Chapter,Paragraph,Number
1 I, 1,5 | 16-28). Het Evangelie van Johannes ziet ten aanzien van de
2 I, 3,17 | onderzoeken. Mijn voorganger, paus Johannes XXIII, had dat goed begrepen
3 I, 3,17(30) | Christenen, dat door paus Johannes XXIII met het Motu Proprio
4 I, 3,17(30) | CHRISTELIJKE EENHEID: vgl. JOHANNES PAULUS II, Apost.Constit.
5 I, 4,18 | een gedachte op die paus Johannes XXIII had geuit bij de opening
6 I, 4,20 | bereikt. Zo geloofde paus Johannes XXIII in de eenheid van
7 I, 5,24(45) | Vgl. JOHANNES PAULUS II, Apost.Brief Tertio
8 I, 8,34 | van de Eerste Brief van Johannes te binnen brengen: "Als
9 I, 8,34 | ongerechtigheid". (1,8-9). Johannes gaat zelfs zo ver dat hij
10 I, 8,34 | die de Eerste Brief van Johannes ons geeft? "Mijn kinderen,
11 II, 7,52 | openheid die door de pausen Johannes XXIII en Paulus VI enerzijds
12 II, 7,52 | korte pontificaat van paus Johannes Paulus I het ambt van bisschop
13 II, 9,59(97) | van Zijne Heiligheid paus Johannes Paulus II en de Oecumenische
14 II, 9,60(99) | Vgl. JOHANNES PAULUS II, Brief aan de
15 II, 10,62(106) | Gezamenlijke Verklaring van paus Johannes Paulus II en de Syrisch-orthodoxe
16 II, 12,71 | christelijke broederschap. Paus Johannes Paulus I heeft tijdens zijn
17 III, 2,81 | wordt verwoord, zoals paus Johannes XXIII aanbeval in zijn openingstoespraak
18 III, 3,84(138)| Vgl. JOHANNES PAULUS II, Apost. Brief
19 III, 5,91 | verloochenen. Het Evangelie van Johannes benadrukt dat Petrus de
20 III, 7,98 | missionaire visie. In het vers van Johannes dat tot inspiratie en leidend
21 Aans, 0,103 | 103. Ik, Johannes Paulus, nederige servus
22 Aans, 0,103 | zeventiende van mijn pontificaat.~Johannes Paulus PP II ~
|