|
55.
Het Conciliedecreet Unitatis redintegratio heeft in zijn historisch
overzicht de eenheid in gedachten die ondanks alles in het eerste millennium
beleefd werd. In zekere zin dient zij nu als een soort model. "Voor de
heilige kerkvergadering is het een aangename taak (...) allen eraan te
herinneren, dat in het Oosten meerdere afzonderlijke of plaatselijke Kerken
bestaan, waaronder de patriarchale Kerken de eerste plaats innemen, waarvan
vele zich erop beroemen, dat hun ontstaan teruggaat op de apostelen zelf".87
De weg van de Kerk begon in Jeruzalem op de dag van Pinksteren, en haar hele
oorspronkelijke ontwikkeling in de toenmalige oikoumene concentreerde
zich rond Petrus en de Elf (vgl. Hand 2,14). De structuren van de Kerk
in de Oriënt en in het Avondland vormden zich dus in relatie met dat
apostolisch erfgoed. Haar eenheid gedurende het eerste millennium werden binnen
diezelfde structuren gehandhaafd door de bisschoppen, de opvolgers van de
apostelen, in gemeenschap met de bisschop van Rome. Als wij vandaag, aan het
einde van het tweede millennium, de volledige eenheid trachten te herstellen,
moeten we ons beroepen op deze aldus gestructureerde eenheid.
Het Oecumene-decreet stelt nog
een ander karakteristiek aspect in het licht, dankzij hetwelk alle deelkerken
in eenheid bleven, namelijk: "een bijzondere zorg (...) om de nauwe
betrekkingen in de gemeenschap van geloof en liefde die tussen de plaatselijke
Kerken als tussen zusters moeten bestaan te bewaren".88
|