45. In antwoord
op de liturgische vernieuwing die door de katholieke Kerk is volvoerd hebben
verschillende kerkelijke Gemeenschappen initiatieven ontwikkeld om hun
eredienst te vernieuwen. Enkele van hen hebben op grond van de op oecumenisch
vlak geuite wens76 de gewoonte opgegeven om hun
Avondmaalsviering alleen bij een enkele gelegenheid te houden en besloten tot
zondagse viering van het Avondmaal. Anderzijds stelt men bij een vergelijking
van de cycli van de liturgische lezingen van verschillende christelijke
Gemeenschappen in het Westen vast dat zij in essentie overeenstemmen. Zo ook
worden op oecumenisch vlak77 heel bijzonder de liturgie en
de liturgische tekenen (beelden, iconen, paramenten, licht, wierook, gebaren)
naar voren gehaald. Daarenboven begint men in de theologische instituten waar
de toekomstige geestelijken worden opgeleid, een vaste plaats in de cursussen
in te ruimen voor de studie van de geschiedenis en de betekenis van de liturgie
en ziet men dat als een noodzakelijkheid die herontdekt wordt.
Het gaat om tekenen van overeenstemming
die verschillende aspecten van het sacramentele leven betreffen. Zeker is het
vanwege de verschillen die het geloof raken nog niet mogelijk, met elkaar de
eucharistie te vieren. Toch hebben wij het brandende verlangen om
gemeenschappelijk de ene Eucharistie van de Heer te vieren, en deze wens wordt
reeds tot een gemeenschappelijke lof, tot één en hetzelfde
smeekgebed. Gemeenschappelijk richten wij ons tot de Vader en doen dat in
toenemende mate ‘met slechts één hart’. Deze ‘reële,
ofschoon nog niet volledige’ gemeenschap eindelijk te kunnen bezegelen, dat
schijnt soms dichterbij te zijn. Wie had een eeuw geleden aan zoiets alleen
maar kunnen denken?
|