Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,4 | wanneer gij op uw beurt u bekeerd hebt, versterk dan
2 Inl, 0,4 | vervullen: "Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet
3 Inl, 0,4 | doen in dit gebed. Mogen u allen met mij bidden voor
4 I, 4,19 | van Australië te zeggen: "U hoeft niet in twee delen
5 I, 4,19 | verdeeld (...). Jezus roept u op om zijn woorden en zijn
6 I, 5,26 | waarheid van de woorden: "U hebt slechts één Vader" (
7 I, 5,26 | wezen met Hem. En dan: "U hebt slechts één Meester,
8 I, 5,26 | slechts één Meester, en u bent allen broeders" (Mt
9 I, 8,34 | Mijn kinderen, ik schrijf u dit, opdat u niet zondigt;
10 I, 8,34 | ik schrijf u dit, opdat u niet zondigt; maar wanneer
11 III, 3,84 | Zoals de liturgie zingt: "U wordt verheerlijkt in Uw
12 III, 5,88 | Evangelie: "Ik ben onder u als Iemand die dient" (Lc
13 III, 5,91 | niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn
14 III, 5,91 | is. Op mijn beurt zeg Ik u: Gij zijt Petrus; en op
15 III, 5,91 | niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het
16 III, 5,92 | gehoord had: "Mijn genade is u voldoende, want mijn kracht
17 Aans, 0,103| getuigenis, en ik zeg tot u, de gelovigen van de katholieke
18 Aans, 0,103| katholieke Kerk, en tot u, mijn broeders en zusters
19 Aans, 0,103| liefde en vrede zal met u zijn (...) De genade van
20 Aans, 0,103| de heilige Geest zij met u allen" (2Kor 13,11.13). ~
|