|
64.
In zijn grote plan voor het herstel van de eenheid onder alle christenen
spreekt het Decreet over de Oecumene ook over de betrekkingen met de Kerken en
kerkelijke Gemeenschappen van het Westen. Het Concilie wenst een klimaat van
christelijke broederschap en dialoog te scheppen en plaatst zijn richtlijnen in
de context van twee algemene overwegingen: een van historische en
psychologische aard, en de andere theologisch en leerstellig. Aan de ene kant
bekrachtigt dit Concilie: "De Kerken en kerkelijke Gemeenschappen die
óf in de uiterst kritieke periode van de geschiedenis, welke in het
Westen reeds op het einde van de Middeleeuwen begon, óf in latere tijden
van de Apostolische Stoel van Rome zijn afgescheiden, hebben met de katholieke
Kerk banden van bijzondere verwantschap en betrekkingen wegens de lange tijd
waarin het christenvolk in de voorafgaande eeuwen in kerkelijke gemeenschap
heeft geleefd".109 Anderzijds stelt het document met
een gelijk realisme vast: "Toch moeten wij erkennen, dat tussen deze
Kerken en gemeenschappen en de katholieke Kerk belangrijke verschillen bestaan,
niet alleen van historische, sociologische, psychologische en culturele aard,
maar vooral in de uitleg van de geopenbaarde waarheid".110
|