome bestonden
395 II, 6,50 | Zetel van Rome bestonden en laten zij zich een juist
396 II, 6,51 | dialoog van liefde rijpten en zich ontplooiden, alsook
397 II, 6,51 | tussen de katholieke Kerk en de orthodoxe Kerk in haar
398 II, 6,51 | Het ging om een langzaam en moeizaam proces, dat niettemin
399 II, 6,51 | bron van grote vreugde was; en de ontwikkeling was ook
400 II, 7,52 | 52. Wat de Kerk van Rome en het Oecumenische Patriarchaat
401 II, 7,52 | de pausen Johannes XXIII en Paulus VI enerzijds en de
402 II, 7,52 | XXIII en Paulus VI enerzijds en de oecumenische patriarch
403 II, 7,52 | patriarch Athenagoras I en zijn opvolgers anderzijds
404 II, 7,52 | wederzijdse ban "uit het geheugen en uit het midden van de Kerken
405 II, 7,52 | het schisma tussen Rome en Constantinopel. Die voor
406 II, 7,52 | een wederzijdse vergeving en een solidaire verplichting
407 II, 7,52 | ontmoeting van paus Paulus VI en patriarch Athenagoras I
408 II, 7,52 | Constantinopel, op 25 juli 1967, en in oktober van hetzelfde
409 II, 7,52 | tussen de Kerk van het Oosten en de Kerk van het Westen en
410 II, 7,52 | en de Kerk van het Westen en van het herstel van de eenheid
411 II, 7,52 | dood van paus Paulus VI en het korte pontificaat van
412 II, 7,52 | 1979 konden de patriarch en ik besluiten tot het aangaan
413 II, 7,52 | tussen de katholieke Kerk en alle orthodoxe Kerken die
414 II, 7,52 | een bijdrage aan het leven en aan de vitaliteit van die
415 II, 7,52 | vitaliteit van die zusterkerken, en dat ook met het oog op de
416 II, 7,52 | een tegenbezoek brengen en in december 1987 beleefde
417 II, 7,52 | met oprechte genegenheid en met de hem toekomende plechtigheid
418 II, 7,52 | heilige apostelen Petrus en Paulus een delegatie van
419 II, 7,52(84) | Verklaring van paus Paulus VI en de patriarch van Constantinopel
420 II, 7,53 | uitwisseling van informatie en meningen mogelijk voor een
421 II, 7,53 | om naast elkaar te leven en helpt het ons om de wil
422 II, 7,53 | zijn Kerk te aanvaarden en in praktijk te brengen. ~
423 II, 7,53 | van bijzondere betekenis en van groot oecumenisch belang
424 II, 7,53 | betrekkingen tussen Oriënt en Avondland: daar is in de
425 II, 7,53 | evangelisatiewerk van de HH. Cyrillus en Methodius te gedenken, en
426 II, 7,53 | en Methodius te gedenken, en dat het mogelijk maakte
427 II, 7,53 | werpen op die kerkelijke en culturele dubbele traditie
428 II, 7,53 | dat de heilige Cyrillus en Methodius uit de wereld
429 II, 7,53 | die dialoog tussen Oriënt en Avondland leveren, die in
430 II, 7,53 | Europa in de HH.Cyrillus en Methodius haar geestelijke
431 II, 7,53 | patronen van ons verleden en als heiligen vereerd worden,
432 II, 7,53 | worden, aan wie de Kerken en de volken van het Europese
433 II, 7,54 | 1988). De katholieke Kerk en in het bijzonder de Apostolische
434 II, 7,54 | het millennium deelnemen en hebben geprobeerd te onderstrepen
435 II, 7,54 | waarin de Kerk in het Oosten en de Kerk in het Westen niet
436 II, 7,54 | in de aan de HH.Cyrillus en Methodius gewijde encycliek
437 II, 7,54 | encycliek Slavorum apostol85 en in de Apostolische Brief
438 II, 8,55 | op de dag van Pinksteren, en haar hele oorspronkelijke
439 II, 8,55 | concentreerde zich rond Petrus en de Elf (vgl. Hand 2,14).
440 II, 8,55 | van de Kerk in de Oriënt en in het Avondland vormden
441 II, 8,55 | de gemeenschap van geloof en liefde die tussen de plaatselijke
442 II, 8,56 | Tweede Vaticaans Concilie en in samenhang met die traditie
443 II, 8,56 | pijnlijke kerkrechtelijke en psychologische hindernis
444 II, 8,56 | rijke vruchten van genade en groei te schenken. Maar
445 II, 8,56 | Kerken van het Avondland en van de Oriënt hen beroofd
446 II, 8,56 | van wederzijdse geschenken en hulp. Met Gods genade moet
447 II, 8,56 | wil, het deemoedige gebed en een blijvende samenwerking,
448 II, 8,56 | 2). Hoe passend voor ons en hoe actueel is deze oproep
449 II, 8,57 | Wat de apostelen gezien en gehoord en ons verkondigd
450 II, 8,57 | apostelen gezien en gehoord en ons verkondigd hebben, dat
451 II, 8,57 | verbonden door het priesterschap en de eucharistie. Door deel
452 II, 8,57 | langdurige onderlinge geschillen en onenigheden, erkennen onze
453 II, 8,57 | verwezenlijking van deze werkelijkheid en zij moet ons herkenningspunt
454 II, 8,57 | de geestelijke traditie en de rechtsorde in ruime mate
455 II, 8,57 | andere vormen van geestelijke en materiële dienst. Men kan
456 II, 8,57 | monnikenwezen in de oudheid - en in verschillende perioden
457 II, 8,57 | van wat de Kerken van Oost en West op elkaar doet lijken.
458 II, 8,57 | mysterie soms juister waarneemt en belicht dan de ander, zodat
459 II, 8,58 | dagelijks leven van de gelovigen en voor de bevordering van
460 II, 8,58 | tussen de katholieke Kerk en de orthodoxe Kerken heeft
461 II, 8,58 | omstandigheden in acht kan en moet nemen die de eenheid
462 II, 8,58 | van de Kerk niet schaden en ook geen te vermijden gevaren
463 II, 8,58 | maar waarbij wel het heil en het welzijn van de zielen
464 II, 8,58 | omstandigheden van tijd, plaats en personen, in het verleden
465 II, 8,58 | mildere gedragsregel toegepast en zij doet dat nu nog door
466 II, 8,58 | deelneming aan de sacramenten en andere vieringen en heilige
467 II, 8,58 | sacramenten en andere vieringen en heilige zaken toe te staan
468 II, 8,58 | heilige zaken toe te staan en zo aan allen de heilsmiddelen
469 II, 8,58 | heilsmiddelen te verschaffen en getuigenis af te leggen
470 II, 8,58 | christenen".94 ~Deze theologische en pastorale oriëntering is
471 II, 8,58 | toepassing van beginselen en normen voor de oecumene. 96
472 II, 8,58(95) | Recht, Canon 844, parr.2 en 3; Codex van de Canones
473 II, 8,58(95) | Kerken, Canon 671, parr. 2 en 3. ~
474 II, 8,58 | In deze zo belangrijke en gevoelige kwestie is het
475 II, 8,58 | de liturgische eredienst en de verschillende regelingen
476 II, 8,58(96) | toepassing van de beginselen en normen voor de oecumene (
477 II, 9,59 | tussen de katholieke Kerk en de orthodoxe Kerk in haar
478 II, 9,59 | de eenheid in het geloof en in de continuïteit van de
479 II, 9,59 | continuïteit van de ervaring en traditie van de oude Kerk,
480 II, 9,59 | essentiële vooruitgang boeken; en zij was tenslotte in staat,
481 II, 9,59 | wat de katholieke Kerk en de orthodoxe Kerk reeds
482 II, 9,59 | in het geheim van de Kerk en in de band tussen geloof
483 II, 9,59 | in de band tussen geloof en sacramenten kunnen belijden".97
484 II, 9,59 | in staat vast te stellen en te bevestigen dat "in onze
485 II, 9,59 | successie voor de heiliging en de eenheid van het Godsvolk
486 II, 9,59(97) | paus Johannes Paulus II en de Oecumenische Patriarch
487 II, 9,59 | grondslag die katholieken en orthodoxen kunnen gebruiken
488 II, 9,59 | tijd, een gemeenschappelijk en trouw getuigenis, op grond
489 II, 9,59 | de Heer wordt verkondigd en verheerlijkt. ~
490 II, 9,59(98) | TUSSEN DE KATHOLIEKE KERK EN DE ORTHODOXE KERK, “Het
491 II, 9,59(98) | opvolging voor de heiliging en de eenheid van het volk
492 II, 9,60 | tussen de katholieke Kerk en de orthodoxe Kerk, een zaak
493 II, 9,60 | verhoudingen tussen katholieken en orthodoxen dikwijls heeft
494 II, 9,60 | waarheid is, gekoesterd en gesteund door de dialoog
495 II, 9,60 | organisatiestructuren te hebben en hun eigen apostolaat te
496 II, 9,60 | de dialoog van de liefde en de theologische dialoog,
497 II, 9,60 | niet alleen een waarachtige en broederlijke wederzijdse
498 II, 9,60 | komen tussen orthodoxen en katholieken die in hetzelfde
499 II, 9,60 | volle gemeenschap leven, en zij verklaart, dat geheel
500 II, 9,60 | dat geheel dit geestelijk en liturgisch, disciplinair
1-500 | 501-849 |