Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
zij 130
zijdelings 1
zijden 3
zijn 292
zijne 9
zijt 2
zin 6
Frequency    [«  »]
326 te
320 is
299 dat
292 zijn
251 voor
243 kerk
233 op
Ioannes Paulus PP. II
Ut Unum Sint

IntraText - Concordances

zijn

    Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,1 | gemeenschap met de katholieke Kerk zijn, geeft nieuwe kracht aan 2 Inl, 0,1 | aan onze plicht om naar zijn aansporing te luisteren 3 Inl, 0,1 | Evangelie. ~Christus roept al zijn leerlingen op tot eenheid. 4 Inl, 0,1 | geloven, verenigd als ze zijn in de navolging van de martelaren, 5 Inl, 0,1 | minimaliseren, te ontdoen van zijn betekenis, en te ontkennen 6 Inl, 0,1 | daarin de bron heeft van zijn nieuwe leven heeft. Zij 7 Inl, 0,2 | de oecumene gegrondvest zijn op de bekering van de harten 8 Inl, 0,2 | objectiviteit de fouten die gemaakt zijn, alsook de begeleidende 9 Inl, 0,3 | evenzovele blijken van ontrouw zijn en hindernissen voor de 10 Inl, 0,3 | leidt en haar doet lijken op zijn lijden en verrijzenis. ~ 11 Inl, 0,3 | katholieke gemeenschap in zijn volle helderheid en consequentie 12 Inl, 0,4 | heeft Hij hem tegelijkertijd zijn menselijke zwakheid doen 13 Inl, 0,4 | bijzondere noodzaak van zijn bekering: "En wanneer gij 14 Inl, 0,4 | bekering van Petrus en van zijn opvolgers steunt op het 15 Inl, 0,4 | Petrus" nodig heeft om zijn broeders te kunnen dienen. 16 I, 1,5 | sacrament van eenheid" te zijn".4 ~Reeds in het Oude Testament 17 I, 1,5 | uitdrukking, om de leden van zijn verstrooide volk "van alle 18 I, 1,5 | één stuk: "Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk 19 I, 1,5 | en zij zullen mijn volk zijn. De volkeren zullen weten 20 I, 1,5 | Kruis (...). Hij heeft in zijn Persoon de vijandschap gedood" ( 21 I, 1,6 | Om die reden heeft Hij zijn Zoon gezonden opdat deze 22 I, 1,6 | gezonden opdat deze door zijn dood en zijn verrijzenis 23 I, 1,6 | opdat deze door zijn dood en zijn verrijzenis ons zijn Geest 24 I, 1,6 | en zijn verrijzenis ons zijn Geest van liefde zou schenken. 25 I, 1,6 | schenken. Aan de vooravond van zijn offerdood aan het Kruis 26 I, 1,6 | Jezus zelf tot de Vader voor zijn leerlingen en voor allen 27 I, 1,6 | geloven, dat zij één mogen zijn, een levende gemeenschap. 28 I, 1,6 | verantwoordelijkheid tegenover God en zijn plan, die allen dragen die 29 I, 1,6 | toch met de doop "begraven" zijn in de dood van de Heer, 30 I, 1,6 | handeling zelf waarin God door zijn Zoon de muren van de scheiding 31 I, 2,7 | echter met wijsheid en geduld Zijn genadeplan jegens ons zondaars 32 I, 2,7 | wekken. Door deze genade zijn overal zeer veel mensen 33 I, 2,9 | zelf heeft in het uur van zijn lijden gebeden, dat "allen 34 I, 2,9 | gebeden, dat "allen één mogen zijn" (Joh 17,21). Deze eenheid 35 I, 2,9 | eenheid die de Heer aan zijn Kerk heeft gegeven en waarin 36 I, 2,9 | staat in het centrum van zijn werken. En ze is ook niet 37 I, 2,9 | attribuut van de gemeenschap van zijn leerlingen. Ze hoort veel 38 I, 2,9 | eenheid de hele diepte van zijn agapè. ~Want deze door de 39 I, 2,9 | gevormd wordt. 10 De gelovigen zijn één, omdat zij in de Geest 40 I, 2,9 | de Geest in gemeenschap zijn met de Zoon en, in Hem, 41 I, 2,9 | Zoon en, in Hem, delen in zijn gemeenschap met de Vader: " 42 I, 2,9 | gemeenschap met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus" (1Joh 43 I, 2,9 | God hen tot deelnemers aan zijn eigen gemeenschap maakt, 44 I, 2,9 | eigen gemeenschap maakt, die zijn eeuwige leven is. De woorden 45 I, 2,9 | Christus "dat zij één mogen zijn" zijn zo zijn gebed aan 46 I, 2,9 | dat zij één mogen zijn" zijn zo zijn gebed aan de Vader, 47 I, 2,9 | één mogen zijn" zijn zo zijn gebed aan de Vader, dat 48 I, 2,10 | naar volledige gemeenschap zijn de katholieke gelovigen 49 I, 2,10 | kerkelijke waarden die aanwezig zijn onder andere christenen. 50 I, 2,10 | heiliging en waarheid te vinden zijn die, als de eigen gaven 51 I, 2,10 | Kerken en gemeenschappen zijn dus, ook al hebben zij vanuit 52 I, 2,11 | alle middelen waarvan God zijn Kerk wenste te voorzien, 53 I, 2,11 | vernietigen wat God krachtenws zijn plan in haar heeft uitgegoten 54 I, 2,11 | onderscheiden graad aanwezig zijn, vormen inderdaad de objectieve 55 I, 2,11 | Gemeenschappen aanwezig zijn, is de ene Kerk van Christus 56 I, 2,12 | wijzen aanwezig en werkzaam zijn buiten de zichtbare grenzen 57 I, 2,12 | katholieke Kerk: "Velen zijn er immers, die de heilige 58 I, 2,12 | Christus verbindt getekend zijn, ja zelfs ook nog andere 59 I, 2,12 | Geest, die ook in hen door zijn gaven en genaden zijn heiligingswerk 60 I, 2,12 | door zijn gaven en genaden zijn heiligingswerk voltrekt, 61 I, 2,13 | het geloof in het doopsel zijn gerechtvaardigd in Christus 62 I, 2,13 | Gemeenschappen aanwezig zijn, voegt het Decreet toe: " 63 I, 2,13 | heilsgemeenschap te ontsluiten".18 ~Dit zijn uitzonderlijk belangrijke 64 I, 2,13 | de katholieke Kerk deel zijn van de volheid van de heilsmiddelen 65 I, 2,14 | reeds gegeven is. Aldus zijn we nu al in de laatste tijden. 66 I, 3,15 | Mk 1,15) waarmee Jezus zijn zending begint, geven het 67 I, 3,15 | verliezen op Gods plan, zijn of haar manier van het kijken 68 I, 3,15 | boetedoening, een zich bewust zijn van bepaalde uitsluitingen 69 I, 3,17 | noodzakelijk is. Deze studies zijn onder een dubbele invalshoek 70 I, 3,17 | voorwaarts, die aanzienlijk zijn en vervullen met hoop omdat 71 I, 3,17 | Kerken die in gemeenschap zijn met de patriarch van Constantinopel 72 I, 4,18 | het geopenbaarde geloof in zijn volledigheid. In zaken van 73 I, 4,18 | toe, "vooral in wat God en zijn Kerk betreft"33, en instemming 74 I, 4,18 | de waarheid. Een "samen zijn" dat de waarheid zou verraden, 75 I, 4,18 | verraden, zou in tegenstelling zijn zowel met de natuur van 76 I, 4,18 | met de natuur van God die zijn gemeenschap aanbiedt, als 77 I, 4,19 | Jezus roept u op om zijn woorden en zijn waarden 78 I, 4,19 | u op om zijn woorden en zijn waarden in uw eigen cultuur 79 I, 4,19 | inhoud van het geloof door zijn natuur bestemd is voor de 80 I, 4,19 | boodschap van het Evangelie in zijn onveranderlijke betekenis 81 I, 4,20 | als de vrucht van een boom zijn, die gezond en bloeiend 82 I, 4,20 | bloeiend oprijst tot hij zijn volle ontwikkeling bereikt. 83 I, 4,20 | Vaticaans Concilie vermaant van zijn kant: "Laten alle christengelovigen 84 I, 5,21 | volle gemeenschap met ons zijn. Uit de liefde ontstaat 85 I, 5,21 | christenen die nog verdeeld zijn. Liefde is de grote onderstroom 86 I, 5,21 | volledige gemeenschap met elkaar zijn, samenkomen om te bidden, 87 I, 5,21 | de katholieken gebonden zijn aan hun gescheiden broeders".43 88 I, 5,21 | Waar twee of drie verzameld zijn in mijn naam, daar ben Ik 89 I, 5,22 | heeft beloofd en dan aan zijn Kerk heeft gegeven in de 90 I, 5,23 | heeft om de eenheid van zijn leerlingen, opdat die getuigenis 91 I, 5,23 | getuigenis zou afleggen van zijn zending en de wereld zou 92 I, 5,23 | ondanks onze scheidingen zijn wij op de weg naar volle 93 I, 5,23 | iedere activiteit aanwezig zijn, die de bevordering van 94 I, 5,24 | traditie geworden. Maar er zijn ook veel andere gelegenheden 95 I, 5,24 | dat de paus ertoe bracht zijn apostolisch dienstwerk op 96 I, 5,24 | verantwoordelijkheid bij het uitvoeren van zijn rol van bisschop van Rome 97 I, 5,24 | zoeken in Christus en in zijn Kerk. Met diepe ontroering 98 I, 5,24 | speciale welsprekendheid. Ze zijn allemaal gebeiteld in de 99 I, 5,26 | zij van elkaar gescheiden zijn verenigen zij zich met des 100 I, 5,26 | Wanneer de Heer Jezus zijn Vader bidt, datallen één 101 I, 5,26 | bidt, datallen één mogen zijn (...) zoals Wij één zijn‘ ( 102 I, 5,26 | zijn (...) zoals Wij één zijn‘ (Joh 17,21-22), opent Hij 103 I, 5,26 | menselijke geest ontoegankelijk zijn, en zinspeelt Hij op een 104 I, 5,27 | onvoorwaardelijke aanbieding van zijn leven aan de Vader, door 105 I, 5,27 | tijden, situaties of plaatsen zijn om te bidden voor de eenheid. 106 I, 6,28 | natuur van de persoon en zijn waardigheid. Vanuit het 107 I, 6,28 | het menselijke subject in zijn totaliteit in; dialoog tussen 108 I, 6,28 | verwoord door paus Paulus VI in zijn encycliek Ecclesiam Suam, 52 109 I, 6,28 | het Concilie opgenomen in zijn leer en zijn oecumenische 110 I, 6,28 | opgenomen in zijn leer en zijn oecumenische activiteit. 111 I, 7,31 | de Apostolische Stoel te zijn, ook de opdracht van de 112 I, 7,31 | katholieke Kerken van het Oosten zijn er bijzondere commissies 113 I, 7,31 | richtlijnen die door het Concilie zijn uitgewerkt, over de oecumene. 114 I, 7,31 | de Kerk geworden. Aldus zijn de ‘methoden’ van de dialoog 115 I, 7,31 | dialoog verbeterd, wat op zijn beurt de geest van dialoog 116 I, 7,31 | waarbij ieder de leer van zijn Gemeenschap nader verklaart 117 I, 7,31 | alle gelovigen om bekend te zijn met de methode die dialoog 118 I, 7,32 | menselijke persoon en aan zijn sociale natuur, namelijk 119 I, 7,32 | Christus met betrekking tot zijn Kerk en maken zo een passend 120 I, 8,33 | het geweten en oriënteert zijn handelen in de richting 121 I, 8,34 | we Hem tot leugenaar, en zijn woord is niet in ons" (1, 122 I, 8,34 | Alle zonden van de wereld zijn ingesloten in het reddende 123 I, 8,34 | ons er nederig van bewust zijn dat we gezondigd hebben 124 I, 8,34 | eenheid en dat we overtuigd zijn van de noodzaak van onze 125 I, 8,35 | delen van gaven die eigen zijn aan elke Gemeenschap. Hij 126 I, 8,35 | dat wij mannen en vrouwen zijn die gezondigd hebben. Juist 127 I, 8,35 | werken, met alle macht van zijn Geest, de Paracleet. ~ 128 I, 9,36 | liefde zou het onmogelijk zijn om de objectieve theologische, 129 I, 9,36 | verbinden. Er moet liefde zijn jegens de dialoogspartner, 130 I, 9,36 | eigen geloof te belijden en zijn leer uit te leggen op een 131 I, 9,38 | concreet voorbeeld daarvan zijn de constateringen dienaangaande 132 I, 9,38 | patriarchen van Kerken ondertekend zijn, waarmee eeuwenlang een 133 I, 9,39 | respect voor de eisen van zijn eigen geweten en van het 134 I, 10,40 | betrekkingen tussen de christenen zijn niet alleen maar op wederzijdse 135 II, 1,42 | groepen het slachtoffer zijn. ~In één woord: de christenen 136 II, 1,42 | voortvloeiende eis, dat God in zijn werk verheerlijkt wordt. 137 II, 2,43 | wereld betreffen. Daardoor zijn zij in een dragend element 138 II, 2,43 | verantwoordelijken van de gemeenschappen zijn echter niet de enigen die 139 II, 3,45 | schijnt soms dichterbij te zijn. Wie had een eeuw geleden 140 II, 3,46 | gemeenschap met de katholieke Kerk zijn, maar die vurig verlangen 141 II, 3,46 | deze wederzijdse ontvangst zijn vastgelegd in normen. Het 142 II, 4,47 | en bewonderenswaardig in zijn werken".79 ~ 143 II, 4,48 | met de andere christenen zijn aangegaan, hebben geleid 144 II, 4,48 | andere christenen aanwezig zijn kunnen bijdragen tot de 145 II, 4,48 | Mysterie van Christus en zijn Kerk’. 80 De oecumenische 146 II, 5,49 | elementen die passief aanwezig zijn in die Kerken en Gemeenschappen. 147 II, 5,49 | Voor zover het elementen zijn van de Kerk van Christus 148 II, 6,50 | Het Concilie heeft van zijn kant de Oosterse Kerken 149 II, 7,52 | patriarch Athenagoras I en zijn opvolgers anderzijds werd 150 II, 7,52 | Athenagoras in de Fanar, zijn Zetel in Constantinopel, 151 II, 7,52 | kerkrechtelijk in gemeenschap zijn met de zetel van Constantinopel. 152 II, 7,53 | de wil van de Heer voor zijn Kerk te aanvaarden en in 153 II, 7,53 | Op de weg die we gegaan zijn sinds het Tweede Vaticaans 154 II, 7,53 | groot oecumenisch belang zijn voor de betrekkingen tussen 155 II, 8,55 | Unitatis redintegratio heeft in zijn historisch overzicht de 156 II, 8,56 | vóór de scheiding bestonden zijn een erfgoed van ervaring 157 II, 8,56 | millennium niet opgehouden zijn Kerk rijke vruchten van 158 II, 8,57 | Door het doopsel immers "zijn wij één in Christus Jezus" ( 159 II, 8,57 | vgl. Gal 3,28). Bovendien zijn wij op grond van de apostolische 160 II, 8,57 | aan de gaven die God aan zijn Kerk geschonken heeft worden 161 II, 8,57 | het verleden tussen ons zijn ontstaan".89 Als wij vandaag, 162 II, 8,57 | moet ons herkenningspunt zijn. ~De band met deze glorierijke 163 II, 8,57 | christen kan aanbieden aan zijn broeder, gevolgd door vele 164 II, 8,58 | consequenties die nuttig zijn voor het dagelijks leven 165 II, 8,58 | kennen, die er op dit gebied zijn. ~Nooit mag men de ecclesiologische 166 II, 9,60 | inzet moet doorgaan. Er zijn reeds tekenen van een vermindering 167 II, 9,60 | Kerken die in gemeenschap zijn met de katholieke Kerk, 168 II, 9,60 | Kerk, sprak het Concilie zijn achting uit in deze woorden: " 169 II, 9,60 | en theologisch erfgoed in zijn verschillende tradities 170 II, 9,61 | apostelen. De eerste Concilies zijn een welsprekend getuigenis 171 II, 10,62 | vaak vijandig en tragisch zijn. Dit is een concreet teken 172 II, 10,62 | wijze waarop we verenigd zijn in Christus ondanks historische, 173 II, 11,64 | 64. In zijn grote plan voor het herstel 174 II, 11,64 | dialoog te scheppen en plaatst zijn richtlijnen in de context 175 II, 11,64 | Apostolische Stoel van Rome zijn afgescheiden, hebben met 176 II, 11,65 | ze ‘westers’ van karakter zijn. Hun bovengenoemde "verschillen", 177 II, 11,65 | bovengenoemde "verschillen", ook al zijn ze van belang, sluiten dus 178 II, 11,66 | bijzonder de geheimen van zijn dood en verrijzenis (...) 179 II, 11,66 | tussen allen die erdoor zijn wedergeboren".118 De theologische, 180 II, 11,66 | gemeenschappelijk doopsel zijn talrijk en belangrijk. Ofschoon 181 II, 11,67 | gebracht en verwachten zij zijn glorievolle wederkomst".121 ~ 182 II, 11,68 | het geestelijk leven en zijn morele consequenties: "De 183 II, 11,68 | culturele aspecten maar breidt zijn waardering uit tot het sterke 184 II, 11,68 | de anderen die aanwezig zijn onder deze broeders. Evenmin 185 II, 11,68 | oprecht verlangen om trouw te zijn aan het Woord van God als 186 II, 11,68 | steeds dringender wordt: "Er zijn veel christenen die het 187 II, 11,69 | Tweede Vaticaans Concilie zijn reeds in daden omgezet en 188 II, 11,69 | van Kerken, en sinds 1968 zijn katholieke theologen toegelaten 189 II, 11,69 | Conciliedecreet voorstelde zijn reeds besproken of zullen 190 II, 11,69 | de zaak van de oecumene zijn toegedaan prijzenswaardig 191 II, 11,69 | toegedaan prijzenswaardig zijn, heeft zich geconcentreerd 192 II, 11,69 | apostolische opvolging. Zo zijn er onverwachte mogelijkheden 193 II, 11,70 | worden. Iedereen, ongeacht zijn rol in de Kerk of opleidingsniveau, 194 II, 12,71 | moedigde dit proces aan door zijn bezoek aan het hoofdkwartier 195 II, 12,71 | op 10 juni 1969, en door zijn vele ontmoetingen met vertegenwoordigers 196 II, 12,71 | Johannes Paulus I heeft tijdens zijn zeer korte pontificaat het 197 II, 12,72 | die allemaal geëngageerd zijn in het zoeken naar trouw 198 II, 12,72 | lutheranen, in staat zullen zijn om aan dezelfde eucharistie 199 II, 13,74 | kunsten aanwezig te doen zijn. Zij treden steeds vaker 200 II, 13,76 | niet de werkelijke oorzaak zijn van de huidige conflicten, 201 III, 1,77 | gemeenschap, kunnen niet voldoende zijn voor het geweten van de 202 III, 1,77 | Met het oog op dit doel zijn alle resultaten tot nog 203 III, 1,78 | overgeleverd"130 aanwezig zijn. Als die afwezig zijn zal 204 III, 1,78 | aanwezig zijn. Als die afwezig zijn zal volledige gemeenschap 205 III, 1,78 | gemeenschap nooit mogelijk zijn. Deze wederzijdse hulp bij 206 III, 1,79 | sacrament, voor het ambt in zijn drie stappen: het bisschopsambt, 207 III, 2,80 | verantwoordelijkheid. We zijn in feite bezig met kwesties 208 III, 2,80 | die dikwijls geloofszaken zijn, en deze hebben algemene 209 III, 2,81 | heilige Geest. Om succesvol te zijn zullen de resultaten ervan 210 III, 2,81 | alles zal het een grote hulp zijn, wanneer men zich in zijn 211 III, 2,81 | zijn, wanneer men zich in zijn werkwijze houdt aan het 212 III, 2,81 | Johannes XXIII aanbeval in zijn openingstoespraak tijdens 213 III, 3,82 | moet ieder afzonderlijk zijn eigen fouten erkennen, zijn 214 III, 3,82 | zijn eigen fouten erkennen, zijn zonden belijden en zich 215 III, 3,82 | betrekkingen die iets anders moeten zijn dan een louter hartelijke 216 III, 3,82 | af te vragen of zij trouw zijn geweest aan zijn plan met 217 III, 3,82 | zij trouw zijn geweest aan zijn plan met de Kerk. ~ 218 III, 3,84 | mogelijk is met Christus die zijn Bloed vergoot, en die door 219 III, 3,84 | de kracht van de genade, zijn zij niet de enigen die getuigenis 220 III, 3,84 | de genade, in gemeenschap zijn met Christus in heerlijkheid. 221 III, 3,84 | en waardoor zij gevormd zijn, maar eerst en vooral deze 222 III, 3,84 | stort de Geest dikwijls zijn genade op buitengewone wijze 223 III, 3,84 | uit het verleden geërfd zijn en Hij zal de gemeenschappen 224 III, 3,84 | gemeenschappen leiden langs zijn wegen tot waar Hij wil: 225 III, 3,84 | tegelijkertijd lofprijzing van zijn heerlijkheid is en dienst 226 III, 3,84 | heerlijkheid is en dienst aan zijn heilsplan. ~ 227 III, 3,85 | 85. Daar God in zijn grenzeloze barmhartigheid 228 III, 3,85 | ook uit die situaties die zijn plan beschadigen, kunnen 229 III, 3,85 | genade zal met al diegenen zijn, die in navolging van het 230 III, 4,86 | heilsmiddelen die door Christus aan zijn Kerk zijn toevertrouwd. ~ 231 III, 4,86 | door Christus aan zijn Kerk zijn toevertrouwd. ~ 232 III, 4,87 | katholieke Kerk, ons ervan bewust zijn dat we veel ontvangen hebben 233 III, 4,87 | stadium waarin we thans zijn beland144 moet met dit proces 234 III, 4,87 | Gemeenschappen aanwezig zijn: het zal dan ook zeker een 235 III, 4,87 | dan ook zeker een kracht zijn die ons drijft naar volledige 236 III, 5,88 | scheiding zou in tegenspraak zijn met de eigenlijke betekenis 237 III, 5,88 | daarvoor verantwoordelijk zijn, vraag ik met mijn voorganger 238 III, 5,90 | Voorzienigheid besluit Petrus zijn tocht in de navolging van 239 III, 5,90 | het grootste bewijs van zijn liefde en trouw geeft. Zo 240 III, 5,90 | Apostel van de Heidenen, zijn hoogste getuigenis in Rome. 241 III, 5,91 | ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden 242 III, 5,91 | ook in de hemel ontbonden zijn" (16,17-19). Lucas maakt 243 III, 5,91 | Christus Petrus opdroeg zijn broeders te versterken, 244 III, 5,91 | tegelijkertijd herinnerde aan zijn eigen menselijke zwakheid 245 III, 5,91 | hem weldra zal geven in zijn Kerk, en Hij om deze reden 246 III, 5,91 | realistische bevestiging van zijn zwakheid, komt weer voor 247 III, 5,91 | Onmiddellijk nadat hij zijn zending ontvangen heeft, 248 III, 5,91 | drievoudige bekentenis van zijn liefde (vgl. 21,15-17), 249 III, 5,91 | 17), die overeenkomt met zijn drievoudige verraad (vgl. 250 III, 5,91 | vgl. 13,38). Lucas van zijn kant blijft in het reeds 251 III, 5,91 | hij zich bekeerd heeft, zijn broeders versterken" moet ( 252 III, 5,92 | kan de beschrijving van zijn dienstwerk afsluiten met 253 III, 5,92 | oefent de bisschop van Rome zijn ambt uit, dat zijn oorsprong 254 III, 5,92 | Rome zijn ambt uit, dat zijn oorsprong heeft in de veelvormige 255 III, 5,92 | leerling de bittere smaak van zijn zwakheid en ellende ervaart. 256 III, 5,93 | 93. Door zijn verbinding met de drievoudige 257 III, 5,93 | verraad overeenkomt, weet zijn opvolger dat hij een teken 258 III, 5,93 | van barmhartigheid moet zijn. Zijn dienst is een dienst 259 III, 5,93 | barmhartigheid moet zijn. Zijn dienst is een dienst van 260 III, 5,93 | dat, ondanks alles, God in zijn barmhartigheid de harten 261 III, 5,94 | wiens eenheid allen één zijn" en gaat dan verder met 262 III, 5,94 | Mogen alle herders zo één zijn in de ene Herder; mogen 263 III, 5,94 | alle herders in gemeenschap zijn met Petrus en zo in de eenheid 264 III, 5,94 | de eenheid van Christus zijn. ~Met de volmacht en het 265 III, 5,94 | die met hem in gemeenschap zijn. Hij kan ook - onder zeer 266 III, 5,95 | gezanten van Christus"153 zijn. De bisschop van Rome hoort 267 III, 5,95 | tot hun "College", en zij zijn zijn broeders in het ambt. ~ 268 III, 5,95 | hun "College", en zij zijn zijn broeders in het ambt. ~Wat 269 III, 5,95 | krachtens de trouw van God zijn geest woont, de brandende 270 III, 5,95 | wijze oefende het primaat zijn taak voor de eenheid uit. 271 III, 5,95 | hetgeen een dienst had moeten zijn, zich onder een heel ander 272 III, 5,95 | volharding de heilige Geest ons zijn licht te schenken en alle 273 III, 5,96 | de wil van Christus voor zijn Kerk voor ogen staat, en 274 III, 5,96 | onszelf laten beroeren door zijn bede "dat zij allen één 275 III, 5,96 | dat zij allen één mogen zijn (...) opdat de wereld gelove 276 III, 6,97 | als de gemeenschap van al zijn leerlingen. ~Voelen niet 277 III, 6,97 | kapseizen in de stormen en eens zijn haven zal bereiken. ~ 278 III, 7,98 | dient - "mogen ook zij één zijn, opdat de wereld gelove 279 III, 7,98 | voorganger paus Paulus VI in zijn Apostolische Exhortatie 280 III, 7,98 | predikers van het evangelie zijn moeten wij aan de gelovigen 281 III, 7,98 | van mensen die het oneens zijn of verdeeld door twistpunten 282 III, 7,98 | te vinden en samen op weg zijn, en dit alles op grond van 283 III, 7,98 | het onderling niet eens zijn, ook al beroepen ze zich 284 III, 7,98 | zullen zij dan in staat zijn om de ware boodschap te 285 III, 7,99 | jegens Hem en gaat in tegen zijn plan om alle mensen te verzamelen 286 Aans, 0,100| het verlossende geheim van zijn Pascha. Net als Hij toen 287 Aans, 0,101| aan om bijzonder attent te zijn op deze inzet. De twee Codices 288 Aans, 0,102| gebed moet altijd onrustig zijn van het verlangen naar eenheid, 289 Aans, 0,102| zal het antwoord altijd ja zijn. Het is hetzelfde antwoord 290 Aans, 0,102| zich eerst te verzoenen met zijn broeder. Want God kan alleen 291 Aans, 0,103| glans heeft geschonken van zijn getuigenis, en ik zeg tot 292 Aans, 0,103| liefde en vrede zal met u zijn (...) De genade van de Heer


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License