65.
Gemeenschappelijke wortels en gelijksoortige, ofschoon onderscheiden,
overwegingen hebben de ontwikkeling in het Westen geleid, van de katholieke
Kerk en van de Kerken en Gemeenschappen die hun oorsprong vinden in de
Hervorming. Zij delen dan ook het feit dat ze ‘westers’ van karakter zijn. Hun
bovengenoemde "verschillen", ook al zijn ze van belang, sluiten dus
wederzijdse entingen en aanvullingen niet uit.
De oecumenische beweging heeft juist
binnen de Kerken en kerkelijke Gemeenschappen van de Hervorming een aanvang
genomen. Omstreeks dezelfde tijd, in januari 1920, sprak het Oecumenisch
Patriarchaat de hoop uit dat men een vorm van samenwerking tussen de
christelijke Gemeenschappen zou kunnen organiseren. Dit feit toont aan dat het
gewicht van de culturele achtergrond niet doorslaggevend is. Wezenlijk is de
kwestie van het geloof. Het gebed van Christus, onze ene Heer, Verlosser en
Meester, spreekt tot iedereen op dezelfde wijze, zowel in het Oosten als in het
Westen. Dat gebed wordt tot een gebod om onze verdeeldheid achter ons te laten
om de eenheid te zoeken en te herstellen, ook als een resultaat van de bittere
ervaringen van de verdeeldheid zelf.
|