Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,1 | gemeenschap met de katholieke Kerk zijn, geeft nieuwe kracht aan
2 Inl, 0,1 | aan onze plicht om naar zijn aansporing te luisteren
3 Inl, 0,1 | Evangelie. ~Christus roept al zijn leerlingen op tot eenheid.
4 Inl, 0,1 | geloven, verenigd als ze zijn in de navolging van de martelaren,
5 Inl, 0,1 | minimaliseren, te ontdoen van zijn betekenis, en te ontkennen
6 Inl, 0,1 | daarin de bron heeft van zijn nieuwe leven heeft. Zij
7 Inl, 0,2 | de oecumene gegrondvest zijn op de bekering van de harten
8 Inl, 0,2 | objectiviteit de fouten die gemaakt zijn, alsook de begeleidende
9 Inl, 0,3 | evenzovele blijken van ontrouw zijn en hindernissen voor de
10 Inl, 0,3 | leidt en haar doet lijken op zijn lijden en verrijzenis. ~
11 Inl, 0,3 | katholieke gemeenschap in zijn volle helderheid en consequentie
12 Inl, 0,4 | heeft Hij hem tegelijkertijd zijn menselijke zwakheid doen
13 Inl, 0,4 | bijzondere noodzaak van zijn bekering: "En wanneer gij
14 Inl, 0,4 | bekering van Petrus en van zijn opvolgers steunt op het
15 Inl, 0,4 | Petrus" nodig heeft om zijn broeders te kunnen dienen.
16 I, 1,5 | sacrament van eenheid" te zijn".4 ~Reeds in het Oude Testament
17 I, 1,5 | uitdrukking, om de leden van zijn verstrooide volk "van alle
18 I, 1,5 | één stuk: "Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk
19 I, 1,5 | en zij zullen mijn volk zijn. De volkeren zullen weten
20 I, 1,5 | Kruis (...). Hij heeft in zijn Persoon de vijandschap gedood" (
21 I, 1,6 | Om die reden heeft Hij zijn Zoon gezonden opdat deze
22 I, 1,6 | gezonden opdat deze door zijn dood en zijn verrijzenis
23 I, 1,6 | opdat deze door zijn dood en zijn verrijzenis ons zijn Geest
24 I, 1,6 | en zijn verrijzenis ons zijn Geest van liefde zou schenken.
25 I, 1,6 | schenken. Aan de vooravond van zijn offerdood aan het Kruis
26 I, 1,6 | Jezus zelf tot de Vader voor zijn leerlingen en voor allen
27 I, 1,6 | geloven, dat zij één mogen zijn, een levende gemeenschap.
28 I, 1,6 | verantwoordelijkheid tegenover God en zijn plan, die allen dragen die
29 I, 1,6 | toch met de doop "begraven" zijn in de dood van de Heer,
30 I, 1,6 | handeling zelf waarin God door zijn Zoon de muren van de scheiding
31 I, 2,7 | echter met wijsheid en geduld Zijn genadeplan jegens ons zondaars
32 I, 2,7 | wekken. Door deze genade zijn overal zeer veel mensen
33 I, 2,9 | zelf heeft in het uur van zijn lijden gebeden, dat "allen
34 I, 2,9 | gebeden, dat "allen één mogen zijn" (Joh 17,21). Deze eenheid
35 I, 2,9 | eenheid die de Heer aan zijn Kerk heeft gegeven en waarin
36 I, 2,9 | staat in het centrum van zijn werken. En ze is ook niet
37 I, 2,9 | attribuut van de gemeenschap van zijn leerlingen. Ze hoort veel
38 I, 2,9 | eenheid de hele diepte van zijn agapè. ~Want deze door de
39 I, 2,9 | gevormd wordt. 10 De gelovigen zijn één, omdat zij in de Geest
40 I, 2,9 | de Geest in gemeenschap zijn met de Zoon en, in Hem,
41 I, 2,9 | Zoon en, in Hem, delen in zijn gemeenschap met de Vader: "
42 I, 2,9 | gemeenschap met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus" (1Joh
43 I, 2,9 | God hen tot deelnemers aan zijn eigen gemeenschap maakt,
44 I, 2,9 | eigen gemeenschap maakt, die zijn eeuwige leven is. De woorden
45 I, 2,9 | Christus "dat zij één mogen zijn" zijn zo zijn gebed aan
46 I, 2,9 | dat zij één mogen zijn" zijn zo zijn gebed aan de Vader,
47 I, 2,9 | één mogen zijn" zijn zo zijn gebed aan de Vader, dat
48 I, 2,10 | naar volledige gemeenschap zijn de katholieke gelovigen
49 I, 2,10 | kerkelijke waarden die aanwezig zijn onder andere christenen.
50 I, 2,10 | heiliging en waarheid te vinden zijn die, als de eigen gaven
51 I, 2,10 | Kerken en gemeenschappen zijn dus, ook al hebben zij vanuit
52 I, 2,11 | alle middelen waarvan God zijn Kerk wenste te voorzien,
53 I, 2,11 | vernietigen wat God krachtenws zijn plan in haar heeft uitgegoten
54 I, 2,11 | onderscheiden graad aanwezig zijn, vormen inderdaad de objectieve
55 I, 2,11 | Gemeenschappen aanwezig zijn, is de ene Kerk van Christus
56 I, 2,12 | wijzen aanwezig en werkzaam zijn buiten de zichtbare grenzen
57 I, 2,12 | katholieke Kerk: "Velen zijn er immers, die de heilige
58 I, 2,12 | Christus verbindt getekend zijn, ja zelfs ook nog andere
59 I, 2,12 | Geest, die ook in hen door zijn gaven en genaden zijn heiligingswerk
60 I, 2,12 | door zijn gaven en genaden zijn heiligingswerk voltrekt,
61 I, 2,13 | het geloof in het doopsel zijn gerechtvaardigd in Christus
62 I, 2,13 | Gemeenschappen aanwezig zijn, voegt het Decreet toe: "
63 I, 2,13 | heilsgemeenschap te ontsluiten".18 ~Dit zijn uitzonderlijk belangrijke
64 I, 2,13 | de katholieke Kerk deel zijn van de volheid van de heilsmiddelen
65 I, 2,14 | reeds gegeven is. Aldus zijn we nu al in de laatste tijden.
66 I, 3,15 | Mk 1,15) waarmee Jezus zijn zending begint, geven het
67 I, 3,15 | verliezen op Gods plan, zijn of haar manier van het kijken
68 I, 3,15 | boetedoening, een zich bewust zijn van bepaalde uitsluitingen
69 I, 3,17 | noodzakelijk is. Deze studies zijn onder een dubbele invalshoek
70 I, 3,17 | voorwaarts, die aanzienlijk zijn en vervullen met hoop omdat
71 I, 3,17 | Kerken die in gemeenschap zijn met de patriarch van Constantinopel
72 I, 4,18 | het geopenbaarde geloof in zijn volledigheid. In zaken van
73 I, 4,18 | toe, "vooral in wat God en zijn Kerk betreft"33, en instemming
74 I, 4,18 | de waarheid. Een "samen zijn" dat de waarheid zou verraden,
75 I, 4,18 | verraden, zou in tegenstelling zijn zowel met de natuur van
76 I, 4,18 | met de natuur van God die zijn gemeenschap aanbiedt, als
77 I, 4,19 | Jezus roept u op om zijn woorden en zijn waarden
78 I, 4,19 | u op om zijn woorden en zijn waarden in uw eigen cultuur
79 I, 4,19 | inhoud van het geloof door zijn natuur bestemd is voor de
80 I, 4,19 | boodschap van het Evangelie in zijn onveranderlijke betekenis
81 I, 4,20 | als de vrucht van een boom zijn, die gezond en bloeiend
82 I, 4,20 | bloeiend oprijst tot hij zijn volle ontwikkeling bereikt.
83 I, 4,20 | Vaticaans Concilie vermaant van zijn kant: "Laten alle christengelovigen
84 I, 5,21 | volle gemeenschap met ons zijn. Uit de liefde ontstaat
85 I, 5,21 | christenen die nog verdeeld zijn. Liefde is de grote onderstroom
86 I, 5,21 | volledige gemeenschap met elkaar zijn, samenkomen om te bidden,
87 I, 5,21 | de katholieken gebonden zijn aan hun gescheiden broeders".43
88 I, 5,21 | Waar twee of drie verzameld zijn in mijn naam, daar ben Ik
89 I, 5,22 | heeft beloofd en dan aan zijn Kerk heeft gegeven in de
90 I, 5,23 | heeft om de eenheid van zijn leerlingen, opdat die getuigenis
91 I, 5,23 | getuigenis zou afleggen van zijn zending en de wereld zou
92 I, 5,23 | ondanks onze scheidingen zijn wij op de weg naar volle
93 I, 5,23 | iedere activiteit aanwezig zijn, die de bevordering van
94 I, 5,24 | traditie geworden. Maar er zijn ook veel andere gelegenheden
95 I, 5,24 | dat de paus ertoe bracht zijn apostolisch dienstwerk op
96 I, 5,24 | verantwoordelijkheid bij het uitvoeren van zijn rol van bisschop van Rome
97 I, 5,24 | zoeken in Christus en in zijn Kerk. Met diepe ontroering
98 I, 5,24 | speciale welsprekendheid. Ze zijn allemaal gebeiteld in de
99 I, 5,26 | zij van elkaar gescheiden zijn verenigen zij zich met des
100 I, 5,26 | Wanneer de Heer Jezus zijn Vader bidt, dat ‘allen één
101 I, 5,26 | bidt, dat ‘allen één mogen zijn (...) zoals Wij één zijn‘ (
102 I, 5,26 | zijn (...) zoals Wij één zijn‘ (Joh 17,21-22), opent Hij
103 I, 5,26 | menselijke geest ontoegankelijk zijn, en zinspeelt Hij op een
104 I, 5,27 | onvoorwaardelijke aanbieding van zijn leven aan de Vader, door
105 I, 5,27 | tijden, situaties of plaatsen zijn om te bidden voor de eenheid.
106 I, 6,28 | natuur van de persoon en zijn waardigheid. Vanuit het
107 I, 6,28 | het menselijke subject in zijn totaliteit in; dialoog tussen
108 I, 6,28 | verwoord door paus Paulus VI in zijn encycliek Ecclesiam Suam, 52
109 I, 6,28 | het Concilie opgenomen in zijn leer en zijn oecumenische
110 I, 6,28 | opgenomen in zijn leer en zijn oecumenische activiteit.
111 I, 7,31 | de Apostolische Stoel te zijn, ook de opdracht van de
112 I, 7,31 | katholieke Kerken van het Oosten zijn er bijzondere commissies
113 I, 7,31 | richtlijnen die door het Concilie zijn uitgewerkt, over de oecumene.
114 I, 7,31 | de Kerk geworden. Aldus zijn de ‘methoden’ van de dialoog
115 I, 7,31 | dialoog verbeterd, wat op zijn beurt de geest van dialoog
116 I, 7,31 | waarbij ieder de leer van zijn Gemeenschap nader verklaart
117 I, 7,31 | alle gelovigen om bekend te zijn met de methode die dialoog
118 I, 7,32 | menselijke persoon en aan zijn sociale natuur, namelijk
119 I, 7,32 | Christus met betrekking tot zijn Kerk en maken zo een passend
120 I, 8,33 | het geweten en oriënteert zijn handelen in de richting
121 I, 8,34 | we Hem tot leugenaar, en zijn woord is niet in ons" (1,
122 I, 8,34 | Alle zonden van de wereld zijn ingesloten in het reddende
123 I, 8,34 | ons er nederig van bewust zijn dat we gezondigd hebben
124 I, 8,34 | eenheid en dat we overtuigd zijn van de noodzaak van onze
125 I, 8,35 | delen van gaven die eigen zijn aan elke Gemeenschap. Hij
126 I, 8,35 | dat wij mannen en vrouwen zijn die gezondigd hebben. Juist
127 I, 8,35 | werken, met alle macht van zijn Geest, de Paracleet. ~
128 I, 9,36 | liefde zou het onmogelijk zijn om de objectieve theologische,
129 I, 9,36 | verbinden. Er moet liefde zijn jegens de dialoogspartner,
130 I, 9,36 | eigen geloof te belijden en zijn leer uit te leggen op een
131 I, 9,38 | concreet voorbeeld daarvan zijn de constateringen dienaangaande
132 I, 9,38 | patriarchen van Kerken ondertekend zijn, waarmee eeuwenlang een
133 I, 9,39 | respect voor de eisen van zijn eigen geweten en van het
134 I, 10,40 | betrekkingen tussen de christenen zijn niet alleen maar op wederzijdse
135 II, 1,42 | groepen het slachtoffer zijn. ~In één woord: de christenen
136 II, 1,42 | voortvloeiende eis, dat God in zijn werk verheerlijkt wordt.
137 II, 2,43 | wereld betreffen. Daardoor zijn zij in een dragend element
138 II, 2,43 | verantwoordelijken van de gemeenschappen zijn echter niet de enigen die
139 II, 3,45 | schijnt soms dichterbij te zijn. Wie had een eeuw geleden
140 II, 3,46 | gemeenschap met de katholieke Kerk zijn, maar die vurig verlangen
141 II, 3,46 | deze wederzijdse ontvangst zijn vastgelegd in normen. Het
142 II, 4,47 | en bewonderenswaardig in zijn werken".79 ~
143 II, 4,48 | met de andere christenen zijn aangegaan, hebben geleid
144 II, 4,48 | andere christenen aanwezig zijn kunnen bijdragen tot de
145 II, 4,48 | Mysterie van Christus en zijn Kerk’. 80 De oecumenische
146 II, 5,49 | elementen die passief aanwezig zijn in die Kerken en Gemeenschappen.
147 II, 5,49 | Voor zover het elementen zijn van de Kerk van Christus
148 II, 6,50 | Het Concilie heeft van zijn kant de Oosterse Kerken
149 II, 7,52 | patriarch Athenagoras I en zijn opvolgers anderzijds werd
150 II, 7,52 | Athenagoras in de Fanar, zijn Zetel in Constantinopel,
151 II, 7,52 | kerkrechtelijk in gemeenschap zijn met de zetel van Constantinopel.
152 II, 7,53 | de wil van de Heer voor zijn Kerk te aanvaarden en in
153 II, 7,53 | Op de weg die we gegaan zijn sinds het Tweede Vaticaans
154 II, 7,53 | groot oecumenisch belang zijn voor de betrekkingen tussen
155 II, 8,55 | Unitatis redintegratio heeft in zijn historisch overzicht de
156 II, 8,56 | vóór de scheiding bestonden zijn een erfgoed van ervaring
157 II, 8,56 | millennium niet opgehouden zijn Kerk rijke vruchten van
158 II, 8,57 | Door het doopsel immers "zijn wij één in Christus Jezus" (
159 II, 8,57 | vgl. Gal 3,28). Bovendien zijn wij op grond van de apostolische
160 II, 8,57 | aan de gaven die God aan zijn Kerk geschonken heeft worden
161 II, 8,57 | het verleden tussen ons zijn ontstaan".89 Als wij vandaag,
162 II, 8,57 | moet ons herkenningspunt zijn. ~De band met deze glorierijke
163 II, 8,57 | christen kan aanbieden aan zijn broeder, gevolgd door vele
164 II, 8,58 | consequenties die nuttig zijn voor het dagelijks leven
165 II, 8,58 | kennen, die er op dit gebied zijn. ~Nooit mag men de ecclesiologische
166 II, 9,60 | inzet moet doorgaan. Er zijn reeds tekenen van een vermindering
167 II, 9,60 | Kerken die in gemeenschap zijn met de katholieke Kerk,
168 II, 9,60 | Kerk, sprak het Concilie zijn achting uit in deze woorden: "
169 II, 9,60 | en theologisch erfgoed in zijn verschillende tradities
170 II, 9,61 | apostelen. De eerste Concilies zijn een welsprekend getuigenis
171 II, 10,62 | vaak vijandig en tragisch zijn. Dit is een concreet teken
172 II, 10,62 | wijze waarop we verenigd zijn in Christus ondanks historische,
173 II, 11,64 | 64. In zijn grote plan voor het herstel
174 II, 11,64 | dialoog te scheppen en plaatst zijn richtlijnen in de context
175 II, 11,64 | Apostolische Stoel van Rome zijn afgescheiden, hebben met
176 II, 11,65 | ze ‘westers’ van karakter zijn. Hun bovengenoemde "verschillen",
177 II, 11,65 | bovengenoemde "verschillen", ook al zijn ze van belang, sluiten dus
178 II, 11,66 | bijzonder de geheimen van zijn dood en verrijzenis (...)
179 II, 11,66 | tussen allen die erdoor zijn wedergeboren".118 De theologische,
180 II, 11,66 | gemeenschappelijk doopsel zijn talrijk en belangrijk. Ofschoon
181 II, 11,67 | gebracht en verwachten zij zijn glorievolle wederkomst".121 ~
182 II, 11,68 | het geestelijk leven en zijn morele consequenties: "De
183 II, 11,68 | culturele aspecten maar breidt zijn waardering uit tot het sterke
184 II, 11,68 | de anderen die aanwezig zijn onder deze broeders. Evenmin
185 II, 11,68 | oprecht verlangen om trouw te zijn aan het Woord van God als
186 II, 11,68 | steeds dringender wordt: "Er zijn veel christenen die het
187 II, 11,69 | Tweede Vaticaans Concilie zijn reeds in daden omgezet en
188 II, 11,69 | van Kerken, en sinds 1968 zijn katholieke theologen toegelaten
189 II, 11,69 | Conciliedecreet voorstelde zijn reeds besproken of zullen
190 II, 11,69 | de zaak van de oecumene zijn toegedaan prijzenswaardig
191 II, 11,69 | toegedaan prijzenswaardig zijn, heeft zich geconcentreerd
192 II, 11,69 | apostolische opvolging. Zo zijn er onverwachte mogelijkheden
193 II, 11,70 | worden. Iedereen, ongeacht zijn rol in de Kerk of opleidingsniveau,
194 II, 12,71 | moedigde dit proces aan door zijn bezoek aan het hoofdkwartier
195 II, 12,71 | op 10 juni 1969, en door zijn vele ontmoetingen met vertegenwoordigers
196 II, 12,71 | Johannes Paulus I heeft tijdens zijn zeer korte pontificaat het
197 II, 12,72 | die allemaal geëngageerd zijn in het zoeken naar trouw
198 II, 12,72 | lutheranen, in staat zullen zijn om aan dezelfde eucharistie
199 II, 13,74 | kunsten aanwezig te doen zijn. Zij treden steeds vaker
200 II, 13,76 | niet de werkelijke oorzaak zijn van de huidige conflicten,
201 III, 1,77 | gemeenschap, kunnen niet voldoende zijn voor het geweten van de
202 III, 1,77 | Met het oog op dit doel zijn alle resultaten tot nog
203 III, 1,78 | overgeleverd"130 aanwezig zijn. Als die afwezig zijn zal
204 III, 1,78 | aanwezig zijn. Als die afwezig zijn zal volledige gemeenschap
205 III, 1,78 | gemeenschap nooit mogelijk zijn. Deze wederzijdse hulp bij
206 III, 1,79 | sacrament, voor het ambt in zijn drie stappen: het bisschopsambt,
207 III, 2,80 | verantwoordelijkheid. We zijn in feite bezig met kwesties
208 III, 2,80 | die dikwijls geloofszaken zijn, en deze hebben algemene
209 III, 2,81 | heilige Geest. Om succesvol te zijn zullen de resultaten ervan
210 III, 2,81 | alles zal het een grote hulp zijn, wanneer men zich in zijn
211 III, 2,81 | zijn, wanneer men zich in zijn werkwijze houdt aan het
212 III, 2,81 | Johannes XXIII aanbeval in zijn openingstoespraak tijdens
213 III, 3,82 | moet ieder afzonderlijk zijn eigen fouten erkennen, zijn
214 III, 3,82 | zijn eigen fouten erkennen, zijn zonden belijden en zich
215 III, 3,82 | betrekkingen die iets anders moeten zijn dan een louter hartelijke
216 III, 3,82 | af te vragen of zij trouw zijn geweest aan zijn plan met
217 III, 3,82 | zij trouw zijn geweest aan zijn plan met de Kerk. ~
218 III, 3,84 | mogelijk is met Christus die zijn Bloed vergoot, en die door
219 III, 3,84 | de kracht van de genade, zijn zij niet de enigen die getuigenis
220 III, 3,84 | de genade, in gemeenschap zijn met Christus in heerlijkheid.
221 III, 3,84 | en waardoor zij gevormd zijn, maar eerst en vooral deze
222 III, 3,84 | stort de Geest dikwijls zijn genade op buitengewone wijze
223 III, 3,84 | uit het verleden geërfd zijn en Hij zal de gemeenschappen
224 III, 3,84 | gemeenschappen leiden langs zijn wegen tot waar Hij wil:
225 III, 3,84 | tegelijkertijd lofprijzing van zijn heerlijkheid is en dienst
226 III, 3,84 | heerlijkheid is en dienst aan zijn heilsplan. ~
227 III, 3,85 | 85. Daar God in zijn grenzeloze barmhartigheid
228 III, 3,85 | ook uit die situaties die zijn plan beschadigen, kunnen
229 III, 3,85 | genade zal met al diegenen zijn, die in navolging van het
230 III, 4,86 | heilsmiddelen die door Christus aan zijn Kerk zijn toevertrouwd. ~
231 III, 4,86 | door Christus aan zijn Kerk zijn toevertrouwd. ~
232 III, 4,87 | katholieke Kerk, ons ervan bewust zijn dat we veel ontvangen hebben
233 III, 4,87 | stadium waarin we thans zijn beland144 moet met dit proces
234 III, 4,87 | Gemeenschappen aanwezig zijn: het zal dan ook zeker een
235 III, 4,87 | dan ook zeker een kracht zijn die ons drijft naar volledige
236 III, 5,88 | scheiding zou in tegenspraak zijn met de eigenlijke betekenis
237 III, 5,88 | daarvoor verantwoordelijk zijn, vraag ik met mijn voorganger
238 III, 5,90 | Voorzienigheid besluit Petrus zijn tocht in de navolging van
239 III, 5,90 | het grootste bewijs van zijn liefde en trouw geeft. Zo
240 III, 5,90 | Apostel van de Heidenen, zijn hoogste getuigenis in Rome.
241 III, 5,91 | ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden
242 III, 5,91 | ook in de hemel ontbonden zijn" (16,17-19). Lucas maakt
243 III, 5,91 | Christus Petrus opdroeg zijn broeders te versterken,
244 III, 5,91 | tegelijkertijd herinnerde aan zijn eigen menselijke zwakheid
245 III, 5,91 | hem weldra zal geven in zijn Kerk, en Hij om deze reden
246 III, 5,91 | realistische bevestiging van zijn zwakheid, komt weer voor
247 III, 5,91 | Onmiddellijk nadat hij zijn zending ontvangen heeft,
248 III, 5,91 | drievoudige bekentenis van zijn liefde (vgl. 21,15-17),
249 III, 5,91 | 17), die overeenkomt met zijn drievoudige verraad (vgl.
250 III, 5,91 | vgl. 13,38). Lucas van zijn kant blijft in het reeds
251 III, 5,91 | hij zich bekeerd heeft, zijn broeders versterken" moet (
252 III, 5,92 | kan de beschrijving van zijn dienstwerk afsluiten met
253 III, 5,92 | oefent de bisschop van Rome zijn ambt uit, dat zijn oorsprong
254 III, 5,92 | Rome zijn ambt uit, dat zijn oorsprong heeft in de veelvormige
255 III, 5,92 | leerling de bittere smaak van zijn zwakheid en ellende ervaart.
256 III, 5,93 | 93. Door zijn verbinding met de drievoudige
257 III, 5,93 | verraad overeenkomt, weet zijn opvolger dat hij een teken
258 III, 5,93 | van barmhartigheid moet zijn. Zijn dienst is een dienst
259 III, 5,93 | barmhartigheid moet zijn. Zijn dienst is een dienst van
260 III, 5,93 | dat, ondanks alles, God in zijn barmhartigheid de harten
261 III, 5,94 | wiens eenheid allen één zijn" en gaat dan verder met
262 III, 5,94 | Mogen alle herders zo één zijn in de ene Herder; mogen
263 III, 5,94 | alle herders in gemeenschap zijn met Petrus en zo in de eenheid
264 III, 5,94 | de eenheid van Christus zijn. ~Met de volmacht en het
265 III, 5,94 | die met hem in gemeenschap zijn. Hij kan ook - onder zeer
266 III, 5,95 | gezanten van Christus"153 zijn. De bisschop van Rome hoort
267 III, 5,95 | tot hun "College", en zij zijn zijn broeders in het ambt. ~
268 III, 5,95 | hun "College", en zij zijn zijn broeders in het ambt. ~Wat
269 III, 5,95 | krachtens de trouw van God zijn geest woont, de brandende
270 III, 5,95 | wijze oefende het primaat zijn taak voor de eenheid uit.
271 III, 5,95 | hetgeen een dienst had moeten zijn, zich onder een heel ander
272 III, 5,95 | volharding de heilige Geest ons zijn licht te schenken en alle
273 III, 5,96 | de wil van Christus voor zijn Kerk voor ogen staat, en
274 III, 5,96 | onszelf laten beroeren door zijn bede "dat zij allen één
275 III, 5,96 | dat zij allen één mogen zijn (...) opdat de wereld gelove
276 III, 6,97 | als de gemeenschap van al zijn leerlingen. ~Voelen niet
277 III, 6,97 | kapseizen in de stormen en eens zijn haven zal bereiken. ~
278 III, 7,98 | dient - "mogen ook zij één zijn, opdat de wereld gelove
279 III, 7,98 | voorganger paus Paulus VI in zijn Apostolische Exhortatie
280 III, 7,98 | predikers van het evangelie zijn moeten wij aan de gelovigen
281 III, 7,98 | van mensen die het oneens zijn of verdeeld door twistpunten
282 III, 7,98 | te vinden en samen op weg zijn, en dit alles op grond van
283 III, 7,98 | het onderling niet eens zijn, ook al beroepen ze zich
284 III, 7,98 | zullen zij dan in staat zijn om de ware boodschap te
285 III, 7,99 | jegens Hem en gaat in tegen zijn plan om alle mensen te verzamelen
286 Aans, 0,100| het verlossende geheim van zijn Pascha. Net als Hij toen
287 Aans, 0,101| aan om bijzonder attent te zijn op deze inzet. De twee Codices
288 Aans, 0,102| gebed moet altijd onrustig zijn van het verlangen naar eenheid,
289 Aans, 0,102| zal het antwoord altijd ja zijn. Het is hetzelfde antwoord
290 Aans, 0,102| zich eerst te verzoenen met zijn broeder. Want God kan alleen
291 Aans, 0,103| glans heeft geschonken van zijn getuigenis, en ik zeg tot
292 Aans, 0,103| liefde en vrede zal met u zijn (...) De genade van de Heer
|