Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,1 | van de Menswording van de Zoon van God, die mens werd om
2 I, 1,6 | die reden heeft Hij zijn Zoon gezonden opdat deze door
3 I, 1,6 | zelf waarin God door zijn Zoon de muren van de scheiding
4 I, 2,8 | eenheid van de Vader en de Zoon en de heilige Geest haar
5 I, 2,9 | gemeenschap zijn met de Zoon en, in Hem, delen in zijn
6 I, 2,9 | met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus" (1Joh 1,
7 I, 2,12 | Vader en in Christus, Gods Zoon en Verlosser geloven, door
8 I, 5,21 | de eenheid van Vader, Zoon en heilige Geest - opdat
9 I, 5,26 | aangeroepen, de Eniggeboren Zoon, Één in wezen met Hem. En
10 I, 5,26 | opdat wij door "zonen in de Zoon" (vgl. Ef 1,5) te worden
11 I, 5,27 | leven aan de Vader, door de Zoon, in de heilige Geest. Het
12 II, 8,57 | gebracht met de Vader door de Zoon in de heilige Geest (...)
13 II, 11,66 | eer van de ene God, Vader, Zoon en heilige Geest, Jezus
14 III, 5,91 | Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona, want niet vlees
15 III, 5,91 | Vierde Evangelie: "Simon, zoon van Jona, hebt ge Mij meer
16 Aans, 0,102| de eenheid van de Vader, Zoon en heilige Geest".162 ~Bij
|