Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,1 | Jaar 2000 nadert, een jaar dat de christenen zullen vieren
2 Inl, 0,1 | vormen het krachtigste bewijs dat ieder element van verdeeldheid
3 Inl, 0,1 | verzorgd. Daar verklaarde ik dat degenen die in Christus
4 Inl, 0,1 | betekenis, en te ontkennen dat de mens daarin de bron heeft
5 Inl, 0,1 | leven heeft. Zij beweert dat het Kruis noch in staat
6 Inl, 0,1 | slechts een aards wezen dat moet leven alsof God niet
7 Inl, 0,2 | ontgaat de uitdaging die dat allemaal aan de gelovigen
8 Inl, 0,2 | verhinderen? ~Ik dank de Heer dat Hij ons ertoe gebracht heeft
9 Inl, 0,2 | onder de christenen, een pad dat moeilijk is, maar zo rijk
10 Inl, 0,2 | onderzoeken en de pijn die dat verleden helaas zelfs vandaag
11 Inl, 0,3 | leden, zich ervan bewust dat hun zonden evenzovele blijken
12 Inl, 0,3 | zij zich ervan bewust is dat de waarheid zichzelf niet
13 Inl, 0,3 | vooral met het oog op het uur dat de Kerk op de drempel van
14 Inl, 0,3 | waarvan zij de Heer vraagt dat de eenheid tussen alle christenen
15 Inl, 0,4 | met de diepe overtuiging dat ik de Heer gehoorzaam en
16 Inl, 0,4 | wordt volledig openbaar dat de paus helemaal van de
17 Inl, 0,4 | Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet bezwijkt" (
18 Inl, 0,4 | deze bekering! ~We weten dat de Kerk tijdens haar aardse
19 I, 1,5 | mysterie van de communio dat essentieel voor haar is,
20 I, 1,5 | De volkeren zullen weten dat Ik de Heer ben die Israël
21 I, 1,5 | hogepriester (...) zei (...), dat Jezus zou sterven voor het
22 I, 1,5 | vijandschap gedood" (2,14-16), uit dat wat gescheiden was heeft
23 I, 1,6 | allen die in Hem geloven, dat zij één mogen zijn, een
24 I, 1,6 | in de dood van de Heer, dat wil zeggen in de handeling
25 I, 2,7 | dit streven naar eenheid, dat men de oecumenische beweging
26 I, 2,8 | Tegelijkertijd houdt het alles in dat wordt bevestigd in de verklaring
27 I, 2,9 | van zijn lijden gebeden, dat "allen één mogen zijn" (
28 I, 2,9 | De woorden van Christus "dat zij één mogen zijn" zijn
29 I, 2,9 | zijn gebed aan de Vader, dat het plan van de Vader volledig
30 I, 2,9 | mag worden, op zo’n wijze, dat iedereen duidelijk moge
31 I, 2,9 | het plan is van het geheim dat eeuwenlang verborgen was
32 I, 2,9 | van alle eeuwigheid af. Dat is de betekenis van Christus’
33 I, 2,10 | Het Concilie verklaart dat de Kerk van Christus "zich
34 I, 2,10 | tegelijkertijd erkent het dat "ook buiten haar schoot
35 I, 2,11 | bevestigt de katholieke Kerk dat zij in haar tweeduizendjarige
36 I, 2,11 | De katholieke Kerk weet dat dankzij de hulp die zij
37 I, 2,11 | Kerk vergeet echter niet dat velen in haar rijen het
38 I, 2,11 | ontkent het niet het feit dat "mensen van beide zijden
39 I, 2,11 | waren",13 en erkent het, dat de verantwoordelijkheid
40 I, 2,11 | Gods genade is echter noch dat wat tot de structuur van
41 I, 2,11 | Lumen Gentium benadrukt dat de katholieke Kerk "erkent
42 I, 2,11 | katholieke Kerk "erkent dat zij op verschillende wijzen
43 I, 2,12 | geloven, door het doopsel dat hen met Christus verbindt
44 I, 2,12 | orthodoxe Kerken zover, dat het verklaarde dat "door
45 I, 2,12 | zover, dat het verklaarde dat "door de viering van de
46 I, 2,12 | wordt".16 De waarheid eist dat dit alles erkend wordt. ~
47 I, 2,13 | oecumene. Het is niet zo dat er buiten de grenzen van
48 I, 2,14 | gelooft de katholieke Kerk dat in het Pinkstergebeuren
49 I, 2,14 | Deze werkelijkheid is iets dat reeds gegeven is. Aldus
50 I, 3,15 | messiaanse aankondiging dat "de tijd vervuld is en het
51 I, 3,15 | betreft bijzonder het proces dat begonnen is met het Tweede
52 I, 3,15 | te brengen: de wetenschap dat de Geest werkt in andere
53 I, 3,16 | Het Concilie verklaart dat "de Kerk (...) op haar pelgrimstocht
54 I, 3,16 | overlevering te bekijken. Dat brengt hen ertoe zich af
55 I, 3,17 | vormen voor het onderzoek dat moet worden voortgezet en
56 I, 3,17 | niet over het hoofd zien dat de oecumenische opbloei
57 I, 3,17 | paus Johannes XXIII, had dat goed begrepen toen hij bij
58 I, 3,17 | zeer betekenisvolle gebaar dat de excommunicaties van het
59 I, 3,17 | moet aan herinnerd worden dat de vestiging van een speciaal
60 I, 3,17 | Tweede Vaticaans Concilie en dat door dit lichaam de meningen
61 I, 3,17(30)| Eenheid der Christenen, dat door paus Johannes XXIII
62 I, 4,18 | onder het valse voorwendsel dat zij vandaag niet langer
63 I, 4,18 | waarheid. Een "samen zijn" dat de waarheid zou verraden,
64 I, 4,19 | Apostoli herinnerde ik eraan dat Cyrillus en Methodius er
65 I, 4,19 | beschaving".34 Zij erkenden dat zij daarom niet "ook de
66 I, 4,19 | culturen. Want het element dat over de gemeenschap in de
67 I, 4,20 | Daaruit blijkt onweerlegbaar dat de oecumene, de beweging
68 I, 4,20 | of ander "aanhangsel" is dat wordt toegevoegd aan de
69 I, 4,20 | familie, stelde hij vast: dat wat ons verbindt is veel
70 I, 4,20 | verbindt is veel sterker dan dat wat ons scheidt. En het
71 I, 4,20 | christengelovigen eraan denken dat zij de eenheid onder de
72 I, 5,22 | bij hen het besef groeien dat wat hen scheidt, in vergelijking
73 I, 5,23 | gebedsgemeenschap ertoe dat men naar de Kerk en het
74 I, 5,23 | mag namelijk niet vergeten dat de Heer bij de Vader gesmeekt
75 I, 5,23 | wereld zou kunnen geloven, dat de Vader Hem gezonden had (
76 I, 5,23 | Joh 17,21). Men kan zeggen dat de oecumenische beweging
77 I, 5,24 | bron van vreugde om te zien dat de vele oecumenische bijeenkomsten
78 I, 5,24 | ben mij er wel van bewust dat het het Tweede Vaticaans
79 I, 5,24 | Vaticaans Concilie was, dat de paus ertoe bracht zijn
80 I, 5,24 | Canterbury (29 mei 1982); in dat schitterende gebouw zag
81 I, 5,24 | ik ooit kunnen vergeten dat ik deelnam aan de eucharistische
82 I, 5,25 | van eenheid", een "Boek" dat wij telkens moeten openslaan
83 I, 5,26 | broeders en zusters, brengt dat alles tot uitdrukking. Juist
84 I, 5,26 | Heer Jezus zijn Vader bidt, dat ‘allen één mogen zijn (...)
85 I, 5,27 | deze plicht te benadrukken dat ik de gelovigen van de katholieke
86 I, 5,27 | een model heb voorgehouden dat ik als voorbeeldig beschouw,
87 I, 5,27 | als voorbeeldig beschouw, dat van een zuster trappistin,
88 I, 5,27 | helpt ons om te begrijpen dat er geen bijzondere tijden,
89 I, 5,27(50)| kwam zij tot het inzicht dat er gebed en geestelijke
90 I, 6,28 | feite "het enige schepsel dat om zichzelf door God gewild
91 I, 6,30 | Geest van de Waarheid zeggen dat het Tweede Vaticaans Concilie
92 I, 6,30 | gemeenschappelijke gebed dat het Concilie mogelijk maakte
93 I, 8,33 | Tegelijkertijd verlangt zij dat het geweten van de christenen,
94 I, 8,34 | brengen: "Als we zeggen dat we geen zonde hebben, bedriegen
95 I, 8,34 | Johannes gaat zelfs zo ver dat hij stelt: "Als we zeggen
96 I, 8,34 | hij stelt: "Als we zeggen dat we niet gezondigd hebben,
97 I, 8,34 | mogelijk, op voorwaarde dat we ons er nederig van bewust
98 I, 8,34 | nederig van bewust zijn dat we gezondigd hebben tegen
99 I, 8,34 | hebben tegen de eenheid en dat we overtuigd zijn van de
100 I, 8,34 | maar ook sociale zonden, dat wil zeggen de zondige ‘structuren’
101 I, 8,35 | te hulp. Men kan zeggen dat het hele Decreet over de
102 I, 8,35 | dialoog ligt in onze erkenning dat wij mannen en vrouwen zijn
103 I, 9,36 | bestaat vraagt het Concilie dat de hele leer helder wordt
104 I, 9,36 | Tegelijkertijd eist het dat de wijze en de methode van
105 I, 9,37 | geeft ook een criterium dat gehanteerd moet worden wanneer
106 I, 9,37 | vergelijken: "Zij moeten bedenken dat er in de katholieke waarheden
107 I, 9,38 | tijd, toch kan het gebeuren dat deze waarheden door het
108 I, 9,38 | uiteenzettingen moet gesteld worden dat de dogmatische formules
109 I, 9,38 | onveranderd te blijven, dat ook altijd zullen doen voor
110 I, 9,38 | en tegenstellingen hebben dat wat bij nader onderzoek
111 I, 9,38 | voordelen van de oecumene is dat zij de christelijke Gemeenschappen
112 I, 10,40 | middel tot evangelisatie dat alle betrokkenen tot heil
113 II, 1,41 | keer in de geschiedenis dat de inzet voor de eenheid
114 II, 1,41 | zo algemeen is geworden. Dat is reeds een onmetelijk
115 II, 1,41 | een onmetelijk geschenk dat God geschonken heeft en
116 II, 1,41 | God geschonken heeft en dat al onze dankbaarheid verdient.
117 II, 1,42 | gebeurt het bijvoorbeeld dat - helemaal in de geest van
118 II, 1,42 | geesteshoudingen. Het besef dat wij allemaal aan Christus
119 II, 1,42 | toebehoren verdiept zich. Dat heb ik herhaaldelijk persoonlijk
120 II, 1,42 | Christus omvat. Als het gebeurt dat in de loop van gewelddadige
121 II, 1,42 | moet onderstreept worden dat de erkenning van de broederschap
122 II, 1,42 | daaruit voortvloeiende eis, dat God in zijn werk verheerlijkt
123 II, 1,42 | erkenning van de doop. 70 Dat stijgt ver uit boven een
124 II, 1,42 | passend eraan te herinneren dat het fundamentele karakter
125 II, 2,43 | Het komt steeds vaker voor dat de verantwoordelijken van
126 II, 2,43 | volgen die ertoe zou leiden dat de mensenrechten met voeten
127 II, 2,43 | ervaring wijst het uit, dat onder bepaalde omstandigheden
128 II, 2,43 | wereld zó te veranderen dat het respect voor de rechten
129 II, 2,43 | vermeld en onderstreept dat de katholieke Kerk zich
130 II, 2,43 | Vandaag zie ik tevreden dat het reeds uitgebreide netwerk
131 II, 3,45 | Gemeenschappen in het Westen vast dat zij in essentie overeenstemmen.
132 II, 3,45 | de liturgie en ziet men dat als een noodzakelijkheid
133 II, 3,45 | ons tot de Vader en doen dat in toenemende mate ‘met
134 II, 3,45 | eindelijk te kunnen bezegelen, dat schijnt soms dichterbij
135 II, 3,46 | verband eraan te herinneren, dat de katholieke priesters
136 II, 3,46 | getuigen van het geloof dat de Kerk in deze sacramenten
137 II, 4,47 | verklaard: ‘Het is noodzakelijk dat de katholieken de echt christelijke
138 II, 4,48 | gemaakt van het getuigenis dat de andere christenen afleggen
139 II, 4,48 | een wijd gebied opengelegd dat tegelijkertijd de uitdaging
140 II, 4,48 | van het grote getuigenis dat ‘tot bloedvergietens toe’
141 II, 4,48 | Concilie heeft onderstreept dat de goederen die bij de andere
142 II, 4,48 | mag het ons niet ontgaan, dat al wat de genade van de
143 II, 4,48 | proces zeker aanmoedigen, dat al goed begonnen is, om
144 II, 5,49 | gemeenschappelijk hebben. Dat was dienstig om hun inzet
145 II, 6,50 | Voorzienigheid vaststellen dat de band met de Oosterse
146 II, 6,50 | verklaarden openlijk op dat zeer plechtige moment voor
147 II, 6,50 | voegt er consequent aan toe, dat "deze Kerken ondanks de
148 II, 6,50 | door het Concilie erkend. Dat alles in de overtuiging
149 II, 6,50 | alles in de overtuiging dat de legitieme verscheidenheid
150 II, 6,51 | langzaam en moeizaam proces, dat niettemin een bron van grote
151 II, 7,52 | belangrijk om te vermelden dat destijds reeds de voorbereidingen
152 II, 7,52 | van die zusterkerken, en dat ook met het oog op de functie
153 II, 7,53 | plaats het jubileum van 1984 dat afgekondigd werd om het
154 II, 7,53 | Methodius te gedenken, en dat het mogelijk maakte om de
155 II, 7,53 | tot patroon van Europa. Dat de beide broeders van Thessaloniki
156 II, 7,53 | overbodig eraan te herinneren dat de heilige Cyrillus en Methodius
157 II, 7,54 | geprobeerd te onderstrepen dat de doop, die de H.Wladimir
158 II, 7,54 | Wanneer we dan bedenken dat dit heilsgebeuren, dat zich
159 II, 7,54 | bedenken dat dit heilsgebeuren, dat zich voltrokken heeft aan
160 II, 7,54 | begrijpen we duidelijk dat het perspectief van de volledige
161 II, 7,54 | gewettigde verscheidenheid. Dat heb ik in de aan de HH.Cyrillus
162 II, 8,55 | allen eraan te herinneren, dat in het Oosten meerdere afzonderlijke
163 II, 8,55 | vele zich erop beroemen, dat hun ontstaan teruggaat op
164 II, 8,55 | zich dus in relatie met dat apostolisch erfgoed. Haar
165 II, 8,56 | een erfgoed van ervaring dat onze weg naar het hervinden
166 II, 8,57 | en ons verkondigd hebben, dat hebben wij door Gods genade
167 II, 8,57 | Mogen we niet aannemen, dat daaruit de traditionele
168 II, 8,57 | gelegenheid te benadrukken, dat de Oosterse Kerken met grote
169 II, 8,57 | Men kan inderdaad zeggen dat het monnikenwezen in de
170 II, 8,57 | niet te verwonderen dat de een bepaalde aspecten
171 II, 8,57 | zodat men dan moet zeggen, dat de verschillende theologische
172 II, 8,58 | praktijk wijst (...) uit dat men ten aanzien van onze
173 II, 8,58 | gedragsregel toegepast en zij doet dat nu nog door deelneming aan
174 II, 8,58 | kwestie is het noodzakelijk dat de Herders de gelovigen
175 II, 9,59 | stellen en te bevestigen dat "in onze Kerken de apostolische
176 II, 9,60 | is het duidelijk geworden dat de te volgen methode om
177 II, 9,60 | kerkvergadering dankt God ervoor, dat veel zonen van de katholieke
178 II, 9,60 | leven, en zij verklaart, dat geheel dit geestelijk en
179 II, 9,61 | steeds zeker van te voelen dat ze thuis waren in iedere
180 II, 9,61 | eenheid hersteld worden? Dat is de grote opgave die de
181 II, 10,62 | bestaat: "Wij delen het geloof dat door de apostelen is overgeleverd,
182 II, 10,62 | kunnen we vandaag bevestigen dat we het ene geloof in Christus
183 II, 10,62 | grote vreugde geschonken dat ik een gemeenschappelijke
184 II, 10,63 | christologie, in die mate dat we samen het geloof hebben
185 II, 10,63 | geloof hebben kunnen belijden dat we gemeen hebben. Nogmaals
186 II, 10,63 | hebben. Nogmaals dient gezegd dat deze belangrijke verworvenheid
187 II, 10,63 | broederlijke dialoog. En dat niet alleen. Het is een
188 II, 10,63 | want het laat ons zien dat de gevolgde weg de juiste
189 II, 10,63 | gevolgde weg de juiste is en dat we rederlijkerwijze mogen
190 II, 11,64 | Toch moeten wij erkennen, dat tussen deze Kerken en gemeenschappen
191 II, 11,65 | Zij delen dan ook het feit dat ze ‘westers’ van karakter
192 II, 11,65 | Patriarchaat de hoop uit dat men een vorm van samenwerking
193 II, 11,65 | organiseren. Dit feit toont aan dat het gewicht van de culturele
194 II, 11,65 | Oosten als in het Westen. Dat gebed wordt tot een gebod
195 II, 11,66 | Bovendien merkt het Decreet op dat de oecumenische beweging
196 II, 11,66 | sacrament van het doopsel, dat we allemaal gemeenschappelijk
197 II, 11,67 | Daarom verlangt het Concilie dat "de leer over het avondmaal
198 II, 11,67 | redintegratio erop wijst dat de Gemeenschappen van na
199 II, 11,67 | missen, stelt het vast, dat "zij vooral door het ontbreken
200 II, 11,67 | gedenken, belijden (..) dat het leven in de gemeenschap
201 II, 11,69 | tegelijkertijd is gaan beseffen dat bepaalde kwesties nader
202 II, 11,70 | moeilijke en delicate onderzoek dat kwesties van geloof en respect
203 II, 11,70 | geweten omvat, maar ook voor dat van anderen, werd begeleid
204 II, 11,70 | van de katholieke Kerk en dat van de andere Kerken en
205 II, 11,70 | Het gebed voor de eenheid dat reeds zo hecht geworteld
206 II, 11,70 | lichaam van de Kerk, laat zien dat christenen inderdaad het
207 II, 11,70 | eenheid van gelovigen verlangt dat zij elkaar vragen stellen
208 II, 12,72 | 72. Dat geldt vooral voor de Europese
209 II, 12,72 | september 1987. Alleen het feit dat dergelijke ontmoetingen
210 II, 13,74 | Conciliedecreet merkt op dat men onder andere christenen "
211 II, 13,75 | waarde van een getuigenis dat gezamenlijk in de Naam van
212 II, 13,76 | duidelijker te laten zien dat godsdienstige overwegingen
213 II, 13,76 | steeds het gevaar bestaat dat de godsdienst wordt misbruikt
214 II, 13,76 | bijzonder in Bosnië-Herzegowina dat ik vierde op 23 januari
215 II, 13,76 | onze harten. Want we merken dat de christenen zich steeds
216 III, 1,77 | christenen die belijden dat de Kerk één, heilig, katholiek
217 III, 1,78 | Oecumene houdt in dat de christelijke Gemeenschappen
218 III, 1,78 | vereisten van "het erfgoed dat de apostelen hebben overgeleverd"130
219 III, 1,79 | wijsheid van het geloof dat wij zowel een vals irenisme
220 III, 1,79 | wijzen, of een defaitisme dat ertoe neigt om alles negatief
221 III, 1,79 | geopenbaarde waarheid betekent niet dat men een rem zet op de oecumenische
222 III, 1,79 | het betekent voorkómen dat men genoegen neemt met schijnoplossingen
223 III, 1,79 | eerbiedigen is absoluut. Is dat niet de wet van het evangelie? ~
224 III, 2,80 | onderzoek worden gedaan dat het hele Volk van God moet
225 III, 2,80 | nauwkeurig proces nodig dat de resultaten ontleedt en
226 III, 2,81 | Kerk. Het is ook duidelijk dat de oecumenische commissies
227 III, 3,83 | christelijke Gemeenschappen weten dat, dankzij de macht die aan
228 III, 3,83 | en aan de Vader bewaard dat zij konden gaan tot het
229 III, 3,83 | die duidelijk laat zien dat een steeds intensere ervaring
230 III, 3,84 | hun leven. 138 Het feit dat men kan sterven voor het
231 III, 3,84 | voor het geloof toont aan dat andere eisen van het geloof
232 III, 3,84 | leven. Ik voeg er nu aan toe dat deze gemeenschap reeds volmaakt
233 III, 3,84 | het einde van een leven dat trouw was aan de genade,
234 III, 3,85 | kunnen wij dus ontdekken dat door de inwerking van het
235 III, 4,86 | Redintegratio, 141 verklaart dat de ene Kerk van Christus
236 III, 4,86 | over de oecumene benadrukt, dat in haar de volheid (plenitudo)
237 III, 4,87 | Kerk, ons ervan bewust zijn dat we veel ontvangen hebben
238 III, 4,87 | hebben van het getuigenis dat andere Kerken en kerkelijke
239 III, 5,88 | katholieke Kerk zich ervan bewust dat zij het ambt van de Opvolger
240 III, 5,88 | paus Gregorius is mijn ambt dat van servus servorum Dei (
241 III, 5,88 | het best voor het gevaar dat de macht (en in het bijzonder
242 III, 5,88 | overtuiging van de katholieke Kerk dat zij in het ambt van de bisschop
243 III, 5,89 | betekenisvol en bemoedigend dat de kwestie van het primaat
244 III, 5,89 | Betekenisvol en bemoedigend is ook dat deze kwestie niet alleen
245 III, 5,89 | gehouden, de aanbeveling gedaan dat de commissie "een nieuwe
246 III, 5,90 | Rome, en het is in Rome dat hij het grootste bewijs
247 III, 5,90 | woordvoerder van het apostelcollege dat beschreven wordt als "Petrus (...)
248 III, 5,91 | Lucas maakt duidelijk dat Christus Petrus opdroeg
249 III, 5,91 | duidelijk wordt gemaakt dat dit bijzondere dienstambt
250 III, 5,91 | Het is ook betekenisvol dat volgens de Eerste Brief
251 III, 5,91 | Paulus duidelijk laat zien dat de Kerk gegrondvest is op
252 III, 5,91 | Moeten we het erbarmen dat Petrus nodig heeft niet
253 III, 5,91 | Evangelie van Johannes benadrukt dat Petrus de taak om de kudde
254 III, 5,91 | Petrus te beschrijven, erbij dat deze "zodra hij zich bekeerd
255 III, 5,92 | van Rome zijn ambt uit, dat zijn oorsprong heeft in
256 III, 5,92 | ellende ervaart. Het gezag dat dit ambt eigen is staat
257 III, 5,93 | overeenkomt, weet zijn opvolger dat hij een teken van barmhartigheid
258 III, 5,93 | plannen, te verkondigen dat, ondanks alles, God in zijn
259 III, 5,94 | Augustinus laat eerst zien dat Christus "de ene Herder"
260 III, 5,94 | verklaren. Als de omstandigheden dat vereisen, spreekt hij in
261 III, 5,94 | ex cathedra verklaren dat een bepaald leerstuk tot
262 III, 5,95 | 95. Dat alles moet echter altijd
263 III, 5,95 | katholieke Kerk onderstreept dat het ambt van de bisschop
264 III, 5,95 | encycliek opnieuw bevestigd, dat de volle en zichtbare gemeenschap
265 III, 5,95 | Dimitrios I, heb ik gezegd dat ik me ervan bewust was dat "
266 III, 5,95 | dat ik me ervan bewust was dat "om zeer verschillende redenen
267 III, 5,96 | beroeren door zijn bede "dat zij allen één mogen zijn (...)
268 III, 5,96 | opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt" (
269 III, 6,97 | katholieke Kerk eraan vast dat de gemeenschap van de plaatselijke
270 III, 6,97 | de gemeenschap dient - en dat met respect voor het gezag
271 III, 6,97 | zij onder het enige Hoofd, dat is Jezus Christus, zichtbaar
272 III, 6,97 | zo’n dienstambt? Een ambt dat voorzit in waarheid en liefde
273 III, 6,97 | schip - het mooie beeld dat de Wereldraad van Kerken
274 III, 7,98 | In het vers van Johannes dat tot inspiratie en leidend
275 III, 7,98 | opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt" (
276 III, 7,98 | gelove zo sterk benadrukt dat we soms het risico lopen
277 III, 7,98 | risico lopen te vergeten dat, in het denken van de evangelist,
278 III, 7,98 | tegelijkertijd voor de hand dat het gebrek aan eenheid onder
279 III, 7,98 | getuigenis van de eenheid dat door de Kerk wordt gegeven (...)
280 III, 7,98 | christenen is een ernstig feit dat zover gaat, dat het het
281 III, 7,98 | ernstig feit dat zover gaat, dat het het werk van Christus
282 III, 7,98 | christenen? Als het waar is dat de Kerk door de werking
283 III, 7,98 | naties, dan is het ook waar dat zij de moeilijkheden moet
284 III, 7,98 | ontvangen? Zullen ze niet denken dat het Evangelie de oorzaak
285 III, 7,98 | verdeeldheid, ondanks het feit dat het wordt gepresenteerd
286 III, 7,99 | 99. Wanneer ik zeg dat voor mij, als bisschop van
287 III, 7,99 | liefde aan de orde, een gebod dat geen uitzondering toelaat.
288 Aans, 0,100 | Heilig Jaar 2000, schreef ik dat "de beste voorbereiding
289 Aans, 0,100 | Millennium. Gezien het belang dat het Concilie hechtte aan
290 Aans, 0,100 | Het lijdt geen twijfel dat de heilige Geest actief
291 Aans, 0,100 | actief is in dit streven en dat Hij de Kerk leidt naar de
292 Aans, 0,100 | in het gebed uitgedrukt dat, volgens het Vierde Evangelie,
293 Aans, 0,100 | Hij uitsprak op het moment dat Hij binnenging in het verlossende
294 Aans, 0,101 | worden; dit in het besef dat de Kerk deze verplichting
295 Aans, 0,102 | voor ons in met een zuchten dat wij niet in woorden kunnen
296 Aans, 0,102 | Het is hetzelfde antwoord dat Maria van Nazareth hoorde:
297 Aans, 0,102 | komen mij in gedachten, dat hij op het Onze Vader schreef,
298 Aans, 0,102 | broederlijke eendracht en een volk dat één is in de eenheid van
299 Aans, 0,103 | martelaarschap, samen met dat van de apostel Petrus, aan
|