Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,1 | Gemeenschappen die niet in volle gemeenschap met de katholieke Kerk zijn,
2 Inl, 0,2 | langs het pad van eenheid en gemeenschap onder de christenen, een
3 Inl, 0,3 | gezamenlijke katholieke gemeenschap in zijn volle helderheid
4 Inl, 0,3 | groeien totdat de volle gemeenschap bereikt is. 3 Dit edele
5 Inl, 0,4 | de noodzaak van de volle gemeenschap van Christus’ leerlingen. ~
6 I, 1 | Het plan van God en de gemeenschap~
7 I, 1,6 | mogen zijn, een levende gemeenschap. Dit is niet alleen de basis
8 I, 1,6 | zich de verzoening en de gemeenschap geheel moeten verwerkelijken.
9 I, 2,9 | onbelangrijk attribuut van de gemeenschap van zijn leerlingen. Ze
10 I, 2,9 | meer tot het wezen van deze gemeenschap zelf. God wil de Kerk, omdat
11 I, 2,9 | hiërarchische leiding en gemeenschap gevormd wordt. 10 De gelovigen
12 I, 2,9 | omdat zij in de Geest in gemeenschap zijn met de Zoon en, in
13 I, 2,9 | en, in Hem, delen in zijn gemeenschap met de Vader: "Wij hebben
14 I, 2,9 | met de Vader: "Wij hebben gemeenschap met de Vader en met zijn
15 I, 2,9 | katholieke Kerk is dus de gemeenschap van de christenen geen andere
16 I, 2,9 | deelnemers aan zijn eigen gemeenschap maakt, die zijn eeuwige
17 I, 2,9 | Kerk verlangen betekent de gemeenschap van genade te verlangen,
18 I, 2,10 | zoektocht naar volledige gemeenschap zijn de katholieke gelovigen
19 I, 2,11 | Christus behoort, noch die gemeenschap die nog steeds bestaat met
20 I, 2,11 | de, hoewel onvolmaakte, gemeenschap die tussen hen en de katholieke
21 I, 2,11 | zij het ook onvolkomen gemeenschap. De dogmatische Constitutie
22 I, 2,12 | van God. Daarbij komt de gemeenschap van gebeden en andere geestelijke
23 I, 2,13 | structuur van een Kerk of een Gemeenschap, werkelijk het leven van
24 I, 2,13 | grenzen van de katholieke gemeenschap een kerkelijk vacuüm bestaat.
25 I, 2,14 | oecumene om de gedeeltelijke gemeenschap die tussen de christenen
26 I, 2,14 | christenen bestaat tot volle gemeenschap te laten groeien in de waarheid
27 I, 3,15 | van iedere christelijke gemeenschap naar eenheid gaat hand in
28 I, 3,15 | onmetelijke rijkdom die in de gemeenschap van de heiligen aanwezig
29 I, 3,16 | Geen enkele christelijke gemeenschap kan zichzelf afsluiten voor
30 I, 3,17 | voortgezet en verdiept. ~De gemeenschap die groeit in een voortdurende
31 I, 3,17 | liefde met de Kerken die in gemeenschap zijn met de patriarch van
32 I, 4,18 | natuur van God die zijn gemeenschap aanbiedt, als met behoefte
33 I, 4,19 | brachten zij die "volmaakte gemeenschap in de liefde die de Kerk
34 I, 4,19 | het element dat over de gemeenschap in de waarheid beslist,
35 I, 4,20 | Immers, hoe hechter de gemeenschap is die hen met de Vader,
36 I, 5,21 | van hen, die niet in volle gemeenschap met ons zijn. Uit de liefde
37 I, 5,21 | de bouwmeesteres van de gemeenschap onder de mensen en onder
38 I, 5,21 | streven wij ernaar onze gemeenschap te versterken en haar volmaakt
39 I, 5,21 | als de volmaakte bron van gemeenschap - de eenheid van Vader,
40 I, 5,21 | de kracht mogen putten om gemeenschap op te bouwen tussen enkelingen
41 I, 5,21 | broeders die niet in volledige gemeenschap met elkaar zijn, samenkomen
42 I, 5,21 | aan Christus zelf om de gemeenschap te bezoeken van hen, die
43 I, 5,22 | altijd!" (Heb 13,8). In de gemeenschap van het gebed is Christus
44 I, 5,22 | gezamenlijk terugvinden in die gemeenschap van de Kerk, die Christus
45 I, 5,23 | op hun Kerk of kerkelijke Gemeenschap beriepen. Dit was een tegenspraak
46 I, 5,23 | bevinden ons nog niet in volle gemeenschap. Maar ondanks onze scheidingen
47 I, 5,23 | die de volle kerkelijke gemeenschap in de weg staan. 44 ~
48 I, 5,24 | Rome ten dienste van de gemeenschap. 45 Mijn bezoeken bevatten
49 I, 5,24 | Primaat van de anglicaanse gemeenschap in de kathedraal van Canterbury (
50 I, 5,24 | en in één eucharistische gemeenschap die zich uitdrukt in de
51 I, 5,26 | 26. Het gebed, de gemeenschap in gebed, maakt het ons
52 I, 5,26 | toekomst van hun eenheid en hun gemeenschap toe. Hierop kunnen wij ook
53 I, 6,28 | als van elke menselijke gemeenschap. Ofschoon het begrip ‘dialoog’
54 I, 7,31 | waarbij ieder de leer van zijn Gemeenschap nader verklaart en het eigene
55 I, 7,32 | en het leven van elkaars Gemeenschap. Zo bereiken deze Gemeenschappen
56 I, 8,35 | die eigen zijn aan elke Gemeenschap. Hij heeft ook en vooral
57 I, 8,35 | in de broeders die in een gemeenschap leven, niet in volle gemeenschap
58 I, 8,35 | gemeenschap leven, niet in volle gemeenschap met elkaar, die innerlijke
59 I, 9,36 | onderzoeken die de volle gemeenschap tussen de christenen in
60 I, 9,36 | zoektocht naar de volle gemeenschap tussen de christenen. Zonder
61 I, 9,36 | ervaringen van de ander. ~Volle gemeenschap zal natuurlijk tot stand
62 I, 9,38 | gebruikelijke in de eigen gemeenschap, te bepalen of de woorden
63 I, 10,40 | vervuld van broederlijke gemeenschap, maar is een manifestatie
64 II, 1,42 | doopkarakter gebonden - gemeenschap oproepen, die de heilige
65 II, 1,42 | Gemeenschappen die niet in volle gemeenschap met de katholieke Kerk staan’. 69
66 II, 3,45 | ofschoon nog niet volledige’ gemeenschap eindelijk te kunnen bezegelen,
67 II, 3,46 | weliswaar nog niet in volle gemeenschap met de katholieke Kerk zijn,
68 II, 4,48 | gaan naar ware en volledige gemeenschap. ~
69 II, 5 | De groei van de gemeenschap~
70 II, 5,49 | dialoog is het groeien van de gemeenschap. Beide hebben de christen
71 II, 5,49 | wezen van de christelijke gemeenschap zelf. Zo beginnen ook de
72 II, 6,50 | het herstel van de volle gemeenschap tussen de Kerken van het
73 II, 7,52 | verplichting om te zoeken naar gemeenschap. ~Deze geste was voorafgegaan
74 II, 7,52 | Kerken die kerkrechtelijk in gemeenschap zijn met de zetel van Constantinopel.
75 II, 7,53 | tijdperk waarin deze nog in gemeenschap met Rome stond. Doordat
76 II, 7,54 | perspectief van de volledige gemeenschap die nagestreefd moet worden
77 II, 8,55 | opvolgers van de apostelen, in gemeenschap met de bisschop van Rome.
78 II, 8,55 | nauwe betrekkingen in de gemeenschap van geloof en liefde die
79 II, 8,56 | op de weg naar volledige gemeenschap was vervolgens de opheffing
80 II, 8,56 | hervinden van de volledige gemeenschap leidt. Natuurlijk heeft
81 II, 8,56 | worden om tussen hen de volle gemeenschap te herstellen, die de bron
82 II, 8,57 | geschonken heeft worden we in gemeenschap gebracht met de Vader door
83 II, 8,57 | herstel van de volledige gemeenschap zoeken, moeten we ons inzetten
84 II, 8,57 | aanvullen dan uitsluiten".93 De gemeenschap wordt vruchtbaar door de
85 II, 8,58 | van een reeds bestaande gemeenschap in geloof trok het Tweede
86 II, 9,59 | met het doel om de volle gemeenschap tussen de beide Kerken te
87 II, 9,59 | Kerken te herstellen. Deze gemeenschap die stoelt op de eenheid
88 II, 9,60 | het herstel van de volle gemeenschap tussen de katholieke Kerk
89 II, 9,60 | volgen methode om tot volle gemeenschap te komen de dialoog van
90 II, 9,60 | katholieke Kerken die in gemeenschap zijn met de katholieke Kerk,
91 II, 9,60 | traditie onderhouden in volle gemeenschap leven, en zij verklaart,
92 II, 9,61 | niets minder dan de volle gemeenschap tussen Oriënt en Avondland.
93 II, 9,61 | hart en voorbeeld voor de gemeenschap, niet alleen met het oog
94 II, 10,62 | onderstreepten we samen de diepe gemeenschap die tussen onze beide Kerken
95 II, 11,64 | voorafgaande eeuwen in kerkelijke gemeenschap heeft geleefd".109 Anderzijds
96 II, 11,66 | opneming in de eucharistische gemeenschap".119 ~
97 II, 11,67 | dat het leven in de gemeenschap met Christus tot uitdrukking
98 II, 13,75 | duidelijk zien welke graad van gemeenschap reeds onder hen bestaat. 127 ~
99 II, 13,75 | biedt de reeds bestaande gemeenschap in geloof tussen christenen
100 III, 1,77 | effectieve groei van de gemeenschap, kunnen niet voldoende zijn
101 III, 1,78 | afwezig zijn zal volledige gemeenschap nooit mogelijk zijn. Deze
102 III, 1,78 | zichtbare eenheid, in de gemeenschap van de ene Kerk die Christus
103 III, 1,79 | paus en de bisschoppen in gemeenschap met hem, begrepen als een
104 III, 2,80 | verwezenlijken en om de banden van de gemeenschap zo te versterken moet een
105 III, 2,80 | en die wij beleven in de gemeenschap van gelovigen, verzameld
106 III, 3,82 | Vader van de kant van iedere Gemeenschap, met de volledige aanvaarding
107 III, 3,83 | geestelijke ruimte waarin iedere gemeenschap de oproep hoort om de hindernissen
108 III, 3,83 | waarheid, wil men de volledige gemeenschap bereiken? ~
109 III, 3,84 | op een diep niveau God de gemeenschap onder de gedoopten bewaart
110 III, 3,84 | een onvolmaakte maar echte gemeenschap is bewaard en aan het groeien
111 III, 3,84 | voeg er nu aan toe dat deze gemeenschap reeds volmaakt is in wat
112 III, 3,84 | martelaarschap, de waarachtigste gemeenschap die mogelijk is met Christus
113 III, 3,84 | stevig gevestigd op de volle gemeenschap van de heiligen - van hen
114 III, 3,84 | trouw was aan de genade, in gemeenschap zijn met Christus in heerlijkheid.
115 III, 3,84 | hun toegang gaven tot de gemeenschap van de verlossing. ~Wanneer
116 III, 4,87 | proces is gebaseerd op de gemeenschap die reeds bestaat op grond
117 III, 5,93 | staat kan stellen met Hem in gemeenschap te treden. ~
118 III, 5,94 | zich in volle en zichtbare gemeenschap, omdat alle herders in gemeenschap
119 III, 5,94 | gemeenschap, omdat alle herders in gemeenschap zijn met Petrus en zo in
120 III, 5,94 | de bisschop van Rome de gemeenschap van alle Kerken garanderen.
121 III, 5,94 | alle herders die met hem in gemeenschap zijn. Hij kan ook - onder
122 III, 5,95 | dat de volle en zichtbare gemeenschap van alle Gemeenschappen,
123 III, 5,95 | verbonden "in een broederlijke gemeenschap van geloof en sacramenteel
124 III, 5,95 | het oog op deze volmaakte gemeenschap die wij willen herstellen,
125 III, 5,96 | werkelijke maar onvolmaakte gemeenschap die tussen ons bestaat kerkleiders
126 III, 6 | De gemeenschap van alle plaatselijke Kerken
127 III, 6,97 | katholieke Kerk eraan vast dat de gemeenschap van de plaatselijke Kerken
128 III, 6,97 | voor volledige en zichtbare gemeenschap. Want volledige gemeenschap,
129 III, 6,97 | gemeenschap. Want volledige gemeenschap, waarvan de eucharistie
130 III, 6,97 | en die de eenheid van de gemeenschap dient - en dat met respect
131 III, 6,97 | is in de wereld, als de gemeenschap van al zijn leerlingen. ~
132 III, 7,99 | evangelie. Een christelijke gemeenschap die gelooft in Christus
133 Aans, 0,100| geboekt is naar de volle gemeenschap van alle gedoopten. ~Het
134 Aans, 0,100| de volledige en zichtbare gemeenschap. ~
135 Aans, 0,102| doen groeien tot volledige gemeenschap met andere christenen. ~
136 Aans, 0,103| de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij
|