Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,3(2) | VATICAANS OECUMENISCH CONCILIE, Verklaring over de Godsdienstvrijheid
2 I, 2,8 | dat wordt bevestigd in de verklaring van het Concilie over godsdienstvrijheid
3 I, 2,8(9) | VATICAANSE OECUMENISCH CONCILIE, Verklaring over de Godsdienstvrijheid
4 I, 4,18(33) | VATICAANS OECUMENISCH CONCILIE, Verklaring over de Godsdienstvrijheid
5 I, 7,32(57) | VATICAANS OECUMENISCH CONCILIE, Verklaring over de Godsdienstvrijheid
6 I, 9,37(63) | CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER, Verklaring ter verdediging van de katholieke
7 I, 9,38 | waarheden betreft stelt de Verklaring Mysterium Ecclesiae: "Ook
8 I, 9,38(64) | CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER, Verklaring ter verdediging van de katholieke
9 I, 10,40(66) | Gemeenschappelijk Christologische Verklaring tussen de katholieke Kerk
10 II, 7,52(84) | Vgl. Gezamenlijke Verklaring van paus Paulus VI en de
11 II, 9,59(97) | Verklaring van Zijne Heiligheid paus
12 II, 10,62(104) | Vgl. Gezamenlijke Verklaring van Zijne Heiligheid paus
13 II, 10,62(106) | Vgl. Gezamenlijke Verklaring van paus Johannes Paulus
14 II, 10,62 | gemeenschappelijke christologische verklaring kon tekenen met de Assyrische
15 II, 10,62(108) | Gemeenschappelijke Christologische Verklaring tussen de katholieke Kerk
16 III, 1,78(129)| Kerken is overgenomen in de Verklaring van Canberra (7-20 februari
17 III, 4,87(144)| 1982) en in de geest van de Verklaring van de Zevende Assemblee
|