42. Zo gebeurt
het bijvoorbeeld dat - helemaal in de geest van de Bergrede - de christenen die
tot een confessie behoren andere christenen niet meer beschouwen als vijanden
of vreemden, maar in hen broeders en zusters zien. Anderzijds bestaat in het
spraakgebruik de neiging om zelfs de uitdrukking gescheiden broeders
vandaag de dag te vervangen door termen die treffender de diepte van de - aan
het doopkarakter gebonden - gemeenschap oproepen, die de heilige Geest met
voorbijzien van de historische en canonieke breuken koestert. Men spreekt van
de "andere christenen", van de "andere gedoopten", van de
"christenen van de andere gemeenschappen". Het Directorium tot
uitvoering van de principes en normen over de oecumene noemt de
gemeenschappen waartoe deze christenen behoren ‘Kerken en kerkelijke
Gemeenschappen die niet in volle gemeenschap met de katholieke Kerk staan’. 69
Deze uitbreiding van de woordenschat is de uitdrukking van een opmerkelijke
ontwikkeling van de geesteshoudingen. Het besef dat wij allemaal aan Christus
toebehoren verdiept zich. Dat heb ik herhaaldelijk persoonlijk kunnen
vaststellen tijdens de oecumenische vieringen die tot de belangrijke
gebeurtenissen van mijn apostolische reizen in de verschillende werelddelen
horen, of bij de ontmoetingen en oecumenische vieringen die in Rome
plaatsvonden. De ‘universele broederschap’ van de christenen is tot een vaste
oecumenische overtuiging geworden. Na de opheffing van de wederzijdse ban uit
het verleden helpen de vroeger rivaliserende gemeenschappen elkaar tegenwoordig
in veel gevallen wederzijds; zo worden soms de godshuizen ter beschikking
gesteld of stipendia voor de vorming van de ambtsdragers aangeboden aan de
gemeenschappen die zelf geen middelen bezitten; ofwel men appelleert bij de
burgerlijke overheid voor de verdediging van andere christenen die ten onrechte
beschuldigd worden of men bewijst de onhoudbaarheid van de aantijgingen waarvan
bepaalde groepen het slachtoffer zijn.
In één woord: de
christenen hebben zich bekeerd tot een broederlijke liefde die alle leerlingen
van Christus omvat. Als het gebeurt dat in de loop van gewelddadige politieke
omwentelingen in concrete situaties een bepaalde agressiviteit of een geest van
wraak aan de dag treedt, dan doen de autoriteiten van de betroffen partijen in
het algemeen hun best, de ‘nieuwe wet’ van de geest van de liefde de overhand
te laten krijgen. Helaas is een dergelijke geest niet in staat geweest om alle
bloedige conflictsituaties wezenlijk te veranderen. Onder deze omstandigheden
vraagt de oecumenische inzet van degene die hem aan de dag legt, dikwijls echt
heldhaftige beslissingen. In deze samenhang moet onderstreept worden dat de
erkenning van de broederschap niet het gevolg is van een liberale
menslievendheid of van een vage familiegeest. Zij heeft haar wortels in de
erkenning van de ene doop en in de daaruit voortvloeiende eis, dat God in zijn
werk verheerlijkt wordt. Het Directorium ter toepassing van de beginselen en
normen voor de Oecumene wenst een wederzijdse officiële erkenning van
de doop. 70 Dat stijgt ver uit boven een daad van
oecumenische hoffelijkheid en is een fundamentele ecclesiologische uitspraak. Het
is passend eraan te herinneren dat het fundamentele karakter van de doop bij
het opbouwen van de Kerk ook dankzij de veelzijdige dialoog duidelijk op de
voorgrond is geplaatst. 71
|