Chapter,Paragraph,Number
1 I, 6,29 | en daarom de onderlinge betrekkingen met hen bemoeilijken, uit
2 I, 10,40 | 40. De betrekkingen tussen de christenen zijn
3 II, 4,48 | 48. De betrekkingen die de leden van de katholieke
4 II, 5,49 | vrucht van de onderlinge betrekkingen van de christenen en van
5 II, 6,50 | ontwikkeling en aan de aard van de betrekkingen die vóór de scheiding tussen
6 II, 6,51 | zowel voor de broederlijke betrekkingen die door de dialoog van
7 II, 6,51 | totaliteit. Zo was ze ook in de betrekkingen met de oude Oosterse Kerken
8 II, 7,53 | oecumenisch belang zijn voor de betrekkingen tussen Oriënt en Avondland:
9 II, 8,55 | bijzondere zorg (...) om de nauwe betrekkingen in de gemeenschap van geloof
10 II, 9,60(99)| bisschoppen van Europa over de betrekkingen tussen katholieken en orthodoxen
11 II, 9,61 | niet om, door wederzijdse betrekkingen, er zich steeds zeker van
12 II, 10 | Betrekkingen met de Oude Kerken van het
13 II, 10,62 | kleinere snelheid, broederlijke betrekkingen hersteld met de Oude Kerken
14 II, 10,62 | herstel van broederlijke betrekkingen met de Oude Kerken van het
15 II, 11,64 | de Oecumene ook over de betrekkingen met de Kerken en kerkelijke
16 II, 11,64 | bijzondere verwantschap en betrekkingen wegens de lange tijd waarin
17 II, 12 | Kerkelijke betrekkingen~
18 III, 3,82 | de basis van broederlijke betrekkingen die iets anders moeten zijn
|