Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
zielen 1
zien 18
ziet 3
zij 130
zijdelings 1
zijden 3
zijn 292
Frequency    [«  »]
141 niet
136 gemeenschap
131 christus
130 zij
122 als
121 concilie
112 kerken
Ioannes Paulus PP. II
Ut Unum Sint

IntraText - Concordances

zij

    Chapter,Paragraph,Number
1 Inl, 0,1 | verdeeld kunnen blijven. Als zij echt en daadwerkelijk de 2 Inl, 0,1 | wensen te weerstaan, moeten zij samen dezelfde waarheid 3 Inl, 0,1 | zijn nieuwe leven heeft. Zij beweert dat het Kruis noch 4 Inl, 0,2 | aan de gelovigen stelt. Zij moeten deze uitdaging wel 5 Inl, 0,2 | aangaan. Zeker, hoe zouden zij kunnen weigeren, al het 6 Inl, 0,2 | blijft oproepen. Allen worden zij uitgenodigd door de steeds 7 Inl, 0,3 | van de Verlosser. Omdat zij zich voortdurend opgeroepen 8 Inl, 0,3 | overeenkomstig het Evangelie, houdt zij niet op om boete te doen. 9 Inl, 0,3 | Tegelijkertijd erkent en prijst zij echter nog meer de macht 10 Inl, 0,3 | diepte te beleven. Omdat zij zich ervan bewust is dat 11 Inl, 0,3 | geest binnendringt"2, zoekt zij niets anders voor zichzelf 12 Inl, 0,3 | Evangelie te verkondigen. Zij oefent haar gezag inderdaad 13 Inl, 0,3 | ogenblik in het zicht waarvan zij de Heer vraagt dat de eenheid 14 Inl, 0,4 | sterke en eeuwige rots waarop zij gevestigd is, is Jezus Christus, 15 I, 1,5 | Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. De 16 I, 1,6 | die in Hem geloven, dat zij één mogen zijn, een levende 17 I, 1,6 | bedoeling van Christus; zij is ook een ergernis voor 18 I, 2,7 | als hun Heer en Verlosser; zij doen dit niet slechts individueel 19 I, 2,7 | de gemeenschappen, waarin zij het Evangelie hebben vernomen 20 I, 2,7 | Evangelie hebben vernomen en die zij ieder voor zich waarderen 21 I, 2,7 | Toch verlangen bijna allen, zij het niet op dezelfde wijze, 22 I, 2,9 | gelovigen zijn één, omdat zij in de Geest in gemeenschap 23 I, 2,9 | woorden van Christus "dat zij één mogen zijn" zijn zo 24 I, 2,10 | zijn dus, ook al hebben zij vanuit onze geloofsovertuiging 25 I, 2,11 | bevestigt de katholieke Kerk dat zij in haar tweeduizendjarige 26 I, 2,11 | dat dankzij de hulp die zij van de heilige Geest ontvangt, 27 I, 2,11 | Concilie van een zekere, zij het ook onvolkomen gemeenschap. 28 I, 2,11 | katholieke Kerk "erkent dat zij op verschillende wijzen 29 I, 2,13 | verklaart het: "Toch worden zij die uit het geloof in het 30 I, 2,13 | gerechtvaardigd in Christus ingelijfd. Zij voeren daarom met recht 31 I, 2,13 | de katholieke Kerk worden zij terecht als broeders in 32 I, 2,13 | genade voortbrengen en moeten zij geschikt geacht worden om 33 I, 2,14 | naar eenheid in zich, daar zij hun volheid in die eenheid 34 I, 3,15 | zorg voor de oecumene; en zij worden ertoe opgeroepen 35 I, 3,16 | onafgebroken hervorming, die zij als menselijke en aardse 36 I, 3,16 | ertoe zich af te vragen of zij werkelijk op geschikte wijze 37 I, 3,17 | en voor de bekering die zij moet opwekken, noodzakelijk 38 I, 3,17 | dubbele invalshoek belangrijk: zij tonen de reeds bereikte 39 I, 3,17 | vervullen met hoop omdat zij een zekere basis vormen 40 I, 3,17 | oecumene. Anderzijds is zij ook een fundamentele garantie 41 I, 4,18 | het valse voorwendsel dat zij vandaag niet langer zouden 42 I, 4,19 | historische ervaringen en ideeën. Zij wilden het ene Woord van 43 I, 4,19 | van iedere beschaving".34 Zij erkenden dat zij daarom 44 I, 4,19 | beschaving".34 Zij erkenden dat zij daarom niet "ook de ontegenzeglijk 45 I, 4,19 | konden) opleggen, waarin zij waren opgegroeid"35 Zo brachten 46 I, 4,19 | opgegroeid"35 Zo brachten zij die "volmaakte gemeenschap 47 I, 4,20 | van de Kerk. Integendeel, zij hoort organisch tot het 48 I, 4,20 | christengelovigen eraan denken dat zij de eenheid onder de christenen 49 I, 4,20 | zelfs beoefenen, naarmate zij zuiverder volgens het Evangelie 50 I, 4,20 | en gemakkelijker zullen zij de onderlinge broederliefde 51 I, 5,22 | verbindt, gering is. Wanneer zij elkaar steeds vaker en ijveriger 52 I, 5,22 | ontmoeten in het gebed, zullen zij moed kunnen scheppen om 53 I, 5,26 | uitdrukking. Juist omdat zij van elkaar gescheiden zijn 54 I, 5,26 | gescheiden zijn verenigen zij zich met des te grotere 55 I, 5,26 | in Christus en vertrouwen zij aan Hem de toekomst van 56 I, 5,27 | evangelie van Sint Jan, en zij offerde haar leven voor 57 I, 5,27(50)| 21-jarige leeftijd trad zij in in het trappistinnenklooster 58 I, 5,27(50)| Abbé Paul Couturier kwam zij tot het inzicht dat er gebed 59 I, 5,27(50)| christenen. In 1936 besloot zij, n.a.v. het Gebedsoctaaf 60 I, 6,29 | verwijst naar de maatstaven die zij moet aanhouden in de relatie 61 I, 7,32 | en geoorloofd is, komen zij in een gemeenschappelijk 62 I, 8,33 | Tegelijkertijd verlangt zij dat het geweten van de christenen, 63 I, 9,36 | theologen moeten, wanneer zij bij alle gehechtheid aan 64 I, 9,37 | presenteren of vergelijken: "Zij moeten bedenken dat er in 65 I, 9,38 | voordelen van de oecumene is dat zij de christelijke Gemeenschappen 66 I, 10,40 | geloven gemakkelijk leren, hoe zij onderling tot een beter 67 II, 1,42 | van een vage familiegeest. Zij heeft haar wortels in de 68 II, 2,43 | betreffen. Daardoor zijn zij in een dragend element van 69 II, 2,43 | de wil van God, waarbij zij de autoriteiten en de burgers 70 II, 3,45 | Gemeenschappen in het Westen vast dat zij in essentie overeenstemmen. 71 II, 3,46 | de katholieken, wanneer zij die sacramenten willen ontvangen, 72 II, 3,46 | die Kerken richten waarin zij geldig worden toegediend. 73 II, 5,49 | de geloofselementen die zij gemeenschappelijk hebben. 74 II, 5,49 | Kerk van Christus vormen zij naar hun aard een kracht 75 II, 6,50 | de eucharistie, waardoor zij met ons nog steeds in zeer 76 II, 6,50 | de katholieke Kerk. Laten zij de nodige aandacht schenken 77 II, 6,50 | Rome bestonden en laten zij zich een juist oordeel over 78 II, 6,51 | was ook inspirerend, omdat zij ons al voortgaande de broederschap 79 II, 7,52 | herstel van de eenheid die zij deelden in het eerste millennium. ~ 80 II, 7,52 | het oog op de functie die zij krachtens hun roeping moeten 81 II, 7,53 | Christus ten einde loopt moeten zij gezamenlijk als patronen 82 II, 8,55 | werd. In zekere zin dient zij nu als een soort model. " 83 II, 8,57 | van deze werkelijkheid en zij moet ons herkenningspunt 84 II, 8,58 | gedragsregel toegepast en zij doet dat nu nog door deelneming 85 II, 9,59 | uitdrukking vinden. Doordat zij zich baseerde op alles wat 86 II, 9,59 | essentiële vooruitgang boeken; en zij was tenslotte in staat, 87 II, 9,60 | volle gemeenschap leven, en zij verklaart, dat geheel dit 88 II, 11,65 | vinden in de Hervorming. Zij delen dan ook het feit dat 89 II, 11,66 | de heilige Geest zoeken zij in de Heilige Schrift naar 90 II, 11,66 | geworden. Daarin overwegen zij het leven van Christus en 91 II, 11,66 | dood en verrijzenis (...) Zij aanvaarden het goddelijk 92 II, 11,66 | Tegelijkertijd echter "denken zij anders dan wij (...) over 93 II, 11,67 | missen, stelt het vast, dat "zij vooral door het ontbreken 94 II, 11,67 | bewaard hebben", hoewel zij "wanneer zij bij het heilig 95 II, 11,67 | hebben", hoewel zij "wanneer zij bij het heilig Avondmaal 96 II, 11,67 | wordt gebracht en verwachten zij zijn glorievolle wederkomst".121 ~ 97 II, 11,68 | aanhoren van het woord van God. Zij openbaart zich in persoonlijk 98 II, 11,68 | van de gemeente, wanneer zij samenkomt om God te prijzen. 99 II, 11,70 | van gelovigen verlangt dat zij elkaar vragen stellen met 100 II, 12,72 | bisschoppen de celebrant. Zij wilden, door middel van 101 II, 12,72 | eucharistie deel te nemen, en zij wensten de zegen van de 102 II, 12,73 | eenheid ten doel hebben. Zij hebben een stimulerend effect 103 II, 13,74 | kunsten aanwezig te doen zijn. Zij treden steeds vaker gezamenlijk 104 II, 13,75 | geloven gemakkelijk leren, hoe zij onderling tot een beter 105 II, 13,76 | door het vredesvraagstuk. Zij zien het in nauwe verbinding 106 III, 2,80 | reeds bereikte resultaten. Zij mogen niet slechts de verklaringen 107 III, 2,81 | theologische faculteiten: zij worden opgeroepen om die 108 III, 3,82 | hervorming van de Kerk, voorzover zij ook een menselijke en aardse 109 III, 3,82 | om zich af te vragen of zij trouw zijn geweest aan zijn 110 III, 3,83 | aan de Vader bewaard dat zij konden gaan tot het vergieten 111 III, 3,84 | eis van het geloof, die zij lieten zien in het offer 112 III, 3,84 | kracht van de genade, zijn zij niet de enigen die getuigenis 113 III, 3,84 | tussen onze gemeenschappen, zij het nog onvolledig, werkelijk 114 III, 3,84 | hebben bewaard en waardoor zij gevormd zijn, maar eerst 115 III, 4,87 | zelfs van de manier waarop zij die hebben benadrukt en 116 III, 5,88 | Kerk zich ervan bewust dat zij het ambt van de Opvolger 117 III, 5,88 | van de katholieke Kerk dat zij in het ambt van de bisschop 118 III, 5,94 | in de ene Herder; mogen zij de ene stem van de Herder 119 III, 5,94 | herder, maar de ene; mogen zij allen één stem in Hem laten 120 III, 5,95 | van Christus is, scheidt zij dit ambt niet van de zending 121 III, 5,95 | hoort tot hun "College", en zij zijn zijn broeders in het 122 III, 5,96 | beroeren door zijn bede "dat zij allen één mogen zijn (...) 123 III, 6,97 | Kerk blijven bestaan opdat zij onder het enige Hoofd, dat 124 III, 7,98 | motief dient - "mogen ook zij één zijn, opdat de wereld 125 III, 7,98 | dan is het ook waar dat zij de moeilijkheden moet aanvatten 126 III, 7,98 | allen op Christus, zullen zij dan in staat zijn om de 127 Aans, 0,102 | nieuwe millennium, vraagt zij de Geest om de genade, haar 128 Aans, 0,102 | plaats innemen. ~Hoe kan zij deze genade verkrijgen? 129 Aans, 0,102 | wij nodig hebben. ~Hoe kan zij deze genade verkrijgen? 130 Aans, 0,103 | gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen" (2Kor 13,11.


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License